Geschiedenis en Bartholomeus Diaz

Belangrijke ontdekkingsreizen: Afrika

Belangrijke ontdekkingsreizen: Afrika

Tweeduizend jaar geleden drongen de Romeinen een eindje de Sahara in, ten zuiden van hun Noordafrikaanse nederzettingen. Duizend jaar geleden reisden Arabieren regelmatig per kameel deze woestijn door, om handel te drijven. Maar tot 1400 bleef het binnenland gesloten voor de Europeanen: de weg over land was afgegrendeld door Moslims. Daarom onderzochten zij de kusten. De Portugezen waren de eersten die begin 15e eeuw de westkust van Afrika begonnen te onderwerpen.


De Portugese tochten

Omstreeks 1440 hadden de Portugezen Kaap Verde, de uiterste westpunt van Afrika, bereikt. De volgende mijlpaal was de monding van de Niger in de Golf van Guinea. In 1485 had Diogo Cao de Steenbokskeerkring zuidwaarts overschreden en de monding van de brede Kongorivier verkend. Twee jaar later voer Bartholomeus Diaz deze rivier voorbij en zeilde verder, om vervolgens de zuidelijke punt van Afrika - Kaap de goede Hoop - te omzeilen. De Portugese dromen van een zeeroute naar de rijke specerijlanden van Azië werden toen spoedig bewaarheid. In 1498 voltooide Vasco da Gama, bijgestaan door Diaz' stuurman, de tocht naar India. Onderweg ontdekte hij belangrijke havensteden in Oost-Afrika.

Begin slavenhandel

Rond 1500 hadden de Europeanen tenslotte een duidelijke voorstelling van Afrika's kustlijn. Snel daarna namen de Hollanders, Fransen, Portugezen en Engelsen enclaves aan de kust in bezit. Nog steeds waagden alleen de plaatselijke bewoners zich in het binnenland, waar zij dorpen overvielen en jacht maakten op slaven. Gebrek aan kennis van het land belette de Europeanen echter niet om aan deze afschuwelijke handel mee te doen. Aan de kust kochten en exporteerden zij slaven voor eigen gebruik. Later volgden de Amerikanen hun voorbeeld op veel grotere schaal.

Exploratie van het binnenland

Er waren maar weinig blanken die zich in het binnenland waagden; ziekten en vijandige stammen hielden hen ervan terug. De beslissende factor was het ontbreken van bevaarbare rivieren. Aan de Atlantische kust van het grote Afrikaanse plateau gekomen, storten de rivieren zich naar beneden in de vorm van stroomversnellingen en watervallen, die de vaart stroomopwaarts belemmerden.

Maar toch kwamen de ontdekkingsreizen naar het binnenland op gang:
  • In 1613 bereikte een jezuïetenmissionaris Ethiopië vanuit Egypte.
  • In 1616 arriveerde de Portugees Gaspar Boccaro Kilwa aan de oostkust bij de bovenloop van de Zambezi - één van de eerste bekende tochten dwars door Afrika.
  • Twee jaar later bereikte de Fransman Paul Imbert de stad Timboektoe, ten zuiden van de Sahara.
  • In de 18e eeuw ging het opeens sneller: De Schotten James Bruce en Mungo Park brachten de loop van twee grote rivieren in kaart, de Blauwe Nijl en de Niger.
  • Onderzoek van de bovenloop van de Zambezi leerde de Portugees Francisco Lacerda in 1793 het land kennen dat nu Zambia heet.

Omstreeks 1800 beschouwde men Afrika nog als 'Het Zwarte Werelddeel', maar tegen 1900 waren er nog maar weinig witte plekken op de kaart van Afrika overgebleven, dankzij het werk van een leger van onderzoekers, voornamelijk Engelsen, Fransen, Duitsers, Portugezen, Belgen en Amerikanen.

Stanley en Livingstone

Sommige ontdekkingsreizigers werden beroemd. Zuidwaarts trekkend doorzocht omstreeks 1850 de Duitser Heinrich Barth grondig de gebieden Tsjaad en Niger. In 1853 trok de Portugees Silva Porto dwars door Afrika van west naar oost. Rond 1864 hadden de Engelse ontdekkingsreizigers Burton, Speke en Baker in centraal Afrika van de grote meren het Victoriameer, het Tangajikameer en het Albertmeer ontdekt. Maar het Njasameer werd gevonden door de legendarische Schot David Livingstone. Tussen 1849 en 1873 doorkruiste hij centraal Afrika en had een belangrijk aandeel in het in kaart brengen ervan alsmede in het openleggen van het land voor blanke vestigingen. Livingstone hielp ook de voornamelijk door Arabieren gedreven slavenhandel uit te roeien. Henry Stanley, een Amerikaanse journalist, heeft ook tot onze kennis van centraal Afrika bijgedragen door zijn marathontrektochten langs de Kongorivier. Hij vond in 1871 de verblijfplaats van Livingstone. Samen trokken zij een tijdlang op. Na Livingstones dood in 1874 zette Stanley zijn tochten door Afrika voort, volgde de loop van de Kongorivier en leidde voor de Belgische koning Leopold een expeditie naar de Kongo Vrijstaat.

Omstreeks 1900 was Afrika niet langer een geheimzinnig werelddeel. De ontdekkingsreizigers hadden hun werk gedaan en de weg lag nu open voor geografen en anderen. Pas na de Tweede Wereldoorlog werden de meeste landen op het Afrikaanse continent, voornamelijk ten zuiden van de Sahara, onafhankelijk van hun Europese kolonisten.
© 2008 - 2010 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 14-04-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Belangrijke ontdekkingsreizen: Afrika"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.