InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Handelsposten van de VOC in China

Handelsposten van de VOC in China

Handelsposten van de VOC in China De Volksrepubliek China - kortweg China genoemd - is een land dat is gelegen in Oost-Azië. De hoofdstad van China is de stad Peking en het land is opgedeeld in 24 provincies, 5 autonome regio's, 4 stadsprovincies en 2 speciale administratieve regio's. China grenst in het noorden aan de landen Mongolië en Rusland, in het oosten wordt het begrensd door Noord-Korea en in het westen zijn de landen Afghanistan, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan en Pakistan gelegen. In het zuiden wordt China begrensd door de landen India, Nepal. Bhutan, Myanmar, Laos en Vietnam. China is één van de vroegste centra van beschaving en werd al voor het begin van de officiële jaartelling (deels) verenigd tot één groot land.

Inhoud


Overzicht van de Nederlandse handelsposten in China

Gedurende de jaren dat de VOC actief was op het Chinese grondgebied vestigde ze in totaal een drietal handelsposten.

Handelsposten in China

Legenda
A. Comptoir Amoy
B. Comptoir Hoksieu
C. Comptoir Kanton


Comptoir Amoy

Over dit comptoir gelegen in de stad Amoy (vandaag de dag Xiamen, Fujian genoemd) zijn geen gegevens bekend. Het is alleen duidelijk dat de VOC in dit gebied handel dreef en er vermoedelijk een uitvalsbasis had om haar ingekochte handelsgoederen op te slaan.

Comptoir Hoksieu

Comptoir Hoksieu (vandaag de dag Fuzhou, Fujian genoemd) werd geopend na het jaar 1662, maar in welk jaar zij precies haar deuren opende, is niet bekend. Er werd via dit comptoir gehandeld in fijn porselein en Chinees zijde, twee producten die in de Nederlanden zeer gewild waren.

Comptoir Kanton

De Nederlandse handelspost in de stad Kanton (vandaag de dag Guanzhou genoemd) werd geopend rond het jaar 1728. Alle andere Europeanen hadden hier toen al lang een handelspost gehad en nadat zij waren vertrokken, nam de Nederlandse VOC de macht over dit gebied over. Het comptoir werd gesloten in het jaar 1803 en was gedurende de tijd dat zij actief was belangrijk voor de inkoop van thee en porselein.

Het Chinese handelsverbod

Voor we kijken hoe de handelaren van de VOC met China in aanraking kwamen, nemen we eerst het China van de vijftiende en zestiende eeuw wat beter onder de loep. China was in deze periode een vreemde eend in de bijt met name op het gebied van de handel. Aangezien het drijven van handel zeer laag op de sociale ladder stond - en de Chinese keizer(s) een ideaal beeld hadden van een China dat bestond uit boeren en geleerden - gold er in de vijftiende eeuw in heel China een handelsverbod. Toen de Chinese dorpen en gehuchten in de loop van de vijftiende eeuw begonnen te groeien bleek het onmogelijk te zijn om het handelsverbod te handhaven en de Chinese keizer(s) besloten ruilhandel (oogluikend) toe te staan. De Chinese ruilhandel werd begin zestiende eeuw echter verdreven door het gebruik van zilveren munten en de Chinese keizer(s) kwamen voor een probleem te staan. In China zelf was simpelweg niet voldoende zilver voor handen om in de vraag naar zilver muntgeld te voorzien en de Chinezen moesten dit wel gaan inkopen in het buitenland. Tot overmaat van ramp bleek alleen aartsvijand Japan over voldoende zilver te beschikken en de Japanse handelaren bleken ook bereid hun zilver te ruilen tegen het (zeer goede) Chinese zijde. Omdat rechtstreekse handel drijven met de vijand uit den boze was besloot China gebruik te maken van een tussenpersoon en in 1567 besloot China de handel met de Portugezen toe te staan.

De ontdekking van China

De eerste pogingen van de VOC om een rol te spelen in de handel tussen China en Japan dateerden uit de jaren 1603 en 1607. Aangezien de Portugezen het Chinese handelsmonopolie in hun bezit hadden was het zaak hun macht te breken. Om dit voor elkaar te krijgen viel de VOC in de voornoemde jaren de Portugezen, die waren gevestigd op het Chinese schiereiland Macao, aan, maar beide pogingen waren echter zonder succes. Aangezien het onmogelijk was om zelf contact te leggen met de Chinese handelaren of keizer besloot de VOC zich op het veroveren van andere gebieden te richten. Tussen de jaren 1607 en 1621 wist de VOC voet aan de grond te krijgen in Japan en opende een Nederlandse handelspost op het eiland Hirado. In 1622 was de maat voor de Nederlandse Gouverneur-Generaal, Jan Pieterszoon Coen (1587-1629), vol en hij besloot een nieuwe poging te doen om de Portugezen - met grof geweld - van het Chinese eiland Macao te jagen. Om dit voor elkaar te krijgen zond Coen een expeditie, bestaande uit acht schepen en 1024 opvarenden, naar Macao, maar de aanval werd een groot fiasco. Eén van de eerste Portugese kanonskogels die werd afgeschoten belandde in de kruit-voorraad van de VOC en de Nederlanders werden gedwongen om hun aanval direct te staken. Nu de aanval op Macao was mislukt besloot de VOC zich te richten op het veroveren van het eiland Penghu - het grootste eiland van de Pescadores - en bouwde daar, zonder toestemming van de Chinezen, een fort.

Indirecte handel

Omdat de Chinezen toch wel onder de indruk waren geraakt van de vuurkracht van de VOC durfden ze haar niet zomaar te verjagen van Penghu en kozen ze er daarom voor om met de VOC te onderhandelen. In het voorjaar van 1624 was de maat voor de Chinezen echter vol en de VOC diende haar fort op Penghu volledig af te breken. Om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voorlopig ook niet zouden terugkeren stuurden de Chinezen een gids met de VOC mee die ze naar het eiland Formosa (vandaag de dag Taiwan genoemd) begeleidde. Van de materialen van het fort op Penghu werd op Formosa het Nederlandse fort Oranje gebouwd, dat enkele jaren later werd omgedoopt in Fort Zeelandia. Op Formosa kwam de VOC al snel in aanraking met de Chinese handelaren die daar actief waren en kocht zij naast zijde (zowel ruwe zijde als zijden garens) ook porselein, goud, gember en opium van hen in. Enige tijd later werd het assortiment uitgebreid met sappanhout (ook wel verfhout genoemd) en aluinaarde (een basisbestanddeel voor het maken van glas, keramiek en papier). De Chinezen waren op hun beurt geïnteresseerd in de vele producten van de VOC zoals specerijen, sandelhout, katoenen stoffen, tin (beide afkomstig uit India), ivoor en hertenvellen. Nu de VOC bekend was met de vele (kostbare) goederen die er in China te krijgen waren, raakte ze er nog meer op gebrand de Portugezen te verdrijven. In 1639 leek het slagen van dit plan een stuk dichterbij te komen toen de VOC het handelsmonopolie in Japan in handen kreeg en in 1641 verzwakte de Portugese positie in Azië aanzienlijk, omdat de VOC het Portugese gebied Malakka had weten te veroveren.

Onbereikbaar China

Aangezien het voor buitenlandse handelaren verboden - en onmogelijk - was om in China aan te meren en/of handel te drijven, waren de buitenlandse handelaren afhankelijk van het zogenaamde Chinese tribuutstelsel: Op vooraf bepaalde tijden mochten (buitenlandse) gezantschappen hun eerbied tonen aan de Chinese keizer door het keizerlijk hof in Peking te bezoeken. Ook de Nederlandse handelaren van de VOC togen naar Peking om de keizer hun eer te bewijzen, maar keerden helaas zonder succes weer terug.

De weg naar Peking

Onder bevel van de Nederlandse kooplieden Pieter de Goyer en Jacob de Keyzer (van beide zowel geboorte- als overlijdensdatum onbekend) vertrokken op 19 juli 1655 de Nederlandse jachten, de Koudekerke en de Bloemendaal, uit de haven van Batavia. De heren hadden als bestemming het keizerlijk hof in de Chinese stad Peking (toen nog Nekinsu genoemd) en om de lange reis, door onder andere het 1600 kilometer lange Keizerskanaal, goed vast te leggen reisde de Nederlandse wereldreiziger en kunstenaar, Johan Nieuhof (1618-1672), met het gezelschap mee. Na het passeren van het Keizerskanaal kwam het Nederlandse gezelschap in de Chinese haven van Kanton en diende hier voor anker te gaan aangezien de rest van de reis - van Kanton naar Peking - werd gemaakt per trekschuit. Na een reis van vele maanden lang wist het Nederlandse gezelschap eindelijk het keizerlijk hof in Peking te bereiken, maar nadat ze drie maanden lang in de stad hadden rondgehangen werd het duidelijk dat de VOC-beambten de Chinese keizer niet te zien zouden krijgen. Hevig teleurgesteld gaven De Goyer en De Keyzer de opdracht om terug te keren naar Batavia.

Driemaal is scheepsrecht

De volgende pogingen om voet aan de grond te krijgen in China vonden plaats tussen de jaren 1662 en 1664. Onder leiding van admiraal Balthasar Bort (1626-1684) werd er tot drie keer toe een expeditie uitgerust die de taak kreeg, om de vijanden van het heersende Chinese Mantsjoe-bewind te verjagen. De VOC hoopte met deze actie in een goed blaadje te komen bij de Chinezen en ze wist de vijandelijke Koxinga al snel van de eilanden Amoy (vandaag de dag Xiamen genoemd) en Quemoy (hedendaags Chinmen) te verjagen. Om te voorkomen dat de Koxinga terugkwam vestigde de VOC op beide eilanden een klein fort, maar had niet de intentie om er ook daadwerkelijk een langere periode te blijven. De VOC verliet de eilanden dan ook weer in het jaar 1664. In de jaren 1667 en 1685 deed de VOC nog tweemaal een poging om voet aan de grond te krijgen in Peking door een hofreis te maken, maar ook deze beide keren lukte het de VOC niet om de Chinese keizer te zien of te spreken te krijgen. In 1689 vonden de Heren XVII het mooi geweest en ze besloten hun pogingen om handel te drijven met China voorlopig op een laag pitje te zetten.

Made in China

Dat de VOC geen voet aan de grond kreeg in de handel met China betekende overigens niet dat ze geen Chinese producten kon inkopen. In de loop der jaren hadden Chinese handelaren in zogenaamde jonken (Chinese zeilschepen) het gewaagd om (illegaal) handel te komen drijven in Batavia en op deze manier wist de VOC toch Chinees zijde, porselein en thee in te kopen. Helaas kwam er in 1718 volledig onverwachts een einde aan de jonkhandel aangezien deze door de toenmalige Chinese keizer aan banden werd gelegd en de VOC moest zich wenden tot de Portugezen om hun Chinese handelswaar in te kunnen kopen. Tussen de jaren 1720 tot en met 1723 stuurden de Heren XVII Nederlandse schepen rechtstreeks naar China om daar thee, zijde en porselein in te kopen en na 1723 kwam de Chinese jonkhandel weer op gang. Aangezien de Chinese handelaren nu weer zelf de overtocht naar Batavia maakten stopte de VOC met het sturen van schepen naar China.

Nieuwe eeuw, nieuwe kansen

Twee jaar nadat de jonkhandel weer op gang was gekomen besloten de Chinezen om handel met buitenlandse naties, op beperkte schaal en onder strenge voorwaarden, toe te staan. Waar de Engelse East-Indian Company nog hetzelfde jaar een handelspost opende in de Chinese stad Kanton, besloten de Heren XVII pas in december 1728 tot actie over te gaan. Het Nederlandse schip de Coxhorn voer naar de haven van Kanton om de - in de Nederlanden - steeds populairder wordende thee in te kopen. Aangezien de reis een daverend succes was besloot de VOC tussen de jaren 1728 en 1734 nog twaalf keer een schip naar Kanton te sturen om inkopen te doen. Tussen de jaren 1734 en 1756 liet de VOC jaarlijks twee schepen vanaf Batavia naar China varen, waarbij één schip rechtstreeks terugkeerde naar de Nederlanden en het andere schip eerst een tussenstop maakte in Batavia om vervolgens aan de lange reis naar huis te beginnen. Na 1756 wijzigde het beleid weer en werden er jaarlijks zo'n vier à vijf schepen vanuit de Nederlanden naar het Chinese Kanton gestuurd.

Comptoir Kanton

Toen de Chinezen in 1728 besloten de handel met het buitenland op beperkte schaal toe te staan, werden er net buiten de stad Kanton diverse pakhuizen en kantoren gebouwd. Indien een land handel wilde drijven met China dan was het mogelijk om een comptoir van de Chinezen te huren en ook de Nederlandse VOC maakte gebruik van deze constructie. Veel bewegingsvrijheid hadden de buitenlandse handelaren echter niet aangezien ze Kanton zelf niet in mochten en zich alleen vrijelijk konden bewegen binnen een straal van één kilometer rondom hun eigen comptoir. Wilden de buitenlandse handelaren handel drijven dan waren ze verplicht om gebruik te maken van een hong (Chinees handelshuis) die een vergunning had om te handelen met Europeanen. Ondanks al deze beperkingen waren er het Nederlandse comptoir in Kanton toch zo'n veertig VOC-beambten aanwezig.

Lees verder

© 2018 - 2019 Marjolijnr, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Handelsposten van de VOC in Pontiana (Pontianak)Handelsposten van de VOC in Pontiana (Pontianak)Het hedendaagse Pontianak (door de VOC in het verleden Pontiana genoemd) is gelegen op de westkust van het eiland Borneo…
Handelsposten van de VOC in Siam (Thailand)Handelsposten van de VOC in Siam (Thailand)Het voormalig koninkrijk Siam wordt sinds het jaar 1939 Thailand genoemd, maar bestond in de zestiende en zeventiende ee…
Handelsposten van de VOC op CheribonHandelsposten van de VOC op CheribonDe stad Cheribon, ook wel geschreven als Cirebon, Chirebon of Tjirebon, is gelegen op de noordkust van het Indonesische…
De opiumoorlogenDe opiumoorlogenOpium was een zeer verslavende drugs die de Britten naar China smokkelden. Er zijn wel twee opiumoorlogen, maar hoe heef…
Handelsposten VOC op Palembang & Jambi (Zuid-Sumatra)Handelsposten VOC op Palembang & Jambi (Zuid-Sumatra)De steden Palembang en Jambi zijn beide gelegen in de provincie Zuid-Sumatra op het gelijknamige Indonesische eiland Sum…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Himasaram, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • https://www.vocsite.nl/geschiedenis/handelsposten/china.html
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Volksrepubliek_China
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Leonard_Camps
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Aluminiumoxide
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Fort_Zeelandia
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Joan_Nieuhof
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Balthasar_Bort

Reageer op het artikel "Handelsposten van de VOC in China"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Marjolijnr
Laatste update: 03-02-2019
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Handelsgebieden VOC
Bronnen en referenties: 8
Schrijf mee!