De Slag bij Gravelotte (1870)

De Slag bij Gravelotte (1870) De Slag bij Gravelotte vond plaats op 18 augustus 1870 en was de grootste veldslag van de Frans-Pruisische Oorlog. In totaal waren zo'n 300.000 soldaten betrokken bij de slag. De veldslag was het directe vervolg op de Slag bij Colombey en de Slag bij Mars-La-Tour, die in de voorafgaande dagen hadden plaatsgevonden in de omgeving van Metz. Nadat het Franse Rijnleger onder leiding van maarschalk Bazaine was verslagen in de Elzas, had het zich teruggetrokken naar Metz met de intentie om bij Verdun op versterking van het Leger van Chalons te wachten. Moltke, de Pruisische opperbevelhebber probeerde de Slag bij Colombey en de Slag bij Mars-La-Tour echter om het Rijnleger de pas naar het westen af te snijden.

Franse uitgangspositie

Na de Slag bij Mars-La-Tour stond Bazaine voor een dilemma. Moest hij toch oprukken naar Verdun of zich terugtrekken naar Metz? Verdun zou met een kleine omweg bereikt kunnen worden, maar dat zou zijn linkerflank blootstellen aan een nieuwe Pruisische aanval. Bovendien begon zijn munitie en bevoorrading op te raken. Metz, daarentegen, leek de veilige optie: de vestingwerken boden hem bescherming en hij kon zijn munitie en bevoorrading weer op peil brengen.

Bazaine koos er dus voor om zich terug te trekken in de richting van Metz. Hij nam stelling op de heuvelrug tussen Roncourt en Rozérieulles, ten westen van Metz. Het VIe Corps vormde de Franse rechtervleugel en stond opgesteld tussen Roncourt en St. Privat la Montagne. Het IVe Corps stond rond Amanvillers. Ten zuiden hiervan stond het IIIe Corps. Aan de linkerflank stond het IIe Corps opgesteld tussen Point du Jour en Rozérieulles. Achter beide flanken bevond zich cavalerie en rond Plappeville stond het Gardecorps, dat als algemene reserve diende. Zowel het IIe als het IIIe Corps had zich gevestigd in versterkte hoeves en loopgraven. De rivier de Mance had in de loop der tijd een vallei uitgegraven en vormde een natuurlijke gracht. De rechterflank had geen genie ter beschikking en kon geen versterkingen aanleggen. Daarmee vormde deze flank het enige zwakke punt in de linie.

Pruisische uitgangspositie

In de ochtend van 18 augustus zouden het Pruisische XIIe, het IXe, het IIIe, het Xe en het Gardekorps naar Jarny, Doncourt en St. Marcel, in noordelijke richting, marcheren. Als de Fransen op 17 augustus alsnog via Étain naar Verdun waren gemarcheerd, zou het Tweede Leger ze op deze weg tegenkomen en aanvallen. De rechtervleugel, gevormd door het VIIe Korps van het Eerste Leger, stond tussen Rezonville en Rozérieulles en zou zich dan hierheen spoeden om te helpen in de veldslag. Als de Fransen zich nog steeds rond Metz bevonden, zou de linkervleugel ze niet tegenkomen en zou zij in oostelijke richting afbuigen en de Franse rechterflank aanvallen. De Pruisische rechtervleugel zou de Fransen dan in de omgeving van Rozérieulles moeten vastpinnen. Het VIIIe Korps stond in Rezonville en kon steun bieden aan beide vleugels.

Het begin van de veldslag

Naarmate de dag vorderde werd duidelijk dat de Fransen nog voor Metz stonden en boog het Tweede Leger af in oostelijke richting. Het Eerste Leger kreeg ondertussen nadrukkelijk het bevel te wachten tot het Tweede Leger was aangesloten. Ook het IXe Korps dat al bij Verneville, vlakbij de Franse linie, stond, kreeg de opdracht de aanval uit te stellen tot het Gardekorps zich links van haar bevond.

Dit bericht kwam echter te laat aan en dus opende de commandant van het IXe Korps, generaal von Manstein, om twaalf uur s middags het vuur op het Franse IVe Corps te Amanvillers. Door het bos kon hij niet zien dat de Franse linie door liep en daarom dacht hij, ondanks berichtgeving over Franse troepen in St. Privat, de Franse rechterflank voor zich te hebben. Hij stond echter in het centrum van de Franse linie.

De Fransen reageerden op hun beurt met artillerievuur van maar liefst drie legerkorpsen en infanterievuur van het IVe Corps, waardoor de Pruisische artillerie het onderspit moest delven. In een poging de artillerie te ontlasten van infanterievuur, stuurde Manstein tevergeefs de 18e infanteriedivisie naar voren, waar zij een front vormden tussen Bois de la Cusse en Bois de Genivaux. Pas toen de 25ste infanteriedivisie in Habonville was aangekomen, werd het vuur van de Franse artillerie verspreid en de 18e divisie ontlast.

Bron: The British Library, Wikimedia Commons (Flickr Commons)Bron: The British Library, Wikimedia Commons (Flickr Commons)
Rond dezelfde tijd kwam ook het Gardekorps aan in St. Ail, ten westen van St. Privat. Het kon echter niet oprukken, omdat de Fransen het dorpje St. Marie aux Chênes, ten noorden van St. Ail, hadden ingenomen. Wanneer het Gardekorps op zou rukken, zou hun flank zijn blootgesteld aan een aanval vanuit St. Marie. Het Gardekorps moest daarom wachten tot het XIIe Korps zou arriveren en zij samen de vijand uit St. Marie konden verdrijven. Om half vier s middags kwam het XIIe Korps aan en viel zij St. Marie vanuit het westen en het noorden aan. Het dorpje werd tevens vanuit het zuiden bestormd door het Gardekorps. De Pruisen slaagden erin de Franse troepen uit dit dorp te verjagen.

Een ongeplande escalatie aan de Pruisische rechtervleugel

Ook aan de Pruisische rechtervleugel was de slag begonnen. Zodra Moltke de eerste schoten hoorde, beval hij dat Steinmetz de deelname van zijn VIIe Korps vooralsnog moest beperken tot artillerievuur op de Franse stellingen. Steinmetz gehoorzaamde en stelde de batterijen van het VIIe Korps op voor Gravelotte. Franse lichte infanterie had zich echter verstopt in de bossen ten noorden en ten oosten van Gravelotte en nam de Pruisische artillerie onder vuur.

De commandant van de 29ste brigade van de 15e infanteriedivisie, generaalmajoor von Wedell, wilde deze bedreiging wegnemen. Voor hij het bevel had gegeven, hadden enkele compagnieën echter al op eigen initiatief de aanval ingezet. Ze wisten de Fransen uit het bos te verdrijven. De brigade probeerde vervolgens door te stoten in de richting van Point du Jour, maar die aanval kwam tot stilstand door hevig vuur van de Fransen.

De aanval op de versterkte hoeves

De commandant van de 15e divisie, generaalluitenant von Weltzien, beval de 30ste brigade om de 29ste brigade te volgen in de strijd. Toen er op deze weg door de grote hoeveelheid troepen een opstopping plaatsvond, werd de brigade opgesplitst: het ene deel omsingelde de hoeve St. Hubert en het andere deel rukte op naar het Bois de Genivaux in een poging contact te leggen met het IXe Korps. Ook hier werden de Fransen teruggedrongen, maar kon de aanval niet worden voortgezet door hevig vuur vanuit de Franse linies.

De hoeve St. Hubert kon pas worden ingenomen toen de Pruisische artillerie de hoeve onder vuur nam. Tijdens de bestorming leed de 30ste brigade dermate zware verliezen dat ongeveer de helft van de officieren was gesneuveld. Desondanks beval de brigadecommandant, generaalmajoor von Strubberg, zijn brigade de aanval voort te zetten in de richting van de hoeve Moscou. De aanval werd echter afgeslagen en de brigade kon haar positie slechts met moeite handhaven.

Iets na drie uur beval generaal von Goeben, commandant van het VIIIste Korps, de 31ste brigade om naar St. Hubert te marcheren en daar de 15e infanteriedivisie te steunen in hun aanval op de hoeve Moscou. Samen probeerden zij meermaals om de hoeve te bestormen, maar steeds werden de aanvallen afgeslagen. De Pruisen leden hierbij wederom enorme verliezen. Rond vijf uur werd het dan eindelijk relatief rustig aan deze kant van het slagveld en werden er geen aanvallen meer ondernomen.

Auftragstaktik

Hoewel het Eerste Leger eigenlijk af had moeten wachten en zich moest beperken tot het inzetten van artillerie, groeide een betrekkelijk kleine schermutseling tegen Franse lichte infanterie uit tot een grootschalige aanval van twee hele legerkorpsen op de gehele Franse linkervleugel. Deze escalatie ging volledig in tegen de instructies van het opperbevel, maar is desondanks te verklaren door de gedecentraliseerde manier van bevelvoering, die ook wel Auftragstaktik wordt genoemd. Auftragstaktik gaf Pruisische onderofficieren veel vrijheid om zelfstandig tactische keuzes te maken. Dit zorgde ervoor dat de Pruisen snel konden reageren, maar het kon dus ook leiden tot overhaaste beslissingen van onderofficieren.

De avond valt

Vanwege de gemaakte vorderingen aan de rechterflank raakte Steinmetz ervan overtuigd dat hij met een extra aanval door de Franse linie kon breken. Toen om zes uur het IIe Korps aankwam, plaatste de koning hen onder leiding van Steinmetz. Op basis van de berichtgeving van Steinmetz beval de koning hem de aanval op Point du Jour te hervatten met behulp van alle overgebleven troepen: de 32ste infanteriebrigade en het IIe Korps. Omdat het gedurende de aanval donker werd, mondde de aanval uit in een enorme chaos. De chaos werd compleet toen troepen van het IIe Korps het vuur openden op troepen van het VIIIe Korps. De aanval liep dan ook al gauw vast en ondanks meerdere pogingen om de aanval te herpakken, bleef het gewenste resultaat uit.

De aanval aan de Pruisische linkerflank

De veldslag zou worden beslist aan de Pruisische linkervleugel. Iets na vijven vielen twee infanteriebrigades van het Gardekorps de Franse linie aan op bevel van prins August von Württemberg. Aan zijn linkerzijde zag hij het XIIe Korps naderen en gezien het late tijdstip werd het tijd om in te grijpen. Na toestemming van Moltke te hebben verkregen, werden de bevelen gegeven: de 4e infanteriebrigade viel de Franse troepen ten zuiden van St. Privat aan en de 3e infanteriebrigade rukte op naar Amanvillers. Beide brigades moesten een grote, open vlakte oversteken en door het grote bereik van de Chassepot, leden de Pruisen enorme verliezen. De brigades wisten de Fransen uit de vooruitgeschoven loopgraven te verdrijven, maar de hevigheid van het Franse vuur dwong hen daar halt te houden.

De aanval van het Gardekorps werd rond zeven uur ondersteund door een aanval van het XIIe Korps. Na de overname van St. Marie aux Chênes, moest het XIIe Korps zich hergroeperen en wachten op twee brigades die waren achtergebleven. Toen het legerkorps compleet was, rukte het op naar Roncourt. Dit dorp werd binnen korte tijd ingenomen, omdat het nagenoeg leeg was. De Franse generaal Canrobert had de Pruisische omvatting namelijk zien aankomen en had Bazaine om versterking gevraagd.

De besluiteloze Bazaine

Bazaine was echter ook deze keer weer besluiteloos. Hij weigerde zelf een beslissing te nemen en gaf Bourbaki, de commandant van het Gardecorps, pas laat toestemming om de troepen te beweging naar eigen inzicht. Bazaine verliet vervolgens het slagveld en sloot zich op in het fort bij Plappeville. Daar wees hij de vragen van zijn stafofficieren af door te snauwen dat ze hun posities maar beter hadden moeten verdedigen.

Bourbaki's dilemma

Door de penibele situatie voor de Fransen hadden zowel Ladmirault als Canrobert om steun gevraagd bij generaal Bourbaki. Naast een besluiteloze opperbevelhebber zat Bourbaki dus ook nog met een dilemma en dat maakte ook hem traag in zijn besluit. De door Canrobert gevraagde reserves waren daarom nog onderweg toen het Pruisische XIIe Korps oprukte naar Roncourt. Canrobert realiseerde zich dat St. Privat het belangrijkste punt van de Franse rechterflank was. Als St. Privat viel, werd de rest van de Franse linie blootgesteld aan een aanval in de rug vanuit het noorden. Daarom trok Canrobert de troepen terug uit Roncourt en stuurde ze als versterking naar St. Privat.

Ondertussen boog de Pruisische 45ste infanteriebrigade van het XIIe Korps op verzoek van het Gardekorps af naar St. Privat om het dorp vanuit het noorden aan te vallen, omdat de aanval van het Gardekorps was vastgelopen. De artillerie van beide legerkorpsen verzamelde zich, waarna maar liefst 24 batterijen het vuur openden op St. Privat om de opmars te steunen. Om acht uur in de avond werd de situatie voor de verdediger onhoudbaar: meer dan 2000 Fransen gaven zich over.

Toen St. Privat viel, kwamen de door Canrobert gevraagde versterkingen eindelijk aan in Amanvillers. Desondanks sloeg het Franse IVe Corps op de vlucht, waarna ook het VIe Corps volgde. De Franse troepen in Amanvillers streden echter tot diep in de nacht door tegen het Pruisische XIe en het Gardekorps. Het Franse IIIe Corps hield nog stand tot drie uur in de nacht, waarna het zich terugtrok. Twee uur later volgde ook het IIe Corps.

Nasleep

Na de veldslag trokken de Fransen zich terug in de vesting van Metz. De Pruisen begonnen het beleg en het Rijnleger zat nu op gesloten. Bazaine zou zich op 27 oktober 1870 overgeven. Ondertussen zou het Leger van Châlons worden opgejaagd door het Pruisische Derde Leger en het nieuwe Leger van de Maas, dat werd gevormd uit delen van het voormalige Tweede Leger. Deze jacht zou uiteindelijk tot een einde komen in de Slag bij Sedan, waar het Tweede Franse Keizerrijk definitief ten onder ging. In dit opzicht was de Slag bij Gravelotte dus een belangrijke opmaat voor de grote finale van Moltke's Sedan-veldtocht, die de oorlog definitief in het voordeel van de Pruisen zou beslissen. De oorlog zou echter nog langer voortduren, omdat het verlies van Napoleon III een opstand in Parijs teweeg zou brengen. Napoleon werd hiermee afgezet en er werd een nieuwe Franse regering uitgeroepen, namelijk de Derde Franse Republiek.

Lees verder

© 2020 Thiwoslari, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De Slag bij Colombey-Nouilly (1870)De Slag bij Colombey-Nouilly (1870)Toen de Frans-Pruisische Oorlog uitbrak begon de Pruisische veldmaarschalk Moltke in augustus 1870 zijn veldtocht met ee…
De Slag bij Mars-La-Tour (1870)De Slag bij Mars-La-Tour (1870)Op 16 augustus 1870 vond de Slag bij Mars-La-Tour plaats, in de omgeving van Metz. De veldslag was een onderdeel van de…
De Slag bij Wissembourg (1870)De Slag bij Wissembourg (1870)De Slag bij Wissembourg was de eerste veldslag in de Frans-Pruisische Oorlog. De slag vond plaats op 4 augustus 1870 in…
De Slag bij Spicheren (1870)De Slag bij Spicheren (1870)De Slag bij Spicheren was een van de eerste veldslagen in de Frans-Pruisische Oorlog. De slag vond plaats op Pruisisch i…

De Sint-Louis, de boot die 937 Joden naar Cuba zou brengenDe Sint-Louis, de boot die 937 Joden naar Cuba zou brengenHet is de vooravond van Wereldoorlog II. Op 13 mei 1939 vertrekt de Sint-Louis vanuit het Duitse Hamburg met aan boord z…
De Slag bij Wörth (1870)De Slag bij Wörth (1870)De Slag bij Wörth was de eerste grote veldslag in de Frans-Pruisische Oorlog (1870-1871). De slag vond plaats in de Elza…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Ernst Zimmer (1864-1924), Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Groβer Generalstab, Kriegsgeschichtliche Abtheilung II, Der deutsch-französische Krieg 1870-1871:Erster Theil Geschichte des Krieges bis zum Sturz des Kaiserreichs. Zweiter Band: Von der Schlacht bei Gravelotte bis zum Sturz des Kaiserreichs (Berlin: Ernst Siegfried Mittler und Sohn, königliche Hofbuchhandlung, 1875)
  • Geoffrey Wawro, The Franco-Prussian War: The German Conquest of France in 1870-1871 (Cambridge: Cambridge University Press, 2003)
  • Generalstab, Kriegsgeschichtliche Abteilung II, The Franco-German War 1870-1871: First Part - History of the War to the Downfall of the Empire. First volume: From the Outbreak of Hostilities to the Battle of Gravelotte, trans. F. Clarke (Nashville: The Battery Press Inc, 1995)
  • Helmuth von Moltke, The Franco-German War of 1870-71 (London: Lionel Leventhal Limited, 1992)
  • Groβer Generalstab, Kriegsgeschichtliche Abteilung I, Moltke's Militärische Werke I, Militärische Korrespondenz Dritter Theil: Aus den Dienstschriften des Krieges 1870 / 1871 (Berlin: Ernst Siegfried Mittler und Sohn, 1896)
  • Afbeelding bron 1: The British Library, Wikimedia Commons (Flickr Commons)

Reageer op het artikel "De Slag bij Gravelotte (1870)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Thiwoslari
Gepubliceerd: 27-05-2020
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Veldslagen Frans-Duitse Oorlog
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!