InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Kunst > Kunstschilder Jan van Eyck in het licht van zijn tijd

Kunstschilder Jan van Eyck in het licht van zijn tijd

Kunstschilder Jan van Eyck in het licht van zijn tijd De achternaam van kunstschilder Jan van Eyck (rond 1390 - 1441) kan als uitgangspunt dienen om zijn loopbaan te omschrijven. Enerzijds geworteld in en beïnvloed door de traditie van zijn tijd en de periode ervoor wist Van Eyck anderzijds het oude blad(goud) af te schudden en de schilderkunst op een aantal belangrijke punten te vernieuwen. De reikwijdte van zijn werk was groot en kende veel navolging, al konden niet alle kunstenaars die hem naar de kroon wilden steken in de (slag)schaduw van deze unieke meester staan. Een groot deel van het werk dat aan zijn handen is ontsproten ging verloren, toch is er genoeg bewaard gebleven om ook vandaag de dag te bewonderen.

Levensloop

Vermoedelijk is Jan van Eyck rond het eind van de veertiende eeuw in Maaseik geboren. Als mogelijke geboorteplaats komt ook Maastricht in aanmerking. Met zijn oudere broer Hubert, kunstschilder, vertrok hij naar Den Haag, om daar rond 1420 werk te vinden aan het hof van Jan van Beieren, graaf van Holland.
Overigens zou er nog een derde broer, Lambert van Eyck, hebben bestaan, die ook kunstschilder was. Hij zou in 1432, vanuit het atelier van zijn broer Jan in Brugge, naar Den Haag zijn gestuurd om Jacoba van Beieren te portretteren. De feitelijke macht over haar grondgebied had zij toen al moeten overdragen aan Filips de Goede.

In 1425 kwam Van Eyck - na het overlijden van Jan van Beieren - in dienst van Filips de Goede van Bourgondië (1419 - 1467) en vestigde hij zich als diens hofschilder eerst in Brugge en later in Rijsel. Het hertogdom Bourgondië nam in die tijd een belangrijke plaats binnen de Europa in en strekte zich onder meer uit tot de Nederlandse provincies Zeeland, Holland en Brabant.
Jan van Eyck kreeg er een vaste aanstelling en mocht ook werken voor opdrachtgevers buiten het hof. Zijn werk werd van meet af aan alom gewaardeerd. Broer Hubert, die Jan vermoedelijk de kneepjes van het schildersvak bijbracht, kon niet lang getuige zijn van dit succes: hij overleed in 1426.

Na een verblijf in Doornik werd Van Eyck door Filips de Goede naar Portugal gestuurd om het portret van de koningsdochter Isabella, huwelijkspartner van de hertog van Bourgondië, te schilderen. Ook zou Van Eyck door de vorst op verschillende geheime missies zijn gestuurd en zou hij zelfs Jeruzalem hebben bezocht.
Vanaf 1430 was Jan van Eyck terug in Brugge, waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen. Korte tijd daarna, vanaf 1432, begon hij met het signeren en dateren van zijn werk en voltooide hij het beroemde Veelluik van het Lam Gods voor de Sint-Baafskathedraal van Gent (1432), waar Hubert al in 1424 aan begonnen was.

Van Eyck trouwde rond deze tijd en was sinds 1434 vader van zijn eerstgeborene, een zoon. Zijn atelier trok niet alleen belangrijke opdrachtgevers maar ook leerlingen aan, die door de meesterschilder werden opgeleid. Als favoriete kunstenaar van Filips de Goede genoot hij tal van privileges en ontving hij een riant salaris. Over zijn echtgenote is niet veel bekend; wel is een in 1439 door haar eega geschilderd portret van haar bewaard gebleven.

In 1441 stierf Jan van Eyck. Op verzoek van de onbekend gebleven broer Lambert van Eyck kreeg de kunstenaar zijn laatste rustplaats in de Sint-Domaaskerk in Brugge.

Voorgeschiedenis en internationale gotiek

Ten tijde van Jan van Eyck was het hertogdom Bourgondië, geregeerd door Filips de Goede,een groot en machtig rijk, dat verschillende belangrijke handelssteden telde. Brugge en Gent hoorden hierbij, Brussel was al onder het bewind van Filips’ grootvader Filips de Stoute de hoofdstad van het rijk geworden.
De hertogen en de edelen aan het hof waren verzot op pracht en praal en wisten heel wat kunstenaars aan te trekken om de fraaiste en kostbare kunstwerken te creëren. Hiermee was al eerder door Filips de Stoute een begin gemaakt. Hij gaf opdracht voor de bouw van een enorm klooster en een kerk in de omgeving van Dijon en trok tal van kunstenaars voor dit project aan.
Veel van hen waren uit de Nederlanden afkomstig, zoals de beroemde beeldhouwer Claes Sluter, na zijn overlijden nam zijn neef Claes de Werve het werk van hem over. Hun beelden kunnen een mogelijke bron van inspiratie voor Jan van Eyck zijn geweest.

Naast beeldhouwers werden in die tijd ook edelsmeden, naaldkunstenaars en kalligrafen als belangrijke kunstenaars beschouwd. Kunstschilders genoten eveneens, zij het dus niet als enigen, aanzien; zij lieten zich door het werk van vakgenoten en beoefenaars van andere kunstvormen inspireren.
Een werk signeren en dateren deed men in deze periode nauwelijks. Hierdoor - en door de overeenkomst in hun werk - worden veel kunstwerken uit deze tijd niet aan een persoon van naam, maar aan onbekende meesters, een atelier of school toegeschreven. Belangrijke kunstcentra waren, naast die in Vlaanderen, Noord-Frankrijk en de Maasstreek, onder andere Parijs en Keulen.
De rond 1400 in West-Europa overheersende kunststijl wordt internationale gotiek genoemd en is, geheel overeenkomstig met de leefwijze van toen, veelal religieus van aard. Het grootste deel van de kunstwerken in deze stijl werd gemaakt in opdracht van de vorstenhoven; daarnaast verleenden stadsbestuur, de kerk en rijke burgers kunstopdrachten.

Rond 1420 stond de Italiaanse kunst in het teken van de Renaissance, met baanbrekende ontwikkelingen voor wat betreft de weergave van perspectief en ruimte en de menselijke figuur: die werd niet langer plat maar plastisch en met volume afgebeeld. Deels drong de kennis hierover door naar het noorden, waar men elementen ervan overnam en ze combineerde met de internationale gotiek.
De eerste Vlaamse kunstschilder die de nieuwe stijl omarmde was Robert Campin, de Meester van Flémalle. Zijn heiligen oogden menselijker en werden afgebeeld in een huiselijke omgeving. Hiermee wist hij de afstand tussen de gelovigen en hun voorbeelden te verkleinen.
De mengvorm van gotiek en Vlaamse renaissance wordt aangeduid met de term noordelijke renaissance of noordelijk realisme.

De Vlaamse schilders maakten in hun werk gebruik van perspectief, alleen baseerden zij zich daarbij niet op renaissancistische regels maar op minutieuze waarneming. Het decoratieve element kreeg, geheel volgens de smaak en wensen van hun adellijke opdrachtgevers, in hun werk veel aandacht.
Het anonieme karakter van de kunstenaars verdween geleidelijk omdat hun prestaties meer een artistiek dan een ambachtelijk karakter kregen. Het verhoogde de status en het zelfbewustzijn van de kunstenaars, die er daarom steeds vaker toe over gingen hun werk te signeren.

Miniaturen

Zoals aangegeven speelde de miniatuurkunst, een vorm van kalligrafie waarbij manuscripten van uitbundige versieringen werden voorzien, een grote rol bij de internationale gotiek. De broer van Filips de Stoute, hertog Jan van Berry, was een hartstochtelijk verzamelaar van deze geïllustreerde handschriften. Hij was onder meer de eigenaar van een uitermate fraai, door de gebroeders Limburg gedecoreerd, getijdenboek: Les très Riches Heures du duc de Berry.
Jan van Eyck verluchtte eveneens getijdenboeken en liet zich inspireren door de voorbeelden van anderen. Zijn vroegstbekende werk zijn de miniaturen die hij in een getijdenboek in 1424 voor hertog Jan van Beieren schilderde, het boek waaraan ook zijn broer Hubert zou hebben meegewerkt.

Portretkunst

Giovanni Arnolfini en zijn vrouw / Bron: Jan van Eyck (circa 1390–1441), Wikimedia Commons (Publiek domein)Giovanni Arnolfini en zijn vrouw / Bron: Jan van Eyck (circa 1390–1441), Wikimedia Commons (Publiek domein)
Tegenwoordig kennen we met name de religieuze kunst uit de periode voor Van Eyck; opdrachtgevers lieten zich hier eveneens op afbeelden. Niet-religieuze portretten zijn er veel minder bewaard gebleven. De geportretteerden, bijvoorbeeld machthebbers en geslaagde burgers of geestelijken, werden bij voorkeur en profile afgebeeld. Ook portretten in driekwart kwamen voor, al zou die wijze van portretteren vooral door Van Eyck en zijn latere collega’s aan populariteit winnen.

Over het eerder genoemde portret dat Jan van Eyck van Isabelle van Portugal schilderde is niet veel meer bekend. Gelukkig zijn er wel verschillende andere portretten van zijn hand bewaard gebleven. Zijn eerste gesigneerde portret uit 1432, Portret van een man, bijgenaamd Leal Souvenir, toont een uiterst realistisch geschilderde man, geportretteerd in driekwart. Er zijn al eerdere portretten van Jan van Eyck bekend, die overigens niet voor het gesigneerde onderdoen.

Omstreeks 1429 schilderde hij heel gedetailleerd de Man met blauwe kaproen. Later volgden nog de portretten Baudain de Lannoy (circa 1432) en Man met rode tulband (1433), beide eveneens afgebeeld in driekwart.
Opmerkelijk bij het laatste portret is de indringende blik van de geportretteerde richting toeschouwer. Er zijn vermoedens dat het om een zelfportret van Jan van Eyck zelf gaat. Net als bij veel van zijn andere portretten neemt de hoofdtooi een belangrijke plek op het schilderij in; in tegenstelling tot zijn andere portretten worden de handen van de geportretteerde hier niet getoond.

Andere bekende en bewaard gebleven portretten tonen de Vlaamse goudsmid Jan de Leeuw (1436), kardinaal Niccolò Albergati (circa 1431), Van Eycks echtgenote Margareta (1439) en de rijke lakenhandelaar Giovanni Arnolfini (1438).

Behalve het portret van hem alleen heeft Van Eyck de lakenhandelaar ook samen met diens echtgenote geportretteerd: het beroemde burgerportret met de spiegel uit 1434 Giovanni Arnolfini en zijn vrouw. Vermoedelijk gaat het om de verloving van het stel, dat hand in hand in het slaapvertrek is afgebeeld. Met veel oog voor détail en symboliek maakt Van Eyck de toeschouwer deelgenoot hiervan. De eindeloze weerspiegeling is tevens een fraai staaltje perspectiefhantering.

Altaarstukken

Het Lam Gods, Gent / Bron: Jan van Eyck (circa 1390–1441), Wikimedia Commons (Publiek domein)Het Lam Gods, Gent / Bron: Jan van Eyck (circa 1390–1441), Wikimedia Commons (Publiek domein)
Ondanks de toenemende invloed van de Renaissance en de opkomst van de gefortuneerde burgerij bleef de vraag naar altaarstukken bestaan. Ze bestonden vaak uit meerdere delen, zoals een triptiek met een centraal middendeel en aan elke kant een zijpaneel dat zowel in open als gesloten stand een schildering liet zien. De afmetingen van deze altaren varieerden van heel klein tot immens groot. Zo waren er pentaptieken, bestaande uit vijf delen, en polyptieken, opgebouwd uit nog meer delen. Die delen vormden onder invloed van de Renaissance wel meer een eenheid dan in de periode daarvoor.

Het belangrijkste altaarstuk uit de Vlaamse renaissance is gemaakt door Hubertus en Jan van Eyck. Het bestaat uit vierentwintig panelen en kan nog altijd bewonderd worden in de Gentse Sint-Baafskathedraal. Hubert begon het werk in 1424, Jan voltooide het werk in 1432.
Het altaar ontleent zijn naam aan het middenpaneel met de Aanbidding van het Lam Gods. Het lam op het altaar symboliseert de onschuld van Jezus, die geofferd werd om de zonden van de mensheid uit te wissen. Adam en Eva, veel heiligen, profeten, de aankondiging van de onbevlekte ontvangenis en de portretten van de opdrachtgevers sieren de verschillende panelen.

In 1934 baarde de diefstal van twee panelen, die uit de kerk werden ontvreemd, veel opzien. Eén ervan werd teruggevonden, het tweede paneel - De rechtvaardige rechters - is nog altijd spoorloos, alle speculaties hierover ten spijt.

Maria’s

Van Eyck schilderde diverse Maria’s, gekleed in prachtige gewaden en vaak gekroond met een rijk versierde kroon. Het interieur en/of het achterliggende landschap gaf hij net zo nauwgezet weer als Maria, haar kind, de opdrachtgever en andere figuren op het schilderij. Bij Madonna in een kerk (circa 1426) neemt de gotische architectuur van de kerk een belangrijke plek in. Maria met Kind (1433) laat een Maria met kind in een meer huiselijke omgeving zien. Lichtval op schijnbaar onbeduidende voorwerpen toont Van Eycks beheersing van transparantie en reflectie aan.

Veel groter van formaat is de Annunciatie, geschilderd tussen 1433 en 1435 en vol symboliek. In een gebouw dat het midden houdt tussen een romaanse en gotische kerk verschijnt een prachtig geklede engel met vleugels in felle kleuren om Maria de geboorte van haar kind aan te kondigen. Het emaille-effect van de vleugels heeft Van Eyck ontleend aan de edelsmidkunst. De houten tegelvloer van de ruimte toont nauwkeurig geschilderde taferelen uit het Oude Testament.

Min of meer gelijktijdig werkte Van Eyck aan een opdracht van kanselier Rolin, een belangrijke figuur aan het Bourgondische hof. Hij bestelde een Madonna met kind, bekend geworden als Madonna met Kind en kanselier Rolin. Van Eyck gaf niet alleen de geportretteerden en het interieur waarin zij zitten treffend weer, maar werkte ook het landschap op de achtergrond tot in détail uit. Het wordt zichtbaar door de zuilen midden op het schilderij en beslaat daarmee een behoorlijk deel van het werk.

In 1436 schilderde Van Eyck ook zijn Maria met Kind en heiligen en kanunnik Joris Van der Paele, in opdracht van laatstgenoemde. Joris van der Paele is afgebeeld met zijn patroonheilige (beiden rechts) en met de patroon van de kerk (links) waaraan hij verbonden was: de Sint Domaas in Brugge. De centrale plek op het schilderij is bestemd voor Maria met kind.
Opnieuw toonde Van Eyck hoe goed hij in staat was de werking van licht en de weerkaatsing ervan weer te geven, zijn vermogen om tot in detail kostbare stoffen en edelstenen te schilderen en zijn gave een uitermate realistisch portret te vervaardigen. De knielende kanunnik oogt niet erg flatteus, maar is overduidelijk met al zijn onvolkomenheden weergegeven.

In de kleine Triptiek van de Heilige Maagd (1437) komen elementen uit eerdere Maria-schilderijen terug. Hier zorgt Van Eycks beheersing van het perspectief ervoor dat de toeschouwer bijna in het tafereel opgenomen lijkt te worden.
Eenvoudiger dan de voorgaande werken oogt Maria met Kind - Lucca Madonna uit 1438. Al zit Maria op een troon, met het kind op haar schoot, de omgeving oogt huiselijk. Er bestaat een vermoeden dat Maria, die haar kind de borst geeft, gemodelleerd is naar echtgenote van Jan van Eycks echtgenote Margareta.

Zoals gebruikelijk was in zijn tijd verwerkte ook Van Eyck symbolen in zijn werk. Bloemverwijzingen, een omsloten tuin, het waren allemaal verwijzingen naar de zuiverheid van Maria. Van Eyck schilderde Madonna bij de fontein (1439), een tafereel waarbij op de voorgrond een Maria met kind voor een brokaten kleed staat, dat door twee engelen wordt opgehouden. Naast haar, ook op de voorgrond, staat een bronzen fonteintje. Het symboliseert onder meer Christus als bron van het leven. Op de achtergrond, achter het doek, is een deel van een gedetailleerd geschilderde tuin zichtbaar.

Heiligen

Heilige Barbara (1437) is een uitgewerkte aquareltekening waarop de heilige Barbara prominent met haar attribuut is afgebeeld voor de enorme toren van een kathedraal in aanbouw. Om de bouwplaats krioelen veel kleine figuurtjes.
Op het blauw van de lucht na zijn enkel sepiatinten gebruikt. Mede daarom is het niet duidelijk of het om een studie voor of een onvoltooide staat van een schilderij gaat. Mogelijk is het schilderij wel voltooid; in elk geval neemt het een heel eigen plaats in binnen het oeuvre van Van Eyck en de schilderkunst van zijn tijd.

Heilige Hiëronymus in zijn studeervertrek (circa 1441) toont de, in rood kardinaalskleed met bijpassende hoed gestoken, heilige zittend aan zijn studeertafel, omringd door zijn vaste attributen: een leeuw en boeken.

Aan Drie Maria’s aan het graf (circa 1430 - 1435) werd vermoedelijk zowel door Jan als Hubert van Eyck gewerkt. De drie vrouwen bezoeken het graf van Jezus om zijn lichaam te zalven en constateren dan dat het graf leeg is. Een engel op het graf vertelt hen over de herrijzenis van Christus. De stad op de achtergrond zou Jeruzalem ten tijde van de vijftiende eeuw kunnen zijn.

Van Eyck in zijn tijd

Jan van Eyck wordt gerekend tot de groep van Vlaamse Primitieven, de school van kunstschilders die in de vijftiende en zestiende eeuw met name werkzaam was in Gent en Brugge. Rogier van der Weyden, Hans Memling, Dirk Bouts en Hugo van der Goes zijn bijvoorbeeld andere grote namen van deze school. Ze schilderden veelal op panelen van hout, al was het gebruik van schildersdoek niet onbekend.

De uitvinding van de olieverf wordt ten onrechte aan Van Eyck toegeschreven. De Italiaanse Renaissancekunstenaar Vasari (1511 - 1574) dichtte dit in zijn biografische kunstenaarsboek Vite in elk geval aan Van Eyck toe. Ook de voorgangers van Jan van Eyck bonden hun verf echter al met olie, maar hij was wel degene die het schilderen met olieverf wist te perfectioneren.

Met zijn vaardige gebruik van olieverf is van Eyck een meester in het creëren van illusies op het platte vlak. Dit wordt bijvoorbeeld zichtbaar in de reflectie van het licht, in de werking van verschillende over elkaar geschilderde transparante verflagen en in het trompe-l’oeil-effect bij de nabootsing van marmer op bijvoorbeeld de achterkant van zijn panelen en zijn beschilderde lijsten.
Anders dan zijn voorgangers verwerkte Van Eyck in zijn schilderijen geen bladgoud. In navolging van de edelsmeden werden hun panelen van bladgoud voorzien, waarin met een pons fijne versieringen werden gestanst. Toch wekt het meesterlijke olieverfgebruik van Van Eyck de illusie van goud.

Jan van Eyck wordt gezien als de grondlegger van het realisme in de schilderkunst. De stofuitdrukking in zijn schilderijen is dan ook levensecht. Als geen ander in zijn tijd wist hij bijvoorbeeld de menselijke huid weer te geven. Hij schilderde als eerste objecten en figuren met hun slagschaduw, waarmee ze beduidend aan ruimtelijkheid wonnen.
Zijn hantering van het perspectief was eveneens vernieuwend. In de landschappen op de achtergrond van zijn schilderijen maakte de kunstenaar gebruik van atmosferisch perspectief, waardoor het landschap in de verte lijkt te vervagen.
Anders dan de waardering voor de kunstenaar hebben veel van zijn schilderijen de tand des tijds niet goed doorstaan. Omdat men in de Middeleeuwen elkaars schilderijen kopieerde, is het mogelijk enigszins een beeld te vormen van aan Van Eyck toegeschreven, maar inmiddels verloren gegaan werk.

Tentoonstelling

Het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen bracht met de expositie De weg naar Van Eyck van 13 oktober 2012 tot en met 10 februari 2013 een eerbetoon aan Jan van Eyck en zijn voorgangers.
Het museum toonde een gevarieerd aanbod van meer dan negentig zeldzame en kwetsbare kunstwerken, gemaakt door Nederlandse, Franse en Duitse kunstenaars uit de periode rond 1400. Twee miniaturen en vijf schilderijen, aangevuld met enkele aan hem toegeschreven tekeningen, zijn door Van Eyck zelf vervaardigd. De expositie maakte duidelijk waarin hij zijn inspiratie vond en hoe Van Eyck op zijn beurt anderen wist te inspireren.
© 2013 - 2019 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Kenmerken van kunststijlenKenmerken van kunststijlenAls je op vakantie bent ga je wel eens een stadje bezoeken. Iedere keer weer is het dat ene gebouw dat zorgt voor het ch…
Ontstaan van de GotiekOntstaan van de GotiekDe naam 'gotiek' komt pas aan het begin van de negentiende eeuw op, als de belangstelling voor de middeleeuwen toeneemt,…
Gotiek in ItaliëDe ontwikkelingen in Parijs die in de 12e eeuw tot het ontstaan van de gotiek leidden, vonden een groot en invloedrijk t…
Jan van Eyck, uitvinder olieverf; Middeleeuwse schilderkunstDe middeleeuwse schilderkunst kent vele stijlperioden, grofweg te verdelen in de hoofdstromingen Romaans, Gotisch en de…
Batalha klooster in het district Leiria in PortugalBatalha klooster in het district Leiria in PortugalHet Batalha klooster, gelegen in het district Leiria in Portugal is een enorm complex. Het klooster is een van de beste…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Kunstschilder Jan van Eyck in het licht van zijn tijd"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sierkunst
Laatste update: 16-06-2015
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!