Historiografie en geschiedschrijving, wat is het?
Veel gebeurtenissen die in het verleden plaatsvonden hebben geen sporen nagelaten, van andere gebeurtenissen is slechts heel weinig bekend. Er zijn ook gebeurtenissen in het verleden die wel hun sporen hebben nagelaten, maar alsnog verloren zijn gegaan. Beschikken we echter nog wel over sporen van gebeurtenissen in het verleden, hoe moeten we dat dan verwerken tot een duidelijk verhaal? Historiografie en geschiedschrijving: een overzicht.
Geschiedschrijvers
Door de eeuwen heen zijn er vele geschiedschrijvers geweest, die gebeurtenissen uit het verleden hebben opgeschreven. Enkelen hebben er serieuze studies van gemaakt, anderen hebben de gebeurtenissen bewust meegemaakt en weer anderen namen het niet zo nauw om de sporen van een gebeurtenis uit het verleden uit te zoeken en waren meer geboeid in een interessant en boeiend verhaal.
Wat is historiografie?
Historiografie is de geschiedenis van deze geschiedschrijvers.
Wat is geschiedschrijving?
Geschiedschrijving is een geschreven interpretatie van het verleden. Een groot gedeelte wat ooit heeft plaatsgevonden in het verleden is vrijwel compleet onbekend en wat we wel weten van het verleden, moet geinterpreteerd worden. Interpretatie omdat er vele stukken uit het verleden ontbreken. Geschiedschrijving is daarom altijd interpretatie.
Materiaal van het verleden
De grote vraag onder historici is, op welke manier moet de geschiedenis geinterpreteerd worden? Als er materiaal van het verleden beschikbaar is, hoe moeten we dat interpreteren?
Historicus als wetenschappelijke geschiedschrijver te werk
De historicus moet een keuze gaan maken uit het beschikbare materiaal van het verleden. De historicus moet een keuze gaan maken, wat past bij zijn gekozen onderwerp en wat past bij zijn verhaal? Welke onderwerpen vindt de historicus belangrijk en welke zaken zijn onbelangrijk en niet van toepassing?
De historiscus als geschiedschrijver zal het onderwerp van het verleden altijd moeten benaderen vanuit zijn eigen belevingswereld.
Waarheidsbevinding
Omdat de historicus het onderwerp van interesse van het verleden zal moeten benaderen vanuit zijn eigen belevingswereld, komt er een zekere mate van subjectiviteit in het werk voor. Echter, voor de meeste historici geldt zondermeer dat geschiedschrijving het schrijven is van objectieve geschiedenis. Het ideaal voor de meeste historici blijft het schrijven van objectieve geschiedenis als waarheidsbevinding.
Onderzoek naar het verleden
Historicus willen over het algemeen wetenschap bedrijven. Wetenschappelijke onderzoeken naar het verleden moeten daarom zo objectief mogelijk uitgevoerd worden. Anders is het geen wetenschap. Historicus willen het verleden het liefst zo nauwkeurig mogelijk verkennen en kennen. Hoe moeten ze dat doen?
Wetenschappelijk onderzoek naar het verleden
Wetenschappelijke onderzoekingen naar het verleden door een historicus uitgevoerd, moet voldoen aan een onderzoek dat zo objectief mogelijk is uitgevoerd, door:
- De standen van zaken, feiten en gebeurtenissen van het verleden correct te achterhalen en deze feiten vervolgens recht te doen,
- Deze gevonden feiten onpartijdig weer te geven tijdens het schrijven
Geschiedschrijven als kunst, verhalend geschiedschrijven
Anderen zijn van mening dat het absoluut onmogelijk is om het verleden in zijn geheel te kennen. Hun streven is om een boeiend verhaal te schrijven. Hun interpretatie van het verleden zal dus zeer subjectief zijn met grote persoonlijke invloeden. Geschiedschrijvers die meer geinteresseerd zijn in het vertellen van een boeiend en goedlopend verhaal, beoefenen het geschiedschrijven als een kunst, niet als een wetenschap.
Enkele bekende Nederlandse geschiedschrijvers:
- Jan Romein (1893-1962)
- Jan Wagenaar (1709 - 1773)
- Hugo de Groot (1583-1645)
- Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647)
- Robert Fruin (1823-1899)