InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Jack the Ripper - het moorden gaat door

Jack the Ripper - het moorden gaat door

Nu Scotland Yard, het hoofdkwartier van de Metropolitan Police, zich op de zaak had geworpen, leek het erop dat de moordenaar wel snel gevonden zou worden. Maar niets bleek minder waar - en dat kwam mede door de gebrekkige methoden die de politie er in 1888 nog op na hield. De politie stond er echter niet alleen voor: in Whitechapel zelf wilde men ook niet lijdzaam toekijken, en men kwam in actie.

Theorieën

Het waren drie vreemde moorden, die van de laatste maanden: de brute overval op Emma Smith, de bloederige moord op Martha Tabram en de verschrikkelijke mutilaties van Polly Nichols. Omdat Emma Smith zelf had verklaard, voor haar dood, door drie mannen te zijn aangevallen, was de algemene consensus dat deze moord een apart geval was. Maar in eerste instantie, in 1888, zag men wel degelijk een verband tussen de moorden op Tabram en Nichols. En waarom niet? Twee prostituees die in pure razernij met een mes waren toegetakeld en in ongeveer dezelfde houding waren gevonden - dat was vast geen toeval. In 1888 was misschien het idee van de seriemoordenaar nog wel bekend, sinds Burke en Hare; maar die deden het voor het geld, die pleegden hun moorden om lijken te kunnen verkopen aan een medische professor die geen vragen stelde, voor anatomielessen op de universiteit. Maar dit was een geval waar men zich geen raad mee wist. De theorie dat het om buit ging, dat deze vrouwen overvallen waren en beroofd, werd al snel verworpen: de vrouwen hadden amper geld op zak, of iets anders van waarde. Dan was er de theorie dat er een bende actief was, een bende die prostituees afperste en gruwelijk vermoordde als de betalingen tegenvielen. Maar de meest besproken en meest geloofde theorie was dat de moordenaar simpelweg knettergek moest zijn. Wie deed nou zoiets? Het was, meende men, een ontsnapte gek uit een gesticht, of iemand die dringend opgsloten diende te worden in zo'n gesticht. In de havens kwamen boten van over de hele wereld aan; uitheemse gebruiken en rituelen, wie wist daar nou wat van in Whitechapel? Die zeelui brachten soms meer met zich mee dan alleen maar ziektes, vechtpartijen en dronken overlast. "Het feit dat deze drie tragedies zijn gepleegd op zo'n korte afstand van elkaar, en zoveel op elkaar lijken in de details, dwingt eenieder tot de overtuiging dat ze het werk zijn van een of andere gevoelloze, sluwe man met een moord-manie," schreef The Star, een populaire avondkrant. Weing mensen twijfelden daar aan.

Reacties

De reacties onder het volk konden niet uitblijven; er was teveel angst en onzekerheid. Maar ook sensatiezucht: ramptoerisme deed zijn intrede. Kleine groepjes nieuwsgierigen trokken naar de moordplekken, om te kijken en te speculeren over de toedracht. De straten liepen vol bij de begrafenis van Polly Nichols, op donderdag 6 september; uit respect voor de overledene waren, in veel huizen langs de route van de stoet, de gordijnen gesloten. De dag ervoor was ene Henry Hummerston veroordeeld tot zes maanden dwangarbeid, omdat hij zijn 'common-law'-echtgenote een mes op de keel had gezet nadat hij haar flink mishandeld had, en had geroepen dat hij er 'een tweede Buck's Row' van zou maken. Dankzij ingrijpen van de buren was erger voorkomen, maar het toont aan hoe de moord indruk had gemaakt op de gemeenschap. Want ondanks het alledaagse wantrouwen ten opzichte van de politie, was er ook een grote bereidheid tot samenwerken, of in ieder geval helpen. Iedereen wilde dit beest zo snel mogelijk achter slot en grendel hebben. De politie werd overstroomd met tips en 'getuigenverklaringen', die zoveel van hun tijd en mankracht in beslag namen dat ze amper nog capaciteit overhielden om ook daadwerkelijk naar de moordenaar te gaan zoeken. En dus besloten de mannen van Whitechapel zich te verenigen in 'burgerwacht'-groepen, die zelf maar op zoek gingen naar de gek met het mes.
<I>George Lusk</I> / Bron: Leonard Archer, Wikimedia Commons (Publiek domein)George Lusk / Bron: Leonard Archer, Wikimedia Commons (Publiek domein)
De meeste van die groepen waren eigenlijk niets meer of minder dan ordinaire knokploegen, er vooral op uit om zich af te reageren op iedereen die ook maar een beetje gewantrouwd werd. Joodse immigranten uit Oost-Europa, die trachtten te ontkomen aan de pogroms in Rusland en Polen, en naar het democratische Engeland waren gevlucht, stonden bovenaan het lijstje. Oost-Europese immigranten waren bijzonder gehaat in Whitechapel; omdat ze voor lagere lonen wilden werken dan de Engelsen zelf, en daarmee niet alleen hun kansen op de arbeidsmarkt vergrootten ten nadele van de Engelse bevolking, maar ernstiger nog, ze zorgden ervoor dat alle lonen steeds meer omlaag gingen zodat uiteindelijk iedereen in de problemen kwam - zijzelf ook. De hardwerkende joodse Russen en Polen die dachten in Engeland nieuwe kansen te krijgen - arm, maar tenminste veilig - kwamen in Whitechapel opnieuw in allerlei spiralen van geweld terecht. De enige groep die zich eigenlijk goed organiseerde en een nauw contact met de politie onderhield, was het Burgerwacht Comité waar George Lusk, een aannemer, de voorzitter van was. Deze Lusk zou, ongewild, nog een prominente rol spelen in het drama rondom Jack the Ripper...

Onderzoeksmethoden

Wat kon de politie nou precies doen? Welke opsporings- en onderzoeksmethoden stonden hen ter beschikking? Nou, vergeleken met heden ten dage... weinig. Bitter weinig. Zo wist men, als het ging om bloedonderzoek, nog wel vast te stellen of bloed van een zoogdier was of niet, maar veel verder was men nog niet. De techniek van het vingerafdrukken in kaart brengen en herkennen was er wel, maar werd door de politie nog niet toegepast. Zelfs het meest eenvoudige forensisch onderzoek was dus in feite non-existent. Maar ook zoiets pragmatisch als het fotograferen van de plaats van het misdrijf voordat het lichaam werd verplaatst en er tientallen agenten doorheen gingen, was niet bedacht - behalve in de laatste van de Ripper-moorden, maar daarover later meer.
Wat bleef er over? Niet veel. Getuigen horen, sporen zoeken, en hopen dat de dader op heterdaad in de kraag gevat kon worden. Of hopen dat een getuigenverklaring hen kon leiden naar iets substantieels. Hoe dan ook, het was een net met grove mazen, en Jack zwom er met gemak doorheen. Zo zag hij zijn kans schoon om in de nacht van 7 op 8 september alweer een moord te plegen...

Annie Chapman

Eliza Anne Chapman, geboren Smith, had ooit een man en drie kinderen - twee dochters, en een zoon die ziekelijk en mank geboren was - in het landelijke Windsor. Maar haar drankzucht had alles kapot gemaakt, zoals dat vaker ging in die dagen: ze verliet haar man in 1882 en trok naar Londen, waar ze een inkomen bij elkaar scharrelde door haar eigen haakwerkjes te verkopen op straat, of desnoods lucifers, en zo af en toe prostitueerde ze. Haar man had haar vroeger nog wel eens wat geld toegestuurd, maar hij was in 1886 gestorven en daarna was er niets meer gekomen, ook niet van haar kinderen. Ze woonde nog even samen met een andere man, maar ook dat hield niet lang stand, en in de vroege ochtend van 8 september, een zachte nacht waarin het af en toe een beetje motregende, was Annie op zoek naar klanten, om geld te verdienen voor een bed in een slaaphuis. Annie leefde van de straat, zoals alle slachtoffers van Jack.
Even na half twee was ze nog in het slaaphuis, om te zeggen dat ze haar bed niet aan iemand anders moesten geven; ze zou zo terug zijn met het geld. Ze zei dat ze ziek was en naar het ziekenhuis was geweest voor medicijnen. Rond half zes werd ze nog waargenomen door ene Elizabeth Darrell in Hanbury Street, voor nummer 29, waar Annie met een man stond te praten. Ze hoorde de man vragen: 'Will you?' ('Zul je dat doen?') en Annie, die antwoordde: 'Yes.' ('Ja.') Ietsje later hoorde ene Albert Cadoche, die op nummer 27 woonde en op weg was naar de 'plee' achter in zijn hof, een stem aan de andere kant van de schutting, in de hof van nummer 29, die 'No!' ('Nee!') zei; even later hoorde hij iets tegen de schutting aan vallen. Daarna werd het stil en ging hij terug naar zijn bed. Nog geen half uur later werd haar levenloze lichaam gevonden door een van de bewoners van Hanbury Street nummer 29: John Davis, een voerman die op weg was naar zijn werk. Ze lag onder aan het kleine trapje bij de achterdeur, in de inmiddels bekende houding, haar benen opgetrokken en wijd gespreid. Haar rokken waren tot boven haar knieën opgeschoven, en haar keel was diep doorgesneden. Haar arm lag over haar borst, haar onderlichaam was helemaal opengesneden en de moordenaar had haar darmen boven haar linkerschouder gelegd. Annie had drie koperen ringen gehad, die alledrie zoek waren; een van haar vingers vertoonde de sporen van het met geweld verwijderen van zo'n ring. En dan waren er de spulletjes uit haar zakken, zoals een paar kammetjes en een stukje dure stof, die ontdekt werden nadat het lichaam was weggehaald. Ze lagen, schreef de arts die met de politie naar het ontdekte lichaam was gegaan, alsof ze met opzet gearrangeerd waren. Hij vond het uiterst merkwaardig.

'Leather Apron'

Op een paar meter van de plek waar het lichaam van Annie lag, lag ook een leren schort in een goot. Dit wekte onmiddellijk de achterdocht van niet alleen de politie, maar ook van de pers en daarna van bijna iedereen in Whitechapel. Men had namelijk de woorden 'Leather Apron' al eerder gehoord, tijdens de zaak van Polly Nichols. Toen was het de bijnaam geweest van een gewelddadige man die prostituees geld afperste en ze mishandelde - maar niemand wist wie deze man was. De vondst van een leren schort zó dicht bij alweer een slachtoffer kon geen toeval zijn, vond men. Bovendien had een aantal prostituees aan de politie verteld dat hij dreigde met de woorden 'I'll rip you right up!' ('Ik snij je in stukken!') Die 'Leather Apron', wie hij ook was, moest de moordenaar wel zijn. De politie had een goede beschrijving van de man en opende de jacht op hem. En hij werd ook gevonden, of in elk geval iemand die aan de beschrijving voldeed: zijn naam was John Pizer, laarzensnijder van beroep - en hij had sluitende alibi's, voor zowel de nacht van de moord op Polly Nichols als de nacht van 7 september, toen Annie Chapman werd vermoord. Scotland Yard was weer terug bij af, Pizer werd vrijgelaten en Jack kon rustig zijn gang gaan.
© 2009 - 2019 Nathle, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Jack the Ripper, ‘s werelds bekendste seriemoordenaarJack the Ripper was in de tweede helft van 1888 actief in de Londense wijk Whitechapel. Daar vermoordde hij prostituees.…
Jack the Ripper: Whitechapel, LondenJack the Ripper: Whitechapel, LondenJack the Ripper is één van 's werelds bekendste seriemoordenaars. Wie hij precies was is nog steeds onbekend. Alle moord…
Jack the Ripper - de geboorte van een monsterWat dreef Jack the Ripper? Waarom pleegde hij zijn bizarre misdrijven? Een seriemoordenaar begint zelden met zijn meest…
De verschillende soorten moordenaarsDe verschillende soorten moordenaarsEen moordenaar is iemand die een ander opzettelijk om het leven brengt. Vaak wordt dit gedaan met voorbedacht rade. Het…
Jack the Ripper - de vrouwen van WhitechapelAlle slachtoffers van Jack waren vrouwen, en ook nog prostituees. Vrouwen die een gemakkelijk doelwit vormden, kwetsbare…
Bronnen en referenties
  • ‘By ear and eyes: the Whitechapel Murders, Jack the Ripper and the murder of Mary Jane Kelly’, Karyo Magellan, 2005, Longshot Publishing, ISBN 0-9550240-0-5
  • ‘The complete history of Jack the Ripper’, Philip Sugden, 1994,Robinson Publishing, ISBN 1-84119-397-6
  • ‘The complete Jack the Ripper’, Donald Rumbelow, 1975, Berkley Books, ISBN 0-425-11869-X
  • ‘East End 1888’, William J. Fishman, 2005, Five Leaves Publications, ISBN 0-907123-85-6
  • ‘Exploring the East End’, Rosemary Taylor, 2001, Breedon Books Publishing, ISBN 1-859383-270-9
  • ‘In darkest London’ (oorspronkelijke titel: ‘Captain Lobe: A story of the Salvation Army’), Margaret Harkness (oorspronkelijk onder pseudonym: John Law), 1889, Hodder & Stoughton/2003, Black Apollo Press, ISBN 1-900355-28-0
  • ‘Jack the Ripper and the East End’, onder redactie van Alex Werner, 2008, Chatto & Windus, ISBN 978-0-701-18247-2
  • ‘The Jack the Ripper A to Z’, Paul Begg, Martin Fido, Keith Skinner, 1991, Headline Books, ISBN 0-7472-3676-3
  • ‘Jack the Ripper Whitechapel map 1888’, Geoff Cooper, Gordon Punter, 2003, ripperArt, ISBN 0-9546603-0-7
  • ‘The London of Jack the Ripper: then and now’, Robert Clack, Philip Hutchinson, 2007, Breedon Books Publishing, ISBN 978-1-85983-600-2
  • ‘The people of the abyss’, Jack London, 1903, MacMillan Publishers (geen herdruk in de handel, tekst integraal te vinden op http://london.sonoma.edu/Writings/PeopleOfTheAbyss/)
  • ‘The secret prisoner of 1167: was this man Jack the Ripper?’, 1997, Robinson Publishing, ISBN 1-85487-892-1
  • ‘The ultimate Jack the Ripper sourcebook: an illustrated encyclopedia’, 2000, Constable & Robinson, ISBN 1-84119-452-2
  • ‘Uncovering Jack the Ripper’s London’, Richard Jones, Sean East, 2007, New Holland Publishers, ISBN 978-1-84537-611-6
  • ‘Will the real Mary Kelly…?’, Christopher Scott, 2005, PABD, ISBN 1-905277-05-9
  • Afbeelding bron 1: Leonard Archer, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Jack the Ripper - het moorden gaat door"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Hikari (infoteur), 04-12-2009 09:49 #1
Mijn complimenten voor alwéér zo'n prachtig artikel!

Infoteur: Nathle
Laatste update: 17-01-2012
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 16
Reacties: 1
Schrijf mee!