InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Slag bij Adrianopolis: begin van het einde

Slag bij Adrianopolis: begin van het einde

Slag bij Adrianopolis: begin van het einde Op een nazomermiddag in augustus van het jaar 378, vond een veldslag plaats die de loop van de geschiedenis een volledig andere wending zou geven. Deze slag zou nooit de naam en faam van beroemde veldslagen als Waterloo en Stalingrad verkrijgen, maar was minstens zo invloedrijk.

Aanloop

Voortgedreven door van de Aziatische steppe afkomstige volkeren als de Hunnen, die Centraal-Europa binnenvielen, zagen de Goten zich genoodzaakt hun thuisland te verlaten. Bekend met de rijkdommen en luxe van het Romeinse Rijk trokken ze naar de Danube, de grens van het Rijk, en vroegen aldaar asiel aan. Oost-Romeinse keizer Valens was in zijn periode als keizer redelijk succesvol geweest in zijn militaire campagnes, maar had één probleem: mankracht. Door de constante oorlogen die de Romeinen uitvochten met hun buren, voor de Oost-Romeinen met name de Sassanidische Perzen, waren verse manschappen een uitermate schaars goed. Als een geschenk uit de hemel, stond daar echter de enorme groep van tienduizenden Goten, waarvan velen opgenomen zouden kunnen worden in het leger. Verblind door de mogelijkheden van zoveel nieuwe manschappen, nam Valens een beslissing die brak met honderden jaren van Romeinse traditie: een barbaars volk werd toegestaan in Romeins grondgebied neer te strijken.

Waar in de Romeinse elite het beeld van barbaren over de jaren radicaal veranderd was, getuige het toenemende toetreden van barbaren in hoge functies, was die bij het gewone volk nog zoals hij altijd geweest was. Barbaren werden gezien als halve mensen, die niet veel meer waren dan dieren die rechtop waren gaan lopen. Hoe dan ook, ze waren een stuk minder dan de superieure, beschaafde Romeinen. Toen de grenstroepen te horen kregen dat ze de Goten doorgang zouden moeten verlenen, zullen ze met ongeloof gereageerd hebben, dat de keizer zulke beesten het Rijk in zou laten. Hoewel ze de orders wel tot op zekere hoogte uitvoerden, veranderde hun gedrag jegens de barbaren geenszins. Ze lieten ze door en escorteerden ze naar hun nieuwe woonplaats, maar daar was ook alles mee gezegd. De Goten werden behandeld als beesten. Het voedsel dat Valens had gestuurd om de Goten in leven te houden tot ze bij hun bestemming kwamen, werd niet gratis uitgedeeld, maar per opbod verkocht. Als de geboden bedragen niet naar wens waren, kregen ze niks. De officieren lieten het eten nog liever verrotten.

Deze behandeling veroorzaakte natuurlijk grote onrust bij de Goten, rellen waren aan de orde van de dag. Als hun leiders hun beklag deden bij de Romeinse officieren, kregen ze nul op het rekest of werden ze met een kluitje het riet in gestuurd. Toen de Romeinse officieren echter te horen kreeg dat een tweede meute Goten de Danube over was gestoken, dit keer illegaal, brak het angstzweet ze uit. Ze hadden nauwelijks genoeg manschappen om deze Goten in bedwang te houden bij een opstand, laat staan nog meer. Ook de eerste groep Goten kreeg hier lucht van en er hing een opstand in de lucht. De achterbakse, corrupte Romeinse officiers kwamen daarom met een plan om de opstand de kop in te drukken voor hij goed en wel was begonnen. Ze nodigden de twee leiders van de Goten uit voor een diner, met het doel ze daar te vermoorden. Dit plan mislukte echter faliekant en de twee leiders ontsnapten, waarna een opstand onvermijdelijk was.

Losgeslagen Goten

De Goten kwamen in opstand en versloegen hun zeer geringe aantal bewakers meteen en ze gingen al snel samen met de andere groep Goten die de Danube was overgestoken. Doordat Valens jarenlang militaire campagnes had gevoerd tegen de Perzen in het oosten, was er geen leger aan de Danube die de Goten kon weerstaan. De soldaten die er wel gelegerd waren, trokken zich voornamelijk terug in versterkte steden, waar de Goten niet konden komen. De Goten hadden zo in het grootste gedeelte van de Romeinse provincie Thracië vrij spel en plunderden er lustig op los.

Toen Valens van de opstand hoorde, trok hij meteen met een groot leger naar Thracië om de opstand neer te slaan. Hij vroeg bovendien ook de West-Romeinse keizer Gratianus om troepen te sturen, wat hij ook deed. Deze troepen werden onderweg echter aangevallen door groepen Alanen, een nomadenvolk, die net als een aantal andere volkeren van de chaos aan de Danube gebruik hadden gemaakt en de grensrivier waren overgestoken om Romeinse steden en dorpen te plunderen. De West-Romeinse troepen zouden door dit oponthoud later komen.

Als de twee Romeinse legers samen waren gekomen, hadden ze de Goten zonder enige twijfel verslagen. Beide legers waren ongeveer net zo groot als het Gotische leger en samen zouden de Romeinen dus over een veel groter aantal soldaten beschikken. Valens had echter andere plannen. Gratianus had namelijk veel belangrijke overwinningen geboekt aan de Rijn en zijn aanzien in de Romeinse wereld was enorm. Jaloers en bang dat Gratianus met de eer van de overwinning zou strijken, besloot Valens, tegen het advies van zijn ervaren adviseurs in, niet te wachten op de West-Romeinse versterkingen en meteen aan te vallen.

Geforceerde mars

Vastbesloten om zo snel mogelijk een overwinning te behalen op de Goten, gaf Valens het bevel tot de geforceerde mars. De Goten waren echter nog tientallen kilometers weg. Desalniettemin, liet Valens zijn leger op volle snelheid, in de brandende hitte marcheren tot half drie ís middags. Ter vergelijking, normaal gesproken marcheerden een legioen maar tot een uur of twaalf, op normale snelheid. Met hun tong op hun schoenen, zouden de uitgeputte soldaten de slagorde vormen, waarin ze vervolgens nog uren in de brandende zon zouden moeten wachten alvorens de strijd daadwerkelijk zou beginnen.

Wat Valens namelijk niet wist, was dat een groot deel van de Gotische cavalerie op dat moment niet in het Gotische kamp was. De Goten hadden namelijk niet gedacht dat Valens zo snel aan zou vallen en hadden daarom een groot deel van de cavalerie naar het noorden gestuurd om te foerageren. Terwijl ze wachtten op de terugkomst van de cavalerie, probeerde de Gotische leider Fritigern door middel van ellenlange onderhandelingen, met succes, tijd te winnen. En dat terwijl de afgematte Romeinse soldaten in slagorde stonden te wachten.

Slag bij Adrianopolis

Terwijl de onderhandelingen nog in volle gang waren, was er een eenheid in het Romeinse leger die het niet langer aankon. Gek van uitputting, dorst en hitte, besloten ze niet langer te wachten op een order maar vielen ad hoc de Goten aan. Deze charge, die werd beantwoord met een enorme golf pijlen en andere projectielen, waardoor de betreffende eenheid meteen weer terugtrok, maakte een abrupt einde aan de onderhandelingen. De strijd was begonnen.

De tactiek van de Romeinen was vrij simpel. De infanterie was in het centrum geplaatst, met aan beide kanten cavalerie. De infanterie zou rechtstreeks de Goten aanvallen, terwijl de cavalerie aan de rechterflank de Gotische cavalerie bezig zou houden. De Romeinse cavalerie aan de linkerflank zouden ze zodoende vrij hebben, zodat deze naar hartenlust de Goten in de zij kon aanvallen en hun kampement in zou kunnen nemen, waarna de domme barbaren ongetwijfeld in paniek zouden raken.

Het liep echter anders. Terwijl de cavalerie aan de linkerflank op het punt stond hun manoeuvre uit te voeren, verscheen de Gotische cavalerie ten tonele, die tot voor kort aan het foerageren was geweest maar op tijd terug was. Volkomen verrast door deze troepen, werd de Romeinse cavalerie aan de linkerflank compleet weggevaagd. Ook de cavalerie aan de rechterflank had het moeilijk tegen de Gotische cavalerie, terwijl ook de uitgeputte infanterie weinig uit kon richten. Tot overmaat van ramp, was de cavalerie aan de linkerflank, die centraal stond in de gevechtstactiek, compleet weg en viel de Gotische cavalerie de Romeinen naar hartenlust in de flank aan. Toen Valens de Bataven, die hij in reserve had gehouden, wilde sturen om orde op zaken te stellen aan de linkerflank, hadden deze reeds de benen genomen: ze zagen de bui al hangen.

Het werd een bloedbad. De Gotische cavalerie aan de linkerflank had vrij spel en ook aan de andere flank braken ze door de linies van de door Valens persoonlijk geleide Romeinse cavalerie. De uitgeputte infanteristen hadden al moeite genoeg met de Gotische infanterie, maar toen ze ook nog in de flanken werden aangevallen door cavalerie, was het snel gebeurd. Ook Valens had gauw door met wat voor een catastrofe hij te maken had en sloeg op de vlucht. Volgens sommige bronnen zou hij toevlucht gezocht hebben in een huis in de buurt, die toen door de Goten afgebrand is, met de keizer er in.

Gevolgen

In elk geval, het Oost-Romeinse Rijk zat nu zonder keizer en haar al vrij beperkte troepenbestand had een enorme deuk opgelopen. Valens had alle troepen uit het oosten meegenomen die niet absoluut noodzakelijk waren om de Perzen van zich af te houden. Gratianus zag de bui al hangen en trok zijn troepen wijselijk terug, al zouden de Goten de West-Romeinen later nog genoeg problemen bezorgen. Vooralsnog zouden de Goten de komende vier jaar ongehinderd door Thracië en Macedonië trekken, tot ze uiteindelijk voor de poorten van Constantinopel zelf stonden.

Het zou tot 382 duren voordat de Romeinen een antwoord hadden op de Gotische invasie. Onder druk van een groot leger van zowel West- als Oost-Romeinse origine, werd in dat jaar vrede gesloten en kregen de Goten een permanente woonplaats binnen het Romeinse Rijk. De Goten kregen enorme privileges en werden in ruil daarvoor opgenomen in het Romeinse leger, alles leek weer bij het oude. Het zou echter nooit meer bij het oude zijn, de krachtsbalans in de wereld was voorgoed verandert. De air van onoverwinnelijkheid die de Romeinen óndanks de vele verliezen nog altijd hadden, was voorgoed weg. De Goten hadden met eigen ogen gezien hoe zwak het Romeinse Rijk kon zijn en hoe afhankelijk ze waren van barbaarse strijdkrachten. De enorme schattingsgelden die Constantinopel ze jaarlijks betaalde, zouden de Goten er van weerhouden van deze situatie gebruik te maken. De verleiding bleek echter al snel te groot, want het zou slechts enkele jaren duren voor ze opnieuw in opstand kwamen. Dit keer zouden ze geen genoegen nemen met geld en leefgebied. Zonder er per se zelf van bewust te zijn, zouden de Goten aan een campagne beginnen die het Romeinse Rijk voor goed kapot zou scheuren.

Lees verder

© 2011 - 2019 Thalendil, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De Visigoten: een vroeg christelijk Germaans volk in SpanjeWist u dat de Visigoten reeds rond 400 na Christus een overwining behaalden op de Romeinen in de slag bij Adrianopolis.…
Edirne in Turkije: gewilde strategische locatieWist u dat Edirne (het vroegere Hadrianopolis) de plek is waar de meeste veldslagen op aarde hebben plaatsgevonden? Men…
Ravenna bij Bologna:schitterende vroegchristelijke mozaïekenNa de val van de Romeinen werd er zwaar strijd geleverd om de heerschappij in Italië. Ravenna in het noordoosten van Ita…
Alle Romeinse KeizersAlle Romeinse KeizersTijdens het Romeinse keizerrijk zijn er zeer veel keizers gepasseerd. Ze worden opgedeeld in verschillende dynastieën. H…
Oudheid: Romeinse munten kopen en verkopenOudheid: Romeinse munten kopen en verkopenEr zijn veel Romeinse munten in omloop. Er kan soms goed geld worden verdiend met de koop en de verkoop van deze munten.…
Bronnen en referenties
  • 9 Augustus 378: De dag van de barbaren, Alessandro Barbero
  • Legions of Rome, Stephen Dando-Collins
  • The fall of the Roman Empire, Peter Heather
  • The decline and fall of the Roman Empire, sir Edward Gibbon
  • The later Roman Empire, Ammianus Marcellinus

Reageer op het artikel "Slag bij Adrianopolis: begin van het einde"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Thalendil
Gepubliceerd: 22-07-2011
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!