InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Kunst > De naoorlogse beeldende kunst van Spanje

De naoorlogse beeldende kunst van Spanje

De naoorlogse beeldende kunst van Spanje De Spaanse kunst van na de burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog kenmerkt zich gedurende de Franco tijd in somberheid en rebellie, in kleinere of grotere mate. Veel kunstenaars emigreerden alweer naar Parijs, of New York, waar ze meer vrijheid konden vinden en in contact konden komen met de op dat moment heersende kunststromingen. Na de dood van Franco, bij terugkomst van sommige gevluchte kunstenaars, maakt de Spaanse kunst zich steeds meer van die invloed los.

Jorge Oteiza

Jorge Oteiza (1908-2003) studeerde aanvankelijk medicijnen, maar brak deze studie af om zich geheel aan de kunst te wijden. Aanvankelijk was zijn werk sterk onder invloed van het in de jaren 20 heersende kubisme, maar in 1933 reisde hij naar Zuid-Amerika om daar de vormen van de oude precolombische kunst te bestuderen. Hij verbleef daar dertien jaar lang. In die periode schreef hij teksten, die een goed inzicht geven in dit project.

'Construcción vacía', sculptuur van Oteiza, te zien in San Sebastián. / Bron: Josugoni, Wikimedia Commons (Publiek domein)'Construcción vacía', sculptuur van Oteiza, te zien in San Sebastián. / Bron: Josugoni, Wikimedia Commons (Publiek domein)
In 1949, bij zijn terugkeer naar Spanje werkte Oteiza tot 1951 aan een opdracht voor een beeldhouwwerk in de basiliek van Arántzazu. Hiervoor wilde hij de vormtaal gebruiken, die hij tijdens zijn verblijf in Zuid-Amerika had opgestoken, wat echter niet erg bleek te stroken met de ideeën van de Spaanse katholieke kerk, die altijd nogal conservatief is geweest. Er werd zelfs subversiviteit in zijn concepten vermoed, waardoor Oteiza uieindelijk een verbod kreeg van het Franco-regime om dit project te voltooien. Later, in 1968, zou dat alsnog gedaan worden.

In 1955 begon Oteiza een persoonlijk experiment onder de titel 'Propósito Experimental'. Dat werk zou het begin zijn van een nieuwe geometrische traditie binnen de Europese kunst. Het werd voor het eerst in 1957 gepresenteerd op de Biënnale van Sao Paulo. Dit zou een belangrijke inspiratiebron zijn voor o.a. Chillida (zie hieronder).

In 1959 vond Oteiza dat hij aan de beeldhouwkunst niets meer toe tevoegen had en begon zich te wijden aan andere zaken, zoals de Baskische kwestie en de strijd tegen het centrale regime. Ook schreef hij gedichten en hield hij zich bezig met architectuur.

Oteiza’s werk is te zien in de Fundación Museo Jorge Oteiza en Azuza (Navarra)

Eduardo Chillida

Eduardo Chillida Juantegui (1924-2002) studeerde van 1943 tot 1946 architectuur in Madrid, maar brak die studie af om zich te gaan wijden de beeldhouwkunst. Hij begon met het maken van gipsen beelden in het zg. ‘Círculo de Bellas Artes’ in Madrid. Nadat hij in 1949 naar Parijs verhuisde om daar curator te worden van het ‘Musée National d´Art Moderne Salon de Mai’ zou zijn werk echter pas een eigen identiteit krijgen. Hij werd daar namelijk sterk beïnvloed door voorbeelden van archaïsche Griekse kunst, die hij in het Louvre ontdekte.

Concentreerde Chillida zich in zijn vroege werken nog op de menselijke vorm - gevallen torsos en bustes in steen- op den duur zouden zijn beelden steeds abstracter en monumentaler worden. Hij begon vooral ook in metaal te werken. Zijn bekendste werk karakteriseert zich in organische, ´grijpende´vormen, die in open ruimtes geplaatst kunnen worden, er deel van uitmaken en de natuurlijke omgeving willen accentueren. Chillida wilde zijn beelden dan ook zo veel mogelijk buiten de 'gevangenschap' van een gesloten museumzaal houden.

Chillida maakte ook veel grafiek, waarin hij dezelfde vormen zwart op het witte papier liet inwerken. Hij was een zoon van Carmen Juantegui, een bekende sopraan in Spanje. In zijn jeugd bracht hij het tot doelverdediger van het eerste elftal van Real Sociedad, voetbalclub in zijn geboortestad en die nog altijd in de ‘Primera División’ speelt.

Zijn werk is te zien in het Museo Chillida te Leku (Baskenland).

Antoni Tàpies

Antoni Tàpies (1923) richtte in 1948 met enkele andere catalaanse kunstenaars de groep "Dau al Set" op, die beoogde de Spaanse kunst te vernieuwen. Onder deze paraplu had Tàpies zijn allereerste exposties, waaruit interesse blijkt voor het surrealisme. Hij maakte toen al vooral collages en materieschilderijen en werkte met graffiti. In Parijs zou Antoni Tàpies kennis maken met Afrikaanse en pre-Colombiaanse kunst.

Muurschildering op het paviljoen van Catalonië tijdens de Wereldexpositie van Sevilla in 1992. / Bron: Canaan, Wikimedia Commons (GFDL)Muurschildering op het paviljoen van Catalonië tijdens de Wereldexpositie van Sevilla in 1992. / Bron: Canaan, Wikimedia Commons (GFDL)
Vanaf 1949 laat hij de materie voor wat het is en begint hij schilderijen te maken, waarin vooral grijstonen domineren, alhoewel daar altijd ter contrast ook een sprankje kleur in te voorschijn komt. In deze schilderijen verschijnen steeds tekens (halve cirkels, driehoeken, etc.), vervormde letters en textielafdrukken. In 1954 introduceert hij een nieuw materiaal door marmerpoeder toe te voegen aan de olieverf en gebruikt hij pigmenten en in latex opgelost poeder. Zijn bedoeling is om met texturen een fossiele wereld terug te vinden in zijn werk. In 1958 ontving hij vanwege deze schilderijen de Carnegie prijs.

Na 1965 karakteriseert het werk van Tàpies zich vooral door neofiguratie. Hij raakt daarmee de zg. ‘Arte povera’ beweging. Zijn werk begint in die periode ook internationale waardering te krijgen. In de jaren 70, verschijnen schilderijen, die in de ruimte werken: voorwerpen als stoelen, verbrande boeken, etc. zorgen voor reliëf.

Het kruis is een steeds terugkerend element in het werk van Tàpies. Het symboliseert de contradicties in het leven van zowel de positieve als de negatieve dingen. Zijn werk bevat ook kritische verwijzingen naar de politieke toestand in zijn land onder het Franco-regime (1939-1975).

In 1984 werd in zijn geboorteplaats Barcelona een museum, de ‘Fundació Tàpies’ met zijn werk geopend.

Antonio Saura

Antonio Saura (1930- 1998) begon tijdens een langdurige ziekte tussen 1943 en 1947 als autodidact met schilderen. Aanvankelijk werd hij aangetrokken door het surrealisme. Onder die invloed had hij dan ook in 1950 zijn eerste éénmanstentoonstelling.

Tussen 1953 en 1955 woonde Saura in Parijs, waar hij o.a. bevriend raakte met Michel Tapie, één van de oprichters van de groep ‘Art Informel’. Na zijn terugkeer in Spanje werd zijn interesse gewekt door het Amerikaans abstract expressionisme. Dat deed hem met o.a Antonio Tàpies en Manolo Millares in 1957 de kunstgroep ‘El Paso’ oprichten.

Vanaf 1960 maakte Saura deel uit van de kunstenaarsgroep ‘Estampa Popular’. Vier jaar later werd zijn werk geëxposeerd in het Stedelijk Museum te Amsterdam.

Tussen 1968 en 1978 liet Saura het schilderen een beetje voor wat het was, en wijdde zich uitsluitend aan werk op papier.

Net als Tàpies was Saura geïnteresseerd in de symboliek van het kruis. Als kind was hij al erg onder de indruk van de 'Kruisinging' van de schilder Velázquez. Dat werk hangt in het Prado te Madrid. Het zou voortdurend zijn inspiratiebron blijven. Saura´s uitgebreide en door de tijd verspreidde serie ‘Kruisigingen' is daar dan ook het resultaat van.

Saura´s werk is vooral te zien in de ‘Fundación Carlos Saura’ te Cuenca.

(Antonio Saura was een broer van de beroemde Spaanse cineast Carlos Saura).

‘Equipo Crónica’

‘Equipo Crónica’ was een kunstenaarsgroep bestaande uit drie, later twee leden, die samen aan dezelfde schilderijen werkten. De groep was actief tussen 1963 en 1981, het jaar waarin één van de leden, Rafael Solbes (1940-1981), overleed. Ze bestond behalve uit Solbes, uit Manolo Valdés (1942) en aanvankelijk ook uit Juan Antonio Toledo (1940), die al spoedig uitstapte. Vanaf dat moment ging de groep als een duo door.

De bedoeling van ‘Equipo Crónica’ was om zich te distantiëren van de 'Informelen' en een figuratieve schilderstijl te ontwikkelen binnen de 'Pop Art' beweging. Ze wilde de politieke situatie van het Spanje onder het Franco regime daarin aan de kaak stellen door terug te grijpen naar elementen uit de kunstgeschiedenis, vooral de eigen. O.a. de ‘Guérnica’ van Picasso en ‘Las Meninas’ van Velázquez komen dan ook terug in haar werk

De stijl van ‘Equipo Crónica’ was daardoor realistisch is, pictorisch, kritisch, en vooral ‘pop’. Ze maakt gebruik van anachronismes en bewuste stijlverschillen, die ook de grote sociale verschillen in het toenmalige Spanje weergeven. De schilderijen zijn nogal somber gestemd en geven daarmee dan ook de tijdsgeest van die periode in Spanje weer.

Luis Gordillo

Luis Gordillo (1934) begon met een rechtenstudie, maar al snel ontdekte hij dat hij meer belangstelling had voor kunst en schreef zich in aan de ‘Escuela de Bellas Artes’. In 1958 reisde hij naar Parijs, en maakte zo kennis met het werk van Jean Fautrier (1898-1964) en Jean Dubuffet (1901-1985). Tijdens deze periode volgde hij nog de esthetiek van kunststromingen als ‘Art Autre’ en ‘Dau al Set’. Maar al snel begon zich af te zetten tegen de heersende informele kunst van de jaren 50. Alss zodanig zou hij al snel een pionier worden van de nieuwe figuratie en ‘Pop art’ in de Spaanse kunst van de zestiger jaren.

Na een nieuw bezoek aan de Franse hoofdstad kwam Gordillo al spoedig onder invloed van Francis Bacon en de Amerikaanse ‘Pop Art’ beweging. Hij maakte in die periode de series ‘Cabezas’ en ‘Automovilistas’, die dat onderstreepte. Met zijn nieuwe benadering van de figuratie, ironiseert de opkomst van de massa media.

Niet lang daarna brengt hij zijn ervaringen met de psychoanalyse over naar zijn werk en opent zo nieuwe wegen. Tijdelijk verlaat hij zelfs de schilderkunst om zich geheel te wijden aan zijn zg. ‘dibujos automáticos’, tekeningen, die in één lijn op het papier zijn gezet. In 1971 werden die in Madrid geëxposeerd, een expositie, die van groot belang zou blijken te zijn voor een nieuwe generatie van Spaanse kunstenaars.

In de jaren 70, bracht Gordillo de techniek van zijn ‘dibujos automáticos’ over naar het linnen, en maakte ook gebruik van kleur. Tussen 1980 en 1990, veranderd zijn thematiek echter en wordt zijn pallet juist weer wat koeler. Hij belandt tussen zijn vroegere figuratie en een postmoderne abstractie.

In 1981 ontving Gordillo de ‘Premio Nacional de Artes Plásticas’.

Eduardo Arroyo

Eduardo Arroyo (1937) studeerde journalistiek in Madrid. Daarna ging hij in 1957 in Parijs wonen, om het Spanje onder het franquisme te ontvluchten. Hoewel zijn eerste roeping het schrijven was, had hij altijd ook karikaturenb gemaakt en interesseerdehij zich al voor schilderkunst. Hij zou het schrijven dan ook altijd met het schilderen blijven combineren, ook al (over)leefde hij sinds 1960 als schilder.

Arroyo’s kritische houding t.o.v. de dictatuur bracht ook hem, net als Luis Gordillo en ‘Equipo Crónica’, ertoe een figuratieve stijl te ontwikkelen in een periode waarin de abstractie domineerde. Zijn eerste werken waren vooral stierenvechters, danseressen, koningsportretten, maar zonder de daarbij horende romantiek, eerder juist vol met bitterheid. Zijn kleurgebruik doet al meteen denken aan de ‘Pop Art’.

In 1963 exposeerde Arroyo zijn werk tijdens de derde Biënnale van Parijs: een serie portretten van dicators, wat een officiëel protest van de toenmalige Spaanse regering ontlokte. In datzelfde jaar had hij een expositie in Madrid, dat door dit incident zonder zijn aanwezigheid geopend moest worden. De expositie werd na enkele dagen door de censuur gesloten.

Arroyo was een rebel, en dat was hij ook binnen de wereld van de gevestigde kunst. Daarbij verdedigde hij een systeem van kunsthandel, dat onafhankelijk was van de musea en van de overheidssubsidies.

Terwijl hij Spaanse clichés aan de kaak stelde, ontwikkelde zijn werk zich naar meer surrealistische tendenzen. Een voorbeeld is het doek ‘Caballero español’, waarin de ruiter een galajurk draagt (zie boven).

In 1974 werd Arroyo door de Spaanse dictatuur uit zijn land verbannen. Pas na de dood van Franco zou hij zijn paspoort terugkrijgen zodat hij terug kon reizen en zijn kunstenaarsschap in Spanje de verdiende erkenning zou krijgen. Desondanks duurde het tot de jaren 80 totdat dat echt zou gebeuren

In 1982 ontving Arroyo dan ook voor zijn werk de ‘Premio Nacional de Artes Plásticas de España’. In datzelfde jaar was er een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk in het Pompidou in Parijs.

Op dit moment hangt er werk van Eduardo Arroyo in o.a. het Museo Reina Sofía in Madrid en het Museo de Bellas Artes in Bilbao.

César Manrique

Cesar Manrique (1919–1992) was een pionier binnen de moderne kunst in Spanje. Omdat hij oorspronkelijk van Lanzarote kwam zou hij als schilder, beeldhouwer en architect in opdracht van de regering de touristische centra van dit Kanarische eiland van de grond brengen. Zo zou hij ertoe instaat zijn om de natuurlijke en culturele rijkdommen van dit eiland, waar hij geboren werd, te beschermen. Hij wist de toenmalige regering er namelijk van te overtuigen dat de constructie van hoge gebouwen op het vulkanische eiland verboden moest worden.

Vulkanisch landschapskunst 'Jameos del Agua', in Lanzarote / Bron: Peter Gerstbach, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)Vulkanisch landschapskunst 'Jameos del Agua', in Lanzarote / Bron: Peter Gerstbach, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
In het "Castillo de San Jose", een fort dat in de 18de eeuw onder koning Carlos III werd gebouwd om de haven van Arrecife tegen zeerovers te beschermen, is nu een museum voor moderne kunst en een restaurant met een panoramisch uitzicht over de haven.

Het huis van de kunstenaar is in zijn typische stijl, waarin hij alle disciplines combineert, binnenin een lavagrot gebouwd. Het is gedecoreerd met vele kunstwerken, niet alleen van eigen hand maar ook van andere kunstenaars. In het huis vormen enorme luchtblazen in de zwarte lavasteen de kamers. Een deel ervan is ingericht als exposietieruimte. Daar is ook tegenwoordig ‘Fundación César Manrique’ gevestigd.

In het beeldhouwwerk van César Manrique is vooral een invloed van de grote Spaanse schilder Pablo Picasso te merken.

Miquel Barceló

Miquel Barceló (1952) bracht zijn jeugd door op Mallorca. In 1975 verhuisde hij naar Barcelona om daar opgeleid te worden tot beeldend kunstenaar. Al direct na zijn studie, in 1982, kreeg hij internationale erkenning, toen hij werd gevraagd voor Documenta 7.

Sculptuur in de 'Capilla del Santísimo de La Seu' (Palma de Mallorca). / Bron: BMK, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)Sculptuur in de 'Capilla del Santísimo de La Seu' (Palma de Mallorca). / Bron: BMK, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
In de 1988 reisde Barceló voor het eerst naar Mali, een ervaring, die op hem zoveel indruk heeft gemaakt, dat niet alleen zijn werk werd beïnvloed door de traditionele Afrikaanse schilderkunst, maar dat hij er intussen een atelier heeft. Hij zegt er zelf over dat hij daar heeft leren observeren, dankzij zijn vrienden uit het ‘Dogon’ volk. Deze mensen, volgens Barceló niet gewend aan televisie, fotografie en computers heeft een “andere, diepere manier van observeren. Ze zijn ertoe in staat om in het donker te zien en mensen te herkennen op kilometers afstand. Ze zien alles in een perspectief van vier dimensies. Als ik daar ben, dan is kijken al wat ik doe, zittend op een hoogte. Van daaruit zien we markten, vrouwen, kinderen. Het leven”. In Mali houdt Barceló zich dan ook vooral bezig met lezen, schilderen en schrijven. In zijn ‘Cuadernos de África’ (Schriften uit Afrika) worden deze kunsten allen samengebracht.

Barceló is sinds 2008 vooral ook bekend vanwege de plafondschildering in de grote vergaderzaal Room XX van de Verenigde Naties in Genève. Dat deed hij met pigmenten uit alle delen van de wereld. Vooral in Spanje was er veel kritiek op de hoge kosten (20 miljoen euro), en omdat zo’n vijfhonderdduizend euro daarvan uit een pot voor ontwikkelingswerk kwam. Laten we er dan maar op vertrouwen dat Barceló, die toch een speciale band heeft met Afrika, dat geld nog zijn juiste bestemming gegeven.

José María Sicilia

José María Sicilia (1954) is als schilder vooral bekend vanwege zijn materiaalschilderijen. Zo integreerde hij onder andere bijenwas en insecten in zijn werk. Uitgaande van de mogelijkheden van het materiaal, volgt hij de traditie van de Spaanse beeldende kunst sinds Tàpies en de informelen, al is zijn werk misschien expressionistischer te noemen. Een andere invloed vindt zijn werk in Jackson Pollock, een kunstenaar waarbij de factor 'toeval' een grote rol speelt.

Sicilia studeerde Beeldende Kunsten in Madrid. In 1980 emigreerde hij naar Parijs en in 1985 naar New York, waar hij begon te werken binnen de monochromie, vooal het wit. Begin jaren 90 ontdekte Sicilia o.a. de bijenwas als een extra dimensie voor zijn werk. Hierdoor ontstonden andere, soms vage, fotografische texturen.

In 1989 ontving hij de zg. ‘Premio Nacional de Artes Plásticas’ van het Spaanse Ministerie van Cultuur.

Lees verder

© 2011 - 2017 Tjiw09, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Schilderkunst in de twintigste eeuwIn de 20ste eeuw, kenden we een belangrijke evolutie in de schilderkunst. Hoewel deze evolutie vrij geleidelijk ging, ku…
Het Museum Joaquin Peinado in Ronda (Zuid-Spanje)Het mooie museum Joaquin Peinado in Ronda (Zuid-Spanje) is een bezienswaardigheid, zowel voor het gebouw zelf als voor d…
Abstractie in beeldende kunst, muziek en literatuurIs beeldende kunst beter als het beter te begrijpen is? Is het niet belangrijk dat zoveel mogelijk mensen begrijpen wat…
Magritte en de nabootsingtheorieDe nabootsingtheorie beoogt dat het nabootsen van de werkelijkheid het wezenlijke kenmerk is van kunst. Deze filosofisch…
De renaissance: veranderingen in kunst en architectuurDe renaissance is na de klassieke oudheid de belangrijkse bloeiperiode in de Italiaanse kunst en architectuur. Welke ver…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: CC-BY-SA-3.0, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • http://www.museochillidaleku.com/
  • http://www.museooteiza.org/
  • http://www.fundaciotapies.org
  • http://www.fundacionantoniosaura.org/
  • http://www.equipocronica.com/
  • http://www.fcmanrique.org/
  • http://www.miquelbarcelo.info/
  • http://www.artnet.com/artist/642420/jose-maria-sicilia.html
  • http://www.luisgordillo.es/
  • http://www.arteespana.com/eduardoarroyo.htm
  • Afbeelding bron 1: Josugoni, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: Canaan, Wikimedia Commons (GFDL)
  • Afbeelding bron 3: Peter Gerstbach, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • Afbeelding bron 4: BMK, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)

Reageer op het artikel "De naoorlogse beeldende kunst van Spanje"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Tjiw09
Laatste update: 07-11-2016
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 15
Schrijf mee!