Het dagelijks leven in het oude Egypte
De opkomst van de beschaving in het Nijldal van Egypte aan het einde van het vierde millennium v.Chr. laat zich tot op heden niet goed verklaren. Voor die tijd dwaalden prehistorische mensen rond in de moerassen van de rivieren en in de woestijngebieden van de Sahara. Bedenk daarbij dat de Sahara nog in 3500 v.Chr. een vruchtbaar savannegebied was, wat geleidelijk door afnemende moessonregens uitdroogde. Discussies over de oorsprong van de eerste koningen in dit gebied spitsten zich toe met name op Noordwest Afrika en het gebied van de vruchtbare halve maan. Desondanks blijft er nog veel onduidelijk.- Algemeen
- De verering van goden
- Sport en spel in het oude Egypte
- Dans en muziek in het oude Egypte
- Opmaak en kleding
Algemeen
Door vervuiling van het water speelden er in Egypte talloze besmettelijke ziekten op, zoals bilharzia, hepatitis, guineaworm en amoebedysenterie. Honing werd door de Egyptenaren gebruikt voor de behandeling van wonden en huidaandoeningen.In het oude Egypte bestond het dagelijks voedsel naast brood, gerst, amelkoren, tarwe, fruit en vis uit de opbrengst van de moestuin en kwekerijen. De groente die destijds verbouwd werd kan worden onderscheiden in: komkommers, uien, linzen, meloenen, bieten, prei, sla, bonen, dadels en vijgen. In een latere fase kwamen daar nog bij druiven en granaatappels. Door de elite werd vlees gegeten. De bakkers bakten maar liefst veertig verschillende soorten brood en koek van tarwe-, gerst- en zetmeel. De vorm was daarbij rond, langwerpig of ovaal.
Dranken
De bierbrouwers brouwden de nationale drank uit gerst. Deze werd vermengd met zuurdesem en gebakken om vervolgens fijngestampt in grote vaten te gisten. Het product werd daarna enigszins gezoet met dadels. Wijn was een geliefde drank voor koningen en de bovenlaag van de bevolking. De wijnen waren afkomstig uit het gebied van de westelijke arm van de Nijl, de oasen en het kalkachtige hellingen van Midden-Egypte. Daarbij werden de wijnstokken langs latwerken of over pergola's geleid en droegen aanhoudend vrucht. Om de wijn te bereiden schudde men ze in hoge stenen kuipen, waarbij de most stuk getrapt werd. Het sap dat eruit vloeide ging in een andere kuip om aldaar te gisten. Daarna werden er hoge kruiken met een puntige onderkant mee gevuld en liet men de wijn rijpen. Vervolgens klaarde men de wijn met honing en kruidde en versneed men indien nodig de wijn.
Jacht en visvangst
Vis werd destijds beduidend meer gegeten dan tegenwoordig, vooral door de kustbewoners. Men viste met een schepnet of met fuiken die tussen twee scheepjes in werden bevestigd. Ook werden vissen met een speer gedood, waarbij men op nijlpaarden joeg met een harpoen. Beroepsjagers zorgden ervoor dat de koninklijke huishouding en de vele tempelkeukens van wild voorzien werden. Men schoot het wild of vingen het levend met een lasso en/of strik, waarna men het wild in aparte hokken vetmestte.
De verering van goden
De Egyptenaren linkten hun goden aan dieren en planten, eerst veel later werden de Goden vermenselijkt. In archaïsche tijden waren er honderden Goden. Bij feest- en gedenkdagen zoals bij nieuwjaarsprocessies, de opgang van Sothis en het Opet feest te Luxor voltrok de verering van Goden zich feestelijker en met veel pracht en praal. Er vonden in dit kader ook jaarlijkse feesten plaats, waarbij de dood en opstanding van Osiris werden uitgebeeld. De korengod Osiris werd vertegenwoordigd door een menselijk offer, die op de akker werd gedood. Hij was het die de mensen in Egypte bekend met landbouw en veeteelt. Na de dood van Osiris door 72 (8x9) samenzweerders sneed Seth het lijk in 14 stukken., gelijk aan de gewesten. Deze stukken werd door Isis, de zuster en gemalin van Osiris, verzameld om hem weer tot leven te brengen. Het symbool Djed wordt met Osiris geassocieerd.Sedert het Middenrijk werden er 365 kleine beeldjes (oesjebti's) van faïence of hout in de vorm van mummies, met gereedschappen in de hand aan de dode meegegeven. Deze beeldjes dienden het werk in het hiernamaals te verrichten. De naam van een mens, zijn schaduwen Ka, Ba, Sahoe, Ach en het lichaam vormden het totale individu. Daarbij spreekt Ba tot het hart, zijn Ka en Sahoe het astrale lichaam (zielen) en is Ach (Akh) een verlichte geest.