InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Oorlog > Nederland in de Eerste Wereldoorlog (tussen twee vuren)

Nederland in de Eerste Wereldoorlog (tussen twee vuren)

Waar twee honden vechten om een been, gaat een derde er mee heen. De Eerste Wereldoorlog waarin Nederland neutraal bleef betekende een kans voor Nederland om te profiteren van zijn vechtende buren. Er was een groot tekort aan bijna alle grondstoffen en voedsel in de omliggende landen. Aangezien Nederland neutraal was in de Eerste Wereldoorlog zou men verwachten dat Nederland kon profiteren van de kansen die de oorlog met zich meebracht. In de periode tussen 1913 en 1918 liep het bruto binnenlands product van Nederland echter met 20% terug. Hoe kunnen we de ernstige economische crisis van de oorlogsjaren verklaren tegen het licht van de vele geboden kansen? Vele oorzaken blijken een rol gespeeld te hebben in het Nederlandse onvermogen om te profiteren.

Kansen

Door het wegvallen van de Duitse en Oostenrijkse vloot in 1914 en het gebruik van schepen voor oorlogsdoeleinden door de Geallieerden stegen de vrachtprijzen. De vraag naar vrachtruimte werd immers groter dan het aanbod. De ‘Achtste Nota betreffende den Economischen toestand’ van eind 1915 vermeld dat van de totale (wereldkoopvaardij) scheepsruimte geschat op 45 miljoen ton er 10 miljoen aan de wereldmarkt door de oorlog was onttrokken. Hiervan was 5,5 miljoen ton van de buiten gebruik zijnde Duitse koopvaardijvloot. Later werd dit nog versterkt door het teloorgaan van vrachtruimte door de mijnen en torpedo’s. In 1915 was er al sprake van een stijging van de vrachtprijs in het wereldverkeer van 300% tot 400%. Deze hoge vrachtprijzen hadden twee gevolgen. Allereerst natuurlijk bracht de verhoging van de vrachtprijzen hogere winsten.

Het tweede gevolg was de verkoop van schepen aan het buitenland. Door stijging van prijzen van schepen (de vraag was groter dan het aanbod) werden de oude schepen verkocht voor prijzen die de bouwkosten ver te boven gingen. Deze oude schepen waren vaak al afgeschreven. Ondertussen werden er nieuwe schepen besteld. De Nederlandse handelsvloot onderging dus een verjongingskuur dankzij de hoge prijzen voor schepen.

Een andere kans die ontstond was de scheepvaart in Nederlands-Indië. De vrachtruimte in Nederlands-Indië verminderde snel omdat de Duitse schepen uit de vaart waren gehaald. Daarnaast werden de Engelse schepen die vanuit Indië op Europa voeren elders ingezet. Het gevolg was dat meer lading zich ophoopte in Nederlands-Indië.

Verkeer breidde zich uit op de lijn tussen Nederlands-Indië en Amerika. Er ontstond zelfs een groot tekort aan scheepsruimte op deze lijn. Producten uit Nederlands-Indië vonden een nieuwe afzetmarkt. Een voorbeeld hiervan is rubber naar de Verenigde Staten en Japan in plaats van naar Europa.

Een bijkomende of beslissende factor was misschien ook wel de opening van het Panamakanaal op 15 augustus 1914. Het openen van het Panamakanaal verkorte de reis van Nederlands-Indië naar de steden aan de Oostkust van de Verenigde Staten (New York, Washington) aanzienlijk. De schepen hoefde niet meer de lange reis om Zuid-Amerika te maken. Niet alleen de export van Nederlands-Indië naar Amerika en Japan nam toe maar ook de import uit deze landen naar Nederlands-Indië.

Bedreigingen

Waarom wist Nederland niet te profiteren van deze kansen?

Economische blokkade in de Eerste Wereldoorlog

In 1898 publiceerde Ivan (Jean de) Bloch zijn zes volumes tellende boek: La Guerre Future; aux points de vue technique, économique et politique. In dit boek voorspelde Bloch dat toekomstige oorlogen door de superioriteit van de verdediging (machinegeweren, loopgraven en prikkeldraad) zouden uitmonden in langdurige slijtage oorlogen. Staten zouden door de enorme kosten van mensenlevens en financiële en economische druk van de oorlog ineenstorten. Een oorlogsdoel van Groot-Brittannië tijdens de Eerste Wereldoorlog was dan ook om deze ineenstorting van Duitsland te versnellen door middel van een economische blokkade.

Druk vanuit Groot-Brittannië

Het was van oudsher al gebruikelijk om de goederen van de tegenpartij in een conflict in beslag te nemen. Nu echter was het doel groter dan alleen die goederen. Duitsland moest uitgehongerd en economisch kapot gemaakt worden volgens Groot-Brittannië. Deze doelstelling stond logischerwijs haaks op de belangen van het kleine neutrale Nederland. De doorvoer naar Duitsland was van groot economisch belang en een stopzetting van doorvoer naar Duitsland zou, naast een economische klap, zelfs een oorlog met Duitsland betekenen. Duitsland zag liever een neutraal Nederland dat enigszins nog kon doorvoeren.

Als deze doorvoer zou stoppen zouden er goede redenen zijn om Nederland de oorlog te verklaren. Daardoor zouden de Duitsers immers een aantal belangrijke havens voor hun duikboten veroveren en de Engelse blokkade moeilijker maken door een langere kustlijn.

Druk vanuit Duitsland

Vanuit Duitsland werd, naast de dreiging met oorlog, er eveneens druk uitgeoefend op Nederland. Allereerst om de export naar Groot-Brittannië te beperken. Ten tweede om vooral de doorvoer vanuit Nederland naar Duitsland voort te zetten. Als pressiemiddel gebruikte Duitsland de aanvoer van kolen, staal en ijzer naar Nederland.

Contrabande

In 1856 was bij de declaratie van Parijs overeengekomen dat goederen toebehorende aan neutrale of vijandelijke onderdanen vervoert onder neutrale vlag onschendbaar waren. Er was wel een uitzondering op deze regel. ‘Contrabande’ goederen (= verboden goederen) mochten wel in beslag worden genomen.

Bij de Londense Zeerechtconferentie van 1909 was bepaald welke goederen wel, en welke goederen niet door een neutrale partij naar een oorlogvoerend land vervoerd mochten worden. Om te bepalen wat nu precies onder deze contrabande of verboden goederen verstaan werd waren omschrijvingen en lijsten opgesteld.

De absolute contrabande lijst was de lijst met goederen die uitsluitend voor oorlogsdoeleinden gebruikt konden worden. Deze goederen mochten niet vervoerd worden naar een oorlogvoerend land door de neutralen.

De tweede lijst is de lijst met relatieve contrabande goederen. Deze lijst bestond uit goederen die zowel voor oorlog als vredelievende doeleinden gebruikt konden worden. Alleen onder bepaalde voorwaarden konden deze goederen door neutralen vervoerd worden.

Ten slotte bestond er nog de vrije lijst. Deze lijst bevatte grondstoffen en hulpmiddelen voor landbouw en nijverheid welke nimmer tot contrabande zouden mogen worden verklaard.

De oorlogvoerende landen hadden volgens de Londense Zeerechtconferentie tevens een visitatierecht. Dit betekende dat de oorlogvoerende partijen het recht hadden om op open zee schepen aan te houden en te controleren op contrabande.

Het was echter moeilijk aan te tonen dat de absolute en relatieve contrabande goederen bestemd waren voor Nederland en niet doorgevoerd zouden worden naar Duitsland. De geadresseerde kon een Nederlandse importeur zijn. Maar vervolgens kon de importeur de lading na aankomst in Nederland weer doorvervoeren naar Duitsland met nieuwe papieren. Het was onmogelijk voor Groot-Brittannië om aan te tonen dat de lading van een schip na aankomst in een Nederlandse haven doorgevoerd zou worden naar Duitsland.

Gelukkig voor Nederland verklaarde de Engelse regering de Londense declaratie van toepassing. Op dezelfde dag echter dat de Engelse regering de Londense declaratie van toepassing verklaarde werden er aanpassingen toegevoegd in de eerste zogenaamde ‘Order in Council’(20 augustus 1914). Deze ‘Order in Council’ breidde de lijst met goederen die beschouwd werden als absolute contrabande (verboden goederen) uit ten koste van de relatieve contrabande goederen. Het onderscheid tussen relatieve contrabande goederen en absolute contrabande goederen verdween zelfs helemaal. De tweede ‘Order in Council’ (29 oktober 1914) kwam er op neer dat alle goederen bestemd voor Duitsland gezien zouden worden als contrabande door de Britse overheid. Dit was inclusief goederen uit de vrije lijst. De lijst met goederen die bij een inspectie van de Engelsen in beslag zouden worden genomen werd steeds groter.

Niet alleen de import naar Nederland viel hiermee onder de blokkadepolitiek van Groot-Brittannië maar ook de export vanuit Nederland. Zo mocht een product niet uit meer dan 25% Duitse onderdelen bestaan. Boven deze 25% zou het product beschouwd worden als Duits en zou het door Groot-Brittannië in beslag worden genomen.

Mijnen en torpedo’s

Hoewel Nederland neutraal was werden er ook Nederlandse koopvaardijschepen tot zinken gebracht. Door de Engelsen werden er mijnen in de Noordzee en het kanaal gelegd. Hoewel er een vrije doorgang bestond voor neutrale schepen kwam het vaak voor dat de mijnen los raakten.

Op 18 februari 1915 verklaarde de Duitse regering de wateren rond Groot-Brittannië en Ierland tot oorlogsgebied waarin ook neutrale schepen gevaar zouden lopen. Het totaal aan verloren Nederlandse koopvaardijschepen ten tijde van de Eerste Wereldoorlog bedroeg 147.

Nederlandse Overheid

De Nederlandse overheid was slecht voorbereid toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Er waren geen voedselvoorraden aangelegd. Op 3 augustus 1914 werd dan ook een wet aangenomen die de regering in staat stelden gehele of gedeeltelijke uitvoerverboden in te stellen. Uitvoerverboden voor paarden, stro, steenkool, cokes, etenswaren, goud en zilver werden zo al vroeg ingesteld. Naast het moeilijk maken van doorvoer naar Duitsland door de Engelsen kromp dus ook de totale hoeveelheid te vervoeren lading in Europa.
Door het zinken van Nederlandse koopvaardijschepen en de verkoop van schepen aan het buitenland in de eerste jaren van de oorlog kromp de Nederlandse koopvaardijvloot snel. Er werden meer schepen verkocht dan er werden gebouwd. Op 18 maart 1916 vaardigde de Nederlandse overheid de Schepenuitvoerwet uit. Schepen mochten alleen verkocht worden met schriftelijke toestemming van de minister van Landbouw, Nijverheid en Handel. Ook hier zien we dus dat de mogelijkheid van profiteren door de Nederlandse overheid vrijwel onmogelijk werd gemaakt.

Naast deze schepenuitvoerwet van 1916 werd op 10 februari 1917 de schepenvorderingswet uitgevaardigd. Dit betekende dat de Nederlandse overheid schepen kon vorderen voor het vervoer van levensmiddelen en grondstoffen.

Kolen

Een groot gedeelte van de Nederlandse handelsvloot in de Eerste Wereldoorlog bestond uit stoomschepen. Groot-Brittannië was de bezitter van een aantal belangrijke tussenstations voor het zogenaamde ‘bunkeren’ van kolen op de reis naar Nederlands-Indië. De opening van het Suezkanaal in 1869 had gezorgd voor een opbloei van de scheepvaart en handel tussen Nederland en Nederlands-Indië. De reis naar Nederlands-Indië werd door de opening van het Suezkanaal sterk verkort. In 1882 werd Egypte echter in feite een protectoraat van Groot-Brittannië. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werden er echter geen kolen meer geleverd aan neutrale schepen.

De schepen moesten na het stopzetten van het bunkeren van kolen in het Suezkanaal de reis naar Nederlands-Indië verleggen via Kaap de Goede Hoop. Nadat ook daar het bunkeren werd stopgezet werd de reis via het Panamakanaal voortgezet. In oktober 1917 echter verbood de Verenigde Staten het bunkeren van kolen voor schepen op weg naar een aan Duitsland grenzende neutrale staat. Hiermee stond het hele zeeverkeer van en naar Nederland stil.

Droit d’angarie

Op 20 maart 1918 werd de zogenaamde “droit d’angarie” uitgevaardigd door de Geallieerde landen. Alle op dat moment in Geallieerde havens bevindende schepen werden in beslag genomen ten behoeve van de oorlogsinspanningen. In totaal werden er tijdens de oorlog 155 schepen in beslag genomen door de Geallieerden. Deze inbeslagname was de laatste klap voor de Nederlandse handel. In november van 1918 kwam er eindelijk een einde aan de Eerste Wereldoorlog.
© 2013 - 2019 Benvl, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Militaria: verzamelen van legervoorwerpenMilitaria: verzamelen van legervoorwerpenEr is een levendige handel in allerlei militaire voorwerpen. Het verzamelen va allerlei voorwerpen die zich afspelen ron…
Adolf Hitler: tijdens de Eerste WereldoorlogNaast dat Adolf Hitler vooral veel invloed heeft gehad tijdens de Tweede Wereldoorlog, was hij ook betrokken bij de Eers…
Waardevolle Dinky ToysWaardevolle Dinky ToysDinky Toys kunnen nog altijd veel geld opbrengen. De Dinky Toy is een modelauto die door het gelijknamige Britse bedrijf…
Soorten kampen in Tweede WereldoorlogDe Tweede Wereldoorlog is de grootste oorlog van de laatste 100 jaar. Door de Duitsers werden er in ons land verschillen…
Exporteren naar de Verenigde StatenExporteren naar de Verenigde StatenDe Verenigde Staten zijn een van de grootste handelspartners van Nederland. Er wordt veel geëxporteerd naar Amerika. Dit…
Bronnen en referenties
  • Travers, T.H.E., Technology, Tactics, and Morale: Jean de Bloch, the Boer War and British Military Theory, 1900-1914, in Journal of Modern History, Vol. 51, juni 1979
  • Moeyes, P., Buiten Schot, Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918, (Amsterdam, 2001).
  • Colenbrander, H.T., “De internationale positie van Nederland tijdens, voor en na den wereldoorlog” in: H. Brugmans, Nederland in den oorlogstijd, (Amsterdam, 1920)
  • Smit C., “Nederland in de Eerste Wereldoorlog“, (Groningen 1973)
  • Treub, M.W.F., Oorlogstijd, herinneringen en indrukken, (Amsterdam, 1916)
  • Idenburg, A.W.F., A.C.D. de graeff, : Nederlandsch-Indië onder den invloed van den oorlog” in: H. Brugmans, Nederland in den oorlogstijd, (Amsterdam, 1920)
  • Hoogendijk, J.H., De Nederlandsche koopvaardij in den oorlogstijd (1914-1918), eigen ervaringen van gezagvoerders, stuurlieden en andere opvarenden, (Amsterdam 1930)

Reageer op het artikel "Nederland in de Eerste Wereldoorlog (tussen twee vuren)"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Hans Vles, 08-08-2016 11:35 #1
In 1916 kocht dr.ir. Cornelis De Groot een boogzender in de USA van de fabrikant: Federal Telegraph Corporation in Palo Alto (bij San Francisco) of van een gebruiker in de USA. Deze zender was bedoeld voor Indië en werd per schip verzonden naar Batavia. Omdat een telegrafiezender contrabande was vermeldden de scheepspapieren: disinfectant oven. Een voeding noch antennemasten werden meegeleverd. Bron: een brief van ir. W.A.J. Liebert die voor De Groot werkte.

De zender werd op de Malabar operationeel gemaakt met een tramdynamo van de Tramwegmij te Batavia, aangedreven door een vliegtuigmotor. Liebert had de leiding over de constructie van de wereldberoemde bergkloofantenne. De Nederlandse regering had grote behoefte aan een rechtstreekse radio-telegrafie verbinding (voor vercijferde morsecode). In Nederland werd hiervoor Kootwijk gebouwd. Ik zoek bevestiging voor het contrabande deel van dit verhaal: dit was in oorlogstijd buitengewoon riskant: Nederland wilde neutraal blijven! Deze eerste boogzender heeft goed gewerkt en werd opgevolgd door een veel zwaardere machine. HV.

Infoteur: Benvl
Laatste update: 25-04-2018
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Oorlog
Bronnen en referenties: 7
Reacties: 1
Schrijf mee!