InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Taal > Talen leren: waarom kunnen sommige mensen dat beter?

Talen leren: waarom kunnen sommige mensen dat beter?

Talen leren: waarom kunnen sommige mensen dat beter? "Oh, die heeft een talenknobbel," roepen we al gauw over iemand die beter is in talen. Maar aanleg is natuurlijk niet de enige factor die bepaalt of iemand succesvol een taal leert of niet. Om een taal te leren heb je tijd nodig en moet je er moeite voor doen. Dat zijn de basale voorwaarden om iets te leren, niet alleen taal. Voor taal leren helpen specifieke andere factoren een handje mee, zoals intelligentie, leerstijl, persoonlijkheid, motivatie, attitude, identiteit, opvattingen en leeftijd.

Aanleg

Wat is taalaanleg eigenlijk? Betekent het dat je een taal beter leert of alleen sneller of juist beter en sneller? Het antwoord hierop verschilt, maar algemeen genomen wordt snelheid als indicatie van aanleg genomen.

Het zou natuurlijk fantastisch zijn als we een test konden afnemen waaruit blijkt wie sneller een taal onder de knie heeft dan een ander. Zo kunnen we beter op de behoefte van de leerder inspelen. Zo makkelijk is dat natuurlijk niet. Aanlegtesten nemen aan dat aanleg verband houdt met (1) begrip van de functie van woorden in zinnen, (2) het herkennen van klanken, (3) grammaticale regels achterhalen uit voorbeelden en (4) woorden kunnen onthouden. Maar het hangt af van hoe je de taal leert en wat je doel is met de taal of deze aspecten ook echt bepalend zijn.

Intelligentie

We voelen ons al snel ongemakkelijk bij het noemen van intelligentie als factor, maar dit speelt wel degelijk een rol. Intelligentie heeft een verband met schoolsucces in het algemeen en daarmee ook in het succes bij het leren van een taal. Hoe komt dat eigenlijk?

Typische vraag uit een IQ test / Bron: Life of Riley, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)Typische vraag uit een IQ test / Bron: Life of Riley, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
Ieder kind leert een taal spreken, daar maakt intelligentie niets bij uit. Misschien zal een intelligenter kind later wat meer woorden kennen, maar het taalgevoel en uitdrukkingsvaardigheid zijn in principe hetzelfde. Het verschil zit hem in hoe we een tweede taal leren op latere leeftijd. Dit gebeurt meestal niet meer volgens het natuurlijke proces van onze jeugd, maar vooral via woordenlijsten, grammaticaregels en zinsontleding. Dit soort zaken vragen een analytische vaardigheid die verbonden is met intelligentie zoals we dat traditioneel meten met een IQ test. Het verband is dus eigenlijk niet zozeer met taalleersucces maar met de verpakking waarin de taal wordt aangeboden.

Als we kijken naar communicatievere methoden van taal leren, zoals in programma's waar enkel de nieuwe taal wordt gebruikt (immersion), dan zien we dat de effecten van intelligentie afnemen als we de mondelinge uitdrukkingsvaardigheid bekijken. Omdat niet langer de regels worden uitgelegd, omdat er niet meer met statisch vocabulaire wordt gewerkt, zien we dat ook minder intelligente leerlingen de taal goed leren spreken. Gebieden als lezen en grammatica blijven echter achter. De vraag is dan natuurlijk in hoeverre je je daar druk om moet maken, want uiteindelijk draait taal om communicatie.

Leerstijl

Hiermee wordt bedoeld de voorkeur van de leerder voor een bepaalde manier van leren en informatie verwerken. Sommige mensen moeten iets eerst zien voordat ze het begrijpen, anderen willen het horen en een derde groep wil het aan den lijve ondervinden. Als we hierop zouden inspelen in het taalonderwijs, gaat het er flink anders uitzien.

Een ander punt is in de stijl van denken: veldafhankelijk of veldonafhankelijk. Veldafhankelijke mensen zien eerder het geheel terwijl veldonafhankelijke mensen de afzonderlijke details van iets zien. Voor een taal leren zou het een voordeel lijken om een veldonafhankelijke denker te zijn, maar hard bewijs daarvoor is er nog niet.

Persoonlijkheid

Faalangst kan verlammend werken / Bron: Geralt, PixabayFaalangst kan verlammend werken / Bron: Geralt, Pixabay
Hoewel het lastig is om hier onderzoek naar te doen, zijn er een aantal interessante effecten van persoonlijkheid op het leren van een taal. Zo wordt over het algemeen gezegd dat een extrovert persoon een beter taalleerder is, maar soms lijken we ook te vinden dat een introverte luisteraar veel succes heeft. Wat eenvoudiger te kwalificeren is terughoudend of schaamte. Mensen die eerder dit soort gevoelens hebben, nemen minder risico's en zullen dus minder snel spreken. Heel logisch is ook het concept faalangst. Een leerder die bang is om fouten te maken, oefent de taal minder en zal dan mogelijk een slechtere leerder zijn. Faalangst is niet iets statisch wat altijd en overal hetzelfde blijft. Met hulp kan een deel van de angst worden weggenomen. Daar staat ook weer tegenover dat een beetje gezonde spanning ook wel goed kan zijn en juist motiverend kan werken. Andere mogelijke persoonlijkheidsfactoren zijn zelfvertrouwen, empathie, dominantie, responsiviteit en spraakzaamheid.

Het probleem met al deze factoren is dat ze heel moeilijk te onderzoeken zijn. We weten wel hoe we taalsucces kunnen meten, maar het meten van extrovertheid, faalangst of zelfvertrouwen is een stuk moeilijker. Ook kun je je voorstellen dat persoonlijkheidsfactoren meer van invloed zijn op het spreken van de taal dan de analytischere verwerving van grammatica en woordjes.

Motivatie en attitude

Motivatie en een positieve instelling an sich zijn niet de oorzaak van taalleersucces, maar kunnen wel de wil om te leren vergroten. Wie wil leren, steekt er meer tijd in en vindt het leuker waardoor er meer succes is. Dit succes is dan op zichzelf ook weer een motivatie om door te gaan, want het bevestigt dat de leerder bezig is met iets waar hij/zij goed in is. Hier zien we dus al direct dat het verband problematisch is. Wat was er eerder: de kip of het ei? Wat was er eerder: het succes of de motivatie?

Motivatie kan intrinsiek of extrinsiek zijn. Intrinsiek houdt in dat de leerder uit zichzelf redenen heeft om de taal te willen leren, bijvoorbeeld vanwege studie, de wens voor een nieuwe baan of een reis naar het buitenland. Extrinsiek zijn factoren van buiten zoals het feit dat de taal een verplicht vak is of druk van ouders of baas. Er is nog een ander mogelijk onderscheid tussen instrumentele en integratieve motivatie. De eerste houdt in dat je een taal leert voor korte-termijn doelen en de tweede dat je het leert voor persoonlijke ontwikkeling en culturele verrijking.

Leren in de klas werkt anders / Bron: Skitterphoto.com, PexelsLeren in de klas werkt anders / Bron: Skitterphoto.com, Pexels
Attitude kent ook een tweedeling. Als een leerder een goede indruk heeft van het land of de landen waar de taal wordt gesproken en de sprekers sympathieke mensen vindt, leidt dit tot een wens voor meer contact. Die leerder zal dus graag de taal leren en oefenen.

Motivatie in het klaslokaal is een bijzonder punt. De meeste ervaring die we hebben met het leren van een taal is binnen de klassieke onderwijssetting en omdat het nu eenmaal moest. Docenten kunnen invloed uitoefenen op de motivatie van leerders door een positieve atmosfeer te creëren, verschillende taken en opdrachten laten doen en studenten laten samenwerken in paren of groepjes.

Identiteit

Iemands identiteit en etnische afkomst kan een rol spelen bij het taalleerproces. Er zijn verschillen tussen het leren van een meerderheids- of minderheidstaal. We zien dit bijvoorbeeld in België waar Franstaligen soms neerkijken op het Vlaams en dus veel minder moeite doen om het te leren dan andersom. We kunnen het de Walen natuurlijk niet helemaal kwalijk nemen, want internationaal komen ze met Nederlands lang niet zover als de Vlamingen met Frans.

Een ander voorbeeld is het Engels. Nederlanders leren Engels en zien dit als een belangrijke taal. Wij zien dat Engels internationaal een aantal stappen hoger staat dan onze eigen taal. Als buitenlanders naar Nederland komen, willen wij dat ze Nederlands leren, maar eigenlijk alleen als we de oorspronkelijke taal van die persoon als van minder belang beschouwen. Turken, Marokkanen, etc. worden sterk onder de loep genomen qua taalvaardigheid en erop afgerekend als ze een accent hebben of fouten maken. Een Amerikaan of Engelsman die een gebrekkig "goedemorgen" uit, kan rekenen op bemoedigende glimlachen en verhalen over hoe goed hij zijn best doet.

Taal en identiteit zijn sterk met elkaar verbonden. Iemand die een nieuwe taal tot in perfectie beheerst en zonder accent spreekt, kan als een soort verrader worden gezien. Bewust of onbewust weten we dit en het beïnvloedt de mate waarin we succesvol willen zijn.

Eigen opvattingen van mensen

Hoe langer je taalonderwijs hebt gehad, hoe sterker je het idee hebt dat je weet hoe het werkt. Vooral oudere leerders verzetten zich tegen andere manieren van leren dan die ze van vroeger uit gewend zijn. Dit kan natuurlijk omdat de nieuwe stijl niet bij hun leerstijl past, maar ook omdat ze zich er simpelweg niet gemakkelijk bij voelen en het idee hebben "die andere taal heb ik op die manier geleerd, dus waarom zou je iets veranderen wat werkt?" Als je meent dat de instructie op een verkeerde manier wordt gegeven, raak je ervan overtuigd dat je zo niets kan leren en dat wordt een selffulfilling prophecy.

Lees verder

© 2011 - 2018 Jantrao, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Tweetaligheid bij jonge kinderenVroeger beschouwde men tweetaligheid bij kinderen als negatief voor de ontwikkeling. Meer recenter onderzoek toont echte…
De Indo-Europese taalfamilie en het Proto-Indo-EuropeesDe Indo-Europese taalfamilie is een taalfamilie waartoe vooral talen uit Europa en West-Azië behoren. In totaal spreken…
Heilige of sacrale talenHeilige talen of sacrale talen, worden wel eens genoemd in tegenstelling tot de profane of niet-heilige talen. Is er een…
Engels op de basisschool, op naar tweetalig onderwijsEngels op de basisschool, op naar tweetalig onderwijsIn de hele wereld krijgen kinderen op zeer jonge leeftijd les in een vreemde taal. Ook in de EU-lidstaten is daar veel d…
De taalontwikkeling van tweetalige kinderenDe taalontwikkeling van tweetalige kinderenIn Nederland wonen steeds meer allochtonen. Onderwijzers en docenten krijgen dan ook steeds vaker te maken met kinderen…
Bronnen en referenties
  • Lightbown, Patsy M. & Nina Spada. How Languages are Learned. Oxford University Press, 2006. Print.
  • Afbeelding bron 1: Life of Riley, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • Afbeelding bron 2: Geralt, Pixabay
  • Afbeelding bron 3: Skitterphoto.com, Pexels

Reageer op het artikel "Talen leren: waarom kunnen sommige mensen dat beter?"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Jantrao
Laatste update: 20-09-2016
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Taal
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!