InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Het ontstaan van universiteiten in de middeleeuwen

Het ontstaan van universiteiten in de middeleeuwen

Het ontstaan van universiteiten in de middeleeuwen Tegen het einde van de 12de eeuw ontstonden in Europa de eerste universiteiten. Dat betekende dat er voor het eerst officiële wetenschappelijke centra kwamen naast de kloosters. Tot dan toe waren er wel al meesters die studenten onderwijs gaven, maar daar zat geen gemeenschappelijke organisatie achter. Dat veranderde door de komst van de universiteit die aanvankelijk functioneerde als een gilde. Desondanks werden ook wetenschappers nog lang gerekend tot de orde der geestelijken. De steden die kunnen bogen op de oudste universiteiten ter wereld zijn Bologna, Parijs, Oxford en Cambridge. Artikelindeling (interne links)

Scholing in de 10de en 11de eeuw

Feitelijk was goede scholing in de middeleeuwen schaars, zeker wanneer het ging om onderwijs van een hoger niveau dan dat van de basisschool. De meeste opleidingen vonden plaats in de praktijk en werden voltooid binnen het gildesysteem van meester en leerling. Dat gold zelfs voor veel geestelijken; ook priesters leerden het vak doorgaans in de praktijk als altaarhulp van een gewijde priester. Daarbij waren de eisen waaraan nieuwe priesters moesten voldoen om te worden ingewijd maar laag.

Klooster- en kathedraalscholen

De beste manier om meer onderricht te krijgen was het bezoeken van een klooster- of kathedraalschool. In principe waren kloosters en kathedralen verplicht om minstens één school te beheren. Aan het hoofd van deze school stond een kanunnik die de taak had om toezicht te houden op de school. Deze droeg de titel 'scholaster'.

De geleverde kwaliteit van het lesprogramma was echter sterk afhankelijk van de betreffende docent, de meester of magister. Scholen hadden niet, zoals tegenwoordig, te maken met overheidsbeleid, een vaststaand lesprogramma of exameneisen. Het was meer zo dat ze een voorziening boden tot lesgeven, waar individuele meesters gebruik van konden maken. De scholen leverden ruimtes, betalingen en studenten; de meesters leverden het onderricht.

Kathedraalscholen hadden doorgaans een betere naam dan kloosterscholen. Ze trokken betere docenten aan en boden betere toekomstperspectieven aan studenten.

In noordelijk Europa genoten gedurende deze eeuwen de kloosterscholen van Lobbes en St.-Truiden enige faam, net als die van Bec in Normandië. Het waren echter de kathedraalscholen van Parijs, Reims, Luik en later ook Chartres die zich nog het best manifesteerden.

Onderwijs in de 12de eeuw

In de loop van de 12de eeuw was er sprake van een duidelijk groei op het gebied van onderwijs. Er kwam van alles meer: meer scholen, meer meesters, meer leerstof, meer studenten.

Meester Abelard aan het werk / Bron: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)Meester Abelard aan het werk / Bron: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Meesters kregen ook meer ruimte voor het ontplooien van eigen initiatieven, zolang ze zich maar aan de regels van de dienstdoende scholaster hielden. Dat betekende dat meesters nu hun eigen 'school' konden beginnen. Ze moesten dan wel zelf een ruimte huren, zelf studenten werven en zelf lesgelden innen, maar het kon. Voor populaire meesters, zoals bijvoorbeeld de vermaarde geleerde Abélard, was dit goed te doen. Zij kregen hun lessen gemakkelijk vol met studenten die van overal kwamen toegestroomd.

Er werden nog steeds geen examens afgenomen en graden of titels afgegeven. Of iemand 'volleerd' was, mocht de persoon in kwestie naar eigen goeddunken bepalen. De magister was iemand die zichzelf in staat achtte om anderen onderwijs te geven.
Dat klinkt gemakkelijker dan het was. In de praktijk was een slechte docent immers ook een arme docent met weinig leerlingen. Men kon dus beter oppassen met zichzelf te snel tot meester te verheffen.

Universitas: gilden voor meesters en studenten

Hoewel het idee van 'meesters en leerlingen' al veel weg had van hoe het er bij de gilden aan toe ging, was er in het onderwijs lange tijd geen enkele organsatie. In de middeleeuwse maatschappij betekende dit dat er ook geen sociale voorzieningen waren voor meesters en studenten en geen bescherming tegen maatschappelijke willekeur of overheidsbeleid. Door de snelle groei van het hoger onderwijs in de 12de eeuw begon die situatie te wringen.

Aldus werden er tegen het einde van de eeuw in sommige steden onderwijsgilden opgericht onder de naam 'universitas'. Dat was destijds een vrij algemene term die werd gebruikt voor allerlei groepen mensen die samenwerkten om een bepaald doel te bereiken of gemeenschappelijke belangen te behartigen. Als zodanig werd hij ook gebruikt voor leden van andere gilden.

Het doel van de universitas voor meesters en studenten was het beschermen van hun leden en de belangen van het onderwijs in het algemeen te behartigen. Daar kwam echter bij dat ze, in navolging van andere gilden, ook al snel overgingen tot het bepalen van exameneisen en het uitdelen van graden.

Geestelijken

Ondanks het feit dat de gilden wereldlijke organisaties waren, bleven de leden van de universitas toch behoren tot de orde der geestelijken. Dat had de meesters en hun studenten namelijk altijd al gedaan. En echt vreemd was het ook niet, want velen van hen zouden eveneens toetreden tot de stedelijke kloosterorden van franciscanen of dominicanen.

Verschil noord en zuid

Er was wel een opmerkelijk verschil tussen de universiteiten in Zuid-Europa enerzijds en die in Noord-Europa anderzijds. In het zuiden, met name in Italië, waren de universitas primair gericht op studenten, terwijl in het noorden juist de meesters dominant waren.

Allereerste universitas

Bologna was waarschijnlijk de eerste universiteit ooit. De universiteiten in Parijs en Oxford kwamen echter niet veel later. Het was een ontwikkelingsproces dat op verschillende plaatsen in Europa min of meer tegelijkertijd plaatsvond, maar niet overal op dezelfde manier.

Bologna

Bologna had als stad aan de vooravond van het ontstaan van de universiteit een uitstekende reputatie in vier wetenschappelijk disciplines:
  • Retoriek. Door de hele middeleeuwen heen zijn er in Italië meesters geweest die 'retoriek', de kunst van de redevoering, doceerden. In de grote steden waren er daar zelfs velen van. Bologna groeide op dit gebied echter uit tot het belangrijkste centrum voor meesters en leerlingen.
  • Civiel recht. Gedurende de 11de eeuw ontstond een goede naam op het gebied van rechten. Italiaanse advocaten waren in toenemende mate ontevreden met hun simpele handboeken over Romeins recht en stimuleerden een zoektocht naar betere alternatieven. Dat sloeg aan bij menige student, die de studie naar civiel recht op zich nam. Bologna wist hierbij het voortouw te nemen, dankzij de bekende meester Irnerius.
  • Canoniek recht. In de 12de eeuw kwam er ook meer behoefte aan canoniek of kerkelijk recht. In Bologna werd dit opgepakt door meester Gratianus, die de vader werd van de studie naar kerkelijk recht.
  • Geneeskunde. In Italië werd geneeskunde steeds meer gedoceerd op speciale medische scholen, die zich over het hele land hadden verspreid. In Bologna was er ook zo'n school, die hoogwaardig onderwijs gaf.

Middeleeuwse student / Bron: 'History of the power in Europe', Wikimedia Commons (Publiek domein)Middeleeuwse student / Bron: 'History of the power in Europe', Wikimedia Commons (Publiek domein)
De ruime keus aan studiemogelijkheden die Bologna te bieden had en de goede naam van de meesters trok talloze studenten vanuit heel Europa kwamen. Deze studenten waren vaak echter arm en als individu stonden ze machteloos tegen eventuele uitbuiting door huisbazen, winkeliers of meesters. Om de eigen rechten beter te beschermen vormden zich tegen het einde van de 12de eeuw twee gilden:
  • Het Ultramontane gilde was voor studenten van buiten Italië.
  • Het Cismontane gilde was voor Italiaanse studenten.

Vanwege het geografische karakter achter deze gilden sprak men ook wel van 'naties'. Aan het hoofd van iedere natie stond een gekozen 'rector'.

Snel na de vorming van de studentengildes vormden de meesters hun eigen gildes. Die van de studenten bleven echter in alle kwesties dominant, behalve niet waar het aankwam op het uitdelen van graden. Vermoedelijk kwam dit omdat de meesters voor hun inkomen afhankelijk waren van de studenten. Pas later kwamen er vaste salarissen voor docenten.

Parijs

In Parijs was een kanunnik van het bisschoppelijke kapitel belast met het toezicht op het onderwijs in de hele stad. Zijn titel was die van 'kanselier'. De rede voor zijn aanstelling was het feit dat meesters en studenten telden als geestelijken en daarom onder de kerkelijke jurisdictie vielen. De kanselier zetelde aan de kathedraalschool van de Notre Dame. Hij had veel macht en bepaalde onder meer wie er les mocht geven en waar, alsmede wie er een graad kreeg toegewezen en wie niet.

Daar waren steeds meer meesters niet blij mee. Dat leidde ertoe dat ze de Seine overtrokken om les te gaan geven aan het klooster van St. Geneviève, dat op de andere oever lag. Daar kregen ze bescherming van de abt. In de loop van de 12de eeuw vertrokken steeds meer meesters naar de overkant, totdat de kathedraalschool praktisch verlaten was.

Rondom het klooster vormden zich ondertussen steeds meer scholen, de zogenaamde Parijse scholen. Tegen het einde van de eeuw richten de meesters hier hun eerste gilden op om een sterkere positie te verwerven tegenover de kanselier. Deze bleef namelijk bescherming houden van de bisschop van Parijs. De Paus en de Franse koning steunden echter de gilden, waardoor deze snel aan macht wonnen.

In 1219 waren er vier naties rondom de faculteit van de vrije kunsten, wat op afstand de grootste groep was binnen de universiteit. De naties waren: Frankrijk, Normandië, Picardië en Engeland (waar alle niet-fransen deel van uitmaakten). Iedere natie koos een eigen 'proctor' als hoofd. Vanaf de helft van de13de eeuw kozen de naties bovendien een 'rector' als hoofd en vertegenwoordiger van allen. Deze kreeg ook een bescheiden administratief apparaat. Feitelijk was de rector dus alleen hoofd van de faculteit der vrije kunsten, maar aangezien dat het grootste deel van de universiteit betrof, had hij alle macht.

Oxford en Cambridge

Rondreizende meesters gaven regelmatig les in de centraal in Engeland gelegen stad Oxford. Andersom gaven veel Britse meesters les in Parijs. In 1167 kregen koning Hendrik II van Engeland en koning Lodewijk VII van Frankrijk het echter flink aan de stok. Dat leidde tot de terugkeer van de verschillende meesters naar hun vaderland. Waarschijnlijk hebben de Engelse meesters zich toen permanent in Oxford gevestigd en zijn de scholen aldaar naam en faam gaan opbouwen.

In 1214 wordt er voor het eerst medling gemaakt van een kanselier in Oxford, als zijnde het hoofd van de universitas. Er lijkt hier geen sprake te zijn geweest van 'naties'. De kanselier en zijn proctors waren meer een algemeen bestuur. Veel besluiten werden bovendien democratisch genomen in vergaderingen waarbij alle meesters aanwezig waren.

Hoe Cambridge precies is ontstaan is minder duidelijk. Waarschijnlijk is het gesticht door ontevreden migranten uit zowel Oxford als Parijs. Aangezien er nog geen vaste gebouwen nodig waren voor het oprichten van een school, konden meesters en studenten gemakkelijk naar elders verhuizen.

Colleges: huisvesting voor studenten en meesters

Zowel in Parijs als in de Engelse steden werden al snel 'colleges' gevestigd. Deze werden meestal gesticht door weldoeners. De colleges waren huizen die kost en inwoning boden aan studenten en één of meer inwonende meester(s). Dit was gratis of erg goedkoop. Door de tijd heen trokken de colleges steeds meer macht en rijkdom naar zich toe, ten koste van de reguliere lesprogramma's. Ze namen de vorming van hun eigen studenten in dusdanige mate over dat deze tenslotte nog nauwelijks lessen volgden aan de universiteit.

In Engeland werken de universiteiten nog steeds primair met dergelijke colleges.

Andere universiteiten

Het systeem van de universitas werkte. De meeste universiteiten verwierven steun van zowel wereldlijke als kerkelijke leiders. Hun positie in de maatschappij werd stevig. Ook op politiek terrein verwierven ze de nodige invloed.

Dat leidde vanaf de 13de eeuw tot de vestiging van nieuwe universiteiten door heel Europa heen. In 1369 werd er bijvoorbeeld een universiteit in Keulen opgericht, welke ook veel door studenten uit de lage landen werd bezocht.

Nederland en Belgë

De eerste universiteit binnen onze eigen contreien was die van Leuven die in 1425 werd opgericht door Jan IV van Brabant. Er was toen dus al sprake van hele universiteiten die hun geheel werden 'opgericht' door weldoeners of politici in plaats van dat ze min of meer spontaan ontstonden. De oudste universiteit op Nederlands grondgebied is de universiteit van Leiden, die in 1575 werd opgericht.

Lees verder

© 2011 - 2019 Varenna, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Studeren in IJslandIJsland is niet alleen een prachtig land maar je kunt er ook nog eens heel goed studeren. IJsland biedt namelijk veel op…
De middeleeuwse universiteit, een geleerde gemeenschapDe middeleeuwse universiteit, een geleerde gemeenschapDe eerste universiteiten werden rond 1200 gesticht uit gemeenschappen van studenten en docenten. Het woord universitas v…
Beste universiteiten van Nederland 2016: ranglijstBeste universiteiten van Nederland 2016: ranglijstWat zijn de beste Universiteiten van Nederland 2016? Hoe ziet de Ranglijst van beste Nederlandse Universiteiten eruit? V…
Universitaire masters internationale betrekkingenUniversitaire masters internationale betrekkingenAls je een master zoekt op het gebied van internationale betrekkingen, kun je bij een aantal universiteiten terecht. Hie…
Instellingsgeld; wat kost een tweede studieHet instellingsgeld voor een tweede studie is sinds september 2010 ingevoerd.Met deze regeling moet in bepaalde gevallen…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Rembrandt, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • B. Tierney, S. Painter - 'Western Europe in the Middle Ages.' New York 1983
  • H.P.H. Jansen - 'Geschiedenis van de Middeleeuwen.' Utrecht 1978
  • J. Le Goff - 'De cultuur van Middeleeuws Europa.' Amsterdam 1987
  • Afbeelding bij inleiding: detail van Rembrandt - 'Geleerde aan lessenaar' 1634
  • Afbeelding bron 1: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: 'History of the power in Europe', Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Het ontstaan van universiteiten in de middeleeuwen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Varenna
Laatste update: 19-09-2013
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Middeleeuwen
Bronnen en referenties: 7
Schrijf mee!