InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Biografie > Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) - Componist

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) - Componist

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) - Componist Wolfgang Amadeus Mozart was een muzikaal wonder die naam wist te maken als componist, pianist, dirigent en muziekpedagoog. Al vanaf jonge leeftijd werd hij door zijn vader meegenomen op tournee door Europa en hij bleef ook in de jaren die volgden vele tournees maken. Via de familie Weber leerde Mozart zijn vrouw Constanze kennen en uit hun huwelijk werden twee kinderen geboren. Enkele maanden nadat Mozart de felbegeerde baan van hofkapel-meester had weten te bemachtigen werd hij ernstig ziek en overleed – geheel onverwachts – op 35-jarige leeftijd aan de gevolgen van een onbekende ziekte.

Inhoud


De jonge jaren van Mozart

Dat de appel niet ver van de boom viel, bleek wel toen de kleine Wolfgang Amadeus Mozart al op zeer jonge leeftijd liet blijken een muzikaal wonderkind te zijn. Gezien het feit dat zijn vader een verdienstelijk musicus en muziekleraar was, kregen Mozart en zijn oudere zus Nannerl het musiceren met de paplepel ingegoten, waarbij vader Leopold al snel besloot zijn kinderen mee te nemen op tournee door Oostenrijk.

Familie Mozart

De zeer getalenteerde Wolfgang Amadeus Mozart – voluit Johannes Chrysostomus Wolfgang Theophilus Mozart – werd op 27 januari 1756 geboren in een woning die was gelegen aan de Geteidegasse nummer 9 te Salzburg, Oostenrijk. Hij was officieel het zevende kind van Johann Georg Leopold Mozart (1719-1787) en zijn vrouw Anna Maria Walburga Pertl (1720-1778), maar helaas overleefden alleen Mozart en zijn oudere zus Anna Maria (1751-1829) hun geboorten. Naast kamerdienaar en musicus aan het hof van de aartsbisschop van Thurn-Valsassina und Taxis, was vader Leopold ook een zeer verdienstelijk muziekleraar. Hij publiceerde in het jaar dat zijn zoon het levenslicht zag zijn boek 'Versuch einer Grundlichen Violinschule' waarin hij diverse nieuwe viooltechnieken introduceerde. Zodra Anna Maria, beter bekend onder haar koosnaam Nannerl, oud genoeg was om een instrument beet te houden kreeg ze haar eerste muzieklessen van haar vader, maar opvallend genoeg was het juist de kleine Mozart die de meeste interesse in de lessen van zijn vader toonde.

Mozart rond het jaar 1764, geschilderd door Jean-Baptiste Greuze (1725-1805) / Bron: Jean-Baptiste Greuze / Wikimedia CommonsMozart rond het jaar 1764, geschilderd door Jean-Baptiste Greuze (1725-1805) / Bron: Jean-Baptiste Greuze / Wikimedia Commons
Muzikaal wonder
Zodra de kleine Mozart kon lopen was hij niet meer bij de piano van zijn vader weg te slaan en volgde aandachtig de muzieklessen die zijn vader aan zijn oudere zus gaf. Op driejarige leeftijd had Mozart het grootste plezier in het vinden van consonerende tonen* op de piano en speelde op vierjarige leeftijd moeiteloos de muziekstukken die Nannerl kreeg van hun vader als huiswerk. Op vijfjarige leeftijd maakte Mozart niet alleen zijn debuut tijdens een optreden in de Universiteit van Salzburg maar dicteerde tevens zijn eerste compositie, een menuet en trio voor piano (KV 1), aan zijn vader, die deze voor hem op papier zetten. Kinderspelletjes konden Mozart alleen interesseren als er ook muziek aan te pas kwam en voor zijn ouders werd al snel duidelijk dat hun zoon een muzikaal wonderkind was. Aangezien het tentoonstellen van de talenten van je kind of kinderen in de achttiende eeuw de normaalste zaak van de wereld was, besloot Leopold dat het tijd werd dat Oostenrijk kennis maakte met zijn wonderkind en besloot zowel zijn zoon als dochter mee te nemen op een lange – en zeer vermoeiende – tournee.

* Een consonerende toon was het geheel van twee muzieknoten die samen zo harmonieus klonken dat er geen andere muzieknoten aan toegevoegd dienden te worden om een melodie te kunnen vormen.

Mozarts eerste tournee

In januari 1762 liet de familie Mozart Salzburg achter zich en reisde naar Beieren waar zowel Nannerl als Mozart optraden voor de keurvorst van Beieren. Het verblijf in Beieren beviel Leopold vermoedelijk want pas in september van dat jaar reisde de familie verder waarbij ze achtereenvolgens Wenen en Linz aandeden. Helaas werd Mozart na aankomst in Linz ernstig ziek waardoor de familie werd gedwongen enige tijd in de plaats te verblijven, maar zodra Mozart volledig was hersteld, besloot Leopold de verloren tijd in te halen. De tournee ging in een moordend tempo verder waarbij de familie in juni 1763 diverse plaatsen in de streken Zwaben, de Palts en het Rijnland bezocht om in juli en augustus Heidelberg, Mannheid, Mainz en Frankfurt aan te doen. In Frankfurt maakte Mozart kennis met de toen pas veertien jaar oude toneelschrijver Johann Wolfgang von Goethe (1740-1832) waarbij Von Goethe zijn bewondering voor Mozart niet onder stoelen of banken stak. In september reisde de familie via Bonn, Aken en Keulen naar de Zuidelijke Nederlanden waar ze Luik, Tienen en Leuven bezochten om vervolgens voor ruim anderhalve maand in Brussel te verblijven. In Brussel deed Leopold meerdere pogingen om zijn kinderen te laten optreden voor landvoogd Alexander I van Lotharingen (1712-1780), maar helaas voor Leopold was deze meer geïnteresseerd in de jacht dan in muziek.

Europese tournee

Na Oostenrijk, Duitsland en de Zuidelijke Nederlanden besloot Leopold de tournee voort te zetten en bezocht in razend tempo ook Frankrijk, Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In Frankrijk en Engeland speelden zowel Nannerl als Mozart voor de koning en zijn gevolg en in Holland werd de familie uitgenodigd om de inhuldiging van de toenmalige prins van Oranje-Nassau tot stadhouder van Holland bij te wonen.

Eerste successen

Ondanks dat het reizen in een moordend tempo ging, vond Mozart ook nog tijd om eigen composities te maken en voltooide dan ook het ene na het andere werk. Na het mislukte optreden in Brussel besloot Leopold dat het tijd werd om Frankrijk met zijn kinderen kennis te laten maken waarna Mozart en Nannerl een uitvoering gaven voor de Franse koning Lodewijk XV (1710-1774). Naar aanleiding van Mozarts optreden voor de Franse koning was een Franse uitgeverij bereid zijn sonates voor viool en piano te publiceren wat hem vervolgens veel naamsbekendheid opleverde onder de Franse edelen. Na vijf maanden besloot Leopold Frankrijk achter zich te laten en maakte met zijn gezin de oversteek naar Engeland. Na aankomst in Dover bereikte de familie in april van het jaar 1764 de Engelse hoofdstad Londen waar een optreden voor de Engelse koning Georg III (1738-1820) op het programma stond. Na het optreden werd Leopold ernstig ziek waardoor de familie genoodzaakt werd hun bezoek aan Londen met enkele weken te verlengen en Mozart de kans kreeg kennis te maken met Johann Christian 'de Londense' Bach (1735-1782), zoon van de bekende componist Johann Sebastian Bach (1685-1750).

Tekening van Mozart door Doris Stock (1760-1832), Dresden 1789 / Bron: Dora Stock / Wikimedia CommonsTekening van Mozart door Doris Stock (1760-1832), Dresden 1789 / Bron: Dora Stock / Wikimedia Commons
Kwakkelende gezondheid
In augustus 1764 was Leopold weer voldoende hersteld om de tournee te kunnen voort zetten en hij besloot terug te keren naar de Zuidelijke Nederlanden. Na aankomst in de stad Lille werden zowel Leopold als Mozart ziek waarbij beide leden aan angina (benauwdheid). Vanwege de kwakkelende gezondheid van de heren Mozart waren ze gedwongen hun tournee voor een maand stil te leggen waarna ze de reis weer voortzetten naar Gent en Antwerpen. In Antwerpen werd Mozart gevraagd het orgel van de Onze-Lieve-Vrouwe kathedraal te keuren en te bespelen waarna ze de Zuidelijke Nederlanden achter zich lieten en koers zetten richting Holland. Na aankomst in Holland traden Mozart en Nannerl op 11 september 1765 gezamenlijk op voor Wilhelmina Caroline van Oranje-Nassau (1743-1787) en haar broer Willem V, prins van Oranje-Nassau (1748-1806). Eind september speelde Mozart in zijn eentje nog tweemaal in de Nieuwe Doelen in de Hollandse stad Den Haag, maar werd toen weer ernstig ziek. Zowel Mozart als Nannerl bleken getroffen te zijn door buiktyfus en waren lange tijd niet in staat om te reizen. Pas in januari 1766 voelden beide kinderen zich weer voldoende gezond om hun reis voort te zetten, waarna ze naar Amsterdam togen en een optreden gaven in de Manegezaal, gelegen aan de Leidsegracht.

Via Holland naar huis

Na hun optreden in Amsterdam keerde de familie weer terug naar Den Haag om de officiële inhuldiging van Willem V tot stadhouder van Holland bij te wonen waarbij Mozart tevens diverse varianten op het Wilhelmus componeerde (bekend onder KV 25) ter ere van de bijzondere gebeurtenis. Via Den Haag ging de reis verder naar Haarlem waar Mozart het orgel van de Sint-Bavo – ook wel Grote Kerk – van de stad bespeelde om vervolgens weer terug te keren naar Amsterdam voor een laatste optreden in de Manegezaal aldaar. Na Amsterdam stond er een gezamenlijk optreden van Nannerl en Mozart op het programma in de Hollandse stad Utrecht waarna de familie vervolgens weer terug keerde naar Frankrijk en Parijs bezocht. In mei 1766 vond Leopold het eindelijk genoeg en keerde na een tournee van ruim drie (!) jaar via München terug naar Salzburg.

Het reizen duurt voort

Na de tournee richtte Leopold zijn aandacht volledig op Mozart waarna deze op dertienjarige leeftijd een baan aangeboden kreeg als kapel-meester. Na een reis door Italië, waar de première van Mozarts eerste opera plaatsvond, keerden vader en zoon terug naar huis waar Mozart in dienst trad bij de werkgever van zijn vader. Leopolds reislust was niet te temmen wat leidde tot het ontslag van hem én Mozart, waarna de familie na diverse omzwervingen in Augsburg, Duitsland neerstreek.

Verandering

Na thuiskomst deelde Leopold Nannerl mee dat er een einde kwam aan haar muzikale carrière aangezien haar broertje de meest getalenteerde van hen twee was en in de drie jaren die volgden leerde hij zijn zoon alles wat hij wist over musiceren en componeren. Dat de lessen van zijn vader hun vruchten afwierpen, bleek wel toen Mozart op dertienjarige leeftijd werd gevraagd om kapel-meester te worden aan het Hof van de aartsbisschop van Salzburg, Hieronymus von Colloreda (1732-1812). Ondanks dat de functie onbetaald was – Mozart had tenslotte nauwelijks ervaring – was het een enorme eer voor hem en een kans die hij dan ook met beide handen aangreep. Na vier jaar vond Leopold het welletjes geweest en besloot weer om met zijn zoon op tournee te gaan.

Mozart poserend (!) met zijn Orde van het Gulden Spoor. Schilder: onbekend / Bron: Publiek domein / Wikimedia CommonsMozart poserend (!) met zijn Orde van het Gulden Spoor. Schilder: onbekend / Bron: Publiek domein / Wikimedia Commons
Italiaanse lof
In mei 1770 bezochten vader en zoon de Italiaanse stad Rome waar ze een uitvoering van 'Miserere' van Gregorio Allegri (1582-1652) bijwoonden, een werk dat de componist Allegri weigerde te publiceren ondanks de enorme vraag die er naar was. Na afloop van de voorstelling verbaasde Mozart vriend en vijand door het muziekstuk foutloos op papier te zetten en dat terwijl hij het werk een paar minuten daarvoor voor de eerste keer in zijn leven had gehoord! In juni 1770 werd Mozart uitgenodigd door de toenmalige paus en ontving uit zijn handen de Orde van het Gulden Spoor (een pauselijke ridderorde). Blijkbaar gaf deze benoeming Mozart voldoende moed om aan het componeren van zijn eerste opera 'Mitridate' (KV 87) te beginnen die hij in december van dat jaar nog voltooide. In de tussentijd bezochten vader en zoon de Accademia van Bolgone waar Mozart een getuigschrift in ontvangst mocht nemen en ze waren weer op tijd terug voor de première van 'Mitridate' in de stad Milaan. In januari 1771 bezochten vader en zoon de Accademia Filarmonica gelegen in de Italiaanse stad Verona, waar Mozart wederom een getuigschrift kreeg aangeboden, waarna het enige tijd stil werd rond het tweetal. Pas in januari 1773 kwam Mozart weer in beeld toen hij zijn motet 'Exsultate, Jubilate' (KV. 165) voltooide, dat hij had geschreven om castraatzanger Venanzio Rauzzini (1746-1810) te bedanken voor zijn inzet in de opera 'Mitridate'.

Amoureus oponthoud

Na terugkeer uit Italië ging Mozart aan de slag als musicus bij de werkgever van zijn vader – de aartsbisschop van Salzburg – en maakte in de jaren die volgden diverse kleine tournees. Helaas werd Leopolds reislust hem niet in dank afgenomen en naar meerdere waarschuwingen werden zowel hij, als Mozart, ontslagen. Aangezien er nu niets meer was dat hen nog aan Salzburg bond gaf Leopold zijn vrouw Anna de opdracht om met Mozart via Mannheim naar Parijs te reizen. In Mannheim maakten Mozart en zijn moeder, op uitnodiging van weduwe Cäcilia Weber-Stamm (1727-1793), kennis met haar vier dochters waarna Mozart tot over zijn oren verliefd werd op de tweede dochter. Aangezien Maria Aloysia Antonia Weber (circa 1760-1839) een zeer veelbelovend sopraan was, bood Mozart spontaan aan om haar kosteloos zangles te geven maar werd door zijn vader op het matje geroepen toen hij liet weten met haar op tournee te willen gaan. In een woedende brief riep Leopold zijn zoon en vrouw tot de orde, herinnerde hen eraan met welk doel ze op reis waren en spoorde hen aan om zo snel mogelijk door te reizen naar Parijs.

Een vaste aanstelling

Na diverse omzwervingen bereikten Mozart en zijn moeder Parijs, maar een gelukkige periode was het allerminst. In de eerste plaats bood niemand Mozart een baan aan, werd zijn moeder ernstig ziek en overleed tot overmaat van ramp ook nog waardoor hij haar in Frankrijk moest begraven. Mozart zocht troost bij de familie Weber, die hem met open armen ontving, maar haalde hiermee wederom de woede van zijn vader op zijn hals die hem aanspoorde direct naar huis te komen.

Verblijf in Parijs

In Parijs werden Mozart en zijn moeder ontvangen door baron Friedrich Melchior Grimm (1723-1807), waarna beide een kamer in zijn onderkomen kregen toegewezen. Helaas had Anna gedurende hun verblijf in Parijs weinig om handen en verbleef het merendeel van haar tijd dan ook in haar (tochtige) kamer. Mozart ontving daarentegen de ene na de andere uitnodiging en vermaakte vrijwel iedere avond de Franse elite in één van de vele Parijse salons. Naast zijn vele (onbetaalde) optredens werkte hij overdag ook aan het schrijven van zijn eigen composities en voltooide onder andere zijn balletstuk 'Les Petit Reins' (KV 299b) en zijn Parijse Symfonie in D (KV 297). Ondanks de verwachtingen van zijn vader en het feit dat hij vrijwel iedere avond optrad, kwam er niemand met een baan op de proppen en tot overmaat van ramp werd ook zijn moeder plotseling ernstig ziek. Na een periode van hoge koorts besloten de artsen een (gebruikelijke) aderlating toe te passen, die helaas mislukte en Anna het leven kostte. Anna Maria Walburga Pertl-Mozart overleed op 3 juli 1777 en werd in aanwezigheid van Mozart begraven op de Franse begraafplaats van Saint-Eustache.

Constanze Mozart-Weber, geschilderd door Joseph Lange (1751-1831) in het jaar 1782 / Bron: Joseph Lange / Wikimedia CommonsConstanze Mozart-Weber, geschilderd door Joseph Lange (1751-1831) in het jaar 1782 / Bron: Joseph Lange / Wikimedia Commons
De warmte van de familie Weber
Enkele dagen na het overlijden van zijn moeder ontving Mozart een brief van weduwe Weber waarin ze niet alleen haar condoleances overbracht, maar hem tevens liet weten naar München te zijn verhuisd en hem opnieuw uitnodigde om hen te komen bezoeken. Mozart twijfelde op zijn beurt geen moment, pakte zijn spullen, bedankte de baron voor zijn gastvrijheid en toog naar München waar hij na aankomst al snel het deksel op zijn neus kreeg van Aloysia. In de weken dat hij in Parijs was geweest was haar liefde voor hem bekoeld en Mozart probeerde zijn verdriet te uiten door zich volledig op zijn werk te storten. Toen Leopold ter ore kwam dat zijn zoon weer bij de weduwe en haar vier dochters zat, stuurde hij Mozart voor de tweede keer een woedende brief en beval hem om naar huis te komen.

Kapel-meester

Na ontvangst van de brief nam Mozart direct afscheid van de familie Weber en keerde terug naar huis waar hij wederom de functie van hofkapel-meester kreeg aangeboden. Dit keer stond er een salaris van 450 florijnen per jaar tegenover en Mozart behield tevens de vrijheid om naast zijn werkzaamheden voor het hof eigen werken te componeren en opdrachten van derden aan te nemen. Naast de vele werken die hij componeerde voor het hof in Salzburg vond hij ook nog tijd om aan een nieuwe opera te werken en bracht deze in januari 1781 voor het eerst op de planken. De première van 'Idomeneo' (KV 366) in het Residentztheater te München was een daverend succes en naar aanleiding van alle lof die Mozart ontving raakte hij ervan overtuigd dat hij in Salzburg veel te weinig eer voor zijn werk kreeg. Toen Mozart zijn ongenoegen hierover uitte tegen zijn werkgever Hieronymus von Colloredo (1732-1812) kregen de heren zo'n ruzie dat Mozart op staande voet werd ontslagen.

Liefde en rust

Na zijn ontslag verhuisde Mozart naar de muzikale hoofdstad Wenen en vond niet alleen onderdak maar ook liefde bij de familie Weber. De liefde tussen Mozart en Constanze mondde uit in een huwelijk waarna het tweetal gezamenlijk aan de weg timmerde op muzikaal gebied. Na een korte tour besloten Mozart en Constanze het rustiger aan te doen aangezien hun eerste kindje op komst was en keerden terug naar Wenen.

Drie maal is scheepsrecht

De brief van weduwe Weber om haar en haar dochters te komen bezoeken in hun nieuwe onderkomen in Wenen kwam als geroepen en Mozart pakte direct zijn spullen. Na aankomst stortte Mozart zich volledig op zijn werk en werd voor de tweede keer in zijn leven verliefd, waarbij de liefde dit keer wederzijds was. Onder toeziend oog van weduwe Weber bloeide de liefde tussen haar derde dochter Constanze (1762-1842) en Mozart op, maar toen vader Leopold lucht kreeg van de romance was hij woedend. Voor de derde keer schreef hij zijn zoon een boze brief maar tegen alle verwachtingen in besloot Mozart om het verzoek van zijn vader om verder te reizen volledig te negeren. De liefde gaf Mozart veel inspiratie en op 16 juli 1782 ging zijn Singspiel 'Die Entführung auf dem Serail' (KV 384) in het Burgtheater te Wenen in première om enkele weken later zijn 'Haffner Symfonie' in D (KV 385) te voltooien.

De zonen van Mozart. Links: Franz Xaver Mozart (1791-1844) en rechts Carl Thomas Mozart (1784-1858) / Bron: Hans Hansen / Wikimedia CommonsDe zonen van Mozart. Links: Franz Xaver Mozart (1791-1844) en rechts Carl Thomas Mozart (1784-1858) / Bron: Hans Hansen / Wikimedia Commons
Huwelijk
De maanden in Wenen behoorden tot de gelukkigste periode in Mozarts leven omdat hij in hoog tempo naam maakte als componist en tevens zijn grote liefde Constanze ten huwelijk vroeg, die volmondig ja zei. Helaas gooide vader Leopold roet in het eten toen hij weigerde om zijn zegen aan het huwelijk van zijn zoon te geven waardoor de relatie tussen hem en Mozart flink onder druk kwam te staan. Mozart weigerde overigens om zich bij de wens van zijn vader neer te leggen en trad op 4 augustus 1782 alsnog in het huwelijk met zijn grote liefde Constanze, wat Leopold deed beseffen dat hij de strijd verloren had. In de hoop de relatie met zijn zoon te herstellen stuurde hij hem, na zijn huwelijk, alsnog zijn zegen die Mozart met enige tegenzin accepteerde als zoenoffer. Het leven als getrouwd man gaf Mozart volop inspiratie en hij componeerde het ene briljante werk na het andere. Zijn optredens waren steevast uitverkocht en hij kwam in Wenen bekend te staan als briljant componist en muziekpedagoog. Mozart wist de aandacht te trekken van uitgeverij Artaria die diverse werken van hem publiceerde – na een lovend stuk over zijn werk – in het gerenommeerde muziekblad 'Magazin der Musik'. Mozart wist zich al snel in de kijker te spelen van baron Gottfried van Swieten (1733-1803) die aanbood om zijn beschermheer te worden. Naast een maandelijkse toelage stelde de baron ook vele muziekstukken aan Mozart te beschikking die hierdoor in aanraking kwam met de componisten Johann Sebastian Bach (1685-1750) en Georg Friedrich Händel (1685-1759), die beiden een grote bron van inspiratie voor Mozart vormden.

Muzikale familie

Niet alleen Mozart verdiende zijn geld met de muziek, ook zijn vrouw Constanze deed op dit gebied een duit in het zakje, aangezien ze net als haar oudere zus Aloysia een verdienstelijk sopraan was. In oktober 1783 bracht Mozart een deel van zijn (toen nog) onvoltooide 'Mis in c' (KV 427) ten gehore in Salzburg waarbij niemand minder dan zijn eigen vrouw de sopraanpartijen voor haar rekening nam. Na het succesvolle optreden in Salzburg reisden Mozart en Constanze weer naar huis waarbij ze een korte tussenstop maakte in Linz en Mozart de tijd vond om zijn 'Symfonie in C' (KV 425) ook wel bekend als de 'Linzersymfonie' te componeren. Na thuiskomst besloten Mozart en Constanze om het even wat rustiger aan te doen want Constanze was in verwachting van hun eerste kindje. Terwijl ze zich voorbereidden op het ouderschap besloot Mozart om zijn werken te ordenen en maakte hiervan een catalogus die hij simpelweg 'Die Verzeichnüss' noemden. In 1783 werd hun eerste kindje geboren die de naam Raimund Leopold kreeg, maar helaas overleed de baby nog tijdens of kort na de bevalling. In de jaren die volgden werden er nog vijf kinderen geboren waarvan alleen Carl Thomas (1784 -1858) en Franz Xaver Wolfgang (1791-1844) hun geboorte en kindertijd overleefden.

Wenen, Praag en de vrijmetselarij

Gezien de successen die Mozart boekte, viel hem al snel de eer ten deel om lid te worden van de plaatselijke vrijmetselaarsloge en maakte daar kennis met componist Joseph Haydn. Naast Wenen toonde ook diverse theaterdirecteuren in Praag interesse in Mozarts werken waarna hij samen met zijn vrouw Constanze besloot de hoofdstad van Bohemen met een bezoek te vereren. Na terugkomst in Wenen werd Mozart benoemd tot hof-componist om al snel te worden gepromoveerd tot persoonlijk kamermusicus van de keizer. Een zeer eervolle, maar helaas ook zeer slecht betaalde functie.

De vrijmetselarij

In mei 1784 viel Mozart de eer ten deel om lid te worden van de vrijmetselaarsloge 'Zur Wohltätigkeit' en leerde via zijn logebroeders componist Joseph Haydn (1732-1809) kennen. De beide heren konden het goed met elkaar vinden en bleken een enorme bewondering voor elkaars werk te hebben. Om zijn goede vriend te ere componeerde Mozart een zestal strijkkwartetten – KV 387, 421, 428, 458, 464 en 465 – die hij vervolgens aan Haydn opdroeg. Naast de vrijmetselarij en het maken van nieuwe vrienden werkte Mozart ook aan het herstellen van de band met zijn vader en waagde zich aan het componeren van zijn eerste oratorium ''Davidde penitente' (KV 469), welke hij in maart 1785 op de planken bracht. Een maand na de uitvoering volgde een succes(je) op persoonlijk vlak toen Mozarts vader Leopold ook lid werd van de vrijmetselaarsloge, maar de vreugde werd getemperd door het overlijden van twee logebroeders. Ter ere van hen componeerde Mozart zijn (zeer bekende) 'Maurerische Trauermusik in c' (KV 477), wat in de loop der jaren vaak ten gehore werd gebracht bij herinnerings- en/of herdenkingsdiensten.

Componist Antonio Salieri, geschilderd door Joseph Willibrord Mähler (1778-1860) / Bron: Joseph Willibrord Mδhler / Wikimedia CommonsComponist Antonio Salieri, geschilderd door Joseph Willibrord Mähler (1778-1860) / Bron: Joseph Willibrord Mδhler / Wikimedia Commons
Praag
In februari 1786 ging Mozart de strijd aan met de Italiaanse componist Antonio Salieri (1750-1825) tijdens een muziekwedstrijd die was georganiseerd door Jozef II (1741-1790), toenmalig keizer van het Heilige Roomse Rijk. Ondanks het feit dat Mozart hoge ogen gooide met zijn 'Der Schauspieldirektor' (KV 486) moest hij in Salieri zijn meerdere erkennen. Mozart nam het verlies overigens zeer sportief op en stortte zich na de wedstrijd weer vol overgave op zijn werk, waarna hij een maand later zijn 'pianoconcert in c' (KV 491, nummer 2) voltooide. Op 1 mei 1786 ging Mozarts nieuwe opera buffa 'La nozze di Figarro' (KV 492) in première waarbij hij voor het eerst samen werkte met librettist (tekstschrijver) Lorenzo da Ponte (1749-1838). Een samenwerking die beide heren overigens uitstekend beviel aangezien du Ponte in de jaren die volgde nog diverse malen het libretto van Mozart's opera's voor zijn rekening nam. Na Wenen volgden er diverse successen in Praag waarna Mozart en Constanze de hoofdstad van Bohemen (huidig Tsjechië) bezochten in 1787. Om zijn dank te tonen dirigeerde Mozart een uitvoering van zijn eigen opera en componeerde zijn 'Praagse Symfonie in D' (KV 504, symfonienummer 38) die nog tijdens zijn bezoek in première ging.

Hof-componist en kamermusicus

Eind 1787 keerden Mozart en Constanze weer terug naar Wenen waar een ontmoeting met de jonge componist Ludwig van Beethoven (1770-1827) op het programma stond. Helaas kwam het nooit tot een daadwerkelijke kennismaking aanzien Beethoven op stel en sprong diende terug te keren naar huis in verband met zijn ernstig zieke moeder. Na terugkomst in Wenen kreeg Mozart een baan aangeboden als 'Königlich und kaiserlich Kammerkompositeur' (vrij vertaald: 'koninklijke en keizerlijke kamer componist') van keizer Jozef II waarna hij officieel de boeken inging als hof-componist. Mozarts benoeming betekende niet alleen dat hij een vaste baan had met een daarbij behorend vast inkomen maar was tevens een aanzienlijke verhoging van zijn maatschappelijke status. Met toestemming van zijn werkgever brachten Mozart en Constanze een bliksembezoek aan Praag waar ze de première van Mozarts opera 'Don Giovanni' (KV 527) bijwoonden waarna Mozart bij terugkeer in Wenen werd benoemd tot persoonlijk kamermusicus van de keizer. Helaas was de promotie op financieel gebied een lachertje aangezien de functie van kamermusicus zeer slecht werd betaald en het was dan ook vooral de eer waar Mozart op diende te teren.

Mozarts laatste jaren

Rond het jaar 1790 vond er een ommekeer in Mozarts leven plaats toen hij zijn baan verloor en in de financiële schulden belandde. Hij werkte vreselijk hard om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen maar kreeg al snel te maken met diverse problemen op het gebied van zijn gezondheid. Mozart zelf was er van overtuigd dat hij werd vergiftigd, maar bleef ondanks zijn gezondheidsproblemen stug doorgaan met componeren.

Ommekeer

Mozarts financiële situatie verslechterde in hoog tempo waarna hij zijn 'Praagse' opera 'Don Giovanni' in Wenen uitbracht. Helaas bracht de opera niet het financiële succes waar Mozart op had gehoopt aangezien het Weense publiek een stuk minder enthousiast was over het werk dan de Praagse bezoekers. In de hoop het tij te keren ging op Mozarts vierendertigste verjaardag zijn opera 'Così fan tutti' (KV 588) in première, maar ook deze werd met weinig enthousiasme ontvangen. Tot overmaat van ramp overleed in 1790 keizer Jozef II waarna deze werd opgevolgd door diens jongere broer Leopold II (1747-1792). Aangezien Leopold totaal niet was geïnteresseerd in muziek ontbond hij het Weense hoforkest waarna ook Mozart eervol ontslag kreeg. Hij stortte zich op zijn eigen werd en bracht in 1791 zijn 'pianoconcert in Bes' (KV 595, nummer 27) op de planken. Toen Mozart door de zieke Leopold Hoffmann (1738-793), kapelmeester van het Stephansdom te Wenen, werd gevraagd zijn onbetaald assistent te worden twijfelde Mozart geen moment en zei meteen ja, aangezien de assistent de enige rechtmatige opvolger van de kapelmeester was.

De familie Mozart met van links naar rechts: Nannerl, Mozart, hun moeder (portret) en vader.<BR>
Geschilderd door Johann Nepomuk della Croce 1736-1819) omstreeks 1780. / Bron: Johann Nepomuk della Croce / Wikimedia CommonsDe familie Mozart met van links naar rechts: Nannerl, Mozart, hun moeder (portret) en vader.
Geschilderd door Johann Nepomuk della Croce 1736-1819) omstreeks 1780. / Bron: Johann Nepomuk della Croce / Wikimedia Commons
Nieuwe werken
In juni van het jaar stond er een reis naar Baden op het programma waar Mozart de tijd nam om aan een eigen versie van het Ave verum corpes te werken; een bekende veertiende-eeuwse lofzang (hymne) die door de katholieke werd gezongen na het opheffen (de elevatie) van de hostie. En nam tevens de tijd om zich in de werken van de bekende componist Georg Friedrich Händel te verdiepen waarbij hij diverse bewerkingen van diens opera's 'Alexanders Feast' en 'Ode for Saint Cecillia's day' componeerde. In augustus van het jaar 1791 togen Mozart en Constanze wederom naar Praag, dit keer om de kroning van Leopold II tot koning van Bohemen bij te wonen en Mozarts opera 'La clemenza di Tito' (KV 621) ten gehore te brengen, die hij speciaal voor de kroning had gecomponeerd. Na de kroning was er ook nog tijd om de vrijmetselaars in Praag te bezoeken waar Mozart de logebroeders verraste met het spelen van zijn eerder gecomponeerde cantate 'Die Maurerfreude' (KV 471). Bij terugkomst in Wenen werd Mozart door librettist Emanuel Schikaneder (1751-1812) benaderd met het verzoek muziek te componeren behorende bij zijn libretto waarna Mozart zijn bekendste opera 'Die Zauberflöte' (KV 620) voltooide.

Vergiftiging

Ondanks dat Mozart stug doorwerkte had hij al enige tijd te kampen met gezondheidsproblemen en raakte er langzaam maar zeker van overtuigd dat hij door iemand werd vergiftigd. Ondanks het feit dat deze kans nihil was, was Mozarts gedachte lang zo gek nog niet. Aangezien artsen in veel gevallen de oorzaak van een ziekte en daaropvolgend overlijden niet konden vaststellen, werd al snel gezegd dat de persoon in kwestie was vergiftigd. De angst voor vergiftiging nam hierdoor in de achttiende eeuw mythische proporties aan waarbij het merendeel van de bevolking ervan overtuigd was vergiftigd te zijn als ze zich niet lekker voelden. Mozarts gezondheidsproblemen zorgden er niet alleen voor dat zijn conditie met sprongen achteruit ging, maar maakte ook dat hij in een depressie belandde. Ondanks alle tegenslagen accepteerde hij toch een opdracht van baron Franz von Walsegg (1763-1827) aan te nemen en componeerde voor hem het requiem KV 626. Daarnaast wist hij ook zijn 'Freimaurer-kantate' (KV 623) op de planken te brengen waarbij het succes van de cantate ervoor zorgde dat Mozart ietwat opvrolijkte.

Overlijden en nagedachtenis

Ondanks zijn kleine opleving overleed Mozart op 5 december 1791 op een leeftijd van 35 jaar en liet zijn vrouw Constanze achter met niets anders dan schulden. In de jaren die volgden ontstond er onduidelijkheid over zowel de beeltenis als de persoonlijkheid van Mozart aangezien diverse bronnen elkaar tegenspraken. Na enig onderzoek kon men met zekerheid een aantal opvallende uiterlijke kenmerken van Mozart vaststellen en ontdekte men tevens dat zijn schulden het gevolg waren van zijn veel te dure levensstijl.

Overlijden

Mozarts opleving was helaas maar van korte duur en al snel na de uitvoering van zijn cantate werd hij bedlegerig. Ondanks zijn zwakke gezondheid weigerde hij om te stoppen met werken en dirigeerde – vanuit bed – een repetitie van één van zijn nog onvoltooide requiems. In november verslechterde Mozarts gezondheid nog verder en de beide artsen die hem behandelden zaten met hun handen in het haar aangezien ze maar niet konden ontdekken wat hij precies mankeerde. In december knapte Mozart vanuit het niets flink op en was op 4 december in staat om diverse gesprekken met zijn familieleden te voeren. Ondanks de hoopvolle stemming die er heerste overleed Wolfgang Amadeus Mozart de volgende dag op een leeftijd van pas 35 jaar. De doodsoorzaak werd nooit vastgesteld en gezien zijn financiële situatie werd Mozart enkele dagen na zijn overlijden begraven in een eenvoudig graf op de begraafplaats van het Sankt Marxer Friedhof te Wenen. Op 10 december 1791 werd er in de bijbehorende kerk een mis opgedragen ter ere van Mozart waarbij delen van zijn – onvoltooide – laatste requiem ten gehore werden gebracht.

Mozarts (ere)graf op de begraafplaats van Sint Marx te Wenen / Bron: Invisigoth67 / Wikimedia CommonsMozarts (ere)graf op de begraafplaats van Sint Marx te Wenen / Bron: Invisigoth67 / Wikimedia Commons
Nagedachtenis
Al snel na Mozarts overlijden ontstond er een discussie over zijn uiterlijk en persoonlijkheid. Van de vele portretten die er van hem waren gemaakt was er maar één authentiek, aangezien hij maar één keer in zijn leven voor een schilder had geposeerd. Door de vele verschillende portretten die er in omloop waren, was het moeilijk om Mozarts uiterlijk precies te omschrijven maar aan de hand van diverse kenmerken kon men in ieder geval de conclusie trekken dat het geen opvallend knappe man was. Zo had hij een grote neus en kenmerkende uitpuilende ogen en was volgens de omschrijving van zijn vrienden en zus Nannerl 'een weinig opvallende persoonlijkheid, klein van stuk en bleek in het gelaat'. Tevens kon men uit de portretten herleiden dat hij donkerblond haar had en blauwe ogen, al zijn er meerdere portretten van hem bekend met bruine ogen. Op het gebied van zijn persoonlijkheid waren de meningen ook verdeeld, zo roemden zijn vrienden zijn goede gevoel voor humor, maar werd hij door andere omschreven als vulgair en kinderlijk van geest. Tevens was hij volgens menig theaterdirecteur bijdehand en nam hij het leven niet al te serieus.

Nalatenschap

Mozart was in de achttiende eeuw één van de best verdienende componisten uit zijn tijd, maar had zijn hele leven lang te kampen met financiële problemen. De reden van zijn problemen op financieel gebied waren helaas volledig aan hemzelf te wijten aangezien Mozart er een gewoonte van maakte om er een veel te dure levensstijl op na te houden. Zo bezat hij een enorme woning in Wenen waar een leger aan personeel de boel draaiende hield, was hij gek op dure en luxe kleding en fanatiek verzamelaar van boeken en instrumenten. En kon het helaas ook niet laten om flinke sommen geld in te zetten tijdens het biljarten of kaarten. Bij zijn overlijden bestond zijn nalatenschap uit een tweetal leningen waarbij het aan zijn vrouw Constanze was te danken dat het aantal leningen maar tot twee beperkt was gebleven. Constanze was overigens al snel in staat om de beide leningen af te lossen door diverse werken van haar overleden man te publiceren en een biografie over zijn leven te schrijven.

Naamgeving

Ondanks dat Mozarts ouders hun zoon de officiële namen Johannes Chrysostomus Wolfgang Theophilus Mozart gaven, was hijzelf geen fan van zijn eerste twee voornamen. Mozart noemde zichzelf bij voorkeur Wolfgang Amadé of Amadeus of Wolfgang Gottlieb waarbij de namen Amadé en Gottlieb de Duitse vertalingen waren van zijn Griekse naam Theophilus. In brieven aan familieleden ondertekende Mozart altijd met Amadeus of Wolfgang Amadeus wat een knipoog was naar de bijzondere namen die zijn ouders hem hadden gegeven. Omdat Mozart meerdere naamvarianten gebruikte, verschilden ook zijn initialen van tijd tot tijd. Zo gebruikte hij W.A. (Wolfgang Amadé/Amadeus), W. MZT- W. Mozart – of simpelweg MZT, wat stond voor Mozart, maar liet zich bij officiële aankondigingen op posters weer vermelden als W.A. Mozart, Wolfgang Mozart of Wolfgang Amadé. Naast de vele namen die hij zelf gebruikte, kreeg hij van vrienden en familie ook nog diverse bijnamen. Zo noemde zijn ouders en zus hem vaak Wolfgangerl of Wolferl maar sprak zijn vrouw Constanze hem aan met de koosnaam Wolfi.

De werken van Wolfgang Amadeus Mozart

Mozart had gedurende zijn leven een nauwkeurige lijst van zijn composities bijgehouden wat het samenstellen van een catalogus van zijn werk een stuk gemakkelijker maakte. Het oeuvre van Mozart was enorm zeker gezien het feit dat hij maar 35 jaar oud mocht worden. Mozart schuwde vrijwel geen enkele genre maar was zelf vooral een liefhebber van symfonieën en strijkkwartetten en een ware virtuoos op de piano.

De Köchelverzeichnis

Het was de Duitse botanicus en muziekliefhebber Ludwig von Köchel (1800-1877) die besloot de werken van Mozart te bundelen en te publiceren onder de naam 'Köchelverzeichnis', afgekort met de letters KV. Bij het samenstellen van zijn 'verzeichnüss' (verzameling) was Mozarts eigen 'Verzeichnüss aller meine Werke' van groot belang voor Köchel aangezien de componist hierin al zijn werken vanaf 1784 tot aan zijn dood in 1791 had genoteerd. Mozart vermeldde hierbij op de linkerpagina alle informatie over de compositie zoals: titel, datum, de benodigde instrumenten en eventuele aanwijzingen. En hij vermeldde op de rechterpagina de zogenaamde 'incipit' (de openingsmaten) van het werk. Aangezien de originele Köchelverzeichnis een enorm boekwerk was, werd er in 1951 een handzamer exemplaar gepubliceerd die de naam 'Der kleine Köchel' kreeg.

Oeuvre

Mozart schuwde tijdens het componeren vrijwel geen enkel genre waardoor zijn oeuvre niet alleen omvangrijk maar ook zeer gevarieerd was. Gedurende zijn jaren als kapelmeester componeerde hij niet alleen diverse kerkelijk werken zoals missen, requiems, litanieën en vespers maar ook religieuze oratorium, Singspiele, cantates en kerksonates. Naast muzikale composities schuwde Mozart ook het componeren van liederen niet en schreef diverse liederen waarbij de zang werd begeleid door een klavier, mandoline of orgel, meerstemmige zangstukken en canons. Tot zijn toneelwerken werden zijn opera's, (niet-religieuze) Singspiele, stukken toneelmuziek, pantomines, balletten, losse scènes en aria's gerekend en voor orkesten componeerde hij bij voorkeur marsen en dansen. Naast de hiervoor genoemde werken componeerde Mozart ook nog:
  • Rond de zestig symfonieën
  • Concerten (voor orkest en minimaal één solo-instrument)
  • Cassationen, divertimenti, serenades en losse stukken muziek voor zowel strijk- als blaasinstrumenten, als alleen strijk- en/of blaasinstrumenten
  • Kwintetten en kwartetten voor blaasinstrumenten
  • Kwintetten, kwartetten en trio's met klavier en glasharmonica
  • Duo's en trio's voor zowel strijk- als blaasinstrumenten
  • Werken voor twee klavieren en/of een klavier quattre mains (twee spelers nemen plaats achter één piano)
  • Diverse sonates en variaties voor cello, fluit, klavier en/of viool
  • Sonates, fantasieën en rondo's voor een enkel klavier
  • Diverse losse stukken muziek voor klavier en glasharmonica
  • Diverse walsen voor orgel

Symfonieën

Mozart was een enorm liefhebber van symfonieën en voltooide dan ook al op achtjarige leeftijd zijn eerste symfonie, namelijk 'Symfonie 1 in Es-majeur' (KV 16) terwijl hij met zijn vader en zus op tournee was in Londen. Waar Mozart zich bij zijn eerste symfonie nog liet inspireren door de componisten Johann Sebastian Bach (1685-1750) en Karl Friedrich Abel (1723-1787) componeerde hij in de jaren 1771 tot en met 1774 zeventien symfonieën die allemaal geheel verschillend van aard waren. Zo klonk 'Symfonie 12 in G' (KV 110, 75-b) typisch 'Salzburgs' maar 'Symfonie 13 in F' (KV 112) juist weer Italiaans. Na voltooiing van zijn 'Praagse Symfonie in D' (KV 504, nummer 38) volgden zijn drie meest bekende werken:
  • 'Symfonie 38 in Es-majeur' (KV 543)
  • 'Symfonie 40 in G-mineur' (KV 550) en
  • 'Symfonie 41 in C-majeur'(KV 551), ook wel bekend als 'Jupiterssymfonie'

Strijkkwartetten

Naast zijn vele symfonieën was Mozart ook een liefhebber van strijkkwartetten en van zijn diverse composities op dit gebied werden enkele zeer bekend. Bij het componeren van zijn strijkkwartetten werd Mozart beïnvloed door diverse factoren en mede hierdoor konden zijn werken worden ingedeeld aan de hand van een drietal periodes in zijn leven. Zo componeerde hij zijn 'Milanese kwartetten' (KV 155 t/m 160) gedurende zijn tournee door Italië in de jaren 1770 en 1773 en bestonden deze kwartetten opvallend genoeg allemaal uit drie delen. Onder invloed van de bekende componist Joseph Haydn begon Mozart na terugkeer in Wenen aan een zestal kwartetten (KV 168 t/m 173) die allemaal bestonden uit vier delen in plaats van drie en voltooide deze in het najaar van 1733. Naast de zogenaamde 'Weense concerten' componeerde Mozart ook nog een zestal kwartetten welke hij opdroeg aan zijn goede vriend Haydn en tot de bekendste kwartetten uit zijn gehele oeuvre werden gerekend (KV 387, 421, 428, 458, 464 en 465). De laatste drie kwartetten (KV 575, 589 en 590) van Mozarts hand werden de 'Pruisische Kwartetten' genoemd aangezien hij deze componeerde in opdracht van de toenmalige koning van Pruisen, Frederik Willem II (1744-1797).

Pianosonates

Mozart was naast een briljant componist en muziekpedagoog ook een uitstekend instrumentalist en speelde zonder moeite meerdere instrumenten. Net als iedere musicus had ook Mozart zo zijn voorkeur en met name de piano en het klavier konden Mozart zeer bekoren. Dit bleek ook wel uit het feit dat hij tussen de jaren 1775 en 1789 in totaal zeventien pianosonates componeerde en na zijn overlijden werden er nog twee pianowerken postuum aan hem toegekend. Mozarts eerste tot en met zijn elfde sonate waren redelijk sober en klassiek van opzet maar na de elfde was er een duidelijke verandering in zijn werk hoorbaar. De romantiek begon langzaam in zijn werken door te klinken en hij bleek een groot liefhebber te zijn van het gebruik van dissonanten akkoorden. De sonates die Mozart componeerde bestonden in de meeste gevallen uit drie delen die ook wel de klassieke sonatevorm werd genoemd: zo begon hij zijn sonates vaak met een allegro (1), bij voorkeur gevolgd door een adagio (2) om te worden afgesloten met een rondo (3) of allegretto (4).
  1. Allegro is een vrolijk, opgewekt of levendig muziekstuk gespeeld in een snel tempo
  2. Adagio is een langzaam en een in een comfortabel tempo gespeeld muziekstuk
  3. Bij een rondo* keert het zogenaamde hoofdthema (rondothema) in het muziekstuk terug als ware een refrein. De tussenliggende delen werden de coupletten genoemd. Het rondo vormde het 'verhaal' van het muziekstuk
  4. Allegretto is een sierlijker en langzamer muziekstuk dan de allegro. Met andere woorden een muziekstuk dat in een matig snel tempo wordt gespeeld

* Een prachtig voorbeeld van een rondo als slotstuk van een pianosonate is Mozarts 'pianosonate in Bes' (KV 333).

Requiem

Het enige door Mozart gecomponeerde requiem was vermoedelijk niet geheel van zijn hand. Mozart kreeg kort voor zijn dood het verzoek van een anonieme opdrachtgever om een requiem te componeren dat kon worden gebruikt als dodenmars voor de overleden vrouw van de opdrachtgever. Aangezien Mozart al enige tijd problemen had met zijn gezondheid en ervan was overtuigd dat zijn einde naderde, werd het hem al snel duidelijk dat hij zijn opdracht misschien niet volledig kon voltooien. Hij gaf zijn goede vriend Franz Xander Süszmayr (1766-1803) uitgebreide instructies over hoe het requiem te voltooien, maar na zijn overlijden vroeg Mozarts weduwe Constanze in eerste instantie andere componisten om hulp bij het voltooien van het werk. Toen dit niet naar haar zin gebeurde, benaderde Constanze alsnog componist Süszmayr die het requiem voltooide én in zijn eigen handschrift noteerde. Mede hierdoor was niet geheel duidelijk welke delen van het requiem van de hand van Mozart waren en welke delen van de hand van zijn vriend Süszmayr.
© 2017 Marjolijnr, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Wolfgang Amadeus MozartWolfgang Amadeus Mozart27 januari 1756 vond de geboorte plaats van een muzikaal genie; Wolfgang Amadeus Mozart. Zijn muziek wordt nog steeds me…
Een dag Salzburg voor de Mozart WeekSalzburg is onlosmakelijk verbonden met de achttiende eeuwse componist Wolfgang Amadeus Mozart. Hij is in de stad alom a…
Componist: Wolfgang Amadeus MozartMozart is een van de grootste componisten die de wereld ooit gekend heeft. Als kind trad hij al op en was een 'wonderkin…
Wat maakt Beethoven een unieke componist?Wat maakt Beethoven een unieke componist?Beethoven was en is nog steeds een erg bekende componist uit de 18e/19e eeuw. Waarom is hij zo bekend en wat maakte hem…
Amadeus Mozart, hoe zag hij eruit? Uiterlijk en portrettenAmadeus Mozart, hoe zag hij eruit? Uiterlijk en portrettenPortretten van Mozart verschillen van elkaar, dus we wisten lange tijd niet zeker hoe Mozart eruit gezien heeft. Het Bar…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) - Componist"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Marjolijnr
Laatste update: 17-07-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Biografie
Bronnen en referenties: 19
Schrijf mee!