Lanseloet van Denemerken

"Een abel spel van Lanseloet van Denemerken. Hoe hi wert minnende ene joncfrou die met sijnder moeder diende." Lanseloet van Denemerken is een Middelnederlands toneelstuk. Het is een van de vier abele spelen die vervat zijn in het Hulthemse handschrift en omvat 952 in rijm opgestelde regels. De andere abele spelen zijn: Gloriant, Esmoreit en Vanden Winter ende vanden Somer. Het toneelstuk Lanseloet van Denemerken handelt over de (onmogelijke) liefde tussen personen van verschillende standing.

Personages

  • Lanseloet
  • Sanderijn
  • Sine moeder (moeder van Lanseloet)
  • Een ridder (echtgenoot van Sanderijn)
  • Reinout (kamenier van Lanseloet)
  • Des ridders warande huedere (tuinman van de ridder)

Proloog

Er wordt verteld over Lanseloet. Sanderijn vertelt over hun liefde voor elkaar,maar hoe zijn moeder die liefde afkeurde. Sanderijn is immers van een lagere afkomst. Toch bleef Lanseloet genegenheid koesteren voor Sanderijn.

Monoloog Lanseloet

Lanseloet vertelt over zijn liefde voor Sanderijn. Zijn moeder is gekant tegen deze liefde. Lanseloet wacht aan de rozenstruik van de kasteeltuin op Sanderijn (afspreekpunt geliefden).

Eerste tafereel

Lanseloet zegt dat hij kapot zal gaan zonder Sanderijn. Dit is een vorm van dramatisch ironie. Dit werd zowel in de literatuur als in de geneeskunde ernstig genomen. Sanderijn wijst Lanseloet erop dat ze te min is voor hem. Ze wil ook geen minnares zijn. Zij wil zich niet verlagen. Lanseloet beweert dat hij geen oneerbaar voorstel doet. Hij zegt dat niemand hem meer kan behagen dan Sanderijn. Hij vraagt om het minnespel te spelen (geslachtelijke gemeenschap). Sanderijn zegt dat vrouwen soms te lichtgelovig zijn en mannen te snel vertrouwen. Zij zegt dat als ze met hem zou spelen, hij zijn zin zal willen doen. Lanseloet zegt dat hij Sanderijn daarvoor te graag ziet. Hij wil haar lijf niet onteren. Hij zweert het op zijn riddereer. Sanderijn is bang dat kwaadsprekers hen zien. Ze wil snel afscheid nemen. Ze is bang dat iemand aanstoot geeft.

Monoloog Lanseloet

Hij is droevig om Sanderijn. Ze verkiest eer boven goud. Ze leidt een kuis leven.

Tweede tafereel

Lanseloet zijn moeder heeft hem zijn liefde horen verklaren aan Sanderijn. Ze is verbaasd dat Lanseloet verliefd kan zijn op iemand van een lage afkomst. Hij zegt dat hij Sanderijn tot zijn vrouw wil maken. Zij is immers al wat hij wil. De moeder hoopt dat Lanseloet naar haar wil zal handelen, maar hij heeft er geen oren naar. Ze zegt dat Lanseloet zich moest schamen. Hij kan ook schone vrouwen vinden met een hogere status. Hij zegt dat het niet om het bezit gaat, maar gelijkheid van karakter. Dit berust op de Middeleeuwse temperamentenleer volgend welke de vier temperamenten de geaardheid van de mens bepalen. Liefde is het gevolg van de aantrekkingskracht van gelijke temperamenten. Lanseloet zegt dat Sanderijn niet uit is op zijn status of rijkdom. De moeder stelt een nacht met Sanderijn voor, op voorwaarde dat Lanseloet na die nacht genoeg zal hebben van haar, als hij haar gehad heeft. Deze onhoofse woorden zijn een dreiging voor de liefde. Lanseloet zegt dat hij deze botte woorden niet zal kunnen uitspreken tegen Sanderijn. Lanseloet zegt dat hij zijn moeder haar wil zal respecteren, ook al doet dit pijn aan zijn hart.

Terzijde Lanseloet

Hij zegt dat wat hij ook zegt, hij in zijn hart van Sanderijn zal houden. Hij bidt tot God dat Sanderijn het hem niet kwalijk neemt.

Monoloog moeder Lanseloet

Zij is erop uit om Lanseloet en Sanderijn te scheiden. Ze wil dat het nooit gebeurt dat Lanseloet met Sanderijn trouwt.

Derde tafereel

De moeder van Lanseloet spreekt tot Sanderijn. De moeder zegt dat ze vreest voor het leven van Lanseloet. Ze vraagt of Sanderijn naar Lanseloet wil gaan. Zij stemt in, want ze wil niet dat hem iets overkomt.

Monoloog moeder Lanseloet

Ze spreekt vlak voor Sanderijn en Lanseloet de kamer ingaan. Ze is trots op haar list om Sanderijn in de val te laten lopen.

Monoloog Sanderijn

Sanderijn beseft dat ze in de val is gelopen. Ze verafschuwt Lanseloets moeder. Ze zegt dat ze het zal onthouden dat Lanseloet haar heeft behandeld als een hond. Ze zegt dat Lanseloet niets meer van haar zal horen en weten, want ze trekt het woud in. Ze hoopt dat God haar lichaam zal beschermen. Ze zal rusten aan de bron. Ze heeft honger en dorst. Ze kan het niet meer verdragen.

Monoloog een ridder

Hij vraagt aan God of hij hem kan bijstaan tijdens de jacht. Hij heeft al lang niets meer gevangen. Zijn inspanningen zijn al een hele tijd, tevergeefs, voor niets geweest. Hij denkt dat hij een dier ziet bewegen.

Vierde tafereel

De ridder heeft door dat het een vrouw is. Hij heeft dit liever dan een everzwijn. Hij bedankt God voor zijn gehoor. Sanderijn zegt dat ze hoopt dat de ridder haar laat blijven wie ze is. Hij vraagt of ze eventueel wacht op iemand. Ze zegt dat het andere zaken zijn die haar tot daar hebben gedreven. Ze leeft met angst en weet niet waarheen. Ze beklaagt God dat ze de bitterheid van deze wereld moet verdragen. De ridder zegt dat hij God dankbaar is, omdat hij voor deze ontmoeting heeft gezorgd. Hij nodigt Sanderijn uit om in zijn prachtig kasteel het minnespel te komen spelen. Sanderijn zegt dat hij de spot niet mag drijven met haar. De ridder zegt dat hij wel met Sanderijn zal trouwen. Ze vertelt over haar vader Robberecht, die een wapendrager was van een ridder van vrije of edele geboorte. Hij diende de koning van Auvergne (waarschijnlijk ‘Navarra’ in Spanje, want Auvergne is nooit een koninkrijk geweest, duidelijk uit kladboek van heraut Beyeren). Hij is blij dat ze van edele afkomst is. Hij bedankt nogmaals God. Sanderijn zegt dat de ridder vriendelijk was en hoopt dat God hem zal belonen. Sanderijn maakt haar verloren eer duidelijk door poëtische beeldspraak (Quame nu een valcke van hogher aert, … Ende ene bloeme daer af haelde). Hij zal haar tot zijn vrouw nemen.

Monoloog Lanseloet

Hij is verdrietig, want hij vindt Sanderijn nergens meer. Hij is boos op zijn moeder. Hij vervloekt zijn moeder dat hij de woorden ooit heeft uitgesproken. Hij zal Sanderijn zoeken in de christelijke wereld tot hij haar vindt. Hij kan niemand anders liefhebben.

Vijfde tafereel

Lanseloet roept zijn kamerheer Reinout tot zich. Reinout vraagt wat er scheelt. Lanseloet jammert dat hij niet in de stemming is, omdat hij de mooie Sanderijn verloren is. Hij zegt dat zijn hart zal breken van verdriet. Hij denkt dat hij waanzinnig zal worden. Hij was liever dood. Hij zegt dat Reinout haar moet gaan zoeken. Hij zal anders niet meer gelukkig kunnen worden. Hij vraagt hem om haar overal te zoeken. Als hij haar vindt, moet hij tegen Sanderijn zeggen dat Lanseloet met haar zal trouwen. In weerwil van zijn verwanten. Reinout zegt dat hij het graag wil doen, maar dat hij het beter liet varen. Het onzekere, hoe zij zal reageren. Lanseloet zegt dat Sanderijn haar hart vol eerbaarheid is. Hij vraagt aan Reinout om zich te haasten, want hij wil alleen met haar trouwen.

Monoloog tuinman ridder

Warande huedere: Het woord betekent ‘tuinman’ in de zin van iemand die een omheinde, cultuurtuin beheert. Maar dat past eigenlijk niet zo goed in de context die de ontmoeting van de ridder met Sanderijn juist buiten in het bos laat plaatsvinden. De man noemt zichzelf in de primaire tekst dan ook ‘Bosch huedere’. Deze man is een van de zeer weinige niet adellijke figuren in de abele spelen. Hij heeft dan ook een uitgesproken komische rol waarin hij de rol van zijn meester ‘omkeert’. In die zin komt hij overeen met de personages uit de kluchten, die samen met de abele spelen in het handschrift- Van Hulthem zijn overgeleverd. De tuinman vertelt over zijn rol als boswachter. Hij heeft hier zo dikwijls rondgewandeld, maar hij heeft hier nooit een vrouw gezien. Nu is hij er van aangedaan dat zijn meester, de ridder, hier wel zijn vrouw heeft gevonden. Hij zegt dat als hem dat overkomt, hij God eeuwig zal bedanken. Hij zal zich schuilhouden achter een bosje en wachten op zijn schone vrouw.

Monoloog Reinout

Hij bidt tot Maria dat hij een duidelijk bericht mag ontvangen van Sanderijn. Lanseloet leeft immers in grote ellende sinds Sanderijn verdwenen is. Alle klachten komen nu vanuit zijn hart. Dan ziet hij iemand staan. Hij is er zelfs een beetje bang voor, want hij heeft een woedend gezicht opstaan. Hij zal toch op de man toestappen.

Zesde tafereel

Reinout spreek t de man aan. Het blijkt de tuinman te zijn. Reinout spreekt de man vriendelijk aan. Hij vraagt aan hem of hij hier soms een schone jonkvrouw heeft zien voorbij komen. Hij vertelt over het feit dat hij hier al jaren geen vrouw zag voorbij komen, maar dat zijn meester meer geluk had tijdens de jacht. Hij heeft immers een schone jonkvrouw gevonden. Reinout vraagt of de tuinman misschien haar naam weet. Hij vertelt dat haar naam Sanderijn is en dat de ridder met haar getrouwd is. Reinout is opgelucht dat het de vrouw is die hij al een hele tijd zoekt. Hij vraagt hoe hij haar kan spreken. Hij zegt dat dit niet zal kunnen, behalve als Reinout hem een fooi geeft. Reinout zal hem twee penningen rood goud geven. De tuinman zegt dat hij zal haasten om Sanderijn te gaan halen. Hier kan eventueel sprake zijn van drie personages op het toneel, maar het kan ook zijn dat de tuinman afgaat voor Sanderijn opkomt. Hij roept Sanderijn.

Zevende tafereel

Sanderijn vraagt wat Reinouts verzoek is. Hij vertelt dat Lanseloet hem heeft gevraagd om Sanderijn te zoeken. Zij zegt dat dat spelletje uit is. Reinout zegt dat Sanderijn er wel anders over zal denken als zij de toestand van Lanseloet ziet. Hij heeft niemand anders meer gehad sinds Sanderijn, dat bewijst zijn liefde voor haar. Reinout vertelt dat Lanseloet had beloofd met Sanderijn te trouwen als hij haar kon vinden. Zij zegt dat hier geen sprake van kan zijn, want zij is immers gehuwd. Al was hij Hectors van Troyen gelijke. Hector is de voornaamste aanvoerder van de Trojanen in de oorlog tegen de Grieken. Hij sterft in de strijd tegen Achilles. De sympathie van de middeleeuwers ging uit naar Hector boven Achilles. Ook al droeg hij dezelfde kroon als Alexander (verwijzing naar Alexander de Grote van Macedonië, hij verwierf roem als wereldveroveraar en sprak als geen ander vorst uit de oudheid tot de verbeelding van de middeleeuwers). Zij vindt haar huidige man de juiste voor haar. Hij is tenminste lief voor haar. Reinout zegt dat ze spijt zal krijgen van haar huwelijk, want Lanseloet had zeker met haar willen trouwen. Ze zegt dat ze niet zal rouwen om haar huwelijk, want er niemand waar zij meer van houdt. Zij verheerlijkt haar dappere man. Ze zegt dat Reinout snel naar Lanseloet moet gaan, want hij moet haar dringend uit zijn hoofd zetten. Reinout vraagt om een bewijs, anders zal Lanseloet nooit geloven dat hij Sanderijn heeft gezien. Sanderijn vertelt een verhaal over een valk van hoge afkomst. Als hij dat tegen Lanseloet zegt, zal hij het wel geloven. Zij groet Reinout.

Monoloog Reinout

Hij twijfelt of hij de waarheid zal vertellen aan Lanseloet. Hij zal dit immers niet overleven. Reinout besluit om het verhaal een draai te geven.

Achtste tafereel

Lanseloet groet Reinout. Hij heeft het gevoel dat Reinout met Sanderijn gesproken heeft. Reinout zegt dat hij overal gezocht heeft. Hij zegt dat ze is heengegaan in Rawast. Deze plaats is onbekend. Men kan vermoeden dat het een verbastering is van ‘Rabat’ in Marokko. Uit deze plaats mag evenwel niet worden afgeleid dat het verre land waarheen Sanderijn vlucht, Marokko is. Reinout kan immers met opzet een ver land noemen om Lanseloet in de war te brengen. Reinout zegt dat Sanderijn is gestorven nadat zij hoorde over Lanseloet. Lanseloet zegt dat dit verzinsels zijn. Hij zegt dat Reinout liegt. Als hij nu een bewijs bij had van haar, zou hij hem wel geloven. Hij vertelt het verhaal dat Sanderijn hem verteld heeft. Nu gelooft Lanseloet Reinout wel. Hij vraagt of ze dood is. Hij vertelt dat ze inderdaad gestorven is. Lanseloet weet dat het verhaal dat Sanderijn aan Reinout heeft verteld, over hen gaat. Hij beklaagt nogmaals zijn moeder, die nu in haar vuistje lacht met haar gemene streek. Door de gemene woorden die hij moest spreken van zijn moeder, is hij nu Sanderijn verloren. Lanseloet vertelt dat hij ongelukkig zal blijven. Hij hoopt Sanderijn in de hemel weer te zien. Hij jammert dat het zijn leven, maar ook het leven van zijn moeder zal kosten. Hij sterft van wroeging en verdriet.

Epiloog

Reinout spreekt het publiek zo aan dat het duidelijk wordt dat er zowel hogere als lagere behoorden tot het publiek. Hij zegt dat men hier aan voorbeeld aan kan nemen. Men moet altijd beschaafd blijven tegen vrouwen. Na dit vers volgen nog drie verzen waarin wordt aangekondigd dat na het abel spel nog een klucht zal worden opgevoerd: Nu biddic u allen, dat ghi wilt swighen: /Ons voerspel dat es ghedaen, /Men sal u ene sotheit spelen gaen. Deze verzen zijn in de editie weggelaten omdat zij niet tot het oorspronkelijke spel behoren maar later zijn toegevoegd toen de Lanseloet gekoppeld is met de klucht Die hexe. Doordat de verzen zijn weggelaten eindigt het spel met een weesrijm; naar alle waarschijnlijkheid is na vs. 949 nog ten minste één vers gevolgd om het rijmpaar te voltooien. Na de aankondiging van de klucht en voor het opschrift ‘Hier beghint de sotternie’, heeft de kopiist het totaal aantal verzen opgegeven: Nota 953 verse. Het getal klopt niet maar als men rekening houdt met de drie verzen waarin de klucht wordt aangekondigd en met de regie-aanwijzingen kan men begrijpen dat een kopiist op 953 uitkwam.
© 2010 - 2020 Katrien, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Sprookjes van Hans Christian AndersenSprookjes van Hans Christian AndersenHans Christian Andersen is een van de bekendste sprookjesschrijver. De schrijver en dichter kwam uit Kopenhagen en schre…
Sprookjes bestaan in het H.C. Andersen museumWie kent ze niet! De sprookjes van Hans Christian Andersen. De kleine zeemeermin, het meisje met de zwavelstokjes en de…
Caprera, landgoed en entertainmentIn Bloemendaal ligt het nationaal park Caprera. Het is eigenlijk het meest bekend van het openlucht theater dat hier lig…
Hans Christian Andersen (1805-1875): dé sprookjesschrijverHans Christian Andersen (1805-1875): dé sprookjesschrijverHet leven zelf is geen sprookje, maar sprookjes horen wel bij het leven. Wie is er niet mee groot geworden? Als kind wer…

De gekroonde laars van Michiel de SwaenMichiel de Swaen (Duinkerke, 20 januari 1654 – aldaar, 3 mei 1707) was een heelmeester en een rederijker uit de Zuidelij…
Medea van EuripidesMedea van Euripides"Medeia" is een tragedie van de Griekse tragediedichter Euripides. Het werk werd voor het eerst opgevoerd in 431 v.Chr.,…
Bronnen en referenties
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Lanseloet_van_Denemerken Boek: Lanseloet van Denemerken door Hans Van Dijk

Reageer op het artikel "Lanseloet van Denemerken"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Katrien
Gepubliceerd: 25-01-2010
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!