InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Spanje: kunst en cultuur van de Renaissance tot 1926

Spanje: kunst en cultuur van de Renaissance tot 1926

Spanje: kunst en cultuur van de Renaissance tot 1926 Spanje is een staat die bestaat uit verschillende naties en culturen. Het gebied, dat het bestrijkt -nagenoeg het gehele Iberische schiereiland-, is vanaf prehistorische tijden dan ook een smeltkroes geweest van beschavingen, die het bewoond hebben. Sommige, zoals de Basken en de 'Gitanos' (Spaanse zigeuners), wonen er nog steeds en hebben nog altijd hun invloed op kunst en cultuur. Dit artikel doorloopt de belangrijkste punten van de Renaissance tot aan de moderne tijd.

De ontdekkingen en de Spaanse Gouden Eeuw

De ontdekking van Amerika en de opkomst van de Renaissance waren de bron van een nieuwe stijl in Spanje, die gebaseerd is op strenge, klassieke vormen. Deze hebben o.a. de gevel van de universiteit en de kathedraal van Salamanca nagelaten, maar ook het paleis van Karel V in Granada. Het kloosterpaleis van Filips II, El Escorial, is misschien één van de beste voorbeelden van die stijl.

'El Escorial', een ascetisch paleizencomplex. El Escorial (zie foto boven) is een immens complex, dat koning Filips II van Spanje tussen 1559 en 1584 liet bouwen. Het is kasteel, abdij en koninklijk mausoleum in één. Het complex is gelegen bij het dorp San Lorenzo de El Escorial, ongeveer 45 kilometer ten noordwesten van Madrid. De herinnering aan Filips II is vooral bewaard gebleven in dit uitgestrekte gebouwencomplex, dat in 1559 begonnen werd door de architect Juan Bautista de Toledo en later voortgezet werd door Juan de Herrera.

'El Escorial' is een bouwwerk van ongeveer 200 meter in het vierkant, dat een zeer eenzame werking heeft op degene, die het komt bezoeken, misschien net zo eenzaam als de koning, die het liet bouwen, in wezen was tijdens zijn leven, ingegeven door zijn streng-religieuze opvattingen. Er is een centrale binnenplaats, dat gedomineerd wordt door een kerk met een koepel. Aan één kant is dat geflankeerd door een klooster en aan de andere kant door een seminarie en de koninklijke vertrekken.

Het geheel is 13 hectare groot met meer dan 16 binnenpleinen, 1200 deuren, 2675 ramen, 4000 kamers, 16 kilometer gangen en maar liefst 86 trapzalen. Het grimmige ervan is dat ze naar het het model gevormd zijn van het rooster waarop de heilige Laurentius geroosterd werd. Filips II liet het bouwen als een laatste rustplaats voor zijn vader en een plek waar hijzelf zich kon terugtrekken. Later zou hij er zelf begraven worden, alsmede de rest van het Spaanse koningshuis, op twee van zijn vorsten na. Alle koninklijke graven liggen onder het altaar van de enorme basiliek. Filips' privévertrekken kwamen uit op dat altaar. Hij bezat daar een belangrijke kunstverzameling, met onder meer werken van El Greco, Jeroen Bosch, Titiaan en de Vlaamse Primitieven. Er is ook een bibliotheek van meer dan 40.000 boeken, waarmee hij zich kon vermaken. In die bibliotheek worden nu nog steeds oude handschriften en drukken bewaard.

El Greco, representatief voor de contrareformatie. Domenikos Theotokopoulos, El Greco, werd in 1541 op Kreta (Griekenland) geboren. Als schilder van post-byzantijnse ikonen reisde hij na zijn opleiding naar Italië, waar hij leerling werd van Titiaan. Hij was toen al 26 jaar oud.

Na in Venetië de werken van Tintoretto en in Rome die van Michelangelo bestudeerd te hebben, emigreerde El Greco in 1576 naar Spanje, waar hij eerst een jaar in Madrid doorbracht en later naar Toledo verhuisde. Daar toonde hij aanvankelijk een grote invloed van de Italiaanse meesters. Dat hij als schilder door hoogwaardigheidsbekleders en kerkvaders gewaardeerd werd, is te zien aan het feit dat hij vooral religieuze werken en portretten maakte. Behalve de Italiaanse manier van werken, karakteriseert zijn werk zich meteen al in de bekende langgerekte vormen en in zeer expressieve kleuren. In de loop der tijd werd dat als representatief beschouwd voor de contrareformatie.

Het was eigenlijk niet de bedoeling van El Greco om zijn hele, verdere leven in Toledo te blijven. Wat hij wilde was in de gunst te komen bij Filips II en diens hofschilder te worden in Madrid. Maar alles liep heel anders. Hij kreeg dan wel twee belangrijke opdrachten van de troon, die nu overigens beiden in El Escorial hangen, het is er nooit van gekomen dat hij aan het hof zou werken. Wel ontving hij sinds 1596 zoveel opdrachten dat hij zelfs een assistent er op na moest houden.

Uiteindelijk is hij dus in Toledo gebleven en daar op 7 april 1614 overleden. Hij had één zoon, Jorge Manuel, bij een vrouw met wie hij nooit trouwde. Hij was samen met Morales de belangrijkste exponent van zijn tijd.

Velázquez, de menselijkheid in de schilderkunst. Diego Rodríguez de Silva y Velázquez, of kortweg Velázquez (1599-1660) was hofschilder van de Spaanse koning Filips IV. Hij maakte als zodanig dus vele portretten van de koninklijke familie, maar daarnaast ook religieuze schilderijen, genrestukken en andere schilderijen.

Geboren en getogen in Sevilla, toont zijn vroege werk een realisme en een contemporane interesse in texturen, kleurgebruik en licht en schaduw. Eenmaal in Madrid, sinds 1623, werd hij geïnspireerd door de werken van Titiaan, welke deel uit maakten van de koninklijke verzameling, en door Rubens, die hij in 1628 ontmoette. Ook reisde hij naar Italië, van 1629 tot 1631 en van 1648 tot 1651. In die laatste periode schilderde hij paus Innocentius X.

De werken van Velázquez zijn echte voorbeelden van Spaanse barok. Waar in de Renaissance de nadruk lag op veel licht en het lineaire perspectief, lag dat ten tijde van de barok op de mens zelf. Velázquez had dan ook oog voor de kleinste details: het licht dat op een kledingstuk valt, nuances van kleur en schaduwen, de blikken van zijn geprotretteerdem, de lijnen in hun gezicht... Door de ontwikkeling van zg. ciaroscuro werd het gebruik van schaduwen net zo belangrijk als het gebruik van licht, want daarmee konden bepaalde kenmerken juist benadrukt worden, door ze tegen elkaar af te steken.

Door zijn leertijd bij de kunstschilder Pacheco had Velázquez een goede basiskennis van het Italiaanse realisme. Toen hij daarna zijn eigen artistieke stijl zocht, ontdekte hij een vorm van naturalistisme, die hem aantrok. De Italiaanse invloed bij Velázquez, in het bijzonder van de Venetianen, is sterk merkbaar is in zijn gebruik van kleur in bijvoorbeeld 'Las Meninas' (1657) en 'La rendición de Breda' (1635). Laatstgenoemd schilderij, gemaakt ere van de oorlogsoverwinningen van Filips IV, geeft eerde de menselijkheid erachter weer dan het geweld van de oorlog. De gelaatsuitdrukking van de Spaanse commandant Spinola is medelevend met de Nederlanders, die na vier maanden belegering de stad Breda opgeven.

In zijn beroemdste werk, 'Las Meninas', komt Velázquez zelf voor. Dat was iets wat hij regelmatig deed: zichzelf schilderen, vooral in zijn latere werken. Het toont dat de kunstenaar zich niet ondergeschikt maakte aan zijn werk, wat al een zeer moderne houding is.

Andere beroemde schilders uit de Spaanse Gouden Eeuw (17de eeuw) waren o.a. Zurbarán, Ribera, Murillo en beeldhouwers als Gregorio Hernández, Martínez Montañés en Francisco Salzillo. De latere barok werd vooral in de koloniale kunst in Amerika tot uitdrukking gebracht. In Spanje zelf kwam het tot uiting in de koninklijke paleizen van La Granja en Aranjuez en dat van Madrid, aan de Plaza Oriente.

De Spaanse literatuur van de Gouden Eeuw: Lope de Vega en Miguel de Cervantes. De schrijvers Lope de Vega (1562-1635) en Miguel de Cervantes (1547–1616), worden gezien als de twee belangrijkste exponenten van de literatuur van de Spaanse barok.
  • Lope de Vega schijnt zo´n 1800 komedies te hebben geschreven, waarvan er 425 zijn nagebleven. Toch geeft dat maar een kleine impressie van zijn productie, want daarnaast zag hij ook nog kans om andere dramatische en poëtische werken te schrijven, waaronder zo´n 3000 sonnetten. Hij bereikte tijdens de eerste tien jaar van de 17de eeuw het hoogtepunt van zijn literaire carrière. In 1609 verscheen zijn artistiek manifest Arte nuevo de hacer comedias en este tiempo. Door persoonlijke tegenslagen kreeg het werk van Lope de Vega later steeds meer een religieus karakter.
  • Cervantes is misschien wel de beroemdste Spaanse schrijver aller tijden. Ook hij schreef vele toneelwerken, verhalen en gedichten, maar werd vooral bekend door het boek El ingenioso hidalgo Don Quixote de la Mancha. Na zijn dood werd de roman Los Trabajos de Persiles y Sigismunda uitgegeven, een stuk minder bekend, maar door kenners meer gewaardeerd dan ‘Don Quichot' zelf. Toch werd de laatste in meer talen vertaald dan welk andere roman ook.

Het Spaanse neoclassicisme

Het huidige Prado museum in Madrid is een belangrijk voorbeeld van een nieuw opkomende bouwstijl van rond de 18de en de 19de eeuw. Het werd gebouwd in de opdracht van koning Karel III in 1785 door de architect Juan de Villanueva (1739-1811) met de bedoedeling een open ruimte binnen de stad hebben -vandaar de naam ‘Prado’, wat weide of grasveld betekent. Het werd pas een museum onder Ferdinand VII, aangemoedigd door zijn vrouw, María Isabel. Tegenwoordig huist daar de grootste verzameling Spaanse schilderkunst ter wereld, behalve een uitgebreide collectie van Italiaanse en Vlaamse meesters. Er zijn vele beroemde werken van o.a. Rubens, Caravaggio, Titiaan, Jeroen Bosch, El Greco en Velázquez te bewonderen.

Behalve het Prado was Juan de Villanueva ook de architect van de Botanische tuin in Madrid en het Planetarium. Andere architecten uit die periode waren: Diego de Villanueva (1715-1774), de architect van het Palacio Goyeneche te Madrid (1773), Ventura Rodríguez (1718-1785), die de basiliek Pilar de Zaragoza remodeleerde, en Ignacio Haan (1758-1810).

De romantiek in Spanje

De romantiek is een kunststroming die zich afzette tegen het strenge neoclasiscisme. In Spanje kwam die vooral tot uiting in de dichtkunst (José de Espronceda, Carolina Coronado), de romankunst (Enrique Gil y Carrasco, Antomio Trueba) en de muziek (Joaquín Turina, Juan de Arriaga). In deze periode kwam ook de zg. Zarzuela op, een Spaanse versie van de klassieke opera, waarin zowel gezongen als gesproken wordt

De Valenciaanse schilders José Benlliure (1855 – 1937) en Joaquín Sorolla (1863-1923) zijn de prominenten van de romantiek binnen de schilderkunst. Ook de internationaal meer bekende Francisco de Goya kan daaronder gezien worden, ware het niet dat deze schilder en graficus zijn tijd eigenlijk ver vooruit was en algemeen al beschouwd kan worden als een voorganger van de moderne schilderkunst.

Francisco de Goya, voorloper van demoderne schilderkunst. Goya (1746-1828) was hofschilder van de koningen Karel IV en Ferdinand VII. Hij maakte echter naast portretten van de Spaanse koninklijke familie en van hoge geestelijken ook vele maatschappijkritische etsen, die een groot bereik hadden zowel binnen als buiten Spanje. In zijn serie Los Caprichos liet hij zijn afschuw zien voor de corrupte heerschappij van met name de kerk. Dat leverde hem nogal wat problemen op met de Inquisitie.

In zijn eerste periode schilderde Goya, nog beïnvloed door de Verlichting, veel vrolijke scènes in een vrolijke rococcstijl. Deze werken waren oorspronkelijk bedoeld als ontwerpen voor wandtapijten (goblelins). Zijn beroemdste werken zijn echter de Maja desnuda en la Maja vestida, schilderijen van dezelfde liggende vrouw, de ene aangekleed en de andere naakt. Deze twee schilderijen werden oorspronkelijk zo opgehangen dat de geklede versie de naakte versie afdekte en alleen te voorschijn hoefde te komen wanneer dat veilig was. Het tonen van het naakte lichaam van de vrouw was in die periode streng verboden, zolang het niet ging om een mythisch thema. Het nieuwe van deze schilderijen was de manier waarop de vrouw, gelegen op een bankje, de beschouwer in de ogen kijkt.

Het latere werk van Francisco Goya zou steeds meer bepaalde tradities binnen de schilderkunst ondermijnen. Met een haast schetsmatige, expressieve stijl liep de kunstenaar vooruit op stromingen van eind negentiende, begin twintigste eeuw. Zijn beroemde ‘zwarte schilderijen’ zijn heel persoonlijk en geven een uitstekend idee van zijn gemoedsgesteldheid in een tijd van oorlog en politieke veranderingen.

Het Spaanse impressionisme

Het impressionisme in Spanje heeft geen grote schilders voortgebracht, zoals in Frankrijk Monet, Degas en Renoir en in Nederland de schilders van de Haagse School. Waard om hier te noemen is Aureliano Beruete (1845-1912), een lanschapsschilder, die graag met aardkleuren werkte, en de Bask Adolfo Guiard (1860-1916), die tussen 1878 en 1886 in Parijs woonde en werkte.

Het modernisme català: Gaudí

Als je het over Spanje over art nouveau of jugendstil hebt, dan denk je maar aan één man: de architect van La Sagrada Familia in Barcelona, Antoni Gaudí. In Catalonië wordt de stijl van Gaudí het modernisme catalá genoemd.

Gaudí (1852–1926) wordt beschouwd als een van de grondleggers van de organische architectuur. Zijn gebouwen maken een extravagante indruk, ondanks dat hij eigenlijk relatief goedkoop materiaal, waaronder baksteen, gebruikte. Voor zijn vele mozaïeken werden vaak scherven gebruikt die afval waren van keramiekfabrieken.

In de tijd dat Gaudí afstudeerde, was er in de Europese architectuur sprake van een grote openheid. De heersende romantiek had veel meer plaats was voor gevoel dan het eerdere neoclasicisme. Er was weerr waardering voor andere bouwstijlen, die niet klassiek waren.

Zo kwam het dat bv. de gothiek opnieuw in de balangstelling kwam te staan, ook bij Gaudí. In zijn levenswerk, La Sagrada Familia, een kathedraal die overigens nog steeds niet voltooid is, komt dat sterk tot uiting.

Andere beroemde creaties van Gaudí zijn Parque Güell, een combinatie van stijlen, Casa Vicens, een combinatie van baksteen en natuursteen met tegels die de buitenkant van het huis grotendeels bedekken, en Casa Milà, allen in Barcelona.

Lees verder

© 2010 - 2017 Tjiw09, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De Art Nouveau nader toegelichtSedert jaren kunnen we de Art Nouveau in al zijn glorie bewonderen in huizen, galerijen,.. Dit is mede mogelijk gemaakt…
Musea in BoedapestDe twee belangrijkste en grootste musea in Boedapest zijn het Hongaars Nationaal Museum en de Hongaarse Nationale Galeri…
Nieuwe Nederlandse rappers: Nouveau RicheNieuwe Nederlandse rappers: Nouveau RicheNouveau Riche is een samenwerkingsverband van vijf jonge Nederlandse rappers met Boaz van de Beatz als producer. Ze make…
Romantiek, was het wel zo romantisch?Romantiek, was het wel zo romantisch?Aan het eind van de 18de en het begin van de 19de eeuw ontstond er een nieuwe culturele stroming, de romantiek. Een stro…
De donkere eeuwen in West-EuropaDe donkere eeuwen in West-EuropaNa het uiteenvallen van het Romeinse rijk verschuiven de centra van cultuur naar de periferie van dit voormalige rijk, i…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: DavidDaguerro (Madrid), Wikimedia Commons (CC BY-SA-4.0)
  • http://es.wikipedia.org/wiki/Monasterio_de_El_Escorial
  • http://www.museodelprado.es/
  • http://www.imageandart.com/tutoriales/biografias/el_greco/index.html
  • http://www.imageandart.com/tutoriales/biografias/velazquez/index.html
  • http://www.epdlp.com/pintor.php?id=260
  • http://www.ctv.es/USERS/ags/GAUDI.htm
  • http://www.cervantesvirtual.com/bib_autor/cervantes/
  • http://www.biografiasyvidas.com/biografia/v/vega.htm
  • http://www.artehistoria.jcyl.es/genios/pintores/1279.htm
  • http://es.wikipedia.org/wiki/Adolfo_Guiard

Reageer op het artikel "Spanje: kunst en cultuur van de Renaissance tot 1926"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Tjiw09
Laatste update: 29-09-2016
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 11
Schrijf mee!