InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > De Balfour-verklaring en de stichting van de staat Israël

De Balfour-verklaring en de stichting van de staat Israël

De Balfour-verklaring en de stichting van de staat Israël Op 2 november 1917 stuurde de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur James Balfour een brief aan de zionistische voorman van de joodse gemeenschap in Engeland, Lord Lionel Walter Rothschild waaruit kon worden opgemaakt dat Groot-Brittannië de totstandkoming van een 'joods nationaal tehuis' in Palestina steunde en dat ook zou ‘faciliteren’. Deze brief die de geschiedenis is ingegaan als de 'Balfour-declaration' kan beschouwd worden als een van de geboortepapieren van de staat Israël zoals die op 14 mei 1948 – dus 70 jaar geleden in 2018 – werd geproclameerd door David Ben-Goerion, de eerste premier van de nieuwe staat.

Inhoud


In de brief van Balfour van 2 november 1917 stond (vertaald in het Nederlands):
Zijne Majesteits Regering staat welwillend tegenover de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk, en zal haar beste krachten aanwenden de verwezenlijking van dit doel te bevorderen, waarbij het duidelijk moet zijn dat niets zal worden ondernomen dat de burgerlijke en godsdienstige rechten van niet-Joodse gemeenschappen in Palestina zou kunnen aantasten, of de rechten en de politieke status die Joden genieten in enig ander land.

Internationale situatie

2 November 1917: het is duidelijk dat de situatie wat betreft de wereldpolitiek bepaald werd door de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). De centrale mogendheden met als belangrijkste landen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse rijk (Turkije) voerden oorlog met de geallieerde mogendheden Rusland, Engeland en Frankrijk en sinds voorjaar 1917 ook de Verenigde Staten van Amerika. De oorlog werd gevoerd aan het westelijke front en het oostelijke (inclusief de Balkan). Aan het oostelijk front was de situatie voor de centralen verbeterd sinds in maart van dat jaar Rusland in de greep van revolutie was, die uitmondde in de bolsjewistische omwenteling van 7 november ’17.

Sykes-Picotverdrag

Het Ottomaanse rijk had te kampen met ontevredenheid en streven naar onafhankelijkheid van bevolkingsgroepen binnen het grote, maar zwakke rijk. De geallieerden, met name de Bitten en de Fransen, maakten daar graag gebruik van om de positie ervan in het Midden-Oosten (inclusief Palestina) verder te verzwakken. In 1916 hadden de twee geallieerde mogendheden, vooruitlopend op de verwachte ondergang van het Ottomaanse rijk, al een geheime overeenkomst gesloten waarbij hun invloedssfeer in het Midden-Oosten werd vastgelegd; het Sykes-Picotverdrag – genoemd naar respectievelijk de Engelse en Franse onderhandelaar. Palestina zou onder internationaal bestuur komen. De Britse Hoge Commissaris in Egypte had echter in die tijd ook al toezeggingen gedaan aan de Arabieren over onafhankelijkheid van grote delen van het Midden-Oosten, waaronder een regeling met de Saoedi’s over het Arabisch schiereiland. Dit alles leidde onvermijdelijk tot onenigheid en zelfs tot oorlog in Arabië (in die oorlog speelde de bekende avonturenfilm Lawrence of Arabia uit 1962)

Palestina veroverd op de Turken

Hoe dan ook, Palestina was in 1917 nog steeds in handen van de Turken. Dat jaar kreeg de Britse generaal Edmund Allenby het bevel over de Egyptian Expeditionary Force dat toen vanuit Egypte oprukte naar Palestina. In november ’17 trok Allenby met zijn leger op in zuidelijk Palestina. Op 9 december werd Jeruzalem ingenomen. Na verdergaande veroveringen in Azië en Afrika door het expeditieleger van Allenby gaf Turkije zich op 30 oktober 1918 over aan de Britse Troepen. In 1920 werd het officiële vredesverdrag met de Turken gesloten te Sèvres als uitvloeisel van de vredesconferentie van Parijs van 1919 die belegd was door de geallieerden.

Palestina, na het vredesverdrag van Sèvres, 1920

In Sèvres kwam het tot de vorming van onafhankelijke Arabische staten en werden Syrië en Libanon als mandaatgebied van de Volkenbond toegewezen aan Frankrijk. Palestina, Transjordanië en Irak werden mandaatgebied van Groot-Brittannië. Ten aanzien van Palestina bepaalde de Volkenbond, in het verlengde van de Balfour-verklaring, dat er a national home for the Jewish people moest komen met de uitdrukkelijke bepaling dat de rechten van de niet-joodse gemeenschappen in Palestina geëerbiedigd moesten worden. Dat laatste was niet vreemd want ook aan de Arabieren waren in de Eerste Wereldoorlog door de geallieerden toezeggingen gedaan ten aanzien van een onafhankelijke staat na een nederlaag van het Ottomaanse rijk.

Joodse immigratie, Arabische ontevredenheid

In de periode van het mandaat vond er in Palestina een omvangrijke immigratie plaats, bijna allemaal van joden. Dit tot groot ongenoegen van de Arabische bevolking. Al met al kwam Groot-Brittannië in een lastig parket te zitten. Talrijk waren de incidenten tussen joden en Arabieren in Palestina. De Britten probeerden de zaak te sussen door de joodse immigratie te beperken. Maar dat kon niet voorkomen dat er onder de Palestijnen anti-joodse rellen uitbraken in 1921 en ’29. De Britse minister van Defensie en Koloniale Zaken, Winston Chrurchill belegde in 1921 een conferentie in Caïro waar besloten werd tot splitsing van het gebied, met het oostelijk gedeelte (Transjordanië) als een aparte staat (het huidige Jordanië).

Arabische opstand

Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam in Duitsland vluchtten vele joden naar Palestina: 144.000 in de beginjaren ’30, ondanks de beperkingen die de Britten hadden ingesteld (en die ook in de Tweede Wereldoorlog in stand bleven). Bovendien waren voor ’33 al ruim 80.000 joden naar Palestina getrokken uit met name Rusland en Polen. In 1936 kwamen de Arabieren in opstand vanwege de joodse immigratie. Er waren stakingen, er werden aanslagen op joodse instellingen gepleegd. De joden lieten zich van hun kant bepaald niet onbetuigd – de paramilitaire joods-zionistische Hagana voerde strafexpedities uit tegen Arabische groepen en instellingen. Toen in 1939 de opstand was beëindigd waren er rond 5000 Arabieren, 400 joden en 200 Britten om het leven gekomen.

Tweede Wereldoorlog

In het gebied rond Palestina kwamen Engeland en Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog (1939/’40 – ’45) steeds meer onder druk te staan van de as-mogendheden Duitsland en Italië. Het Suezkanaal was strategisch natuurlijk van groot belang en de haven van Haifa was belangrijk als knooppunt in de olievoorziening in de regio. In de Arabische wereld was de stemming over het algemeen anti-joods en anti-Engels In 1941 vielen Duitse troepen in samenwerking met troepen van het door Duitsland gesteunde Vichy-regime in Zuid-Frankrijk, Syrië (dus Frans mandaatgebied) binnen. De Engelse troepen die daar tegen in ’t geweer kwamen, werden gesteund door joodse strijdgroepen. De Duitse dreiging van een inval in Palestina duurde tot 1943. Ondertussen vreesden de Engelsen de toch al geringe loyaliteit van Arabische kant helemaal te verliezen. Ze traden daarom strenger op tegen illegale joodse immigratie in Palestina.

Stichting van de staat Israël, 1948

En juist in die situatie probeerden joodse overlevenden van de vernietigingskampen in Duitsland en Polen Israël binnen te komen, om eindelijk een veilig thuis te vinden. Haar anti-immigratiepolitiek leverde Groot-Brittannië nu internationaal grote morele schade op. Zo pleitte de Amerikaanse president Truman voor het toelaten van joodse overlevenden in Palestina. Vanzelfsprekend werd hij hierin stevig gesteund door de invloedrijke Amerikaanse joodse gemeenschap. Dit bracht Groot-Brittannië des te meer in verlegenheid om dat het land in de na-oorlogse wereldpolitiek de steun van de VS niet kon missen.

De Britten trekken zich terug

Joodse strijdgroepen traden sinds het einde wan de wereldoorlog in 1945 op steeds gewelddadiger wijze op tegen de Britten. Hoogtepunt/dieptepunt van de strijd was het opblazen van het hoofdkwartier van de Britten, het King David Hotel in juli 1946 door een ondergrondse paramilitaire joodse organisatie. Onderwijl bewapenden zich ook de Palestijnse Arabieren en de omliggende Arabische staten.

In februari 1947 werd duidelijk dat de Britten de situatie niet meer onder controle hadden en ze droegen de verantwoordelijkheid voor het Palestijnse mandaatgebied over aan de VN. Op 29 november 1947 stemde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in met de verdeling van Palestina in een Joodse en een Arabische staat. Voor Jeruzalem was een aparte regeling getroffen. Die stad (eigenlijk een enclave) zou onder UNO-bestuur komen. De Joodse autoriteiten accepteerden het VN-plan. De Arabische Liga verwierp het.

De staat Israël is een feit. zo ook een oorlog en een vluchtelingenprobleem

Medio mei 1948 verlieten de Britten het gebied en op 14 met riep David Ben-Goerion de Joodse staat Israël uit. Al op 15 mei vielen legers van Irak, Syrië, Jordanië en Egypte de jonge staat binnen. Jordanië bezette Jeruzalem direct na het uitroepen van de Joodse staat. Weliswaar hadden de Arabische landen in juli ’48 zo’n 40.000 à 50.000 militairen naar Palestina gestuurd, maar daar stond een minstens zo groot Israëlisch leger tegenover, dat bovendien goed bewapend en getraind was en vooral: zeer gemotiveerd. Het maakte dan ook spoedig een triomfantelijke opmars. In januari 1949 tekende de jonge joodse staat een wapenstilstandsverdrag met Egypte, de laatst overgebleven tegenstander. Israël kwam duidelijk als overwinnaar uit de oorlog te voorschijn. Tekenend is wat dat betreft dat haar grondgebied na de oorlog geen 55% van het oude mandaatgebied bedroeg – zoals de bedoeling was volgens het oorspronkelijke verdelingsplan uit 1947- maar 78%! En, er waren zo’n 750.000 Palestijnse vluchtelingen naar de omringende Arabische buurlanden vertrokken. Al met al ingrediënten genoeg voor een onrustige toekomst vol van geweld.

Lees verder

© 2018 Petervandenburg, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Palestijnen/Arabieren & Britten medeschuldig aan Holocaustmijn kijk opPalestijnen/Arabieren & Britten medeschuldig aan HolocaustVeel mensen beweren dat de Palestijnen de prijs moesten betalen van de Holocaust. Zou er in Europa geen Joden zijn vervo…
De laatste stappen naar de Balfour-verklaringIn de 19e eeuw gaan de religieuze opvattingen van het puriteinse protestantisme steeds meer samenvallen met de Britse po…
Israëlische elite eenheden: de eerste eenheden (1936-1940)Al vóór de oprichting van de Staat israël in 1948 zijn joodse elite eenheden actief in de strijd tegen Arabieren. De eer…
Israëlisch-Arabisch conflict 5: Joods recht op Land IsraëlIsraëlisch-Arabisch conflict 5: Joods recht op Land IsraëlAan de oorsprong van de Arabische retoriek ligt de volgende basis bewering: "De Zionisten zijn indringers. Het is ons la…
Israël-steden en streken: Tel Aviv-Jaffo –cultuurlandschapIsraël-steden en streken: Tel Aviv-Jaffo –cultuurlandschapTel Aviv heet officieel Tel Aviv-Jaffo. Het zijn tweelingen: een Arabische (Jaffo) en een Joodse (Tel Aviv) stad. Eind 1…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Vlag van Israël, Wikimedia Commons (CC BY-SA/bewerkt)
  • https://www.landenweb.nl/israel/geschiedenis/
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Isra%C3%ABl
  • http://www.blikopdewereld.nl/geschiedenis/midden-oosten/29-geschiedenis/midden-oosten/1040-deel-4-israel-de-arabische-landen-en-de-route-naar-een-palestijnse-staat
  • Historisch Nieuwsblad maart 2018 (Maurice Blessing: Dossier 70 jaar israël)
  • http://batavirus.nl/2017/10/28/de-britse-terugtrekking-uit-india-en-het-palestijnse-mandaatgebied-1945-1947/

Reageer op het artikel "De Balfour-verklaring en de stichting van de staat Israël"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 02-03-2018
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 6
Schrijf mee!