InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Taal > Het Nederlands over honderd jaar

Het Nederlands over honderd jaar

Heb je er wel eens over nagedacht hoe het zou zijn om honderd jaar vooruit in de tijd te gaan? Misschien is er zoveel technologische vooruitgang geweest dat dingen normaal zijn geworden die we nu niet voor mogelijk houden. De makers van tijdreisfilms laten hun fantasie de vrije loop, in het bedenken van toekomstige voertuigen, huizen en gadgets. Maar weet je wel dat als je opeens honderd jaar verder in de tijd bent, je de mensen uit je eigen land misschien niet eens meer kan verstaan? Hier merk je nooit wat van in die films.

Waardoor verandert taal?

Hoe komt het eigenlijk dat een taal, gesproken door zoveel mensen, compleet kan veranderen? Taal leeft, de regels erin liggen pas vast zodra hij niet meer gesproken wordt, en dus een dode taal is. De taal ontstaat doordat hij gesproken wordt. En door hem te spreken kunnen mensen hem veranderen. Dit gaat natuurlijk geleidelijk. Iemand gebruikt bijvoorbeeld een woord op een nieuwe manier, en mensen nemen dit van hem over. Langzaam verspreidt zo'n fenomeen zich, totdat zoveel mensen het woord zo gebruiken, dat dit normaal wordt. Dan is de taal veranderd. En dit gebeurt natuurlijk met een heleboel kleine aanpassingen tegelijkertijd, die samen voor grote veranderingen kunnen zorgen.

Soorten taalverandering

Er is onderscheid in de verschillende manieren waarop een taal kan veranderen. Zo is er een fonologische verandering, een verandering in de klank. Dit zie je terug in het verschil tussen de Duitse woorden 'alt', 'kalt' en 'halten' en de Nederlandse versies ervan: 'oud', 'koud' en 'houden'. Het is duidelijk dat deze woorden dezelfde oorsprong hebben, maar dat de klank ervan in de verschillende talen anders is geëvolueerd. Fonologische verandering is ook systematisch, zoals je ziet in het voorbeeld, waarin de 'a' altijd door 'ou' te vervangen is. Morfologische verandering is de verandering van woordvormen. Denk hierbij aan naamvallen, die hebben wij niet in het Nederlands, maar waren oorspronkelijk wel aanwezig, net als nu in het Duits nog. Verder ontstaan er natuurlijk ook nieuwe woorden, vaak overgenomen uit het Engels. Dit zijn lexicale veranderingen. Semantische veranderingen zijn de verandering van de betekenis van woorden. Het woord 'varen' betekende vroeger hetzelfde als het Duitse 'fahren', maar nu is de betekenis ervan beperkt tot verplaatsing over water.

Het Nederlands over honderd jaar

Aangetast door de nieuwe media?

Veel mensen denken dat nieuwe media als Twitter en ook sms-taal ervoor zorgen dat het Nederlands steeds slechter wordt gesproken. Vooral jongeren maken gebruik van deze media. Zij gebruiken heel veel Engelse woorden en uitspraken, schrijven vaak zonder hoofdletters en punten, en voegen woorden samen tot nietbestaande woorden, om minder te hoeven typen. Echter, dit hoeft de algemene taalvaardigheid niet minder te maken. Codeswitching betekent het schakelen tussen verschillende manieren van communiceren, verschillende talen, spreektaal en schrijftaal, taal in formele en informele situaties en in verschillende gezelschappen, sociolecten. Dit is iets waar de meeste mensen goed genoeg in zijn, om de verschillende talen elkaar niet aan te laten tasten. Jongeren die constant in sms-taal communiceren, kunnen dan ook prima standaard Nederlands schrijven en spreken.

Iedereen spreekt straattaal?

Straattaal wordt over het algemeen gezien als iets negatiefs, iets rebels, iets simpels. Het wordt niet gezien als fatsoenlijke taal, het is van laag niveau. Wat de taal kenmerkt is het gebruiken van allerlei exotische woorden. Straattaal wordt namelijk onder andere veel gesproken door tweede en derde generatie migranten. Zij spreken onderling verschillende talen en deze mengen zich zo met het Nederlands. Maar in een straattaal zijn niet alleen de vreemde woorden relevant. Deze verschijnen en verdwijnen zo snel, dat ze niet echt de kans krijgen de taal te veranderen. Juist de verandering in uitspraak en zinsbouw van het Nederlands is interessant, deze is namelijk blijvend en lijkt kenmerkend te zijn voor hoe taal zich überhaupt ontwikkelt. Eén van de kenmerkende veranderingen is het verdwijnen van het woord 'het' als lidwoord. Dit is het lidwoord van de onzijdige zelfstandige naamwoorden, de mannelijke en vrouwelijke hebben 'de' als lidwoord'. Het verschil tussen 'de' en 'het' als lidwoord is moeilijk aan te leren, omdat het in het Nederlands meestal niet belangrijk is welk geslacht een woord heeft en het dus geen functie lijkt te hebben in de taal om een onderscheid tussen de lidwoorden te maken. En deze verandering zit eraan te komen in het standaard Nederlands. Onderdelen van een taal die geen functie hebben, maar wel moeite kosten om aan te leren, verdwijnen. Dit gebeurt altijd al, maar dit gebeurt nog sneller met de invloed van de sprekers van andere talen op het Nederlands.

Afrikaans als het toekomstige Nederlands?

Het Afrikaans is een taal die zich uit het Nederlands heeft ontwikkeld, maar dit sneller heeft gedaan dan het Nederlands in Nederland zich ontwikkelde. Hieraan kunnen we zien welke veranderingen ons te wachten staan. Veranderingen in het Afrikaans zijn bijvoorbeeld het verdwijnen van uitgangen van werkwoorden, en wederom van het verschil tussen de lidwoorden. Het verdwijnen van de lidwoorden is om dezelfde reden in Zuid-Afrika gebeurd als het nu in de straattaal gebeurt. Het gebruik ervan kost moeite, en het voegt niets toe aan de taal. En zo is het ook met de uitgangen van werkwoorden. Je ziet duidelijk dat dit moeite kost, doordat mensen continu d/t-fouten maken. En taal verandert door de luiheid van mensen. In het Afrikaans blijft het werkwoord in elke vorm dan ook hetzelfde. Had het gebruik van verschillende vormen dan niet een functie? Dat was ooit wel het geval, maar nu plakken we gewoon 'ik' of 'jij' voor het werkwoord, en zo weten we over welke persoon het gaat. In het Latijn bijvoorbeeld, een oude taal, was dit niet nodig. Daar schreef je 'loop' in plaats van 'ik loop', omdat je aan de vorm van het woord kon zien welke functie het had. Ook naamvallen waren enorm belangrijk. In de meeste moderne talen is dit niet meer het geval, wat illustreert dat talen met naamvallen vaak in talen zonder naamvallen evolueren.

Alleen nog maar Engels?

Er zijn veel mensen die eigenlijk niet zo geloven dat er over honderd jaar nog Nederlands is, of in elk geval geen Nederlands dat overal gesproken wordt. Wij zouden langzaam overschakelen op Engels praten, omdat dit makkelijker is in de communicatie met het buitenland. En omdat dit in de toekomst steeds belangrijker wordt, landen zullen steeds meer gaan samenwerken en landsgrenzen zullen minder relevant worden, is het mogelijk dat het voor kinderen praktischer wordt om Engels te leren dan Nederlands. Misschien zal er wel een soort dialect ontstaan, een vorm van het Engels die op het Nederlands lijkt, of zal het Nederlands zelf in een dialect veranderen. Hoe groot de impact van de internationalisering van ons land is, is nog niet duidelijk. Wel zijn er al tekenen zichtbaar in de taal, het Nederlands zit immers al vol Engelse woorden, vooral nieuwe uitvindingen en onderwerpen gerelateerd aan het internet en technologie krijgen vaak Engelse namen. Het Nederlands begint dus al op het Engels te lijken, maar in hoeverre zal deze beweging zich voortzetten?

Het Nederlands over vijfhonderd jaar

Columnist Marc van Oostendorp, van het Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek, heeft een poging gedaan te voorspellen hoe een gesprek in het 'Nederlands' zou plaatsvinden over vijfhonderd jaar. Het volgende gesprekje vertaalde hij:

"Ik heb hier donderdag vijf pond zoete appels gekocht. Die waren rot!
Dat kan gebeuren. In plaats daarvan krijgt u een potje met verse honing."


Over vijfhonderd jaar zou dat ongeveer zo moeten klinken:

"Kep koup twei kelou soot appel sjinkse. Hep sain rot!
Kan buir. Je kraig in plaats vaarfan 'n fers bilem pot."


Wat is er veranderd?

Als eerste is het belangrijk op te merken dat de zinnen beduidend korter zijn geworden. Dit is het gevolg van de versimpeling van de taal, die altijd gaande is, doordat mensen nu eenmaal 'lui' zijn. Ook zijn er geen verbuigingen en vervoegingen meer. In het Nederlands van nu vind je nog weinig naamvallen en dergelijke, maar over vijfhonderd jaar zijn we misschien zover dat alle verbuigingen en vervoegingen verdwenen zijn. De verleden tijd van een werkwoord wordt dan ook niet aangegeven met een vervoeging, maar met het hulpwerkwoord 'ep', 'heb'. Omdat het vervormen van woorden is verdwenen, is de woordvolgorde in de taal strikter en regelmatiger geworden. Je moet hier immers vaak aan aflezen wat de functie van een woord is, als je dit niet aan de uitgang kunt zien. De volgorde is geworden zoals hij in het Frans, Engels en Chinees is: eerst het onderwerp, dan het werkwoord en dan het lijdend voorwerp. Ook klanken veranderen natuurlijk met de tijd. De 'v' is een 'f' geworden en de 'z' een 's'. Dat betekent dat ze stemloos worden, en zo gemakkelijker uit te spreken. Ook klinkers veranderen, en worden 'verlaagd', zoals dat heet. De 'ie' wordt 'ee', de 'ee' wordt 'ei' en de 'ei' wordt 'ai. Marc denkt ook dat onze taal door het Chinees beïnvloed zal worden, door al het handelscontact. Zo zouden de namen van de weekdagen worden overgenomen, vervormingen ervan, bijvoorbeeld 'sjinkse' voor 'donderdag'. 'Honing' zou 'bileme' worden, een woord uit het Azeri. Dit is misschien wat vergezocht, maar is wel mogelijk. We zouden het woord hebben overgenomen omdat er in Nederland geen bijen meer zijn, ze zijn uitgestorven door de 'bijenziekte'. Het is dus mogelijk een taal te construeren, die zou kunnen lijken op het Nederlands van de toekomst, maar hierbij moet veel gegokt worden. De toekomst is nu eenmaal niet te voorspellen, en we hebben geen idee hoe het met de bijen zal aflopen.

Lees verder

© 2014 - 2019 Juliaheerink, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Basis Chinees (wegwijs in China)Inderdaad, als u al westerse toerist naar China trekt, is de kennis van Engels alleen zeker niet voldoende! Taxichauffeu…
Wat is nu precies straattaal?Je hoort steeds vaker woorden waar je van denkt; wat betekent dat nu weer? Word ik ouderwets? Dat zal zeker niet het gev…
Het Afrikaans, zustertaal van het NederlandsOfficieel is het Afrikaans geen Nederlands. Je mag het gerust een zustertaal noemen. Het Afrikaans heeft zich ver uitges…
Zuid-Afrikaans, een koddig taaltje?Zuid-Afrikaans, een koddig taaltje?Zuid-Afrikaans zien wij vaak als een koddig taaltje, met grappige woorden. Klopt dat beeld wel? in dit artikel lees je w…
[Duits] Naamvallen in het Duits[Duits] Naamvallen in het DuitsDit is een gedeelte van de Duitse grammatica. Het betreft hier een duidelijk overzicht van de naamvallen en voorzetsels…
Bronnen en referenties
  • http://neon.niederlandistik.fu-berlin.de/nl/nedling/taalgeschiedenis/taalverandering/
  • http://www.taalcanon.nl/vragen/veranderen-nieuwe-media-de-taal/
  • http://www.kennislink.nl/publicaties/straattaal-of-het-nederlands-van-de-toekomst
  • http://taalschrift.org/editie/101/afrikaans-zo-spreken-wij-over-honderd-jaar-ook
  • http://nederl.blogspot.nl/2012/03/de-toekomst-van-het-nederlands.html

Reageer op het artikel "Het Nederlands over honderd jaar"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Juliaheerink
Gepubliceerd: 19-02-2014
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Taal
Special: Toekomst
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!