De Phoinikiërs in oude tijden

De Phoinikiërs in oude tijden De Phoinikiërs waren vermaard als zeevaarders. Daarbij beheersten ze de totale Middellandse Zee. In deze volgden ze de Kretenzers op. Daartussen in waren het de Myceners die in de periode 1450-1200 v.Chr. de heerschappij over het oostelijke Middellandse zeegebied uitoefenden. Er kwamen omstreeks 1200 v.Chr. schepen voor van circa 45 ton. Na de teloorgang van Kreta in 1450 v.Chr. werden de Phoinikiërs in de periode van 1200 tot aan 800 v.Chr. de belangrijkste zeevaarders, die veel koloniën stichtten. Deze rol werd in de periode 800-400 v.Chr. gedeeltelijk overgenomen door hun kolonie Karthago.

Oudste Geschiedenis

Reeds vanaf 2750 v.Chr. dateert de stichting op een smalle kuststrook van de steden Sidon, Byblos, Baalbek, Aradus en Tyrus. Deze strook, plaatselijk slechts enige kilometers breed, was grofweg in het huidige Libanon gelegen. In oude tijden was het de gewoonte om de eerstgeborene zoon te offeren aan Moloch. Enige legenden liggen ten grondslag aan de expansie van Phoinikië. De ontvoering van Europa, de dochter van Phoinix, prinses van Tyrus naar het westen door de Oppergod Zeus in de gedaante van een stier en de avonturen van Kadmos, stichter van steden langs de kusten van de Middellandse Zee. Ook de lotgevallen van Melquart (stadsgod van Tyrus) ook in Karthago vereerd en Heraklès kunnen in dit verband worden vermeld. De Phoinikiërs betitelden in de oude tijden hun land als Kanaän, waarbij can volk betekend. Phoinikiërs zouden een mengvolk uit Kanaänieten en zeevolken zijn, aan welke zeevolken ze hoogstwaarschijnlijk hun vaardigheid op zee ontleenden.

Algemeen

Het land Phoinikië heeft nooit als een eenheid gefungeerd, doch bestond uitsluitend uit stadstaten. Naar welke steden ze zich in een latere fase naar vernoemden. Deze staatjes werden door de Egyptenaren onder Thoetmoses III in 1451 v.Chr. veroverd, waarbij tevens het kustgebied van Palestina werd veroverd. Deze exercitie werd herhaald in het jaar 1350 v.Chr. toen Egypte een expeditie uitzond naar de landen Phoinikië en Mitanni. Rijke Phoinikische stadsstaatjes waren Arvad, Byblos, Beiroet, Sidon en Tyrus. Het land werd duidelijk beïnvloed door de Minoïsche beschaving uit Kreta. De Sherden vestigden zich in de 12de eeuw v.Chr. in de vlakte van het huidige Akko, even ten noorden van het huidige Haïfa.

Enige Phoinikische koningen

Koning Agènor, in het Phoinikische Kanaän, een zoon van Poseidon en de nymph Libya, was de legendarische stichter van de stad Tyrus (Tham Soer op zijn Arabisch). Tezamen met zijn vrouw Telephassa verwekte hij vier zonen Phoinix, Cilix, Thasos en Kadmos. Phoinix de koning van Byblos had een dochter Europa, die de moeder werd van Minos, Rhadamanthos en Aiakos. Kadmos werd later koning/stichter van het Griekse Thèbe 1440-1410 v.Chr. Deze Kadmos was weer gehuwd met Harmonia, dochter van de God Arès. Ze kregen samen vier dochters Autonoë, Ino, Semele, Agaue en een zoon Polydoros. Uit gevonden brieven in Amarna van omstreeks 1357 v.Chr. kan opgemaakt worden, dat Amorieten en Hethieten in die periode de Phoinikische steden bedreigden. Desbetreffende steden stonden sinds 1500 v.Chr. onder controle van Egypte. Van de periode die hieraan vooraf gaat is niet zoveel bekend. Ook de laatste koning Ahiram van Tyrus was een afstammeling van Agènor, die omstreeks 875 v.Chr. werd opgevolgd door de Astartepriester Itho-Baäl. Die was de vader van de uit de bijbel bekende Izebel. Deze Izebel was gehuwd met koning Achab, die regeerde van 869-850 v.Chr. en in 853 v.Chr. de oprukkende Salmanassar III van Assyrië tegenhield in de slag bij QarQar aan de rivier de Orontes.

Invoering van het eerste (medeklinker) letteralfabet

Uit de zeer complexe systemen van Egyptenaren en Mesopotamiërs en het Proto-Sinaïtisch werd een zeer eenvoudig stelsel van letters geconstrueerd, wat in de 12de eeuw voor Chr. als het eerste echte (medeklinker) letteralfabet werd ingevoerd in Phoinikië. Het alfabet was nauw verwant aan het oud-Indische met een alfabet met 140 tekens. De invoering van dit letteralfabet, dat de letter C niet kende, was noodzakelijk geworden na de verwoesting omstreeks 1200 v.Chr. van Ugarit met zijn oppergod El, waarmede het Ugaritische spijkerschrift alfabet van 30 letters ophield te bestaan. Net als het Hebreeuws, wat afgeleid is van het Phoinikisch, kende het alleen medeklinkers. Door klankverschuivingen voegden vijf klanken in het nieuw geconstrueerde standaard Phoinikisch letteralfabet zich samen.

Alfabetten in andere landen

In het Hebreeuws staan, als men deze vijf klanken weglaat, de overige 22 letters in precies dezelfde volgorde als in het Ugaritische alfabet. Ook in het Griekse en Latijnse alfabet komen hele series letterreeksen in dezelfde volgorde voor. De laatste drie cijfers van het Ugaritisch alfabet waren toevoegingen, die niet overgenomen werden. Ook het Cyrillisch-, Koptisch- en het Arabisch alfabet heeft er zijn bestaan aan te danken. Om klinkers in te kunnen voegen gingen de Grieken in 900 v.Chr. nog een stap verder. Daartoe dienden ze de lettersymbolen uit Byblos bestaande uit alleen medeklinkers drastisch te wijzigen. Ze maakten van de symbolen, die met geen van de door hen gebruikte klanken correspondeerden, hun alpha en o-mikron. Uit een der twee semitische H's maakten ze hun e-psilon en uit de Phoinikische jot hun iota, de i. Vervolgens bedachten ze de klanken phi, de chi en de O (omega). In eerste instantie werd het Griekse schrift van rechts naar links gelezen, daarna volgens hetzelfde stramien maar dan doorlopend. Uiteindelijk werd de huidige vorm van links naar rechts aangehouden.

Krijgshandelingen van de Phoinikiërs

De naam van de hedendaagse hoofdstad van Libanon Beiroet (Berytus/Birot) betekent waterput en van de naam Simson, betekent sim in het Phoinikisch eiland. In de negende eeuw v.Chr. kregen ze van de Grieken de naam Phoinikiërs, terwijl ze in de bijbel Sidoniërs worden genoemd, naar de stad Sidon. In 1200 v.Chr. werd de stad Ugarit, van de jonge God Alyan/Mot grondig verwoest. Mot was de tegenhanger van de God Baäl. De Ugaritische godenwereld was een blauwdruk van de Kanaänitische godenwereld.
In 1104 v.Chr. werd er een kolonie gesticht in Cadiz (Gades) en vestigden ze zich in de 10de eeuw v.Chr. in Kition (op Cyprus). Ook stichtten zij Massalia (Marseille), Kallipolis (Barcelona), Mainakè (Malaga) en Thelinè (Arles). Rond die tijd drongen de Assyriërs echter onder Tiglath-Pileser I door tot aan Arvad. Tijdens de regering van Ithobaäl 887-856 v.Chr. was het land vanaf 875 v.Chr. tribuut verschuldigd aan Assyrië. Desondanks dat werd nog wel de kolonie Karthago in 814 v.Chr. gesticht. In het jaar 676 v.Chr. werd de stad Sidon definitief verslagen en werden de inwoners naar Assyrië gedeporteerd. Arvad, Byblos en het eiland Tyrus bleven echter betrekkelijk onafhankelijk.

Nadagen van de Phoinikische staat

Na de belegering door Nebukadnezar, de koning van Babylon, in 586 v.Chr. kwam Phoinikië meer en meer onder de invloed van Perzië, waardoor de Phoinikische kolonie Karthago de andere westelijke koloniën kon overnemen. Het thuisland werd hierbij in 538 v.Chr. ingedeeld in de vijfde satrapie van Perzië onder eigen bestuurders, die onder toezicht stonden van keizerlijke functionarissen.
In deze tijd bestond Phoinikië uit een verzameling kleine Assyrische provincies, met als bestuurscentra Simyra in het noorden en Ushu, de landstaat van Tyrus, in het zuiden. In 538 v.Chr. ging Phoinikië, op de eilandvesting van de stad Tyrus na, vreedzaam over in Perzische handen, zoals het merendeel van het Babylonische imperium. Doordat de Perzische vloot in de oorlogen tegen de Grieken van 490-478 v.Chr. voor het merendeel uit Phoinikiërs bestond, werd hun thuisland zeer coulant behandeld door de Perzen. Echter bij een opstand in 345 v.Chr. onder de koning van Sidon genaamd Tennes werd de stad Sidon in brand gestoken, waarbij 40.000 inwoners omkwamen. Tyrus werd daarna korte tijd en wel tot 332 v.Chr. de belangrijkste stad van het land.

Commercie

De stad Tyrus (Tzur) kwam mede door zijn strategische ligging al in 1400 v.Chr. tot grote bloei. Het lag voor een deel op een eiland, alwaar op een rots een fort was gebouwd. Deze vesting was daardoor niet te veroveren, ondanks het feit dat het niet over een zoetwaterbron beschikte. Daaraan kwam een eind doordat het eiland in 332 v.Chr. middels een door het leger van Alexander de Grote in zeven maanden gegraven dam van 60 meter met het vasteland werd verbonden. Zodoende kon het fort worden veroverd. De Phoinikiërs waren continue op zoek naar edelmetalen, welke door hen betaald werden met timmerhout, wijn en specerijen. Ze importeerden granen, honing en balsem uit Palestina en zilver, ijzer, lood en tin uit Spanje, Sardinië en Engeland. Bovendien werden vanuit Afrika ivoor, slaven en goud ingevoerd. Ugarit vormde de nauwste verbinding tussen Kanaän en het Aigeïsche gebied.

In 1110 v.Chr. zouden de Phoinikiërs reeds zeereizen naar Cornwall (Engeland) hebben ondernomen om er tin te kopen. In de loop ter tijden werden deze expedities meerdere malen herhaald. Een en ander was mogelijk geworden doordat de boten over een kiel beschikten en daardoor beter bestuurbaar waren en tegen de golven in konden varen zonder te kapseizen. Het formaat van de boten werd echter tot 20 meter beperkt, vanwege het feit dat een kiel niet langer kon zijn dan de grootste bomen uit de cederbossen.
De ceders van Libanon waren zeer in trek en werden onder meer gekocht door de Egyptenaren om er schepen en huizen mee te bouwen. In de begintijd werd er echter meer geroofd dan handel gedreven. De Poolster werd in de oudheid de Phoinikische ster genoemd. De Phoinikiërs stonden alom bekend om het purperverven van gewaden, waarvoor veel slakjes benodigd waren. Daardoor bleef dit een exclusief product, dat veelal door koningen werd aangeschaft. Later werd de productie verkregen uit de purperslak vervangen door een minder goede plantaardige stof. Steden waarmee de Phoinikiërs handelden waren Javan, Tubal en Mesech. Ugarit voerde graan, olijfolie, wijn en hout uit.

Karthago (Kart Hadasjt)

Dit betekent nieuwe stad en deze Phoinikische kolonie, 10 kilometer ten oosten van de huidige stad Tunis gelegen, werd in 814 v.Chr. gesticht op de heuvel Byrsa door de moederstad Tyrus. Een en ander zou ingevolge de legende gebeurd zijn door de uit Tyrus afkomstige prinses Dido, wiens man vermoord werd door haar broer Pygmalion, de koning van Tyrus. Omstreeks 650 v.Chr. bouwde Karthago een eigen vloot en leger op om vervolgens hun gebied te gaan uitbreiden in het westelijk Middellandse zeegebied. Tot aan de derde eeuw v.Chr. zouden door de priesterstand van Karthago kinderen (eerstgeborenen) zijn geofferd aan Moloch. De triade in Karthago werd gevormd door de Goden Baäl-Hammon, Tanith (Astarte) en de stadsgod Melquart. De Karthagers verdreven met behulp van Etruskië in 535 v.Chr. de Grieken van Kyrnos (Corsica) en veroverden tevens Sardo (Sardinië). Daarna voerden ze met regelmaat oorlogen met de Grieken om de steden in Sikekia (Sicilië). Ze hadden daarbij de beschikking over een klein keurkorps van 3.000 man, aangevuld met een groot aantal huurlingen. Dit had als voordeel dat in vredestijd deze huurlingen geen soldij kregen. In 460 v.Chr. doet een vloot onder Hanno Kameroen aan en in 272 v.Chr. Tarente in Italië.

Confrontatie met de Romeinen

Karthago, dat 300.000 inwoners telde, vocht in de periode 264-146 v.Chr. drie Punische oorlogen uit met de Romeinen om de macht in het (westelijke) Middellandse Zeegebied. Daarbij wordt de zeeslag bij Mylae gewonnen en Aleria op Kyrnos en Melite op Malta bezet. Uiteindelijk verloren ze deze eerste oorlog en werden door de Romeinen veroordeeld tot het betalen van 3.200 talenten aan herstelbetalingen, benevens het afzien van Sikelia. In de tweede oorlog van 218-202 v.Chr. trok onder de legeraanvoerder (Hamilcar) een meest uit Iberische Kelten bestaand huurlingenleger de Alpen over. Uiteindelijk werden de Karthagers ook in deze oorlog verslagen bij Zama. In 196 v.Chr. werd dezelfde Hamilcar Hannibal de hoogste magistraat (suffeet) in Karthago. Hij werd daarna verbannen en pleegde vervolgens zelfmoord in 183 v.Chr. Vervolgens werd in 146 v.Chr. deze stad door de Romeinse keizer Augustus grondig vernietigd, om na honderd jaar weer door de Romeinen te worden opgebouwd (zie in dit kader ook Cartagena (klein Karthago). In het jaar 439 n.Chr. werd de stad dan nog ingenomen door de Vandalen, een Germaanse stam.

Godendom

De zee- en paardengod Poseidon had bij zijn echtgenote Amphitrite drie kinderen: Triton, Rhode en Benthesicyme. Bij de Godin Aphrodite verwekte hij Pelias, Rhodus en Herophilus. De actieve Poseidon wordt ook genoemd als de vader van Parnassos, Orion en Eumolpus. In linear B kleitabletten komt de naam Po-se-da-o-ne meer voor dan die van de oppergod Di-u-ja (Dyauh). Jonge Goden in Sidon en Byblos waren respectievelijk Esjmoun en Adonis. Door de samenstelling van de Phoinikische gemeenschap, uitsluitend georganiseerd in stadstaten, werden vele goden aanbeden. De jonge God Melquart was de god van de zeelieden en werd vooral in Tyrus vereerd. In de wortel MLK herkennen we het Arabische woord Malik (koning) en ook Melchior is er van afgeleid. Naast Asjera beheerste ook Ksor de zee en behield het toezicht op de juiste volgorde van de seizoenen. Resjef had het beheer over bliksem en donder en Aliyan (een zoon van Baäl) over bronnen en onderaards water, vooral vereerd in de stad Ugarit. De Godin Hathor van Byblos behoorde tot het huis van Horus en was de zuster/vrouw van Horus, wiens symbool de valk was. In een latere periode werd ook de stadsgod Baäl Gubla in Byblos vereerd. Attys een kleinaziatische God werd in Phoinikië Baäl genoemd en Astarte - Isjtar- Asjtoreth was de godin van Sidon. Verder was Dagon de god van de tarwe en Sjadrapa was de schutspatroon van de geneeskunde. Hion voerde de scepter over ambachtslieden en industriëlen en Syddyk (Zuduk) en Misor waren belast met de rechtvaardigheid.

De maangodin van Phoinikië was RI/RE, wat licht betekent. De zon in Ugarit was een godin, dit in tegenstelling tot Mesopotamië waar de zon een man was. Andere Ugaritische goden waren nog Qudisj, Amrar, Kother en Charis'ilat. De echtgenote van de maangod in Ugarit en Sumerië was Ningal (de regenbrengster).Tanith was de hemelgodin van Phoinikie en werd gevleugeld uitgebeeld met een zodiac rondom haar hoofd en de zon en de maan in haar handen. Tenslotte was de oud Phoinikische prinses Mylitta de Godin van het verlangen. Verder vereerden de Phoinikiërs Baäl, Yam (zeegod), Mot en Adonis (vruchtbaarheid).

Lees verder

© 2014 - 2024 Zonne, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming is vermenigvuldiging verboden. Per 2021 gaat InfoNu verder als archief, artikelen worden nog maar beperkt geactualiseerd.
Gerelateerde artikelen
Libanon; Geschiedenis tot aan de eerste WereldoorlogHet land Libanon bestaat al heel lang. Het waren ruim 5.000 jaar geleden de Feniciërs die de eerste nederzettingen stich…
Libanon; Sidon, souk en meerEén van de drie gebieden van zuid Libanon is Sidon een stad die op een afstand van ongeveer 50 km van Beiroet ligt. De s…
Turkse taal: alfabet en uitspraakHet Turks lijkt een moeilijke taal maar dit valt in de praktijk reuze mee. Het Turkse alfabet lijkt op het Nederlandse a…
Libanon; Werelderfgoed TyrusDeze oudste stad van heel Libanon ligt ongeveer 85 km onder Beiroet. Het is een heel historische stad met opgravingen ui…

Wat gebeurde er in 1969?Wat gebeurde er in 1969?1969 was het jaar van de maanlanding. Neil Armstrong zet als eerste mens een voet op de maan. Ook is 1969 het jaar van W…
Antwerpen in de Tweede Wereldoorlog: de V-bommenAntwerpen in de Tweede Wereldoorlog: de V-bommenAntwerpen werd tijdens de Tweede Wereldoorlog begin september 1944 bevrijd door geallieerde troepen. De feestvreugde bar…
Bronnen en referenties
Zonne (298 artikelen)
Laatste update: 04-02-2020
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 2
Per 2021 gaat InfoNu verder als archief. Het grote aanbod van artikelen blijft beschikbaar maar er worden geen nieuwe artikelen meer gepubliceerd en nog maar beperkt geactualiseerd, daardoor kunnen artikelen op bepaalde punten verouderd zijn. Reacties plaatsen bij artikelen is niet meer mogelijk.