InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Middeleeuwse steden: wanneer was een plaats een stad?

Middeleeuwse steden: wanneer was een plaats een stad?

Gedurende de tweede helft van de Middeleeuwen kwamen Europese steden tot bloei. Voor velen was dat een eerste kennismaking met het stadse leven. De middeleeuwse stad was echter bij lange na niet zo groot en dichtbevolkt als steden in andere landen en tijden. Vandaar dat men zich extra kan afvragen aan welke voorwaarden een plaats moest voldoen om als stad te tellen. Daarbij blijken handel en nijverheid en de uitgifte van stadsrechten door de heer een belangrijke rol te spelen. Artikelindeling (interne links)

Steden door de eeuwen heen

Al door de hele geschiedenis heen is er vaagheid over de vraag wat een plaats tot een stad maakt. Zelfs in de tegenwoordige tijd is dat lang niet altijd duidelijk. Over veel steden bestaat geen twijfel en over menig dorp of gehucht ook niet. Er zijn echter altijd middelgrote plaatsen geweest die zich moeilijker laten classificeren. Daarom hebben historici en geografen gezocht naar kenmerken die een stad tot een stad maken. Daarbij gelden voor historische steden soms andere voorwaarden dan voor hedendaagse steden, hoewel er ook veel overeenkomsten zijn.

In het algemeen hanteren historici de volgende kenmerken om te bepalen of er in een bepaalde tijd sprake was van een stad:
  1. Een stad fungeert als bestuurlijk middelpunt van een rijk, land of streek. Dit speelde m.n. bij steden uit de Oudheid een grote rol.
  2. In een stad wonen altijd beduidend meer mensen dan in een dorp. Wel kan het naar tijd en plaats verschillen hoe de verhoudingen precies liggen.
  3. Een stad is veel dichter bebouwd dan een dorp. Lange tijd werd de bebouwing bovendien afgeschermd van de omringende landerijen door een stadsmuur of ander verdedigingswerk.
  4. De stedelijke bevolking vindt zijn bestaansmiddelen voornamelijk in handel, nijverheid en diensten en slechts in beperkte mate in landbouw. Voor dorpsbewonders geldt het omgekeerde.
  5. Steden bezitten een aparte juridische status, bijvoorbeeld in de vorm van stadsrechten. Hierdoor zijn ze tot op zekere hoogte onafhankelijk van bestuurlijke en juridische instellingen die elders gangbaar zijn.

Kenmerken van middeleeuwse steden

In principe zijn de bovengenoemde kenmerken ook op middeleeuwse steden van toepassing. Toch is daarmee het hele verhaal nog niet verteld. De doorsnee middeleeuwse stad was relatief gezien namelijk maar klein, waardoor het moeilijk blijft om te bepalen welke plaatsen zich kwalificeren.

Venetië door Bolgnino Zaltieri 1565 / Bron: historic-maps.de, Wikimedia Commons (Publiek domein)Venetië door Bolgnino Zaltieri 1565 / Bron: historic-maps.de, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Milaan en Venetië waren gedurende de late Middeleeuwen de enige plaatsen in Europa met meer dan 100.000 inwoners. Een stad als Parijs had er waarschijnlijk zo'n 80.000. Andere steden hadden er minder nog. Gent zou later uitgroeien tot de grootste stad van Europa, maar toen waren de Middeleeuwen eigenlijk al voorbij. In relatie tot andere bekende steden uit de historie, zelfs tot steden uit de Oudheid als Babylon (de eerste stad ooit met meer dan 200.000 inwoners) of Rome (in de 3de eeuw zo'n 265.000), zijn deze aantalen vrij laag. Nog slechter was het gesteld met de gemiddelde stad. Deze had zo'n 5.000 inwoners. In onze tijd is dat het inwoneraantal horende bij een gemiddeld dorp.

Toch waren dergelijke plaatsten om een aantal goede redenen wel degelijk een stad te noemen. Vandaar dat de kenmerken van de middeleeuwse stad nadere beschouwing verdienen.

Handelsnederzetting of markt

Een stad was in principe altijd een centrum van handel voor de omgeving, meestal in de vorm van één of meerdere markten. De stad bezat hierdoor ook veel economische macht in diezelfde omgeving. De (relatieve) welvaart die veel steden kenden, was op de handel gebaseerd.

Een dergelijke handelsnederzetting kon om verschillende redenen zijn ontstaan. Meestal ging het natuurlijk om het uitruilen en doorverkopen van landbouwproducten en/of spullen uit de lokale nijverheid. Soms was er echter ook sprake van een overslagplaats voor goederen die per boot werden vervoerd. Dat kwam bijvoorbeeld voor bij plaatsen die aan een rivierdam lagen.

Het feit dat een stad altijd een markt had, betekende echter niet dat iedere markt ook een stad was. Er bestonden ook markten die niet waren omringd door duurzame bebouwing. Dan was het gewoon een centrale plek waar boeren hun waren verhandelden en waar slechts een kleine nederzetting omheen was gegroeid. Hier vond men dan uitsluitend diensten die de handelaars in bepaalde behoeften voorzagen, zoals een herberg en een smid.

Hetzelfde gold voor jaarmarkten. Een jaarmarkt was een grote, jaarlijks terugkerende, interregionale markt. Deze werden sinds de 12de eeuw meestal in een stad georganiseerd, maar dat hoefde niet.

Economische bedrijvigheid

De mate van economische bedrijvigheid op het gebied van handel en nijverheid telt als een belangrijk onderscheid tussen stad en platteland. Het gaat daarbij niet om de aan- of afwezigheid van bedrijvigheid, maar meer om de schaal waarop beiden plaatsvinden.

Bij middeleeuwse plaatsen is het extra zaak hier op te letten. Dat komt omdat er in de middeleeuwse stad nog behoorlijk wat landbouw voorkwam, terwijl er op het platteland ook redelijk wat bedrijvigheid plaatsvond. Stadsbewoners verbouwden vaak nog gewassen, zij het meestal op kleine schaal voor persoonlijk gebruik. Boeren klusten er op hun beurt in de avonduren en de winter bij met bepaalde vormen van nijverheid.

Waar het om gaat is te bepalen welke vorm van bedrijvigheid er dominant was. In een stad zijn handel en nijverheid duidelijk dominant en op grote schaal aanwezig.

Inwoneraantal

Ondanks het feit dat een middeleeuwse stad relatief gezien van bescheiden omvang was, had deze nog altijd flink meer inwoners dan een dorp. De vraag zou dan zijn vanaf hoeveel inwoners er sprake is van een stad. Helaas blijkt het moeilijk om hiervoor een grens te trekken. Daarvoor zijn twee oorzaken:
  • Bij een bepaald aantal inwoners kon zowel sprake zijn van een stad als dorp. Tamelijk kleine gemeenschappen konden voldoen aan alle overige kenmerken van een stad. Tegelijkertijd hadden sommige ruim bemeten plaatsen nog zoveel agrarische activiteit en zo weinig autonomie, dat ze niet als stad kunnen tellen.
  • Van veel plaatsen zijn de exacte demografische gegevens niet bekend. Voor de meeste steden kan het exacte inwoneraantal alleen maar worden geschat.

Hoe kun je dan wel bepalen of een plaats genoeg inwoners heeft? De beste mogelijkheid hiertoe hangt nauw samen met het bestaan van een stadswal. Een stadsmuur of andere versterking heeft namelijk weinig zin als er niet genoeg mensen zijn om de verdediging ervan ook daadwerkelijk op zich te nemen. Daarom is het bestaan van een stadsomwalling een afspiegeling van het inwoneraantal: de stad heeft tenminste genoeg inwoners om zichzelf te verdedigen.

Stadsaangezicht Zwolle (Rodetoren) / Bron: PD-Old, Wikimedia Commons (Publiek domein)Stadsaangezicht Zwolle (Rodetoren) / Bron: PD-Old, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Stadsmuren

De stadswallen symboliseerden het onderscheid tussen stad en platteland. Ze vormden een tastbare, niet te missen scheiding. Meestal bestond de wal uit een muur, maar bij kleine plaatsen kon er ook sprake zijn van een houten palissadering.

Bij de poorten in de muur vond bovendien een toegangscontrole tot de stad plaats.

Er zijn niet veel tijden en plaatsen in de geschiedenis te vinden waarbij de omwalling van steden zo'n pregnante rol speelde als in de Middeleeuwen. Het maakte de steden doorgaans tot strak afgeschermde eilandjes in het verder erg landelijke en bosrijke Europa.

Het verdedigen van de stad met behulp van een stadsmuur was niet alleen een kwestie van inwoneraantal, maar ook van juridische toestemming. Het was een recht dat middels de stadsrechten aan de bewoners was verleend door de plaatselijke heer. Daarom is een ommuurde plaats eigenlijk altijd een stad. Wel was het mogelijk dat de stadsrechten eerder kwamen dan de omwalling. Meestal was het dan echter een kwestie van tijd voordat er een muur was, hoewel ook dat niet zeker was.

Stadsrechten

Stadsrechten waren privileges die de leenheer van de streek verleende aan de inwoners van een nederzetting, waardoor die een aantal zaken zelf konden regelen zonder daarvoor direct afhankelijk te zijn van de heer. De stadsrechten werden vastgelegd in een speciale oorkonde.

Aanvankelijk waren het de stedelingen zelf die naar de leenheer trokken om met hem te onderhandelen over privileges. In ruil boden ze hem dan een flinke som geld. Dat deden ze omdat onvrijheid voor koop- en handwerkslieden een moeilijk werkbare situatie opleverde. Ze hadden financiële en juridische ruimte nodig om te kunnen investeren in een eigen zaak en eventueel in die van anderen. Kooplieden hadden bovendien het probleem dat ze veel moesten reizen. Een onvrij persoon was het echter verboden om het land van zijn heer zomaar te verlaten. Na verloop van tijd was het de heer die het initiatief nam in de richting van potentiële steden, omdat de inkomsten die hij aldus kreeg hem zeer welgevallig waren, mogelijk omdat hij had gezien hoe zijn buurman er goed door had geboerd.

Stadsrechten werden in principe nooit verleend aan een dorp. Een plaats moest groot genoeg zijn om de zelfstandigheid ook waar te kunnen maken.

In dit kader hebben historici vaak geopperd dat iedere plaats met stadsrechten dus zonder meer als een middeleeuwse stad mag tellen. Dat blijkt in de praktijk echter toch niet te kloppen, zeker niet in de Lage Landen.

Er blijken twee uitzonderingen voor te komen:
  • Sommige sterk agrarisch georiënteerde nederzettingen hebben toch stadsrechten gekregen. Dat is waarschijnlijk gebeurd om de bewoners in kwestie de speciale status van 'burger' met de daarbij horende privileges te geven. In Brabant kwamen bijvoorbeeld zogeheten 'vrijheden' voor. Dat waren versterkte dorpen met een beperkt aantal rechten. Vaak betrof het plaatsen in de buurt van het kasteel van de heer. Zo hoopte hij nieuwe mensen, en dan met name ambachtslieden, naar zijn eigen territorium te trekken. Plaatsen waar een bisschop zetelde kregen ook wel stadsrechten. Daarmee voldeden bisschoppelijke plaatsen echter niet altijd aan de andere stadse kenmerken. Utrecht was in het begin van zijn bestaan een goed voorbeeld hiervan, al zou het later alsnog uitgroeien tot een grote stad van naam.

Al met al geldt ook hier dat een stad altijd stadsrechten had, maar dat een plaats met stadsrechten niet altijd een stad was.

Conclusie

Een grote economische bedrijvigheid op het gebied van handel en nijverheid en de aanwezigheid van een ruime mate van bestuurlijke en administratieve onafhankelijkheid zoals vastgelegd in de stadsrechten zijn allebei onontbeerlijk om te kunnen spreken van een middeleeuwse stad.

Wat de stadsrechten inhielden

Waar bestonden die stadsrechten nu precies uit? Dat is een vraag die niet eenduidig kan worden beantwoord. De rechten waren immers het resultaat van onderhandelingen tussen de heer en vertegenwoordigers van de stad. Aldus had iedere stad een andere regeling. Wel kwamen in alle overeenkomsten twee verschillende soorten privileges voor:

Haarlem 1550 / Bron: Publiek domein, Wikimedia Commons (PD)Haarlem 1550 / Bron: Publiek domein, Wikimedia Commons (PD)

Privileges voor de stad als geheel

Hierbij werden doorgaans de volgende zaken geregeld:
  • Iedere stad kreeg een zekere mate van zelfbestuur. Dat had meestal de vorm van een college van schepenen dat het bestuur uitvoerde in samenwerking met de ambtenaren van de vorst. Meestal werd vastgelegd welke macht de heer nog precies had in de stad.
  • Men kreeg een beperkte vorm van juridische macht, waardoor men burgers zelf kon berechten in kleinere zaken. Dat gaf ook de mogelijkheid om contracten die in de stad werden afgesloten te waarborgen. Binnen dit kader mocht het magistraat ook de boetes en straffen bepalen die voor vergrijpen werden uitgedeeld.
  • Om de stad te kunnen verdedigen kregen steden het recht een eigen militie te organiseren.
  • Op militair gebied hoefden de steden minder manschappen aan de heer te leveren dan andere gemeenschappen. Hoewel steden in de noordelijke Nederlanden op dit punt vaak slecht weg kwamen.
  • Bijna alle steden kregen speciale rechten op economisch gebied, vastgelegd in het handelsrecht. Hieronder viel bijvoorbeeld de uitsluiting van bepaalde tolgelden en belastingen.
  • De stadsgrond werd grotendeels vrij van verplichtingen aan de heer. Men hoefde nauwelijks nog belasting af te dragen voor de grond, plus dat deze erfelijk overdraagbaar werd en onvervreemdbaar voor de ingezetenen. Daardoor werd het mogelijk om een stabiele gemeenschap op één en dezelfde plek op te bouwen, zonder dat de heer de grond kon verpatsen aan anderen.

Privileges voor burgers van de stad als individu

De meeste oorkonden garandeerden ook de burgers van de stad enkele persoonlijke privileges. Dat maakte het 'burgerschap' tot een gewilde verworvenheid. Dat draaide voornamelijk om de volgende rechten:
  • In principe was iedere burger een vrij persoon. Dat wilde zeggen dat hij geen horige kon zijn van een ander. Wel hadden steden vaak andere regels die bepaalden wanneer iemand zich vrij 'burger' mocht noemen. Vanzelfsprekend golden de burgerrechten voor iedereen die ermee geboren was. Daarnaast gold vaak dat mensen een jaar en een dag in een stad moesten wonen, zonder te zijn ontdekt door hun heer (ondergeschikten van de lokale heer waren hier doorgaans van uitgesloten). In de Lage Landen waren deze rechten echter vaak beperkt en dat was in meer plaatsen het geval. In de praktijk werd men niet zo gemakkelijk burger en was men niet zomaar vrij.
  • In de noordelijke Nederlanden kregen stedelingen uitdrukkelijk toestemming om landbouw te bedrijven binnen de grenzen van de stad. Dat was om gedeeltelijk zelfvoorzienend te kunnen blijven. In Vlaanderen kwam dit echter nergens voor, vermoedelijk doordat de Vlaamse graven meer werk maakten van het betwisten van dergelijke voorrechten.
  • Zowel het stadsbestuur als de heer waren verplicht om de veiligheid en voorrechten van de burgers te verdedigen tegen aanvallen van buitenaf. De burger kreeg dus een zekere belofte op bescherming.

Stadsrechten in Nederlandse steden

In de noordelijke Nederlanden waren de steden vaak al vrij ver ontwikkeld voordat ze stadsrechten kregen. Gemiddeld genomen waren ze er dus maar laat bij. Dat betekende echter wel dat hun rechten en oorkonden beter uitgewerkt zijn dan elders. Veel steden bezitten hun oorkonde nog steeds, waar die elders vaak verloren zijn gegaan.

Wanneer was een stad ook een belangrijke stad?

Het feit dat een plaats kon worden bestempeld als stad wilde nog nog niet zeggen dat het ook een belangrijke stad was. Zaken als de oppervlakte, omvang van de bevolking en rijkdom van een stad beïnvloedde de politieke en juridische status.
Steden die van extra belang waren werden aangeduid als 'goede' of 'vrije' steden of 'steden van wette'. Later werden ze vaak 'hoofdsteden' genoemd. Dit waren de grootste en belangrijkste steden van een gewest, vaak zeven in getal. Ze vielen doorgaans ook onder directe jurisdictie van de vorst en niet onder die van de vazal.

Gent 1534 / Bron: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)Gent 1534 / Bron: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)
De oppervlakte zegt met name iets over het belang van een stad en of deze kon worden gezien als groot of niet. In tegenstelling tot het inwoneraantal is de oppervlakte van steden dankzij de stadswallen nogal nauwkeurig vast te stellen. Al breidden steden door de tijd wel vaak uit, waarbij de muren werden verplaatst.

Grofweg kan men de volgende hierarchie onderkennen:
  • Kleine steden: 20 hectare of kleiner
  • Gemiddelde steden: 20-40 hectare
  • Grote steden: 40-100 hectare
  • Zeer grote steden: meer dan 100 hectare

Van deze laatste categorie waren er in de Lage Landen niet veel. De meeste lagen in het zuiden, zoals Luik, Doornik en Antwerpen (ongeveer 200 hectare), Leuven, Brugge en Brussel (meer dan 400 hectare) en Gent (600 hectare). In de noordelijke Nederlanden waren Haarlem (meer dan 300 hectare) en Utrecht en Leiden (tegen de 100 hectare) de grootste steden.

Dit wil dus niet zeggen dat deze oppervlakten door de hele late Middeleeuwen heen statisch waren. Ze zijn door de eeuwen heen zo gegroeid. Daarbij maakten de zuidelijke steden tussen de 12de en 14de eeuw een enorme groei door. In het noorden kwam de expansie pas halverwege de 14de eeuw op gang.

Lees verder

© 2011 - 2019 Varenna, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Verzamelen: het kopen en verkopen van middeleeuwse muntenVerzamelen: het kopen en verkopen van middeleeuwse muntenEr zijn veel verzamelaars die munten uit de middeleeuwen verzamelen. Er is daarom ook goed geld te verdienen met het kop…
Wonen in de middeleeuwenTot in de vroege middeleeuwen was de economie zelfvoorzienend. Er werd voornamelijk voedsel voor eigen gebruik geproduce…
Ontstaan van de stedenOntstaan van de stedenOnder een dorp of stad moet een plaats worden verstaan waar mensen wonen die zich in tegenstelling tot het platteland ni…
Egyptische kunst 13: Overeenkomst met Middeleeuwse kunstEgyptische kunst 13: Overeenkomst met Middeleeuwse kunstDe Egyptische kunst en de kunst van de Middeleeuwen zijn beide dienend. Ze staan in het teken van het heilige, het godde…
Begin en eind van de stadsrechtenBegin en eind van de stadsrechtenStadsrechten werden voor het eerste verleend in de middeleeuwen. Het waren bijzondere rechten en privileges die toegeken…
Bronnen en referenties
  • D.M. Nicholas - 'Stad en platteland in de Middeleeuwen.' Bussum 1971
  • R. van Uytven - 'Stadsgeschiedenis in het Noorden en Zuiden.' in: 'Algemene Geschiedenis der Nederlanden II.' Haarlem 1982
  • H. Jansen - 'Geschiedenis van de Middeleeuwen.' 1978 Utrecht
  • B. Tierney, S. Painter - 'Western Europe in the Midlle Ages 300-1475.' New York 1983
  • Afbeelding bron 1: historic-maps.de, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: PD-Old, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 3: Publiek domein, Wikimedia Commons (PD)
  • Afbeelding bron 4: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Middeleeuwse steden: wanneer was een plaats een stad?"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Lolke, 07-11-2014 14:42 #1
Heeft het woord Stad iets met "stathe" te maken? Zoals de handelswijk in Utrecht genoemd werd? En om nog maar te zwijgen van die andere beroemde handelsplaats in de buurt van Utrecht: Dorestad. Die overigens in legio schrijfwijzen voorkomt ( -state, -stati, -states, status, steti, statii, stade, stada, stadum, stadio, etc). Ook in Duitsland en Denemarken zijn plaatsen die eindigen op stathe of een vorm daarvan. Reactie infoteur, 08-11-2014
Beste Lolke,

Een interessante vraag waar ik helaas geen eenduidig antwoord op heb gevonden. In het etymologisch woordenboek wordt als oorsprong voor het woord 'stad' alleen verwezen naar het Middelnederlandse 'stede'. Met een 'state' werd doorgaans een landgoed bedoeld en het betekent onder meer ook 'huishouden'.

Een andere oude betekenis van state is echter 'vaste verblijfplaats' en daarmee kun je veel kanten op. Dat kan net zo goed duiden op een huis als op een verzameling van huizen op een vaste plek. Daarmee durf ik echt niet te zeggen in hoeverre het toeval is of niet dat de woorden stad en state toch veel op elkaar lijken.

Vriendelijke groeten,
Varenna

Infoteur: Varenna
Gepubliceerd: 12-05-2011
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Middeleeuwen
Bronnen en referenties: 8
Reacties: 1
Schrijf mee!