InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Republiek der Nederlanden: Eerste stadhouderloze tijdperk

Republiek der Nederlanden: Eerste stadhouderloze tijdperk

Republiek der Nederlanden: Eerste stadhouderloze tijdperk Sinds het overlijden van de eerste stadhouder van Holland, Willem I van Oranje, was de functie van stadhouder overerfbaar gesteld. Wat betekende dat de heren van Oranje tot halverwege de zeventiende eeuw de touwtjes stevig in handen hadden, maar met het overlijden van stadhouder Willem II van Oranje in 1650 kwam hier verandering in. De populariteit van de stadhouder in zijn algemeenheid en van prins Willem II van Oranje in het bijzonder was in hoog tempo afgenomen. Terwijl Willems aanhangers reikhalzend uitkeken naar de geboorte van zijn mogelijk opvolger maakten zijn tegenstanders van de gelegenheid gebruik het stadhouderschap af te schaffen. De gewesten Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel gingen hun eerste stadhouderloze periode tegemoet.

Inhoud


Voorgeschiedenis

Om Willem I van Oranje te eren voor het vele werk dat hij had verzet gedurende de opstand tegen de Spanjaarden besloten de Staten-Generaal om zijn functie overerfbaar te stellen. De populariteit en macht van de familie van Oranje was jarenlang ongekend hoog maar met het aantreden van stadhouder Willem II kwam hier verandering in. Zijn dood was voor veel inwoners en regenten een opluchting en alleen zijn aanhangers keken reikhalzend uit naar de komst van zijn mogelijk opvolger.

Prins van Oranje en eerste stadhouder van Holland & Zeeland; Willem I van Oranje / Bron: Adriaen Thomasz. Key, Wikimedia Commons (Publiek domein)Prins van Oranje en eerste stadhouder van Holland & Zeeland; Willem I van Oranje / Bron: Adriaen Thomasz. Key, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Het stadhouderschap

Het was toenmalig Landheer der Nederlanden Filips II van Spanje (1527-1598) die het stadhouderschap in het leven riep. Na zijn kroning tot koning van Spanje moest hij de Nederlanden verlaten en wees zijn goede vriend en vertrouweling; Willem I van Oranje aan als zijn vervanger bij afwezigheid. Helaas voor Filips verslechterde de relatie tussen hem en Willem van Oranje in hoog tempo en toen de Nederlanders in opstand kwamen tegen hun Spaanse Landheer was het stadhouder Willem I die de leiding over de opstand op zich nam. Samen met de Nederlandse Staten-Generaal stond Willem I aan de basis van de oprichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en na zijn overlijden besloten de leden van de Staten-Generaal hun stadhouder te eren door zijn functie overerfbaar te verklaren. In de jaren na het overlijden van Willem I traden er diverse nakomelingen van hem in zijn voetsporen tot het in 1746 de beurt was aan Willem II van Oranje (1626-1650).

Willem II

Willem II werd geboren in de periode dat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Spanje in de Tachtigjarige Oorlog verwikkeld waren en zijn jeugd stond dan ook grotendeels in het teken van deze oorlog. Willem ging al vanaf jonge leeftijd met zijn vader Frederik Hendrik van Oranje (1584-1647) mee op veldtocht en ook zijn huwelijk op twaalfjarige leeftijd met de negen jaar oude Princess Royal van Engeland Maria Henriëtte Stuart (1631-1660) was uit politieke overwegingen. Vanaf 1641 trad Frederik Hendrik namens de Republiek in onderhandeling met de Spanjaarden over het beëindigen van de oorlog maar de daadwerkelijke ondertekening van de vrede van Münster in 1648 maakte hij niet meer mee. In 1647 blies Frederik Hendrik zijn laatste adem uit en was het officieel de beurt aan Willem II om in de voetsporen van zijn vader te treden en het reilen en zeilen van de vijf gewesten die onder zijn hoede vielen - Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel - in goede banen te leiden.

Opstand

Het verschil in de persoonlijkheid van Willem II en zijn vader Frederik Hendrik bleek al snel na Willems aantreden. Waar de (protestantse) Frederik Hendrik altijd mild was geweest naar de katholieke volgelingen deed Willem II het katholieke geloof in de ban, wat veel kwaad bloed zette. Ook ontbrak het Willem II volledig aan tact waardoor hij veel van zijn regenten tegen zich in het harnas joeg. Hoe groot de afkeer van Willem II en zijn leiderschap was bleek toen er gestemd moest worden over een inkrimping van de vloot, een afspraak die voortkwam uit de Vrede van Münster. Willem en de noordelijke regenten waren van mening dat een kleine inkrimping van de vloot voldoende was om de veiligheid van de Republiek te waarborgen én tegemoet te komen aan de eis uit het vredesverdrag, maar de Hollandse regenten - tevens de grootste financiers van de Nederlandse vloot - wilden een flinke inkrimping onder andere om de kosten te drukken. De gemoederen tussen beide partijen liepen zo hoog op dat de Hollandse regenten op eigen initiatief besloten de vloot te ontwapen, geheel tegen de wil van Willem II en de Staten-generaal in.

Overlijden Willem II

Willem II werd door de Staten-Generaal op het matje geroepen en kreeg de opdracht de opstandige Hollandse regenten terug in het gareel te brengen. Met goedkeuring van de Staten-Generaal besloot Willem een coup te plegen op de twee grootste steden van Holland: Amsterdam en Den Haag. Willem verzamelde een klein leger en toog naar Amsterdam maar kwam daar voor een gesloten stadspoort te staan. Zonder een aanval te plegen trok Willem verder naar Den Haag waar hij meer geluk had en een aantal opstandige regenten gevangen wist te nemen. De regenten van de Staten van Holland waren op hun beurt woedend over de aanval van Willem en besloten hulp te zoeken om hun stadhouder af te zetten. Maar een paar dagen na de aanval op Den Haag kwam er aan de ruzie tussen Willem en zijn regenten abrupt een einde toen Willem ziek terug kwam van een jachtpartij op de Veluwe. Enkele dagen later overleed stadhouder Willem II, geheel onverwachts, aan de gevolgen van de pokken.

Stadhouderloos tijdperk (1650-1672/1675)

Het onverwachte overlijden van stadhouder Willem II zorgde voor verwarring onder zijn volgelingen en opluchting bij zijn tegenstanders. Maar de situatie werd nog ingewikkelder toen enkele dagen na Willems overlijden zijn zoon en dus wettelijk opvolger Willem III werd geboren. Het was raadspensionaris Johan de Witt die uiteindelijk de taken van de stadhouder op zich nam en probeerde zowel de voor- als de tegenstanders van de familie van Oranje en het stadhouderschap tevreden te houden.

Stadhouder Willem II en zijn vrouw Maria Henriëtta Stuart / Bron: Anthony van Dyck, Wikimedia Commons (Publiek domein)Stadhouder Willem II en zijn vrouw Maria Henriëtta Stuart / Bron: Anthony van Dyck, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Afschaffing stadhouderschap
Het overlijden van Willem II zorgde voor verwarring onder zijn aanhangers; de Organisten. Niet alleen was hun leider plotseling weggevallen hij liet op het moment van overlijden ook geen opvolger na. Wel was Willems vrouw Maria Henriëtte hoogzwanger op dat moment. Bij Willems tegenstanders; de Staatsgezinden heerste vooral opluchting. Niet alleen was hun huidige probleem met de stadhouder per direct opgelost er was ook geen nakomeling op het moment. De Staatsgezinden maakten handig gebruik van de verwarring die er heerste en wisten de Staten van Holland te overtuigen van het feit het stadhouderschap af te schaffen. Aangezien de Organisten geen tegenvoorstel hadden besloten de Staten van Holland akkoord te gaan met het voorstel van de Staatsgezinden. In Holland werd het stadhouderschap (voorlopig) afgeschaft en de overige gewesten Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel die onder leiding van Willem II hadden gestaan besloten het voorbeeld van Holland te volgen.

De raadspensionaris bepaalde welke regenten hun gewest mochten vertegenwoordigen in de landelijke Staten-Generaal, bereidde belangrijke besluiten voor en functioneerde (in wezen) als de hoogste bestuurder van de gehele Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.  / Bron: Bibliotheek van het Vredespaleis, Wikimedia Commons (Publiek domein)De raadspensionaris bepaalde welke regenten hun gewest mochten vertegenwoordigen in de landelijke Staten-Generaal, bereidde belangrijke besluiten voor en functioneerde (in wezen) als de hoogste bestuurder van de gehele Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. / Bron: Bibliotheek van het Vredespaleis, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Raadspensionaris De Witt
Net toen de afschaffing van het stadhouderschap rond was schonk Maria Henriëtte het leven aan een gezonde zoon én dus een wettelijk opvolger; Willem III van Oranje (1650-1702). De Organisten waren volledig uit het veld geslagen toen het langverwachte kind een jongen bleek te zijn en ze stelden meteen alles in het werk om de beslissing van de Staten van Holland terug te draaien. De chaos in de stadhouderloze gewesten was compleet. De Staten van Holland hadden bij de afschaffing van het stadhouderschap besloten dat de stadhouderlijke taken werden overgedragen aan de raadspensionaris van Holland; Johan de Witt (1625-1672) en hij stond dan ook voor de moeilijke taak de gemoederen tot bedaren te brengen. Aangezien Johan de Witt van huis uit Staatsgezind was, was zijn leiderschap vooral een doorn in het oog bij de Organisten en zij stelden dan ook alles in het werk om Johan in diskrediet te brengen.

Eerste Engels-Nederlandse Oorlog (1652-1654)

Niet alleen in de Republiek vonden er diverse politieke wijzigingen plaats ook in buurland Engeland gebeurde er veel. Tijdens de Engelse Burgeroorlog (1642-1649) werd de Engelse koning Karel I (Charles) Stuart (1600-1649) afgezet en onthoofd. Zijn plaats werd ingenomen door Lord Protector Cromwell; dezelfde persoon als waar de Hollandse regenten hulp aan hadden gevraagd om stadhouder Willem II af te zetten. Zodra de situatie in Engeland onder controle was stuurde Cromwell een aantal Engelse diplomaten richting Holland om te onderhandelen over een samenwerking, maar deze werden door de Staten van Holland op botte manier de deur gewezen. Lord Protector Cromwell was in zijn trots gekrenkt door de botte afwijzing van die arrogante Hollanders en besloot ze een lesje te leren. In 1652 verklaarde Engeland Holland de oorlog en daarmee indirect ook de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar de strijd belandde al spoedig in een patstelling. Twee jaar na het begin van de oorlog eindigde deze op 15 april 1654 met de ondertekening van de Vrede van Westminster.

Akte van Seclusie

De overeenkomst die leidde tot de Vrede van Westminster was niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Namens de Republiek nam raadspensionaris De Witt plaats aan de onderhandelingstafel maar hij had weinig in te brengen tegen de vasthoudende Cromwell. Cromwell eiste dat De Witt zwart op wit zou zetten dat de Nederlanden - en Holland in het bijzonder - nooit meer een erfgenaam van de familie van Oranje zouden benoemen tot stadhouder. Cromwell was tenslotte verantwoordelijk voor de moord op koning Karel I Stuart, de opa van Willem III van Oranje. Raadspensionaris De Witt was persoonlijk niet tegen deze eis van Cromwell maar wist dat als hij akkoord zou gaan hij hoogst waarschijnlijk een burgeroorlog tussen de Organisten en Staatsgezinden zou ontketenen. Maar De Witt wilde ook geen gezichtsverlies leidde en zonder vredesovereenkomst terug keren naar de Republiek en gooide het op een akkoordje met Cromwell. Hij ging akkoord met diens eis maar de akte waarin de eis zou worden vastgelegd moest geheim blijven. Helaas lekte de geheime afspraak, welke de Akte van Seclusie, werd genoemd al snel uit en raadspensionaris De Witt moest alle zeilen bij zetten om zijn positie te behouden én de vrede er door te krijgen.

Veranderingen

Het was een wisseling van de Engelse macht die maakte dat de gemoederen tussen de Staatsgezinden en Organisten in de Republiek weer hoog opliepen. Johan de Witt had zijn handen vol aan het tevreden stellen van beide partijen en probeerde ondertussen ook nog de nieuwe koning van Engeland - Karel II - tevreden te stellen. Dat dit uiteindelijk niet lukte was niet te wijten aan de inzet van Johan de Witt maar meer aan zeer een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Familieproblemen

Bij het uitbreken van de Engelse Burgeroorlog was koning Karel I niet alleen koning van Engeland maar ook hoofd van een groot gezin. Met name zijn oudste zoon en troonopvolger Karel II (1630-1685) liep groot gevaar en er werd dan ook al spoedig besloten dat Karel II en zijn gezin het land zouden verlaten. Aangezien Karels zus Maria Henriëtte getrouwd was met stadhouder Willem II van Oranje en in Holland woonde was de keuze al snel gemaakt. Karel II en zijn gezin streken neer in de Hollandse stad Den Haag, maar kregen al snel weer het vriendelijke doch dringende verzoek te vertrekken. De Staten van Holland waren bang dat de aanwezigheid van Karel II een doorn in het oog zou zijn van de nieuwe Engelse Lord Protector Cromwell en ze durfden de situatie niet nog verder op het spits te drijven. Karel en zijn gezin verhuisden naar Frankrijk maar later bleek dat Karel Holland het verzoek nooit had vergeven.

Koning Karel II

Vanuit Frankrijk deed Karel II tweemaal een poging om Lord Protector Cromwell van zijn troon te stoten; de eerste poging was gericht tegen Oliver Cromwell en de tweede tegen diens zoon en opvolger Richard (1626-1712). De eerste aanval werd afgeslagen maar de tweede aanval lukte en in 1660 werd Karel II officieel gekroond tot koning Karel (Charles) II van Engeland. Raadspensionaris De Witt, die op de hoogte was van de geschiedenis met Karel II in Den Haag, voelde de bui al hangen en stuurde namens de Nederlanden een enorm geschenk dat bekend kwam te staan als de "Dutch Gift". De Witt sprak namens de Republiek zijn steun uit aan koning Karel II en hoopte op betere verhoudingen in de toekomst. Koning Karel II hield op zijn beurt de schone schijn op en bedankte de raadspensionaris hartelijk voor zijn cadeau.

Prins Willem III van Oranje / Bron: Sir Godfrey Kneller, Wikimedia Commons (Publiek domein)Prins Willem III van Oranje / Bron: Sir Godfrey Kneller, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Neef Willem
De Organisten waren dolblij toen ze hoorden dat de oom van Willem III, Karel II, tot koning van Engeland was gekroond en hun hoop om Willem aan de macht te brengen laaide weer in alle hevigheid op. De Organisten waren ervan overtuigd dat koning Karel hen zou steunen in hun strijd en in al hun enthousiasme dienden ze een verzoek in bij de Staten van Holland. Het voorstel van de Organisten was om Willem III te benoemen tot kapitein-generaal van het Nederlandse leger en vloot. Op die manier kon hij samenwerken met Engeland en Holland van dienst zijn. De Staatsgezinden waren het totaal niet met het voorstel van de Organisten eens. Ze wilden niet dat Willem III nog meer onder Engelse invloed kwam te staan en daarnaast vonden ze Willem nog veel te jong en te onervaren. Raadspensionaris De Witt was het op dit punt met de Staatsgezinden eens en veegde het plan van de Organisten, geheel tegen hun verwachtingen in, van tafel.

Voogdij

De woede onder de Organisten over de weigering van De Witt was groot en Willems moeder besloot om haar broer Karel om raad te vragen. Wat er precies werd besproken tussen Karel en zijn zus Maria Henriëtte werd niet duidelijk want drie maanden na aankomst in Engeland overleed zij aan de gevolgen van de pokken. Toen haar testament bekend werd gemaakt bleek deze een onaangename verassing te bevatten voor raadspensionaris De Witt. In tegenstelling tot wat Johan had verwacht én wat gebruikelijk zou zijn had Maria Henriëtte het voogdijschap over haar zoon Willem III niet toegekend aan de Staten van Holland maar aan haar broer koning Karel van Engeland.

Gevecht om het voogdijschap

Nadat de Staten van Holland de eerste schrik over de voogdijkwestie te boven waren gekomen moesten ze enige tijd aankijken hoe koning Karel op schandalige wijze misbruik maakte van zijn macht als voogd. Een oorlog tussen beide landen leek onvermijdelijk en wederom was het Engeland die overging tot het doen van een officiële oorlogsverklaring. Maar helaas had koning Karel zich dit keer op de situatie verkeken en de kansen geheel verkeerd ingeschat.

Kind van de Staat

Vanaf het moment dat koning Karel de voogdij over zijn neefje Willem in handen kreeg begon voor Holland de ellende. Zoals verwacht maakte Karel op schandalige wijze misbruik van zijn macht en plunderde in korte tijd de Hollandse schatkist. Voor de Staten van Holland was de maat vol toen koning Karel een poging deed de succesvolle VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) toe te eigenen en ze vroegen raadspensionaris De Witt om hulp. Met goedkeuring van de Nederlandse Staten-Generaal werd Willem III van Oranje tot "Kind van de Staat" benoemd wat betekende dat een groep regenten, onder leiding van Johan de Witt, de verdere opvoeding van Willem ter hand namen. Aan koning Karel werd medegedeeld dat de Nederlandse Staat zijn voogdijschap niet langer meer erkenden en dat hij per direct van al zijn verplichtingen werd ontheven.

Tweede Engels-Nederlandse Oorlog (1665-1667)

Karel was woedend en reageerde met het plegen van een aanval op de overzeese koloniën van de Nederlanden en de tweede oorlog tussen de Republiek en Engeland was een feit. De Engelse koning had erop gerekend de Hollandse vloot snel te verslaan maar had er geen rekening mee gehouden dat de overige Nederlandse gewesten zich massaal achter Holland zouden scharen. In plaats van alleen de Hollandse vloot kreeg Karel het aan de stok met de gehele Nederlandse vloot en leed zware verliezen. Ondanks dat Karels positie alles behalve rooskleurig was bleef hij vasthouden aan de eis alleen akkoord te gaan met de vrede als de Staten van Holland Willem III zouden benoemen tot stadhouder. Na de zoveelste mislukte vredesbespreking was voor raadspensionaris De Witt de maat vol en hij bedacht samen met admiraal Michiel de Ruyter (1607-1676) een stoutmoedig plan. Met de beroemde Tocht naar Chatham, een aanval op de zeer moeilijk bereikbare Engelse marinebasis Chatham, wisten de Nederlanders de Engelsen in het hart van hun marine te raken en koning Karel kon niet anders dan akkoord gaan met het vredesvoorstel van de Republiek. Op 31 juli 1667 werd door beide landen de "Vrede van Breda' getekend in de Hollandse stad Breda en de tweede oorlog tussen beide landen kwam officieel ten einde.

Eeuwig Edict

De strijd tussen de Staatsgezinden en Organisten was door de oorlog met Engeland enigszins op de achtergrond geraakt maar laaide na de oorlog weer in alle hevigheid op. De Organisten eisten dat de Staten van Holland een beslissing zouden nemen over de toekomst van Willem III. Ze waren ervan overtuigd dat raadspensionaris De Witt Willem III niet had laten benoemen tot "Kind van de Staat" als hij geen politieke toekomst voor hem zag weggelegd, maar Johan de Witt dacht daar heel anders over. Wel zag hij in dat de situatie op deze manier onhoudbaar werd en kwam met een briljant voorstel; het "eeuwig edict". Het eeuwig edict was een wetsvoorstel waarin werd bepaald dat de eventuele stadhouder van Holland niet ook de functie van kapitein-generaal van de Republiek mocht bekleden. Mocht Willem III dan toch stadhouder of kapitein-generaal worden dan kreeg hij in ieder geval nooit teveel macht in handen. Een geruststellende gedachten voor de Staatsgezinden. De Organisten waren bereid met het eeuwig edict akkoord te gaan als Willem vervroegd meerderjarig werd verklaard én benoemd werd tot lid van de Raad van State; het hoogste adviesorgaan van de Staten-Generaal. Beide partijen werden het eens, het eeuwig edict werd aangenomen en de rust keerde weer terug.

Einde stadhouderloos tijdperk

Na diverse oorlogsgeruchten werd de Republiek aangevallen door zowel Frankrijk als Engeland en de veranderingen volgden elkaar in hoog tempo op. Willem werd in allerijl benoemd tot kapitein-generaal van de Republiek en toen de Fransen binnenvielen ook nog tot stadhouder van Holland. De benoeming van Willem tot stadhouder ging met zoveel geweld gepaard dat het beide broers de Witt het leven kostte.

Kapitein-generaal

In de aanloop van 1672 gonsde het in Europa van de oorlogsgeruchten maar het was volstrekt onduidelijk wie, wie zou aanvallen. De Staten-Generaal besloten uit voorzorg het leger en de vloot in opperste staat van paraatheid te brengen maar liepen daarbij tegen één probleem aan; de Republiek had geen kapitein-generaal. Aangezien de kapitein-generaal in het verleden ook de stadhouder van Holland was waren er twee problemen ontstaan: in de eerste plaats was er helemaal geen stadhouder en in de tweede plaats was het onmogelijk geworden door het eeuwig edict de oude situatie voort te zetten. De roep onder het volk om een krachtig leider aan te stellen werd alsmaar groter en de Organisten schoven nogmaals Willem III naar voren als kandidaat voor de functie van kapitein-generaal. De Staten van Holland konden niet langer meer om Willem III heen en introduceerden hem als kandidaat bij de Staten-Generaal. Deze gingen direct akkoord en in februari 1672 werd Willem III van Oranje officieel benoemd tot kapitein-generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Stadhouder van Holland

In april 1672 werd voor de Republiek duidelijk van welke kant het gevaar kwam en ze werd aangevallen door zowel Frankrijk als Engeland - De Hollandse Oorlog en de Derde Engels-Nederlandse Oorlog. De Fransen namen de slag over land voor hun rekening en de Engelsen vielen aan over zee. Admiraal Michiel de Ruyter kreeg de taak om met de Nederlandse vloot de Engelsen te lijf te gaan en Willem III nam zelf de leiding over het landleger op zich. Helaas waren de eerste wapenfeiten van Willem III zeer ongelukkig en de Fransen wisten in hoog tempo op te rukken richting het Hollandse regeringscentrum. Met het naderen van de Fransen troepen nam de paniek onder de Hollandse inwoners en regenten in hoog tempo toe. Men raakte overtuigd van het feit dat er een verrader in de Staten van Holland zat; hoe kon het anders dat de Fransen het Nederlandse leger volledig onder de voet liepen? Aangezien raadspensionaris De Witt namens Holland de gesprekken met de Fransen voerde wezen alle vingers al snel zijn kant op. Naarmate de geruchten sterker werden werd de haat tegen De Witt groter en Johan overleefde ternauwernood een aanslag op zijn leven. Aangezien Johan lange tijd uit de roulatie was maakten de Organisten van de gelegenheid gebruik door een coup te plegen, die slaagde en op 4 juli 1672 werd Willem III naast kapitein-generaal van de Republiek ook uitgeroepen tot stadhouder van Holland.

Raadspensionaris Johan de Witt met op de achtergrond zijn broer Cornelis de Witt / Bron: Romeyn de Hooghe, Wikimedia Commons (Publiek domein)Raadspensionaris Johan de Witt met op de achtergrond zijn broer Cornelis de Witt / Bron: Romeyn de Hooghe, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Gevangenschap Cornelis de Witt

Terwijl Johan thuis herstellende was van zijn verwondingen raakte zijn broer Cornelis (1632-1672) verwikkeld in een opmerkelijk conflict. Een man, genaamd Willem Tichelaar (circa 1642-circa 1714), beweerde dat hij door Cornelis de Witt was benaderd met de vraag of hij een moordaanslag op stadhouder Willem III wilde plegen. Cornelis werd als gevolg van deze bewering op een zondagmiddag uit zijn huis in Dordrecht gehaald en overgebracht naar de rechtbank in Den Haag. Daar aangekomen werd Cornelis in staat van beschuldiging gesteld op basis van het plegen van hoogverraad maar Cornelis beweerde vanaf het eerste moment onschuldig te zijn. Niet hij had Willem benaderd, maar Willem Tichelaar had hém benaderd. Zelfs na langdurige martelingen weigerde Cornelis schuld te bekennen wat de rechters voor een probleem stelden: op hoogverraad stond de doodstraf maar om deze uit te kunnen spreken moest de verdachte wel schuld bekennen. Iets wat Cornelis weigerde. Uiteindelijk werd Cornelis om onduidelijke redenen veroordeeld tot levenslange verbanning uit de Republiek en in afwachting van zijn uitzetting overgebracht naar de Haagse Gevangenenpoort.

Moord op de gebroeders De Witt

Nadat Cornelis naar de Gevangenpoort was overgebracht arriveerde er een klerk bij Johan de Witt. De klerk bracht Johan op de hoogte over de situatie van Cornelis en gaf te kennen dat Cornelis zijn broer graag wilde spreken. Johan twijfelde geen moment en haastte zich met een paar klerken naar de Gevangenpoort waar hij zijn broer in zeer slechte gezondheid aantrof. Johan gaf een klerk de opdracht thuis een koets te halen maar tegen de tijd dat deze terugkeerde kon hij de Gevangenpoort niet meer bereiken. Onder de bevolking was het bericht dat beide broers de Witt - "de verraders" - zich in de Gevangenpoort bevonden als een lopend vuurtje rond gegaan en er had zich een woedende menigten voor de poort verzameld. Johan werd zich ondertussen bewust van de hachelijke situatie waarin hij en zijn broer zich bevonden, maar besefte dat ze geen kant op konden. In de loop van de middag liep de situatie uit de hand toen de leden van de Haagse Schutterij zich met de situatie gingen bemoeien. In plaats van de menigte te kalmeren hitste de Schutterij ze verder op totdat de menigte de gevangenis bestormde. Beide broers werden naar buiten gesleept, vermoord en hun lichamen op gruwelijke wijze verminkt en tentoongesteld. Een gebruikelijke straf voor "landverraders" in de zeventiende eeuw.

Willem III aan de leiding

Met een gedurfd plan lukte het Willem III om de Franse opmars een halt toe te roepen, maar een groot deel van de inwoners nam hem zijn daad niet in dank af. Zowel de oorlog met Engeland als met Frankrijk kwam hierna al spoedig ten einde, al bood Frankrijk de Republiek alleen een vriendschapsverzoek aan. Met zijn wraak op Engeland zette Willem III veel kwaad bloed onder de inwoners van zijn gewesten en deze kwamen tegen hem in opstand. Na zijn overlijden was er vanuit de Organisten weinig weerstand toen de Staatsgezinden voorstelden een tweede stadhouderloze periode in te gaan.

Au revoir

Volgens de officiële verhalen had stadhouder Willem III geen aandeel gehad in de moord op de gebroeders De Witt, maar hij kon niet ontkennen dat de dood van zijn raadspensionaris hem goed uitkwam. Van de Staatsgezinden had hij in de komende periode weinig tegenstand te verwachten en de Organisten hadden nog steeds al hun hoop op de jonge stadhouder gevestigd. Willems eerste daad als stadhouder was er één die door de Hollandse bevolking met gemengde gevoelens werd ontvangen. Om de Franse opmars een halt toe te roepen besloten de Staten van Holland, op initiatief van Willem III, om de Hollandse Waterlinie in werking te stellen. Het plan werkte en de Fransen trokken zich terug maar honderden inwoners die in het gebied van de waterlinie woonden raakten huis en haard kwijt.

Vriendschap en vrede

Het was Willem eindelijk gelukt de Franse opmars te stoppen en op zee had admiraal De Ruyter de overhand. De Engelse koning Karel zat ondertussen met zijn handen in het haar omdat de bodem van zijn schatkist was bereikt en ook de Franse koning Lodewijk XIV (1638-1715) wist niet wat hij met die opstandige Republiek aan moest. Ondertussen sloot de Republiek een opmerkelijke samenwerkingsovereenkomst met oud vijand Spanje en Frankrijk besefte dat verder strijden geen zin meer had. Koning Lodewijk weigerde om officieel vrede te sluiten maar bood de Republiek wel een zogenaamd vriendschapsverzoek aan, wat de Republiek op haar beurt accepteerde. Ook koning Karel besloot de handdoek in de ring te gooien al was dat bij hem puur uit financieel oogpunt. De gewesten die zich hadden overgegeven aan de Fransen werden toegekend aan stadhouder Willem III die naast Holland en Zeeland ook Utrecht, Gelderland en Overijssel weer onder zijn hoede kreeg.

Afgang

Ongeveer een jaar na Willems aantreden bleek dat hij de hooggespannen verwachtingen van de bevolking en regenten niet waar kon maken. Met name de Organisten die hem jarenlang hadden gesteund kregen weinig terug voor al hun inspanningen en de corruptie nam onder Willems leiding in schrikbarend tempo toe. De bevolking verloor het vertrouwen in haar leider en de meeste Organisten waren niet bij machten hun stadhouder te verdedigen. De bevolking kwam zelfs in opstand toen Willem de belastingen aanzienlijk verhoogde om zijn wraak op Engeland, ook wel bekend als de Glorious Revolution, te kunnen bekostigen. In februari 1702 brak Willem zijn sleutelbeen toen zijn paard struikelde en hij ongelukkig ten val kwam. Willem werd overgebracht naar Kensington Palace om te herstellen maar viel tijdens zijn ziekbed voor een open raam in slaap. In maart 1702 overleed Willem III aan de gevolgen van een longontsteking. Uit het huwelijk tussen Willem III en Maria II van Engeland (1662-1694) waren geen kinderen voortgekomen en de Staatsgezinden en Organisten waren het er al snel over eens om een tweede stadhouderloze periode in te stellen.

Lees verder

© 2016 - 2019 Marjolijnr, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Beatrix  Vrijvrouwe van Ameland met Fries bloedBeatrix Vrijvrouwe van Ameland met Fries bloedPrinses Beatrix heeft Fries bloed in de aderen. De vorstin erfde de titel Erf- Vrijvrouwe van Ameland van Johan Willem F…
Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, prins van OranjeJohan Willem Friso van Nassau-Dietz, prins van OranjeStadhouder Willem III van Oranje-Nassau, tegens koning Willem III van Engeland overleed in 1702. Omdat hij geen kinderen…
René van Chalon, prins van OranjeRené van Chalon, prins van OranjeBij prins van Oranje denken we misschien het allereerst aan de Nederlandse Vader des Vaderlands, prins Willem van Oranje…
Willem van OranjeWillem van OranjeWillem van Oranje, wordt in 1533 geboren in Duitsland als Willem van Nassau. Als zijn Oom, prins van Oranje, sterft, laa…
Willem III van Nassau, prins van Oranje, koning van EngelandWillem III van Nassau, prins van Oranje, koning van EngelandToen Willem III van Nassau werd geboren was hij meteen prins van Oranje, omdat zijn vader, prins Willem II, net acht dag…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Advance, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_der_Zeven_Verenigde_Nederlanden#Vroege_Gouden_Eeuw
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Stadhouderloze_Tijdperk
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_III_van_Oranje
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Raadpensionaris
  • Afbeelding bron 1: Adriaen Thomasz. Key, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: Anthony van Dyck, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 3: Bibliotheek van het Vredespaleis, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 4: Sir Godfrey Kneller, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 5: Romeyn de Hooghe, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Republiek der Nederlanden: Eerste stadhouderloze tijdperk"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Marjolijnr
Laatste update: 03-02-2019
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Geschiedenis Nederland
Bronnen en referenties: 10
Schrijf mee!