InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Volkeren > Angkor: Het verdwenen rijk van de Khmer

Angkor: Het verdwenen rijk van de Khmer

Angkor. Een naam als een klok en een tempelsite zonder gelijke. Wie door Zuidoost-Azië reist kan er onmogelijk naast, een bezoek dringt zich op. Maar wie waren de bouwers van al dit moois? En waar zijn ze gebleven?

Ontstaan en bloei van Angkor

De stad Angkor is het hoogtepunt en de vroegere hoofdstad van het Khmer-rijk, ooit in Zuidoost-Azië een uitgestrekt rijk dat zich op bepaalde momenten uitstrekte van halfweg Vietnam tot de grenzen van het huidige Myanmar, van delen van Laos tot een heel stuk van zuidelijk Thailand. Dat rijk beleefde zijn bloeiperiode tussen de 9de en de 13de eeuw. We spreken dan ook van een Pre-Angkor periode (van ongeveer het begin van onze jaartelling tot begin 9de eeuw), een Angkor-periode (9de-13de eeuw) en een Post-Angkor periode (13de-15de eeuw).

Het volk dat verantwoordelijk was voor deze bloeiende cultuur, het ontstaan van dit rijk en de bouw van een aantal fabuleuze tempels waren de Khmer, nog steeds de overheersende etnische bevolkingsgroep in het huidige Cambodja. De naam Cambodja zou afgeleid zijn van Kambu(ja), een Indiase rondzwervende monnik die de oorsprong van het Khmer-volk zou vormen. Deze figuur kreeg immers - volgens de legenden - van hindoegod Shiva een hemelse nimf als echtgenote, genaamd Mera. Een samensmelting van de namen Kambu en Mera zou dan vermoedelijk de etymologische oorsprong zijn van het woord Khmer.

Het Angkor-rijk zou ontstaan zijn uit een aantal vroegere rijkjes die in de regio ontstonden: Funan, een handels- en zeevaardersnatie die gevestigd was in het waterrijke gebied van de Mekong-delta (in het huidige Zuid-Vietnam) en een belangrijke commerciële rol speelde in de regio, en later het Chenla-rijk. Beide rijkjes volgden elkaar op en gaven uiteindelijk de oorsprong aan het Angkor-rijk. Door uitvoerige overzeese contacten met onder meer Indiase kooplui waren de beide culturen sterk geïndianiseerd (religie, taal, gebruiken).

De "devaraja"-cultus

De bloei begon toen koning Jayavarman II een brahmaanse priester uit India liet overkomen en zich tot "devaraja" of "god-koning" liet wijden. Dit gebeurde tijdens een ceremonie waarbij de figuur van de koning eigenlijk vereenzelvigd werd met de figuur van de hindoegodheid Shiva. Vanaf dit moment was de koning een verpersoonlijking op aarde van de god Shiva. Dat betekende meteen ook dat niemand het recht had om hem tegen te spreken, laat staan tegen te werken. Deze gebeurtenis vormt dan ook één van de belangrijke elementen die aan de oorsprong liggen van de groei van Angkor. We schrijven 802 na Christus, de datum die geldt als de begindatum van de Angkor-periode (einde van de Pre-Angkor-periode).

Waarom Angkor groot werd

Uiteraard kon het rijk niet alleen groeien op basis van het gegeven van de god-koning "devaraja". Er waren ook praktische redenen. De belangrijkste hierbij was de hidrografie. Het rijk van de Khmer was immers vooral gebaseerd op landbouw en wie afhankelijk is van de landbouwopbrengst heeft uiteraard nood aan een goede watervoorziening en irrigatie. De systemen die de Khmer-ingenieurs hadden uitgedacht en uitgewerkt zorgden ervoor dat de hoofdstad watervoorziening had voor duizenden inwoners, dat een heel groot gebied constant voorzien was van irrigatie én beschermd was tegen overstromingen. Het hidraulische systeem van de Khmer lag dan ook sowieso mee aan de basis van hun succes.

Een belangrijk element in dit systeem was de aanleg van enorme spaarbekkens, de zogenaamde 'baray'. De eerste koning die een dergelijk bekken liet aanleggen was Indravarman I. In zijn opdracht bouwde men het bekken dat nu gekend is als Indratatakata, een spaarbekken van 3200 meter op 750 meter. Later liet koning Yasovarman I de Oost-baray aanleggen (een gigantisch bekken van 7000 op 1800 meter) en nog later werd de West-baray aangelegd (8000 op 2100 meter), in opdracht van koning Suryavarman I (het enige bekken dat op vandaag nog met water is gevuld).

Deze bekkens konden overtollig water opvangen en konden via kanaaltjes zorgen voor de bevloeiing van honderden vierkante kilometer landbouwgrond. De barays werden dan ook gezien als heel belangrijk en levengevend en werden daarom vaak betrokken in rituelen en ceremonieën rond vruchtbaarheid. Sommige bekkens kregen een tempeltje, midden in het kunstmatige meer.

Dit vernuftige hidraulische systeem en de goede irrigatietechnieken zorgden ervoor dat er heel wat landbouwoverschotten geproduceerd werden, wat er opnieuw voor zorgde dat heel wat mensen niet meer op het land hoefden te werken om in hun levensonderhoud te voorzien. Deze werkkrachten waren beschikbaar voor andere zaken, iets waar de koningen gretig gebruik van gingen maken. Al snel begon men met de bouw van steden en tempels.

Artistieke tempelbouwers

Aanvankelijk trok men tempels op uit baksteen. De stenen werden opeengestapeld om zo tot een soort tempeltorens te komen. Deurlijsten en ramen werden vaak afgewerkt met sculpturen of bas-reliëfs in zandsteen. Soms werd het geheel bedekt met een laag stucwerk en gedecoreerd. Een aantal van deze eerste bakstenen tempeltorens is bewaard gebleven en kan vandaag nog bezocht worden tijdens een bezoek aan de Angkor-tempels in de buurt van het Cambodjaanse Siem Reap (bijvoorbeeld Pre Rup of Prasat Kravan).

Ondertussen groeide het Khmer-rijk verder en wat ooit buiten de grenzen van het rijk lag, kwam nu binnen handbereik. De Kulen-heuvels (in het huidige noorden van Cambodja) bleken al snel een bijna onuitputtelijke bron van zandsteen en deze grondstof werd vanaf nu massaal gebruikt bij de bouw van de tempels. Zandsteen is immers zacht en heel gemakkelijk te bewerken en te sculpteren, iets wat voor de beeldhouwers van Angkor ideaal was. In deze periode ontstonden dan ook heel wat schitterende tempels die nu nog steeds kunnen bezocht worden.

Steen werd echter alleen gebruikt voor de bouw van tempels. Gewone huizen en ook paleizen werden grotendeels opgetrokken uit hout en andere vergankelijke plantaardige materialen. Vandaag de dag kunnen we de Angkor-cultuur dan ook enkel leren kennen via hun tempels. Woonhuizen, paleizen, opslagplaatsen en ziekenhuizen zijn allemaal verdwenen en enkel nog te traceren door afbeeldingen in de talrijke bas-reliëfs en via kronieken van de Chinese gezant Zhou Daguan die via uitgebreide verslagen over zijn verblijf in het 13de-eeuwse Angkor één van de beste informatiebronnen vormt rond het alledaagse leven in het toenmalige Khmer-rijk.

Bouwmaterialen

Naast zandsteen gebruikten de Khmer nog een aantal andere bouwmaterialen. Eén van de belangrijkste hiervan was lateriet. Lateriet is een poreus en ijzerhoudend gesteente dat heel veel vocht opslorpt. Zolang het in de bodem zit en vocht bevat is het vrij zacht maar eenmaal lateriet in de buitenlucht droogt wordt het immens hard. Het is echter ook heel poreus en brokkelig en leent zich dus totaal niet om te bewerken of te sculpteren. Lateriet werd door de Khmer dan ook gebruikt om paden te plaveien, om concentrische buitenmuren rond een tempelcomplex mee op te trekken of als basis, als fundament voor de eigenlijke tempels. Hout werd ook bij de stenen tempels nog gebruikt, met name als steunbalken, maar ook af en toe nog als gedecoreerde deurstijlen. Metaal was een ander materiaal dat decoratief gebruikt werd.

Het interieur van de centrale toren van een aantal belangrijke tempels was geregeld bekleed met gouden of koperen platen (gaten in de kale muren van de torens nu wijzen erop dat die metalen platen via uitstulpingen in die gaten werden bevestigd) en ook de buitenzijde van sommige centrale torens was volgens de Chinese kroniekschrijver Zhou Daguan bekleed met goud of koper. Tot slot werd ook vaak stucwerk gebruikt om de tempels te versieren. De specie werd gemaakt van kalk, zand, sap van de suikerpalm, termietenklei en tamarinde-sap.

Kloostercomplexen en tempelbergen

Sinds de start van de ‘devaraja’-cultus begon elke nieuwe koning 1 of meerdere tempels te bouwen die zijn grootsheid en zijn heiligheid in de verf moesten zetten. Al gauw probeerde elke volgende koning de vorige te overtreffen door een nog grotere en complexere tempel te laten bouwen. Als rode draad doorheen de constructies kunnen we twee bouwplannen terugvinden. Een deel van de tempels kreeg de vorm van een monastiek complex, een klooster dus als het ware; een ander deel werd opgetrokken volgens het principe van de tempelberg.

Monastieke complexen bestonden uit enorme ommuurde gebieden waar verschillende concentrische muren na elkaar de afbakening vormden voor een steeds heiliger gebied. Centrale paden leidden van de buitenste zones naar het centrale gedeelte, steevast een centrale tempeltoren. In de eerste, buitenste zones stonden ooit veel houten bouwwerken die dienden als woonplaatsen voor de monniken die effectief in deze tempelcomplexen woonden (zoals in een klooster).

De tempelbergcomplexen vormen een symbolische voorstelling van de in de hindoe-mythologie heilige Meru-berg, de woonplaats van de goden. Deze mythische berg heeft vijf pieken en veel van de tempelbergen hebben dan ook vijf torens op het bovenste platform. Rond het hoge centrale gebouw vinden we vaak opnieuw concentrische galerijen, muren en grachten die een voorstelling zijn van de verschillende bergketens en oceanen die de Meru-berg omringen. Het voorbeeld bij uitstek van een dergelijke tempelberg is uiteraard de Angkor Wat-tempel zelf, zowat het hoogtepunt van de Khmer-tempelbouw.

In alle ommuringen (zowel bij de monastieke complexen als bij de tempelbergcomplexen) vinden we talrijke reusachtige poorten terug die telkens door een soort toren zijn bedekt. Deze poorten noemt men gopura’s (naar het voorbeeld van de poorttorens in Zuid-Indiase tempels) en zijn meestal in elke windrichting terug te vinden. De gopura’s van de Angkor-tempels zijn altijd getooid met decoratieve, florale elementen, met mythologische taferelen en figuren en heel vaak met vier reusachtige gezichten bovenaan, uitkijkend naar elke richting (dit zijn de tempels die gebouwd werden onder koning Jayavarman VII, de laatste grote Khmer-koning – de vier gezichten zouden een afbeelding zijn van de koning zelf volgens sommigen, of eerder een afbeelding van Avalokitesvara, de bodisatva van het medelijden, volgens anderen).

Een heel opvallend decoratief element bij nagenoeg alle tempels zijn de grote aantallen “hemelse nimfen” of “apsara’s”. Deze bevallige vrouwelijke figuren zijn enorm fijn uitgewerkt en sieren muren, poorten, torens, deuren en ramen. Als goddelijke vertegenwoordigers fleuren zij in al hun gratie de verschillende tempels op. Elk van hen behoudt ook een stuk eigenheid want een aandachtig oog zal al gauw merken dat heel veel van de apsara’s een verschillend kapsel hebben, of andere kledij of juwelen, een andere blik of glimlach. De apsara’s vormen meteen ook een heel typisch kenmerk van de Khmer-architectuur.

Start van het verval

De bouwwoede van de Khmer ging een paar eeuwen voort en bereikte een hoogtepunt onder koning Jayavarman VII die vaak als de laatste grote koning van de Khmer gezien wordt (1181-1220). De man slaagde er immers in om de aartsvijand, de Cham, terug te drijven en het Cham-rijk (gebied van het huidige Centraal-Vietnam, zie artikel "Cham, een verdwenen cultuur") in het Angkor-rijk in te lijven. Na de beslissende slag tegen de Cham richtte hij zijn aandacht op de bouw van talrijke tempels, ziekenhuizen, herbergen. Heel wat tempels die door hedendaagse bezoekers tot de toppers van Angkor gerekend worden, werden onder zijn heerschappij gebouwd (waaronder de befaamde Bayon-tempel met de bekende reusachtige gezichten op alle torens van het tempelcomplex).

Uiteindelijk werd deze extreme bouwwoede vermoedelijk ook wel één van de oorzaken van het verdwijnen van het Khmer-rijk van Angkor. Immers, door alle aandacht toe te spitsen op het bouwen van ettelijke tempels werd de nodige werkkracht al te veel in beslag genomen. Bovendien raakte de onuitputtelijk geachte voorraad zandsteen stilaan toch uitgeput. Men diende verder op zoek te gaan naar verder afgelegen voorraden en ook dat eiste meer tijd en moeite. De bevolking raakte stilaan vermoeid en uitgeput. Het zo belangrijke irrigatiesysteem werd verwaarloosd en al snel kwam de landbouw in problemen. Minder landbouwoverschotten, hier en daar een overstroming, schermutselingen en gevechten met de opkomende regionale macht van de Thai, het waren allemaal elementen die meespeelden in het inzettende verval van Angkor. Koning Jayavarman VII had zich bovendien tot het Theravada-boeddhisme bekeerd, waardoor zijn gepriviligeerde positie als hindoeïstische “devaraja”, god-koning, verloren ging. De bevolking zag hem niet meer als de vertegenwoordiger van Shiva op aarde en vond dat ze hem dan ook niet meer zomaar blindelings diende te gehoorzamen.

De val, teloorgang en herontdekking van Angkor

De strijd met de naburige Thai werd steeds heviger en uiteindelijk zouden de Thai Angkor plunderen en innemen in 1431. De koningen van Angkor verlieten het gebied en trokken oostwaarts om er een nieuwe hoofdstad te stichten, het huidige Phnom Penh, de hoofdstad van het moderne Cambodja.

De vroegere hoofdstad Angkor werd min of meer aan zijn lot overgelaten – afgezien van een aantal monniken die in de tempels bleven leven en de gebouwen onderhielden. Toch deed de tand des tijds en de oprukkende natuur het nodige en Angkor raakte verborgen in de Cambodjaanse jungle. Verschillende avonturiers en ontdekkingsreizigers vonden de tempels in de loop van de 16de, 17de en 18de eeuw maar hun opmerkingen en verslagen bleven onopgemerkt in het westen. Pas toen de Fransman Henri Mouhot de tempels in de tweede helft van de 19de eeuw terugvond (1860) en erover berichtte in Europa raakten Angkor en haar fabuleuze tempels bekend. Het Franse instituut Ecole Française de l’Extrème Orient (EFEO) maakte al gauw werk van uitgebreide restauratiewerken maar een woelige tweede helft van de 20ste eeuw zorgden ervoor dat al deze werken verschillende decennia stil kwamen te liggen. Pas sinds de tweede helft van de jaren 1990 zijn de werkzaamheden terug opgestart en opende Angkor zich voor de wereld.
© 2011 - 2019 Youriblieck, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Cambodja, een land met een wereldwonder!Het toerisme is in Cambodja nog maar weinig ontwikkeld, ook al beschikken ze over misschien wel de mooiste tempel ter we…
Hoe bezoek ik Angkor Wat in Cambodja; tips en adviezenHoe bezoek ik Angkor Wat in Cambodja; tips en adviezenAngkor Wat, gelegen in de provincie Siem Reap in Cambodja, is de belangrijkste tempel van het tempelcomplex Angkor, één…
Zelfstandig rondreizen en Backpacken in CambodjaCambodja is een geweldig en veilig land om te backpacken en op jezelf rond te reizen. Cambodja heeft prachtige tempels,…
Angkor Wat in CambodjaAngkor Wat in CambodjaAngkor Wat in Cambodja en de andere stenen tempels in de oude hoofdstad van de Khmer werden gebouwd voor godkoningen. Om…
Tempelcomplex Angkor, de belangrijkste tempels op een rijtjeTempelcomplex Angkor, de belangrijkste tempels op een rijtjeAngkor Wat, gelegen in de provincie Siem Reap in Cambodja, is de belangrijkste tempel van het tempelcomplex Angkor, één…

Reageer op het artikel "Angkor: Het verdwenen rijk van de Khmer"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Youriblieck
Laatste update: 22-04-2011
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Volkeren
Schrijf mee!