InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Handelsposten van de VOC op Java's noordoostkust

Handelsposten van de VOC op Java's noordoostkust

Handelsposten van de VOC op Java's noordoostkust Het Indonesische eiland Java - in het Javaans en Soedanees gespeld als Jawa - is deels gelegen in de Javazee en deels in de Indische Oceaan. Het eiland is een onderdeel van de zogenaamde Soendaboog die wordt gevormd door de vulkanische eilanden Sumatra, Java, de Straat van Soenda en de kleine Soenda-eilanden. Vandaag de dag is Java een onderdeel van de Republiek Indonesië en de stad Jakarta is naast de hoofdstad ook tevens de residentie van de Republiek. Met name in de zestiende en zeventiende eeuw stond Java bekend om haar handel in peper en rijst en de Nederlandse handelaren wisten de weg naar het eiland in 1596 voor het eerst te vinden.

Inhoud


De ontdekking van het eiland Java

Aan het einde van de zestiende eeuw was de Nederlandse opperkoopman, Cornelis de Houtman (1565-1599), de eerste Nederlander die voor anker ging in de haven van de West-Javaanse stad Bantam. Het eiland Java stond in deze periode goed bekend vanwege de vele kruiden en specerijen die er te verkrijgen waren en in het jaar 1600 werd de eerste Nederlandse handelspost in Bantam geopend. Aangezien de handel op Java zeer succesvol was besloot de VOC direct na haar oprichting in 1602 om haar macht op Java uit te breiden en reisde naar de noordoostkant van het eiland om de handel daar te onderzoeken. Net als in het westen waren ook in het noordoosten van Java diverse belangrijke handelssteden gelegen en nog hetzelfde jaar opende de VOC een handelspost in de plaats Gressic (vandaag de dag Gresik genoemd).

De sultan van Mataram

De Nederlandse uitbreidingen in het westen en noordoosten van Java waren overigens tegen het zere been van de sultan van Mataram; een klein en machtig sultanaat dat in het midden van Java was gelegen en in de jaren die volgden kreeg de VOC het dan ook regelmatig met de sultan aan de stok. Zo werd de Nederlandse handelspost in Gressic (Gresik) in 1613 door de troepen van de sultan met de grond gelijk gemaakt en volgde in 1618 een aanval op de Nederlandse handelspost in de plaats Japara (vandaag de dag Jepara genoemd). In de jaren die volgden bleef zowel de VOC als de sultan van Mataram strijden om de macht en in 1641 werd het handelen bemoeilijkt toen de toenmalige soesoehoenan (Indische keizer) van Soerakarta - die de leiding had over Java -, werd aangevallen door een groep Chinezen en Mataranen (inwoners van de Matara, Sri Lanka).

Samenwerking

Om het handelsmonopolie op de noordoostkust van Java in handen te krijgen was het voor de VOC nodig om samen te werken met de plaatselijke soesoehoenan en in het jaar 1680 sloten beide partijen een bondgenootschap. Helaas verliepen de contacten tussen de soesoehoenan en de VOC niet geheel vlekkeloos omdat de soesoehoenan zich slecht aan de gemaakte afspraken hield. Zo weigerde hij bijvoorbeeld de boeren eerlijke prijzen voor hun specerijen te betalen wat maakte dat de bevolking van Java tegen hem in opstand kwam. In 1717 werd de Nederlandse handelspost in Gressic (Gresik) voor de tweede keer sinds haar bestaan aangevallen en dit keer waren de daders opstandige inwoners uit Oost-Java en Madoera (ook wel geschreven als Madura). In 1741 brak op Java de Javaanse Oorlog uit en in de twee jaar die volgden deed de VOC alles wat in haar macht lag om hun bondgenoot, de soesoehoenan, te beschermen.

Neergang

Na het eindigen van de oorlog in 1743 kreeg de VOC van de soesoehoenan de gehele noordoostkust van Java cadeau, als dank voor hun hulp. Maar het handhaven van het handelsmonopolie had heel wat voeten in de aarde. Gedurende de jaren 1743 tot en met 1772 hield de VOC zich vooral bezig met het uitbreiden van haar macht door meerdere handelsposten te openen en vele forten werden gebouwd om potentiële vijanden op afstand te houden. In 1772 was de verovering van de Javaanse noordoostkust voltooid en de inwoners van de gebieden hadden zich neergelegd bij een toekomst onder Nederlands gezag. Helaas begon bij het naderen van de achttiende eeuw het tij voor de VOC te keren aangezien de winsten begonnen af te nemen en haar wereldwijde handelsmonopolie steeds verder onder druk kwam te staan. Toen de Fransen in 1795 de Republiek der Nederlanden binnenvielen en deze uitriepen tot het Bataafse Gemenebest kwam het eiland Java onder leiding te staan van de Nederlandse patriot - in Franse dienst - Herman Willem Daendels (1762-1818). Het tijdperk van de VOC op Java kwam door deze aanstelling officieel ten einde.

Gressic, Japara en Samarang

Al snel na opening van de eerste Nederlandse handelspost in de plaats Gressic (Gresik) werd deze vernietigd en de VOC werd gedwongen om uit te wijken naar de stad Japara (Jepara). Na ook hier te zijn verdreven duurde het diverse jaren voor de VOC de stad weer kon heroveren en na de heropening van haar handelspost in Japara werd deze meteen aangewezen als bestuurscentrum. Toen de handel zich in de loop van de zeventiende eeuw begon te verplaatsen naar de stad Samarang (Semarang ) besloot de VOC ook haar bestuurscentrum te verplaatsen en de handelspost in Samarang werd het nieuwe hoofdcomptoir.

Gressic - Japara - Samarang

Legenda
A. Comptoir Gressic
B. (Hoofd)comptoir Japara
C. (Hoofd)comptoir Samarang

Comptoir Gressic

In 1602 werd in de noordoostelijke plaats Gressic (Gresik) de eerst Nederlandse handelspost annex stapelplaats (opslagplaats) geopend. Aangezien de Nederlandse pakhuizen in de stad vol lagen met kostbare goederen zoals rijst, graan, peper en textiel, werd het comptoir beschermd door Fort Goed Gevolgh. Maar deze kon niet voorkomen dat het comptoir in 1613 met de grond gelijk werd gemaakt door de troepen van de sultan van Mataram. Toen de sultan in 1614 werd gedwongen om zijn troepen terug te trekken, vanwege een epidemie die heerste onder zijn soldaten, besloot de VOC direct een nieuwe handelspost te bouwen en eind dat jaar opende de nieuwe handelspost in Gressic alweer haar deuren. Met name de eerste maanden na opening stond de winst in Gressic onder druk doordat de VOC ook een Nederlandse handelspost had geopend in de stad Japara (Jepara), maar na enige tijd herstelde dit en comptoir Gressic wist de zeventiende eeuw verder goed door te komen. Begin achttiende eeuw ging het echter mis, want in 1717 raakte het comptoir flink beschadigd toen de inwoners van Oost-Java en Madoera (Madura) in opstand kwamen tegen de toenmalige soesoehoenan Pakoeboewono I (1648-1719). Toen de rust was teruggekeerd werd de beschadigde handelspost gerepareerd en Fort Goed Gevolgh kreeg vier bastions om potentiële vijanden in de toekomst beter de baas te kunnen zijn.

(Hoofd)comptoir Japara

Na de verwoesting van de handelspost in Gressic besloot de VOC om haar kansen te spreiden en in 1614 opende ze een nieuwe handelspost in de stad Japara (Jepara). De Nederlandse handelaren wisten al snel een groot deel van de rijst- en peperhandel in het gebied in handen te krijgen en het Nederlandse succes was de sultan van Mataram een doorn in het oog. In 1618 was de maat vol en tijdens een onverwachte aanval wist de sultan Japara op de Nederlanders te veroveren. De VOC liet het er echter niet bij zitten en voerde in de jaren 1618 en 1619 diverse aanvallen op Japara uit, waarbij ze de stad flinke schade toebrachten. Na vijf jaar lang touwtrekken vroeg de sultan van Mataram de VOC in 1621 om haar handelspost in Japara te heropenen, aangezien het de handel in het gebied ten goede zou komen, maar de VOC weigerde dit verzoek.

Pas in 1651 keerde de VOC naar Japara terug toen ze op zoek was naar een plaats om haar nieuwe bestuurscentrum (hoofdcomptoir) te vestigen en in de stad zelf werd een geheel nieuwe handelspost gebouwd. In 1676 besloot de VOC haar handelspost te versterken door aan beide zijden van de rivier, die langs de stad liep, twee (naamloze) houten forten te bouwen. En het in 1680 gesloten bondgenootschap met soesoehoenan Pakoeboewono I maakte dat de VOC in 1681 in actie moest komen toen de inwoners van Oost-Java en Madoera (Madura) tegen de soesoehoenan in opstand kwamen. De VOC wist de opstand al snel de kop in te drukken maar aangezien het onrustig bleef in het gebied versterkte ze één van haar twee forten door er vier bastions aan toe te voegen. Door de onrust in het gebied begon de handel zich langzaam te verplaatsen en in 1708 verloor comptoir Japara haar functie als bestuurscentrum. De handelspost in Samarang werd het nieuwe hoofdcomptoir en in Japara richtte men zich voortaan op de handel in rijst en peper. Met het uitbreken van de Javaanse Oorlog (1741-1743) in 1741 wist de VOC maar net te voorkomen dat het comptoir in Japara door de vijandige troepen werd ingenomen en nadat de rust was teruggekeerd werd ook het andere fort versterkt zodat men beter weerstand kon bieden aan aanvallen in de toekomst.

(Hoofd)comptoir Samarang

De strijd tussen de sultan van Mataram en de VOC was in de loop der jaren niet minder geworden en in 1678 wist de VOC de stad Samarang (Semarang ) op de troepen van de sultan te veroveren. Nog hetzelfde jaar opende de VOC er een handelspost die belangrijk was bij de handel in indigo en rijst en het fort dat in de stad was gelegen werd door de Nederlanders ingenomen en omgedoopt tot Fort Prins van Oranje. Gezien de onrust in de omliggende gebieden besloot de VOC vanaf 1705 een permanente bezetting van 130 soldaten in Fort Prins van Oranje te legeren en blijkbaar had ze een vooruitziende blik, want een jaar later werd het fort aangevallen. De 130 Nederlandse soldaten wisten de ruim 3500 Chinezen en 20.000 Mataranen op afstand te houden tot er versterking arriveerde en sloeg de aanval daarna met gemak af. Gezien de onrust in Japara (Jepara) had de handel zich verplaatst naar Samarang en in 1708 besloot de VOC haar hoofdcomptoir te verplaatsen. Comptoir Japara ging verder als handelspost en comptoir Samarang werd voortaan het nieuwe Nederlandse bestuurscentrum van de Javaanse noordoostkust.

Handelsposten op Java met economisch en militair belang

De Nederlandse handelsposten die op de Javaanse noordoostkust waren gelegen, hadden vrijwel allemaal een dubbelfunctie. Ze werden niet alleen gebruikt om handel te drijven en geld te verdienen, maar hadden daarnaast ook (bijna) allemaal een militaire functie. Dit betekende dat er op de Nederlandse handelsposten vaak VOC-beambten en -soldaten aanwezig waren. Naast de drie eerder genoemde handelsposten in de plaatsen Gressic (Gresik), Japara (Jepara) en Samarang (Semarang ), had de VOC nog acht handelsposten op Java die een dubbelfunctie hadden.

Handelsposten Java; economisch en militair belang

Legenda
A. Comptoir Soerabaja
B. Comptoir Rebang
C. Comptoir Tagal
D. Comptoir Joewana
E. Comptoir Soerakarta
F. Comptoir Djokjakarta
G. Comptoir Pekalong
H. Comptoir Damak
I. Huis Utrecht, Banjoewangi

Comptoir Soerabaja

Sinds welk jaar de Nederlandse handelaren actief waren in de stad Soerabaja, is niet bekend, maar wel was duidelijk dat de VOC er rond het jaar 1678 een handelspost had. De handelspost was voor haar eigen veiligheid gelegen in een zogenaamde pagger; een groep gebouwen die werden beschermd door een eenvoudige omheining en in 1705 waren er rond de 100 soldaten gelegerd. Nadat de sultan van Mataram het comptoir in Samarang (Semarang) had aangevallen besloot de VOC om haar pagger in Soerabaja om te bouwen tot fort dat de naam Fort Providentia kreeg. Enkele jaren later werd het fort, om onbekende redenen, omgedoopt in Fort Belvédère. Om de stad en de Nederlandse gebouwen beter te kunnen beschermen besloot de VOC Soerabaja in 1717 provisorisch te omwallen en pas vanaf 1746 ging het comptoir ook op economisch gebied haar steentje bijdragen toen de handel in de rijst en indigo een vlucht nam.

Comptoir Rembang

De handel in het zeer gewilde Indische djati-hout (teak-hout) bracht de VOC rond 1678 naar de stad Rembang en in 1680 opende ze er een handelspost. De handelspost werd al snel uitgebreid met een houtwerf en er werd een opperhoofd aangewezen die de taak kreeg om het comptoir en de werf aan te sturen. Het opperhoofd had overigens maar beperkte bevoegdheden en diende verantwoording af te leggen aan de gouverneur van de Javaanse noordoostkust, welke was gevestigd in het hoofdcomptoir in Samarang (Semarang). In het jaar 1705 werd er een bezetting van 25 man toegewezen aan het kleine (naamloze) fort dat bij de handelspost was gelegen en na diverse onrusten in het jaar 1709 besloot de VOC om het kleine fort te versterken. De twee nieuwgebouwde bastions konden helaas niet voorkomen dat het fort en de handelspost bij het uitbreken van de Javaanse Oorlog in 1741, met de grond gelijk werden gemaakt. Al het aanwezige personeel kwam bij deze aanval om het leven en toen de rust in Rembang was teruggekeerd besloot de VOC om een nieuwe handelspost én fort te bouwen, dit keer met vier bastions om toekomstige vijanden op afstand te houden.

Comptoir Tagal

In welk jaar de VOC haar handelspost in Tagal (vandaag de dag Tegal genoemd) opende was niet duidelijk, maar in 1705 waren er in ieder geval vijfentwintig VOC-beambten en/of soldaten werkzaam. Voor zover bekend werd de handelspost beschermd door een (naamloos) fort en handelden - met succes - in peper, rijst en hout. Het hout uit Tagal werd door de VOC naar Batavia verscheept waar men het gebruikte om er (pak)huizen van te bouwen. Net als het comptoir in Rembang werd ook de handelspost in Tagal geleid door een opperhoofd.

Comptoir Joewana

In de stad Joewana (vandaag de dag Juwana genoemd) had de VOC, sinds een onbekend jaartal, een kleine handelspost welke was gelegen in een vierkant fort. Het fort / de handelspost had op zowel de zuidoostelijke als de noordwestelijke hoek een bastion om zich te kunnen verdedigen en was tot het jaar 1641 belangrijk bij de inkoop van rijst, hout, indigo en katoenen garens. Met het uitbreken van de Javaanse Oorlog werd ook comptoir Joewana aangevallen en met de grond gelijk gemaakt, maar om onbekende redenen besloot de VOC de handelspost / het fort niet te herstellen en gaf haar positie in Joewana op.

Comptoir Soerakarta

Vanaf 1743 mocht de VOC zich de 'eigenaar' van de Javaanse noordoostkust noemen aangezien zij deze van de toenmalige soesoehoenan had gekregen, als dank voor de Nederlandse steun tijdens de Javaanse Oorlog. Om er voor te zorgen dat de soesoehoenan ook in de toekomst veilig zou zijn opende de VOC een handelspost in de stad Soerakarta (vandaag de dag Surakarta genoemd) en bouwde naast de residentie van de soesoehoenan een geheel nieuw fort, dat Fort Grootmoedigheid werd genoemd. Aangezien het fort niet alleen was bedoeld om de Nederlandse handelsbelangen in het gebied te beschermen maar tevens om de soesoehoenan veilig te houden, werd de soesoehoenan gedwongen een groot deel van de kosten van het nieuwe fort op zich te nemen. In 1756 besloot de VOC om Fort Grootmoedigheid te versterken en toen de verbouwing was afgerond kreeg het fort de nieuwe naam, Fort Vastenburg.

Comptoir Djokjakarta

Nu de VOC de gehele Javaanse noordoostkust in handen had volgden het aantal nieuwe handelsposten elkaar in hoog tempo op. En ongeveer gelijktijdig met de opening van de handelspost in Soerakarta opende ook de nieuwe handelspost in Djokjakarta (vandaag de dag Jogjakarta genoemd) haar deuren. Ook het nieuwe comptoir in Djokjakarta werd beschermd door de aanwezigheid van een fort dat in eerste instantie de naam Fort Rustenburg kreeg. Uiteindelijk duurde het tot het jaar 1709 voordat het fort was voltooid en na opening besloot de VOC het fort de nieuwe naam Fort Vredeburg te geven. Fort Vredeburg was vrijwel gelijk aan Fort Vastenburg in Soerakarta, en ook voor dit fort had de soesoehoenan diep in de buidel moeten tasten.

Comptoir Pekalongan

Iets ten oosten van de plaats Tagal was de stad Pekalongan gelegen, maar sinds welk jaar de VOC hier een handelspost had is niet bekend. Het gebied was van belang omdat de grond er zeer vruchtbaar was - in tegenstelling tot de grond in vele andere plaatsen op het vulkanische eiland Java - en de VOC verbouwde hier dan ook rijst, suikerriet en koffie. Naast het verbouwen van diverse gewassen was de VOC in Pekalongan ook betrokken bij de handel in indigo en hout en het hout werd naar Batavia verscheept om er huizen van te bouwen. Om de handelspost te beschermen tegen mogelijke aanvallen van buitenaf was Fort Paccalonga naast de handelspost gelegen.

Comptoir Damak

Aangezien de Javaanse stad Damak (vandaag de dag Demak genoemd) één van de oudste steden op het eiland Java was, had de VOC er vermoedelijk al langere tijd een handelspost, maar veel is er niet over het comptoir Damak bekend. De kleine handelspost was gelegen in een houten pagger, die Fort Goed Begin werd genoemd en men handelde er vooral in rijst. Of deze rijst voor de verkoop of eigen gebruik was bedoeld, is niet bekend.

Huis Utrecht, Banjoewangie

Nadat het de VOC in 1772 was gelukt om ook de hele oosthoek van het eiland Java te veroveren werd de stad Blambangan enige tijd de belangrijkste stad van het gebied. Maar na twintig jaar hier te hebben gezeten besloot de VOC te verhuizen naar de plaats Banjoewangie (vandaag de dag Banyuwangi genoemd). De VOC kocht in Banjoewangie een woning aan die de naam 'Huis Utrecht' kreeg en naast handelspost ook functioneerde als militaire post en verbanningsoord. De woning was een strafgevangenis (in de VOC-tijd 'bandietenplaats genoemd) waar opstandige VOC-beambten hun zonden konden overdenken.

Handelsposten op Java met militair belang

De Nederlandse handel op Java was zeer lucratief en de winsten die werden behaald, enorm. Mede hierom was het de VOC er alles aan gelegen om haar macht op het eiland te handhaven en om dit mogelijk te maken opende ze in diverse plaatsen forten. Deze forten dienden vooral een militair belang en er werd vaak alleen wat handel gedreven om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien.

Handelsposten Java; militair belang

Legenda
A. Comptoir Panaroeka
B. Fort Pasoeroean
C. Post Bawean
D. Fort de Ontmoeting, Oenarang
E. Fort de Hersteller, Sallatiega
F. Fort de Veldwachter, Boujolalie
G. Fort Malang

Comptoir Panaroekan

Wanneer de militaire handelspost in de plaats Panaroekan (vandaag de dag Panarukan genoemd) precies werd geopend is niet bekend. Tevens is niet duidelijk hoeveel soldaten er waren gelegerd en/of hoe het comptoir was ingericht. Opvallend genoeg wordt er in sommige documenten vermeld dat comptoir Panaroekan enige tijd functioneerde als militair bestuurscentrum, maar in oude VOC-documenten zijn hier geen gegevens over terug te vinden. Naast dat er (vermoedelijk) leiding werd gegeven aan de andere (militaire) handelsposten op het eiland was het comptoir ook verantwoordelijk voor het terug dringen van de Engelse smokkelaars die het op de Javaanse rijst en peper hadden voorzien.

Fort Pasoeroean

Ten zuiden van de stad Soerabaja was het Nederlandse Fort Pasoeroean (vandaag de dag Pasuruan genoemd) gelegen. Het fort werd gebouwd nadat de stad Pasoeroeann in het jaar 1707 in Nederlandse handen was gekomen maar was tot aan het jaar 1746 weinig van belang. Het had de taak om de handelsbelangen van de VOC in de omgeving te beschermen en was tevens een back-up voor de soldaten die waren gelegerd in Fort Vastenburg in Soerakarta. Na 1746 werd het comptoir steeds belangrijker aangezien er in het achterland van Pasoeroean goede indigo en suiker te verkrijgen was.

Post Bawean

Op ongeveer 140 kilometer ten oosten van de stad Gressic was - midden in de Javazee - het kleine eiland Bawean (vandaag de dag Pulau Bawean genoemd) gelegen. Na het eindigen van de Javaanse Oorlog in 1643 besloot de VOC een militaire post op het eiland te vestigen, die puur en alleen bedoeld was om concurrerende handelaren op afstand te houden. Gezien de strategische ligging van het eiland waren de soldaten die in Bawean waren gelegerd in staat om hun collega's op de noordoostkust van Java en die op het naastgelegen eiland Madoera (Madura) te hulp te komen, indien nodig.

Fort de Ontmoeting, Oenarang

Tussen de noordelijk stad Samarang en de zuidelijke stad Djokjakarta waren een drietal Nederlandse forten gelegen die het doel hadden de Javaanse binnenlanden veilig te houden. Ten zuiden van de stad Samarang, in de plaats Oenarang (vandaag de dag Ungaran Barat genoemd), was het Nederlandse Fort de Ontmoeting gelegen. Het fort werd gebouwd in opdracht van de Nederlandse Gouverneur-Generaal, Gustaaf Willem, baron van Imhoff (1705-1750), en dankte zijn naam aan Van Imhoffs ontmoeting met de toenmalige soesoehoenan van Soerakarta, Pakoeboewono II (circa 1680-1749). Om het fort rendabel te maken werden de berghellingen in Oenarang door de VOC beplant met suiker. In 1784 werd Fort de Ontmoeting deels gerenoveerd, maar welke werkzaamheden er werden uitgevoerd is niet duidelijk.

Fort de Hersteller, Sallatiega

Wanneer men de heuvels van Oenarang was gepasseerd kwam men in de stad Sallatiega (vandaag de dag Salatiega genoemd) het tweede Nederlandse fort tegen. Net als Fort de Ontmoeting was ook Fort de Hersteller in opdracht van Gouverneur-Generaal Van Imhoff gebouwd en had zijn naam te danken aan het feit dat Van Imhoff zichzelf zag als de hersteller van de Nederlandse macht op Java en de omliggende eilanden.

Fort de Veldwachter, Boujolalie

Tussen Sallatiega en Djokjakarta was de stad Boujolalie (vandaag de dag Boyolali genoemd) gelegen en tevens het derde Nederlandse fort. Over Fort de Veldwachter is alleen bekend dat ze in opdracht van Van Imhoff was gebouwd, maar hoe ze aan haar naam kwam is niet bekend.

Fort Malang

Net als over Fort Veldwachter, is er ook over Fort Malang, gelegen in de gelijknamige stad, weinig informatie bekend. Wel was duidelijk dat het fort pas na het jaar 1770 werd gebouwd en haar hele bestaan in gebruik was als militaire post. Het fort was eigenlijk niet meer dan een kleine, vierkante, woning die aan beide zijde een aarde bastion had om haar te beschermen.

Handelsposten op Madoera met economisch en militair belang

Ten oosten van de steden Gressic (Gresik) en Soerabaja was het eiland Madoera (vandaag de dag Pulau Madura of kortweg Madura genoemd) gelegen. Om te voorkomen dat buitenlandse concurrenten vanuit Madoera de Nederlandse handel op Java zouden dwarsbomen, besloot de VOC om twee forten op het eiland te vestigen.

Forten op Madoera

Legenda
A. Fort Bancalang
B. Fort Soemenep

Fort Bangcalang

In 1706 besloot de VOC om ook het eiland ten oosten van Java, genaamd Madoera, te veroveren en ze bouwde nog hetzelfde jaar een klein, houten, fort in de westelijke plaats Bangcalang (vandaag de dag Bangkalan genoemd). Het fort was gelegen aan de gelijknamige rivier de Bangcalang en werd in 1747 versterkt. Het houten fort werd vervangen door een stenen bouwwerk en in de loop van de achttiende eeuw waren er vijfendertig soldaten verantwoordelijk voor het bewaken van het gebied.

Soemenep

Tegelijk met de bouw van Fort Bangcalang begon de VOC ook met de bouw van een fort in de oostelijke plaats Soemenep (vandaag de dag Sumenep genoemd). Er is alleen bekend dat het fort zeer klein was en de funderingen en kleine delen van het fort zijn vandaag de dag nog steeds te bezoeken.
© 2017 Marjolijnr, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Zonder Java kan haast niemand meerZonder Java kan haast niemand meerJava is in inmiddels alom aanwezig en zo beheerst java ons leven achter de pc. De meesten merken dit pas wanneer een int…
Het Akkoord van LinggadjatiHet Akkoord van LinggadjatiLinggadjati, het is een magische naam uit het verleden. In dit Javaanse bergdorp kwamen Nederland en Indonesië zestig ja…
Bajigur, Bandrek en Sekoteng Warme Indonesische drankjesIn een warm land als Indonesië zijn de meeste drankjes lekker koud en verfrissend. En veelal zitten er ingrediënten in d…
Eetcultuur: IndonesiëVroeger werd de Indonesische archipel de Specerijen Eilanden genoemd. En niet onterecht, veel specerijen komen oorspronk…
Specerij: peperPeper is waarschijnlijk het meest gebruikte specerij, peperkorreltjes zijn er in verschillende kleuren, zwart, wit, groe…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Himasaram, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • https://www.vocsite.nl/geschiedenis/handelsposten/javano.html
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Java_(eiland)
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Cornelis_de_Houtman
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Herman_Willem_Daendels
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Pakoeboewono_I_van_Soerakarta
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Japara_(regentschap)
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Gustaaf_Willem_van_Imhoff_(1705-1750)
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Pakoeboewono_II_van_Soerakarta
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Soesoehoenan
  • http://www.encyclo.nl/begrip/pagger

Reageer op het artikel "Handelsposten van de VOC op Java's noordoostkust"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Marjolijnr
Gepubliceerd: 04-12-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 11
Schrijf mee!