InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > De ondergang van de verenigde Oost-Indische Compagnie

De ondergang van de verenigde Oost-Indische Compagnie

Het is interessant om te weten wat er op een schip gebeurd van de VOC, of wat er in de gebieden gebeurd waar ze vestigingen bouwen, wat hun invloed is op de wereldhandel, maar de geschiedenis over hoe de VOC ten onder is gegaan is net zo belangrijk. Hoe kon het dat het eens zo machtige bedrijf ten onder ging?

De voorgeschiedenis

De VOC is opgericht door verschillende kleine compagnieën die gingen samenwerken om hun handelspositie te versterken, maar voor er wordt uitgezocht door wie de VOC is opgericht is het belangrijk om te weten wat er aan de hand was in die tijd.

In de tijd voor de VOC bestond er wel al handel in specerijen met Azië. Er was een specerijenmonopoly bezig. De specerijenmonopoly was eerst in handen van de Portugese Koning. De koning had een goede verstandhouding met de Nederlandse mensen die in de handel zaten en ook met die van onze zuiderburen. Het was eigenlijk wel logisch dat de Portugese de handel in handen hadden. Zij hadden alle nodige informatie en technische ontwikkelingen om de lange tochten naar Azië te kunnen maken. Er was alleen wel een probleem, de Portugezen konden niet zoveel aanbieden na zo een lange tocht als dat er werd gevraagd in Europa. Dit zorgde voor forse prijsstijgingen. Toen kwam Antwerpen in het spel. Zij beheerden aan het einde van de 16e eeuw het belangrijkste Europese distributiepunt voor Oosterse luxegoederen. Portugal werd in 1580 veroverd door de Spanjaarden, want zonde was door de goeie verstandhouding tussen de Portugezen en de Nederlanders.

Spanje was probeerde grond te winnen en in 1585 werd Antwerpen veroverd. Omdat de Spanjaarden katholiek waren en de belangrijkste groep Noord-Nederlanders protestants moesten de Noord-Nederlanders naar het Noorden vluchtten. Bij deze groep behoorden vele kooplieden, geleerden en uitgevers. Antwerpen zonk als een baksteen op het gebied van de handel, maar Noord-Nederland groeide. De elite groep Noord-Nederlanders waren naar Amsterdam gegaan om daar een nieuw leven op te starten. Hier kwam de Eerste Schipvaart van. De eerste reis (op 14 augustus 1597) van de Nederlanders vanuit Texel richting Azië. Deze reis had maar dan twee jaar geduurd. Toen de reis voltooid was werden er meerdere schepen op reis gestuurd om aan de handel te beginnen.

Waar had de VOC zichzelf gevestigd?

Waar de VOC zijn spullen haalden, daar vestigden ze zich ook. Ze bouwden er forten zodat ze rustig de handel konden drijven. De VOC had zich op verscheidene plekken gevestigd in de volgende gebieden: Oost Afrika, West Afrika, Zuid Afrika, Java, Midden Oosten, Noord West India , Zuid West , India , Zuid India , Zuid Ceylon ,Midden Ceylon , ,Schiereiland Jaffna , Zuid Coromandel , Noord Coromandel , Bengalen , Malakka ,Indochina , China, Japan.

Hoeveel leden telde de VOC over de jaren?

JarenUit NederlandUit Azie
1602-16108.5003.700
1630-164028.90010.000
1660-167040.90014.400
1690-170043.00018.300
1720-173071.70034.300
1750-176080.50028.000
1780-179061.90017.700
1790-179522.9009.100

Wat had de VOC in Europa opgebouwd?

Doordat de VOC lage lonen uitbetaalde, en de inheemse bevolkingen uitbuiten boekte de VOC flinke winsten. Het dividend dat de VOC uitkeerde, was hoog: gemiddeld 18% en in 1642 zelfs 50%. Dit allemaal dankzij het monopolyspel dat ze speelden. Zo konden ze dankzij de monopoly de specerijen verveelvoudigd verkopen aan de Europeanen dan wat zij er voor hadden betaald bij de inheemse bevolking.

Wat waren problemen binnen de VOC?

Corruptie

Wat historici van de vorige eeuw melden is dat dit eigenlijk helemaal niets speciaals was. Ongeveer alle leden van de VOC behandelden de inheemse bevolking bar slecht, deden aan corruptie en verleenden gunsten aan mensen, die het niet “waardig” waren (volgens het VOC Protocol). Wat wel duidelijk is is dat het niet ongewoon was en dat corruptie vaak gebeurde binnen het bestuur van de VOC.

Fouten met de concurrentie

Ook maakte de VOC een cruciale fout: De concurrentie onderschatten. In 1700 veranderde het vraag -en aanbodpatroon. De VOC besteedde wel aandacht aan de vraag van de nieuw producten (katoen, koffie en thee) maar zijn concurrenten (waarvan Engeland de sterkste was) staken er meer geld en energie in. De vraag naar de klassieke specerijen (peper en specerijen) daalde aanzienelijk, maar de VOC weigerde zijn monopolie op dat gebied uit het oog te verliezen. Ook weigerde de VOC de verkoopprijs van Molukse specerijen te doen dalen tegen een hoger volume. De VOC maakte nog een fout. In plaats van zich meer te concentreren op plaatsen waar de productie van katoen, koffie en thee werd gemaakt (Bataviase Ommelande, Preagner, Bengalen, Cormandel en Kanton) hoog lag, ging de VOC zich meer concentreren op plaatsen waar de VOC al sterke vestigingen had.

Transport

Aan het einde van de 16e eeuw had de VOC een enorme voorsprong op technologisch-maritieme innovaties. Hun voorsprong op de scheepvaart was daardoor aanzienlijk vergroot. Maar de VOC bleef op hetzelfde soort schip teren. Terwijl de rest van Europa nieuwe en snellere schepen begon te bouwen bleef de VOC tevreden met zijn fluitschip. Zelfs tot de 18e eeuw bleef de VOC deze brede trage schepen gebruiken. De grote kuil schepen waren vatbaarder voor gevaren. Minder bescherming zorgde voor meer problemen op zee en waren ook sowieso trager. Dit leidde tot een grote achterstand in het transport en kreeg hierdoor te maken met een verslechtering van de concurrentiepositie. Toen de VOC in 1790 besloot eindelijk over te stappen naar de nieuwe schepen, was het al te laat voor de VOC om terug te krabbelen.

Beleidsverandering

De VOC kampte in de 2e helft van de 18e eeuw met slechte handelstijd net als vele andere compagnieën. De Britten hebben dit ook gehad, maar realiseerden zich dat als ze niet op tijd zouden zijn met het veranderen van hun beleid dat ze dan zeker weten failliet zouden gaan. De Britten besloten (net als de Portugezen een eeuw geleden) om de handel in de particuliere sector te zetten. Zo beheerden ze nog wel de markt en konden ze hun geld nog verdienen, maar hadden ze veel minder kosten (zoals de bootreizen naar verre landen en de grote hoeveelheid personeelsleden die ze moesten betalen). De VOC bleef het echter verbieden. Doordat de VOC weigerden de handel vrij te maken, veloren ze nog meer geld. Ook kregen ze er een stuk meer concurrenten bij onder bescherming van de sterke Britten.

Personeelsproblemen

De VOC had te kampen met een te groot tekort aan goede personeelsleden. De vraag naar personeelsleden steeg fors, maar het was moeilijk om een voldoende aantal personeelsleden te verwerven. Dit bleek wel uit de cijfers van de VOC. Toen de VOC nog groeide, groeide het aantal personeelsleden mee. Dit was van 4000 personeelsleden in 1610 tot 29.000 personeelsleden in 1770. De vraag naar goede zeelieden was dus hoog, maar door het grote sterftecijfer onder de zeelieden en de oorlogen die veel goede matrozen niet in staat maakte om met een handelsschip mee te varen zorgde voor een flink tekort aan personeel.

Wat waren de buitenlandse problemen?

Rond 1730 kwamen er diverse veranderingen in de rijken buiten Europa. Zo begonnen er zich rijken te vormen. Het Mogolrijk begon in de loop van de 18e eeuw steeds sterker en machtiger te worden. Ook trokken zij vaak ten strijde. Wat de VOC voor die tijd had bereikt verviel nu. Overal langs de kusten van het Mogolrijk waren er verschillende vestigingen en dus ook verschillende prijzen. Omdat de Mogolsultans ten strijde trokken tegen elkaar en andere landen moesten ze ergens geld vandaan halen. Daarom werd er besloten door de sultans dat overal alle prijzen gelijk zouden worden. Belasting werd nu ook geïnd, dit zorgde voor een prijsstijging voor de VOC. Zij hadden op grote schaal een centraal opgezet landsysteem ingevoerd, waarbij de boeren waren verplicht een deel van hun inkomsten in te leveren. Dit leidde tot nog een probleem: de boeren moesten nu nog meer geld verdienen wilden zij de rente kunnen betalen. Hierdoor waren de boeren wel gedwongen hun geld af te staan aan de markt om het daar te kunnen verkopen. De twee grootste sultanaten binnen het Mogolrijk, Travancore en Mysore, bleven ondertussen flink groeien dit maakte een militaire actie van de VOC om het stuk land terug te nemen van de Travancore, waar zij al jarenlang mee handelden, onmogelijk.

De Britten waren in de jaren tachtig van de 18e eeuw zelfs helemaal van de peperhandel verdreven, maar een militaire actie in 1791 bracht hen weer op de markt.

Er waren meer tegenslagen. Zo werd in China de handel drastisch beperkt met de komst van de Ching-dynastie en ook de handel op Japan werd ongunstig omdat de Japanners de ruilvoet veranderden ten gunste van henzelf. Japan was de leverancier van edelmetaal en toen die weg viel ging de flexibele financiering in Azië verloren.

In China waren er in 1740 massamoorden op Chinezen. Dit leidde tot oorlog tussen de buitenlandse landen die handel met hen dreven (hier behoorde de VOC dus ook toe). Wat er alleen niet bij wordt vermeld is dat de oorlog mede dankzij de Nederlanders is gestart. De Chinezen leerden de Nederlanders kennen als vriendelijk verkopers. De Nederlanders importeerden niet alleen inheemse kruiden, maar exporteerden ook. Rond 1600 kwamen de Nederlanders naar Taiwan, waar de Nederlanders opium introduceerde. De vraag naar opium groeide zo hard dat de omzet van de VOC exponentieel groeide. Helaas voor de Chinezen is opium zo verslavend dat in 1750 er meer opium werd verkocht dan aan de Europeanen.
Na 1750 kwamen de Britten die Indochina innamen. Zo verloor de VOC een van zijn allergrootste bron van inkomsten

In 1757 kwam er een oorlog tussen de Bengaalse nawabs (die probeerden een grip op de markt te krijgen) en de Bengaals-Britse genootschap: de slag bij Plassey. Nadat deze slag was gewonnen door de Bengaals-Britten, kwam Mir Jafar in het zadel. De Britten wilden voor hun steun aan de oorlog veel dingen 1 daarvan was een direct monopoly over de salpeterhandel.

De conflicten met andere westerse landen

Zoals ik al eerder gemeld had begonnen de Britten koloniën te stichtten over heel Azië zodat zij het monopoly in handen zouden hebben.

In 1853 begonnen de Amerikanen net zo goed als de Britten koloniën te veroveren over heel Azië. De Britten vielen China aan en de Amerikanen namen Japan in. Terwijl dit gebeurde namen de Britten rond 1750 China in. Dit was juist een zware klap voor de VOC, want de vele opiumverslaafde Chinezen kochten meer opium dan de gehele Europeaanse bevolking. Dit was dan ook een van de belangrijkste bron van inkomsten geworden voor de VOC. Dit waren ze nu kwijt omdat de Britten doorhadden waar ze aan konden verdienen. Daarbij was de Bengalen n u ook van de Britten en op de Bengalen werd opium gekweekt.

Hoe eindigde de VOC?

Doordat de VOC zijn personeelsleden niet meer kon betalen, zijn schepen niet meer kon betalen, het onderhoud en bescherming van de vestigingen niet meer kon betalen leek de VOC failliet te gaan. Zo voer het allerlaatste VOC schip op Tweede Kerstdag 1794, bijna 200jaar nadat het eerste schip is gaan varen, weg van de rede op Texel. De volgende dag kwamen de Engelsen die het schip onderschepten en overnamen. Zo zijn er vele retourschepen ook overgenomen door de Britten en verloor de VOC zijn schepen. Ook de handelsposten werden één voor één overgenomen door de Britten. In 1799 op 31december werd de VOC officieel failliet verklaard en nam de Staat de schuld van 119miljoen gulden over. In 1803 werden de resterende kamers opgeheven en in 1805 werd de handel vrij gegeven.

Waar lag het aan?

De VOC heeft veel fouten gemaakt in zijn beleid. Toen de VOC groeide was het omdat ze modern bezig waren voor hun tijd. Ze ontdekte landen waar nog niemand geweest was, ze ontdekte gebieden waar ze producten vandaan konden halen zonder er veel voor te hoeven betalen, maar waar ze wel rijk van konden worden. Het is jammer maar wel waar: er was veel corruptie binnen de VOC maar wat hun echt de kop om heeft gekost is het conservatieve koppige beleid dat zij voerden. De Heren XVII wilden niet met de moderne wereld mee groeien en verloren zo hun machtige koppositie in de handel. Hadden ze nieuwere schepen gebouwd, waren ze met de nieuwe producten mee verhuisd, hadden ze toen het einde nabij was de markt open gegooid, dan had de VOC misschien nu nog bestaan, maar dan wel gemoderniseerd.
© 2008 - 2019 Coline, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De WIC: slavenhandel en machtIn de Gouden Eeuw was Nederland een rijk en machtig land. Er was veel welvaart en rijkdom. Deze rijkdom had echter ook e…
Hoorn: bijzondere HorinezenDankzij de geschiedschrijver Velius, die bij wijze van hobby de geschiedenis van Hoorn optekende, zijn we veel over Hoor…
Enkhuizen: De VOC en het PeperhuisEnkhuizen heeft een rijke VOC - geschiedenis. Veel gebouwen herinneren nog aan deze tijd. Het Peperhuis, waarin nu een m…
Hoorn: gebouwen en andere zaken uit de Gouden EeuwIn Hoorn zijn een heel aantal gebouwen en plekken te vinden die herinneren aan de tijd van de VOC. In het Statencollege…
De geneeskracht van Oost-Indische kersDe geneeskracht van Oost-Indische kersOost-Indische kers is inheems in de Andes van Peru, Colombia, Bolivië en Equador. Het is een klimplant met zeer fel gekl…

Reageer op het artikel "De ondergang van de verenigde Oost-Indische Compagnie"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Coline
Gepubliceerd: 25-02-2008
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Schrijf mee!