Middeleeuwen: Verdwenen en bewaard gebleven handschriften
De middeleeuwse handschriften of manuscripten zijn maar deels bewaard gebleven. Bovendien is vaak niet het originele handschrift bewaard gebleven, maar slechts latere afschriften (geschreven kopieën) vol fouten en aanpassingen. Soms hebben we zelfs geen (later) afschrift, maar alleen een vermelding in een handschrift dat een auteur ook andere teksten heeft geschreven. Waarom is het grootste deel van wat er in de middeleeuwen opgeschreven is verloren gegaan?
Wat is er bewaard gebleven
De fraai verluchte handschriften uit de middeleeuwen waren een kostbaar bezit. De eigenaar was er dan ook zuinig op. Ook de in de bibliotheken van kloosters opgeborgen boeken zijn vaak bewaard gebleven. De bewaard gebleven teksten geven de indruk dat handschriften vaak fraai waren geïllustreerd. Dat is een vertekend beeld. Veel literatuur in de middeleeuwen werd opgeschreven in eenvoudige handschriften, zonder fraaie illustraties. Die handschriften zijn vaak niet bewaard gebleven.
Wat er verloren is gegaan
Eenvoudige handschriften
Veel eenvoudige (niet versierde handschriften) zijn verloren gegaan. De bezitters vonden het niet nodig om het handschrift te bewaren. Dat is niet de enige reden dat er weinig bewaard is gebleven. Perkament waarop een tekst was geschreven, werd soms hergebruikt. De tekst werd verwijderd, zodat het perkament opnieuw beschreven kon worden. Dit noemen we een palimpsest. Beschreven perkament kon ook door de boekbinder worden hergebruikt. Hij gebruikte oude stukken perkament om zijn boeken van stevige kaften te voorzien. Bovendien werd perkament gebruikt bij de fabricage van de door boekbinders gebruikte lijm.
Inhoud achterhaald of verwerpelijk
Ook de tekst kon reden zijn om handschriften af te danken. De latere bezitters van een handschrift konden de tekst niet goed meer lezen (taal verandert immers in de loop van de tijd). Ook kon het zijn dat men de teksten verwerpelijk vond. Tijdens de reformatie werden veel handschriften afgedankt. Hervormers vonden de 'roomse inhoud' een goede reden om die handschriften af te danken. Ook om andere redenen kon men de inhoud vaak niet meer waarderen. In de renaissance beschouwde men de middeleeuwen als een duistere, onbelangrijke tijd. Men had uitsluitend waardering voor de oudheid. De sprookjesachtige wereld van de ridderroman, vol bijgeloof, wonderlijke gebeurtenissen en raadselachtige motieven, paste niet bij hun opvattingen. Reden genoeg om de 'rare' middeleeuwse handschriften weg te gooien.
Handschriften geschreven op papier
Ook de middeleeuwers zelf hebben veel handschriften weggegooid. De handschriften uit de vijftiende eeuw werden steeds meer geschreven op papier, vaak niet of slechts met eenvoudige pentekeningen geïllustreerd (papier was niet geschikt om te verluchtigen met fraaie beginletters en miniaturen). De komst van het gedrukte boek, eind vijftiende eeuw, maakte het bewaren van die papieren handschriften niet meer nodig. Het gedrukte boek was in de mode, dus weg met die oude papieren handschriften.
Voor de geestelijkheid, rijke burgers en de adel werden in de vijftiende eeuw nog wel op perkament geschreven handschriften vervaardigd, voorzien van versieringen en fraaie illuminaties (illustraties). Die kostbare handschriften werden natuurlijk wel bewaard. Maar toch is een deel van de door de bezitters 'veilig' opgeborgen handschriften later alsnog verloren gegaan.
Oorlogsgeweld
De universiteitsbibliotheek van Leuven werd op 25 augustus 1914 in brand geschoten door de bezetter. Het kostbare boekenbezit, waaronder 2000 kostbare handschriften en incunabelen (eerste gedrukte boeken), ging geheel verloren. Er resteerde slechts een berg as. In 1940 werd de bibliotheek opnieuw in brand geschoten door de Duitsers. De in de kelder opgeborgen handschriften en incunabelen, (schenkingen van andere bibliotheken, of afkomstig uit Duitse bibliotheken als vergoeding voor de geleden schade in 1914), gingen allemaal verloren. Ditmaal niet door de brand, maar vanwege door de hitte gesmolten glas dat de kelder instroomde.
Brandende steden
Er waren in vroegere eeuwen vaker grote branden in de steden (huizen waren nog (deels) van hout en moderne blusmiddelen waren er niet). Tijdens een grote brand in Brussel, in 1699, gingen veel kostbare handschriften in vlammen op.
Gebrek aan belangstelling
In de zeventiende en achttiende eeuw werd er weinig belang gehecht aan Middelnederlandse letterkunde. Vrijwel niemand bekommerde zich om de middeleeuwse handschriften. Dankzij de interesse van enkelingen zijn kostbare handschriften bewaard gebleven. De regenten Balthasar Huydecoper en Zacharias Henric Alewijn kochten in de achttiende eeuw veel kostbare handschriften op veilingen, handschriften die anders wellicht verloren zouden zijn gegaan. Het merendeel van de door beide verzamelaars gekochte handschriften bevindt zich thans in de Leidse universiteitsbibliotheek
Helaas is in de loop der tijd, zoals we hebben gezien, veel van wat in de middeleeuwen is opgeschreven verloren gegaan. We beschikken nog maar over een klein deel van alles wat ooit is opgeschreven. Bovendien beschikken we doorgaans niet over de oorspronkelijke tekst, door de auteur geschreven, maar slechts over latere (soms alleen flarden van) afschriften, vol fouten en 'verbeteringen' door de kopiist. Een volledige geschiedschrijving van de Nederlandse literatuur uit de middeleeuwen is daarom een onmogelijke opgave.
Lees verder