Gereformeerde kerken in Houwerzijl
Tot 1944 was er in Houwerzijl maar één kerk: de gereformeerde. ‘Kerk’ in de zin van gebouw, namelijk de dorpskerk aan de Hoofdstraat waarin nu museum/theeschenkerij "De Theefabriek" is gevestigd. En ook ‘kerk’ in de zin van een georganiseerde christelijke gemeenschap, inclusief alle bijbehordende verenigingen en activiteiten. (De hervormden gingen naar het naburige Niekerk). Er was ook maar één kiesvereniging: de Anti-Revolutionaire en, sinds 1935 toen de openbare school werd opgeheven, maar één school: de gereformeerde.
Inhoud
Een breuk in de eenheid
Dus het het kleine Houwerzijl (492 inwoners in 1947; 281 in 1989) zou een bijna geheel gereformeerde eenheid genoemd kunnen worden. Dat veranderde met de Vrijmaking van 1944. Het dorp splitste zich in tweeën, in alle opzichten. Dat heeft er ondermeer toe geleid dat er in relatief korte tijd drie gereformeerde kerkgebouwen in het dorp waren. En omdat onderwijl gereformeerden ook nog in een café en in een pakhuis onderdak vonden, kunnen er thans in het dorpje maar liefst vijf gebouwen aangewezen worden waar gereformeerden in een periode van slechts ongeveer 40 jaar (gescheiden) kerkten. En nu is er van dat al dat gereformeerde leven niets meer over… Er zijn nog wel wat gereformeerden (en enige hervormden), maar die kerken elders; de gereformeerde ‘zuil’ is volledig verdwenen.
Maar nu eerst terug in de geschiedenis.
Houwerzijl vóór 1944
Afgezien van de doopsgezinden, die in Houwerzijl ooit een eigen
vermaning hadden, gingen de inwoners van Houwerzijl tot 1695 in Vliedorp naar de kerk. Nu is daar, even ten noorden van het dorp, een verlaten wierde, bekend onder de naam
‘Olle Weem’. De kerk werd namelijk niet lang na 1695 afgebroken. Het kerkhof bleef echter in gebruik - de overledenen van Houwerzijl werden er nog tot 1886 begraven. Toen de kerk op de wierde van Vliedorp buiten gebruik raakte, gingen de hervormden van Houwerzijl in Niekerk naar de kerk. Vandaar dat er in het dorp Houwerzijl, anders dan in de omliggende dorpen, geen historische hervormde kerk is.
Afgescheidenen
Ds. De Cock van Ulrum, de voorman van de (gereformeerde)
Afscheiding van de Hervormde Kerk, had ook de nodige volgelingen in het naburige Houwerzijl. Bekend is het verhaal van boerenarbeiders/dagloners uit het dorp – zij vormden er de grootste maatschappelijke groep - die in 1835 een dienst in de hervormde kerk te Zuurdijk verstoorden waar een ‘liberale’ dominee voorging. De afgescheidenen van Houwerzijl en Zoutkamp (die in het begin één gemeente vormden) namen in 1840 hun eerste kerkje in gebruik en hadden spoedig een eigen predikant. De gemeente groeide en in 1890 kregen de Zoutkamper leden een onderkomen in hun eigen woonplaats.
In 1892 kwam er in ons land een vereniging van afgescheidenen (die onderwijl de naam christelijke gereformeerden hadden aangenomen) en dolerenden (de laatsten waren hervormde aanhangers van de gereformeerde orthodoxie die onder leiding van Abraham Kuyper in 1886 de Nederlandse Hervormde Kerk hadden verlaten). Zo ontstonden de Gereformeerde Kerken in Nederland. (Een deel der christelijke gereformeerden bleef zelfstandig voortbestaan onder de oude naam:
Christelijke Gereformeerde Kerk.) De Gereformeede kerk in Houwerzijl kwam tot bloei en de activiteiten namen toe. Er kwamen diverse kerkelijke commissies en verenigingen waarvan de leden ook afgezien van het bezoek aan de zondagse eredienst actief waren op de diverse terreinen van het leven.
Vrijmaking landelijk
De gereformeerden waren dus – en dat gold natuurlijk voor heel Nederland - heel actief en nauw betrokken bij het wel en wee van hun kerk. Dat was mooi, maar betekende ook dat onderlinge meningsverschillen, zeker als het over de uitleg van de Bijbel ging, tot een heftige twist konden lijden. En dat gebeurde nu net tijdens de Tweede Wereldoorlog: Een deel van de gereformeerden had ernstige bezwaren tegen een leerstellig standpunt binnen de kerken en de manier waarop de landelijke synode in dat geschil handelde. Toen hun voorman professor K. Schilder te Kampen in 1944 werd geschorst was de maat vol. Bijna overal in het land scheurde de plaatselijke kerk in tweeën: voor- en tegenstanders van het theologisch standpunt van Schilder c.s. en daarmee verbonden, voor en tegen het handelen van de synode in de kwestie. De tegenstanders wensten niet te zwichten voor ‘het synodale juk’ en maakten zich vrij (van de kerk die in hun ogen de rechte weg volledig kwijt was).
Vrijmaking in Houwerzijl
In Houwerzijl gingen de dominee en een meerderheid van de kerkenraad mee met de
Vrijmaking. Tweederde deel van de gemeente (349 zielen) volgde kerkenraad en dominee en kwam zo buiten het landelijk verband te staan. De rest (181) bleef binnen het ‘synodale verband (en werden ‘synodalen’ genoemd). Met de kerk scheurde ook de dorpsgemeenschap. Weldra waren er niet alleen twee kerken maar ook twee ‘zuilen’, ieder met eigen verenigingen, maatschappelijke activiteiten en dergelijke.
Strijd om de kerkelijke goederen
Maar van wie was nu het kerkgebouw, de pastorie en andere kerkelijke goederen? Van de groep die binnen het landelijke, synodale verband gebleven was of van degenen die zich weliswaar ‘vrijgemaakt’ hadden maar wel de meerderheid vormden? Daarover kon men het niet eens worden. Beide groepen meenden de eigenlijke voortzetting van de oude Gereformeerde Kerk in Houwerzijl te zijn.
De synodale minderheid belegde haar samenkomsten in de gelagkamer van café Hogeveen en spande een gerechtelijke procedure aan, want zij meende de rechtmatige eigenaresse van de goederen te zijn. Maar de rechtbank in Groningen bepaalde dat de vrijgemaakten recht hadden op het kerkgebouw en de andere goederen. In hoger beroep wees het gerechtshof (in Leeuwarden) echter de kerk aan de synodalen toe.
De vrijgemaakten organiseerden nu hun diensten in de boerderij van Jan de Boer. Zij stapten wel naar de Hoge Raad om vernietiging van het vonnis van Leeuwarden te bewerkstelligen. Ze hadden daar blijkbaar weinig vertrouwen in, want ze bouwden ondertussen voor alle zekerheid toch maar vast een nieuwe, eigen kerk, aan de Hollemastraat (het huidige dorpshuis "Vliedorp”). Zo verrees er dus een tweede kerkgebouw in Houwerzijl.
Een derde gebouw
Dat hadden de vrijgemaakten eigenlijk niet hoeven te doen, want later in het turbulente jaar 1946 vernietigde de Hoge Raad het vonnis van het gerechtshof. De vrijgemaakten konden dus tóch terecht in de oude kerk en dat deden ze ook. Nu belandden de synodalen, per 1 januari 1947, ‘op straat’. Zij vonden toen onderdak op de zolder van een pakhuis bij de haven. Maar dat viel toch niet mee, elke zondag twee kerkdiensten organiseren op een zolder. Dus besloten de synodalen dat er beter een eigen gebouw kon worden gebouwd. Dat gebeurde en in 1952 was er een nieuwe kerk, compleet met pastorie, klaar aan de westkant van het dorp, Hoofdstraat nr 1.
Hoe het verder ging in Houwerzijl
Als we nu in het kleine Houwerzijl de ronde doen, kunnen we nog altijd vijf gebouwen bekijken waarin de gereformeerden (in relatief korte tijd) kerkten. Daarvan zijn er dus zelfs drie officieel als kerk gebouwd, waarvan twee in de moeizame opbouwjaren na de Tweede Wereldoorlog (!). Alleen, de gemeenten zijn er niet meer; van al die kerkelijke activiteit is niets meer over…
Het aantal inwoners nam af. Dat was ook in Houwerzijl sowieso een gevolg van veranderingen in de landbouw, waardoor het aantal werknemers in die sector drastisch verminderde. De kerkelijke strijd zal er ook geen goed aan gedaan hebben, te meer niet omdat als uitloper daarvan, nog in 1964, de lagere school een ‘vrijgemaakte’ school werd, wat vele (synodale) ouders deed besluiten hun kinderen in naburige dorpen op school te doen. In 1979 werd tenslotte de (‘vrijgemaakte’) school in Houwerzijl gesloten.
De Theefabriek
Het inwoneraantal van het dorp daalde dus. Daarmee nam ook het aantal kerkleden af. En, de secularisatie ging ook aan Houwerzijl niet voorbij. De gereformeerde gemeente ‘synodaal’ was de eerste die, in 1975, opgeheven werd. Het gebouw, Hoofdstraat 1, werd aan een particulier verkocht. De ‘vrijgemaakte’ gemeente in het dorp hield het nog vol tot 1987. Toen viel ook voor haar het doek. In het gebouw aan de Hoofdstraat nr. 15 kwam na enige tijd museum/theeschenkerij
De Theefabriek. Dat heeft in ieder geval weer activiteit en mensen in het dorp teruggebracht – in de loop der jaren heeft het bedrijf zich ontwikkeld tot een populaire attractie die veel zoekers trekt.
Lees verder