InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Abraham Kuyper als politicus, 1874-1920

Abraham Kuyper als politicus, 1874-1920

Abraham Kuyper als politicus, 1874-1920 Dr. Abraham Kuyper was een veelzijdig man, die in zijn leven geweldig veel werk verzette. Hij was theoloog, journalist en politicus, actief op diverse ‘terreinen des levens’ en invloedrijk. Alleen al het feit dat Jan en Annie Romein hem hebben opgenomen in hun befaamde standaardwerk ‘Erflaters van onze beschaving’, spreekt boekdelen. Al dat werk verzette Kuyper vanuit zijn overtuiging dat het gereformeerde volksdeel der ‘kleine luyden’ georganiseerd moest worden om ook volop actief te kunnen zijn op die ‘terreinen des levens’. Onder zijn leiding emancipeerde dat volksdeel en vormde de ’gereformeerde zuil’ die met name in de eerste helft van de 20e eeuw relatief grote invloed heeft gehad in de politiek en het maatschappelijk leven (relatief, dat wil zeggen gemeten naar het in verhouding beperkte deel van de Nederlandse bevolking dat er toe behoorde).

Inhoud


Een arbeidzaam leven

Abraham Kuyper werd op 29 oktober 1837 in Maassluis geboren als zoon van een hervormde dominee. Hij was begaafd; na het gymnasium te Leiden doorlopen te hebben, studeerde hij aan de universiteit in die stad letteren, filosofie en theologie. In de laatste faculteit promoveerde hij op een proefschrift over de 15e-eeuwse Poolse theoloog Johannes à Lasco.

Tijdens zijn leven bleek dat hij beschikte over uiteenlopende begaafdheden en een enorme werkkracht – hij werd ‘Abraham de geweldige’ genoemd. Na zijn studie theologie begon hij als vrijzinnig predikant. Later volgde zijn ommekeer naar het orthodox-calvinisme en ontwikkelde hij zich tot voorman van de gereformeerde ‘kleine luyden’. In 1874 werd hij lid van de Tweede Kamer. Zo begon zijn politieke carrière.

Doleantie

Hij gaf de aanzet tot de tweede uittocht van orthodoxe leden uit de Ned. Hervormde Kerk, de zogenaamde Doleantie van 1886 (een beweging waarvan de aanhangers zich in 1892 verenigden met het grootste deel der Afgescheidenen van 1834, waardoor de Gereformeerde Kerken in Nederland ontstonden).

Oprichter van De Standaard, de VU en de ARP; minister, premier en minister van staat

In 1872 begon zijn carrière als journalist. Hij werd oprichter en hoofdredacteur van het antirevolutionaire dagblad De Standaard (1872). In 1879 stichtte hij de eerste moderne politieke partij in Nederland: de Antirevolutionaire Partij (ARP/ AR), waarvan hij ook de ideoloog was. In diezelfde tijd nam hij het initiatief tot de oprichting van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag waaruit de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam voortkwam; in 1880 werd de VU geopend. In 1901 werd hij minister van Binnenlandse Zaken en leider van het kabinet. In 1908 volgde zijn benoeming als minister van staat.

En om het overzicht compleet te maken: hij was ook vader van een talrijk gezin. Uit zijn huwelijk met Johanna Hendrika Schaay werden acht kinderen geboren, waarvan er een op jeugdige leeftijd overleed.

De politieke en maatschappelijke opvattingen van Abraham Kuyper

In 1874 werd Kuyper dus gekozen als lid van de Tweede Kamer; hij beëindigde toen zijn predikantschap. In het parlement sloot hij zich vanzelfsprekend aan bij de antirevolutionairen en werd hun leider als opvolger van Groen van Prinsterer. Zijn drijfveer als orthodox theoloog en later in zijn politieke optreden en ook verder in zijn diverse functies op maatschappelijk gebied was, samengevat, het realiseren van Gods wil in de samenleving (hij ijverde voor ‘de ere Gods op alle terreinen des levens’). Wat de politiek betreft stond zijn optreden in het teken van de emancipatie van het gereformeerde volksdeel zoals dat in zijn eeuw tot ontwikkeling was gekomen (‘het verachte volk Gods’, noemde hij het, en ook ‘de kleine luyden’).

Organische staatsopvatting

Abraham Kuyper wilde confessionele politiek bedrijven, dat wil zeggen vanuit zijn calvinistische geloofsovertuiging. Daarbij paste voor hem een organische staatsopvatting: de samenleving is vergelijkbaar met een menselijk lichaam waarin alle onderdelen, alle ‘terreinen des levens’, van elkaar afhankelijk zijn. Die onderdelen zijn soeverein (‘soevereiniteit in eigen kring’) met het gezin als fundament. Essentieel zijn – om het in moderne termen te zeggen – rentmeesterschap (de aarde, Gods schepping, goed verzorgen), solidariteit (inclusief zorg voor de naasten) en gespreide verantwoordelijkheid: de overheid heeft daarbij niet een leidende maar slechts een aanvullende rol. Die onafhankelijkheid van de overheid kwam bijvoorbeeld tot uitdrukking in de benaming ‘Vrije Universiteit’ – vrij van de overheid. Bij dit alles dient ‘de ere Gods’ het leidende principe te zijn.

De rol van de overheid in de samenleving was dus, wat Kuyper betreft, beperkt tot het hoeden van de genoemde soevereine kringen. Zo diende de overheid bijvoorbeeld in te grijpen om de zwakken te helpen en om ervoor te zorgen dat de ‘natuurlijke eenheid’ blijft bestaan.

Autoritair

Kuyper stond dus een democratische staat en samenleving voor, die ‘bottum up’ is ingericht. In zijn persoonlijke optreden was hij echter niet zo ‘bottum up’ en democratisch. Eerder het tegendeel: hij stond alleen boven aan de piramide die hij gecreëerd had en duldde weinig tot geen tegenspraak. Geen wonder daarom dat hij bijvoorbeeld in conflict kwam met zijn antirevolutionaire mede-Kamerlid en ook latere collega-hoogleraar aan de VU, Jhr. Mr. A.F. de Savornin Lohman, die zich stoorde aan Kuypers autoritaire optreden en met hem in conflict kwam over de wijze van wetenschapsbeoefening. Dit conflict leidde uiteindelijk tot ontslag van Lohman als hoogleraar en in 1897 tot de oprichting van een Vrije Antirevolutionaire Partij die in 1908 opging in de Christelijk-Historische Unie.

Kuypers eerste politieke optreden

De eerste periode dat Kuyper in de Tweede Kamer zat was van 1874-1877. Kuyper had toen al een eerste zet gegeven ten bate van de emancipatie van zijn gereformeerde achterban. Hij had namelijk in 1872 een eigen (gereformeerd/antirevolutionair) blad opgericht: De Standaard. Want hij realiseerde zich dat dagelijkse voorlichting (van zijn achterban) belangrijk was.

In de Kamer had hij het zwaar. Hij voelde zich met zijn missie alleen staan tegenover een overmacht van machtige liberale kopstukken. In 1876 legde hij, overspannen, z’n werk neer en verliet Nederland om in Zwitserland en aan de Zuid-Franse kust rust te vinden. In 1877 keerde hij terug naar Den Haag, maar nam niet weer zitting in de Kamer. Hij werkte als journalist, voor zijn blad De Standaard en bovendien als hoofdredacteur van het gereformeerde kerkblad De Heraut.

‘De scherpe resolutie’

Via zijn journalistieke werk bleef Kuyper wel politiek actief. Het grote doel daarbij was het mobiliseren van en stem geven aan zijn achterban, ‘het volk achter de kiezers’. Ook achtte hij het nodig een politiek program te schrijven en de achterban politiek te organiseren. Dit werd urgent in 1878 vanwege de nieuwe lagere onderwijswet van de liberale minister J. Kappeyne van de Coppello. Deze wet maakte het nog moeilijker dan het al was om een bijzondere (christelijke) school te kunnen stichten. Kuyper noemde het ‘de scherpe resolutie’. Hij organiseerde een volkspetitionnement tegen de nieuwe wet dat, ondertekend door 350.000 personen, aan de Koning werd aangeboden.

Antirevolutionaire Partij

Het petitionnement had niet het gewenste resultaat, maar Kuyper had er wel zijn ’troepen mee in slagorde’ gebracht, zoals werd gesteld in De Standaard, 29 oktober 1937 (zie bronnen). Vervolgens richtte hij in 1878 het Centraal Comité van Antirevolutionaire Kiesverenigingen op. Ook schreef hij een politiek program voor de antirevolutionairen: ‘Ons Program´. Zo ontstond in 1879 de eerste Nederlandse moderne politieke partij, de Antirevolutionaire Partij (ARP/AR).

Voortgezette strijd voor de emancipatie van het ‘gereformeerde volk’

In 1894 werd hij weer gekozen als lid van de Tweede Kamer. Dat wil niet zeggen dat hij in de periode 1879-1894 stilgezeten had. Naast zijn journalistieke arbeid, die altijd doorging, had hij zich ingezet voor de oprichting van de VU (zie hierboven), waaraan hij trouwens zelf hoogleraar werd. En Kuyper speelde dus een prominente rol in de strijd voor financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs (zie ook hierboven onder ‘scherpe resolutie’).

Uitbreiding kiesrecht

De oprichting van de VU paste in het streven naar emancipatie der ‘kleine luyden: Kuyper wenste dat ook zijn achterban een goede - dat is voor hem: gereformeerde - universitaire opleiding kon volgen. In het kader van hetzelfde emancipatiestreven inclusief het vergroten van zijn achterban, zette hij zich in voor uitbreiding van het kiesrecht. De eerste uitbreiding kwam tot stand in 1887 bij de grondwetsherziening dat jaar; het aantal kiesgerechtigden werd verdrievoudigd.

Kuyper en de sociale kwestie. Eerste Christelijk Sociaal Congres

Tijdens zijn ministerschap (1901-1905) en in de jaren daarna – tot in onze tijd toe – is Kuyper verweten zijn christenplicht verzaakt te hebben ten aanzien van (de oplossing van) het sociale vraagstuk – een hot Item in die tijd, nationaal en internationaal. Toch doet dat negatieve imago tekort aan zijn inzet op dat terrein. Want die was er wel degelijk, maar kwam niet uit de verf tijdens zijn regeerperiode. Kuyper had wel degelijk oog voor de sociale nood in de maatschappij en besteedde daar ook veel aandacht aan in zijn geschriften en redevoeringen. Tekenend wat betreft zijn inzet op dat terrein is het eerste Christelijk Sociaal Congres dat hij in 1891 organiseerde in samenwerking met de werknemersorganisatie Patrimonium. Hij hield er een indrukwekkende openingsrede: “Het sociale vraagstuk en de christelijke religie”. Daarin toonde hij de onhoudbaarheid aan van de bestaande maatschappelijke verhoudingen. Hij leverde 'architectonische kritiek' op de liberaal-kapitalistische maatschappij-inrichting. De rede verscheen ook in druk.

Controverse binnen de ARP

Bij de verkiezingsstrijd in 1894 stond uitbreiding van het kiesrecht centraal. De vooruitstrevende liberale minister Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet had daartoe een ontwerp kieswet ingediend dat voorzag in verdere uitbreiding van het kiesrecht. In de praktijk zou de wet leiden tot een uitbreiding die niet ver verwijderd was van algemeen kiesrecht. In de kamer waren voor- en tegenstanders. De scheiding liep dwars door de partijen, inclusief de ARP. Binnen die partij was de meer behoudende Jhr. De Savornin Lohman tegen, terwijl Kuyper vóór het ontwerp van Tak van Poortvliet pleitte. Uiteindelijk leidde de controverse mede tot een scheuring binnen de ARP; een scheuring waaruit in 1908 de CHU ontstond (zie ook hierboven onder ‘autoritair’).

Terug in het parlement

Het voorstel van Tak van Poortvliet ondervond zoveel tegenstand dat de Tweede Kamer werd ontbonden. De verkiezingen die daarop volgden leidden tot een overwinning van de ‘anti-Takkianen’. Maar ze leidden ook tot de terugkeer van Abraham Kuyper in het parlement.

Meer ‘kleine luyden’ en meer calvinistisch

Ten bate van de verkiezingen van 1897 werden er nog pogingen ondernomen om te komen tot een samenwerking tussen de ARP van Kuyper en de Vrije Antirevolutionairen van Lohman. Maar het lukte niet. Toch was de uitslag van de verkiezingen heel gunstig voor de ARP. De uitbreiding van het kiesrecht vanwege de kieswet Van Houten (1896) waardoor er 10% meer kiesgerechtigden bij waren gekomen, had blijkbaar een gunstig effect voor de ARP. De uitslag zou ook gunstig beïnvloed kunnen zijn door het vertrek van de ‘hoge heren’ (o.l.v. Jhr. De Savornin Lohman). De invloed van de meer ‘volksgerichte’ Kuyper op de partij werd daardoor (nog) groter. Ook kan er een effect uitgegaan zijn van het feit dat Kuyper nu meer nadruk ging leggen op de calvinistische grondslag van de ARP – dat heeft zijn aanhang onder de orthodox-calvinisten ongetwijfeld vergroot.

Coalitievorming op basis van de antithese

De uitbreiding van het kiesrecht werkte dus gunstig voor de ARP. Ze kregen in 1897 17 leden in de Tweede Kamer. De vrije-antirevolutionairen kregen er 5, de katholieken profiteerden ook: zij verwierven er 221. Dat laatste was ook gunstig voor Kuyper; hij besefte dat hij met hen moest samenwerken om via het parlement zijn christelijk-politieke doelen te bereiken. In de eerste plaats ging het daarbij om de financiële gelijkstelling van openbaar en christelijk onderwijs. Die samenwerking baseerde hij op de zogenaamde antithese: de tegenstelling die er bestaat tussen christelijke partijen en partijen op seculiere grondslag; met als consequentie dat er samen met andere christelijke partijen – in dit geval de katholieke – samengewerkt kan worden om, in dit geval, financiële gelijkstelling te verwerven.

Maar er was nog een kwestie waarbij de ARP van Kuyper en de katholieken een gezamenlijk doel nastreefden: de sociale kwestie. Zowel onder de aanhangers van de ARP als van het katholieke smaldeel in de Kamer waren relatief veel arbeiders. Tijdens het bewind van het kabinet Pierson (1897-1901), dat bekend zou komen te staan als ’het kabinet van sociale rechtvaardigheid’ kwam verbetering van het lot der arbeiders op de agenda.

1om het beeld compleet te krijgen: de liberalen (oud- en jong liberalen samen) hadden toch nog altijd 47 zetels. De meest radicale liberalen, de Vrijzinnig democraten, hadden 4 zetels en de ‘sociaal-democraten’ 3. Met andere woorden: er was nog altijd een niet-confessionele (vrijzinnige) meerderheid van 52 zetels die principieel koos voor overheidsfinanciering van uitsluitend het openbaar onderwijs.

Het kabinet Pierson

Ondanks de gunstige uitslag van de verkiezingen van 1897 voor de christelijke (ofwel de confessionele) partijen hadden de niet-confessionele partijen (waarvan alleen al de oud-liberalen 33 zetels bezetten) de meerderheid behouden in het parlement. Een van die liberalen, mr. N.G. Pierson, formeerde een kabinet - met liberale ministers dus.

De liberalen beseften terdege dat er iets moest gebeuren op het gebied van de sociale rechtvaardigheid. Te meer daar er ook vanuit katholieke hoek werd aangedrongen op maatregelen ten bate van die rechtvaardigheid. Zo kwamen er onder meer een woningwet, een gezondheidswet en kinderwetten (met name om het lot van verwaarloosde kinderen te verbeteren).

Ook kwam het kabinet met een ongevallenwet. Kuyper diende een amendement in: hij wilde, passend bij zijn opvatting over de rol van de overheid op het maatschappelijk terrein (zie hierboven onder ‘organische staatsopvatting’), de werkgevers de mogelijkheid bieden om zelf een verzekering tegen ongevallen te regelen, desgewenst via op te richten bedrijfsverenigingen. Het amendement werd verworpen, toch stemde Kuyper vóór de wet. Maar ook de Eerste Kamer was kritisch en er kwam een tweede ontwerp waarin ook rekening was gehouden met Kuypers wensen. Zo kreeg Nederland in 1901 de eerste sociale verzekeringswet.

1901-1905, het kabinet Kuyper

In 1901 werden Kamerverkiezingen gehouden. Kuyper zette zich op grond van zijn antithese-visie scherp af tegen de complete linkerzijde van het politieke spectrum (dat betreft alle niet confessionele partijen). Hij had succes: de ARP behaalde een flinke winst, van 17 naar 23 zetels. Ook de katholieken deden het goed: van 22 naar 25 zetels. Dit was een duidelijke uitslag; Kuyper kon een kabinet gaan formeren: het ministerie Kuyper (1901-1905).

Tegenvallende prestaties

Er werd wat verwacht van Kuyper zowel wat betreft schoolwetgeving als sociale wetgeving. Dat laatste zeker naar aanleiding van zijn optreden bij de realisering van de eerste sociale verzekeringswet in 1901 en zijn optreden op het eerste christelijk sociaal congres (1891) was nog niet vergeten. Echter, niet voor niets noemt Professor Oud in zijn bekende boek ‘Honderd jaren’ (zie bronnen) de prestaties van het kabinet op sociaal terrein uiterst gering. Geen sociale wet van enige betekenis kwam tijdens Kuypers bewind tot stand. Dit leverde hem met name van de linkerzijde veel kritiek op (toen en ook later).

Spoorwegstaking

Kuypers aanhangers konden dat moeilijk ontkennen, maar kwamen wel met een reden: de regering had de handen vol aan de spoorwegstaking. Die begon in 1903 te Amsterdam onder de havenarbeiders en breidde zich daarna uit onder het spoorwegpersoneel. De regering kwam met voorstellen om tot een oplossing te komen - we volgen hier P.J. Oud, pag. 190 en verder - namelijk een onderzoek naar de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van het spoorwegpersoneel; oprichting van een spoorwegbrigade om zo nodig het werk van stakend personeel over te kunnen nemen; staken van ambtenaren en spoorwegpersoneel moet strafbaar gesteld worden. Met name dat laatste riep veel verzet op: het ‘Comité Verweer’ kwam met een oproep tot een algemene staking om zo druk uit te oefenen op regering en volksvertegenwoordiging. Zeker ter rechterzijde, en natuurlijk helemaal door Kuyper en de zijnen, werd dit gezien als gebruik van staking als politiek strijdmiddel; dat riekt naar revolutie en dat was tegen het zere been van de meerderheid der Tweede Kamer (afgezien van de socialisten).

De algemene staking werd ook door de publieke opinie bepaald niet positief ontvangen en liep uit op een mislukking. De ‘dwangwetten van Kuyper’ werden aangenomen door het parlement. Kuyper triomfeerde, maar zijn tegenstanders namen hem zijn optreden in verband met de spoorwegstaking zeer kwalijk.

Hoger-onderwijswet

Het kabinet presteerde wel op het gebied van onderwijswetgeving. Natuurlijk werd, wat Kuyper en de zijnen betreft de schoolstrijd weer volop aangegaan. Eerst kwam er een hoger-onderwijswet. Kuyper heeft daarbij ongetwijfeld ‘zijn’ VU willen bevoordelen. De studenten van bijzondere universiteiten (zoals de VU) hoefden geen staatsexamen meer te doen, eigen docenten konden net als docenten van de rijksuniversiteiten, officieel erkende, rechtsgeldige examens afnemen. Bovendien kregen bijzondere universiteiten enige subsidie. Ter linkerzijde was men (in de Tweede Kamer) natuurlijk fel tegen. In die Kamer had Kuyper wel een meerderheid achter zich, maar de Eerste Kamer was nog in meerderheid liberaal en verwierp het wetsontwerp. Kuyper zorgde er daarop voor dat de Eerste Kamer werd ontbonden – hij ging er vanuit dat er wel een in meerderheid rechtse Eerste Kamer voor in de plaats zou komen omdat er in de Staten van een aantal provincies ook een verschuiving naar rechts had plaats gevonden. En inderdaad, zijn verwachtingen kwamen uit. De hoger-onderwijswet werd nu ook door de Eerste Kamer aangenomen.

Lager onderwijs

Ook de lager onderwijswet werd veranderd: er kwam een belangrijke verhoging van de subsidies voor het bijzonder lager onderwijs. Bovendien werd haar personeel, net als de collega’s van het openbaar onderwijs, opgenomen in de rijkspensioenregeling. Beide Kamers namen de wet aan.

Kuypers nederlaag

Kuyper had een heel persoonlijk stempel op zijn bewind gedrukt. Hij bekleedde zelf de functie van minister van Binnenlandse Zaken, maar bemoeide zich ook met andere ministeries. Ook maakte hij nog al eens een reis naar het buitenland; hij werd daarom ook wel spottend minister van Buitenlandse Reizen genoemd. Ook niet onbelangrijk: het staatshoofd, Koningin Wilhelmina mocht hem beslist niet. En natuurlijk waren zijn tegenstanders de maatregelen tegen de spoorwegstaking en het, in hun ogen, eenzijdig bevoordelen van het bijzonder onderwijs, niet vergeten. Al met al bestond er bij de niet-confessionele partijen – van oud-liberaal tot socialistisch – zoveel afkeer jegens Kuyper en zijn beleid, dat men van die kant, ondanks de grote onderlinge verschillen, zich en bloc tegen hem keerde bij de verkiezingen van 1905. En met succes: Kuyper verloor de verkiezingen en stapte op.

De laatste fase

Kuypers reis in het Middellandse zeegebied

Abraham Kuyper was diep teleurgesteld over de gang van zaken bij de verkiezingen – hij had zich immers zo geweldig ingezet voor de goede zaak, ten bate van het volk… Hij had er behoefte aan om afstand te nemen en in oktober 1905 begon hij aan een reis door het Middellandse Zeegebied die negen maanden duurde. Hij schreef er een reisverslag over dat gepubliceerd werd in een dik boekwerk: Om de oude wereldzee.

De lintjesaffaire

In 1903 had Kuyper als minister, zo bleek later, bevorderd dat er een lintje werd uitgereikt aan iemand die de kas van de ARP spekte. In 1908 was hij weer lid van de Tweede kamer voor de ARP geworden. In de aanloop naar de verkiezingen in 1909 bracht een liberale voorman de zaak van het lintje aan het rollen – waarom deze dat juist toen deed laat zich raden.

Zijn tegenstanders roken hun kans. Er werden vragen gesteld in de Kamer. Kuyper moest toegeven dat hij in deze zaak ‘niet voorzichtig genoeg geweest was’ en hij sprak daarbij de befaamde woorden ‘het boetekleed ontsiert de man niet’. De socialistische opponent P.J. Troelstra nam daar geen genoegen mee en stelde zelfs voor een parlementaire enquête over de affaire te houden. Dat voorstel werd verworpen. Kuyper riep daarop het oordeel in van een ‘ereraad’, die tot de conclusie kwam dat er geen ‘corruptie’ had plaatsgevonden. Voor Kuyper en de ARP was daarmee de zaak afgedaan. Toch bleef er twijfel over zijn onschuld bestaan en de affaire heeft er ongetwijfeld mede toe bijgedragen dat zijn politieke carrière nooit meer werd wat het geweest was.

Kuyper op z’n retour

De gevoerde oppositie tegen Kuyper bij de verkiezingen van 1905 had dus succes: hij had een nederlaag geleden, was afgetreden en er kwam een nieuw, liberaal kabinet. Kuypers glansrol in het landsbestuur was daarmee, zo kunnen we achteraf constateren, in wezen uitgespeeld. Hij werd in 1908, toen er een nieuw kabinet moest komen, door zijn partijgenoot en formateur Th. Heemskerk niet gevraagd weer een ministerspost te bekleden. Wel werd hij toen minister van staat. In 1909 liep hij, hoe dan ook, vanwege de lintjesaffaire toch averij op. Daarbij kwam hij in 1911 weer in opspraak omdat hij naakt gezien was door het raam van een Brussels hotel. Dat alles werd natuurlijk breed uitgemeten door zijn tegenstanders, zeker ook in de pers. In 1912 trok Kuyper zich terug uit de Tweede Kamer. De gang van zaken verhinderde niet dat hij in 1913 als lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal werd gekozen.

Invloed buiten het parlement – voltooiing der schoolstrijd

Bovendien bleef Kuyper bij zijn gereformeerde volk onverminderd populair. Als hij zijn aanhang, ‘Gods volk’, de ‘mannenbroeders’ (om Kuyperiaanse termen te gebruiken) toesprak dan gebeurde er wat in de zaal, men hing aan zijn lippen. Zijn invloed en daarmee zijn optreden buiten het parlement bleef dan ook van belang. Die gebruikte hij met name ten gunste van het voltooien van zijn missie op het gebied van de onderwijswetgeving – financiële gelijkstelling voor christelijke scholen was immers nog nooit gerealiseerd. Dus de oude veldheer bleef strijden.

De beëindiging van de strijd moest in het parlement plaatsvinden. Want er diende aangepaste wetgeving te komen. Daartoe kwam er in 1913 een commissie waarin alle (zeven) partijen zitting hadden. In 1916 vonden links en rechts elkaar in een gezamenlijk voorstel dat gelijkberechtiging en financiële gelijkstelling voor openbaar en bijzonder onderwijs inhield; dat voorstel werd opgenomen in de herziene Grondwet van 1917. In 1920 werd dat verder uitgewerkt in een wet op het lageronderwijs door de CHU-minister Th. de Visser.

Het einde

Abraham de Geweldige heeft veel kritiek maar ook veel eerbetoon ontvangen. Niet alleen van 'zijn volk’ maar ook op wetenschappelijk gebied. Zo ontving hij in 1898 een ere-doctoraat van de Princeton University, in 1907 van de Technisch Universiteit Delft, in 1908 van Hope-College in Holland (Michigan) en in 1909 van de Universiteit van Leuven.

Misschien vond voor hemzelf nog wel een belangrijker eerbetoon plaats in november 1918, toen een grote groep Friese aanhangers naar zijn woning in Den Haag kwam en hem daar het Friese volkslied, het Wilhelmus en een psalm toezong.

Maar ook de krachten van Abraham de Geweldige verzwakten op de oude dag. In zijn laatste jaren moest hij zich wat het werk betreft, naast het lidmaatschap van de Eerste Kamer, beperken tot het schrijven van artikelen voor zijn bladen, De Standaard en De Heraut. Op het laatst verscheen op 24 oktober 1920 nog een meditatie van zijn hand. Op 8 november van datzelfde jaar overleed Abraham Kuyper. Hij werd begraven in Den Haag op Oud Eik en Duinen.

Lees verder

© 2016 - 2017 Petervandenburg, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Kabbala: de aartsvaders als archetypenGenesis is eigenlijk een buitenbeentje in de Tora. Het bevat nauwelijks wetten en handelt voornamelijk over de aartsvade…
Abraham Kuyper - leer en levenZelf ben ik nooit overtuigd geweest van de correctheid van de wijze waarop Kuyper zich op de Bijbel beriep en heb mij al…
Aritius Sybrandus Talma: predikant en arbeidersvoorvechterDe meeste mensen kennen Ferdinand Domela Nieuwenhuis als voorvechter van de arbeidersbeweging. Toch heeft Aritius Sybran…
Abraham-Ibrahim - Oorsprong van de naamIbrahim, Abraham genoemd in het Nederlands, verwijst naar de aartsvader Abraham. Betekenis van de naam is “vader van vel…
De Kerkelijke Kaart van NederlandIn Nederland struikelt men over de vele verschillende kerkgenootschappen. Gereformeerd, Nederlands Hervormd, Protestante…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Unknown / Wikimedia Commons
  • M. Slingerland, ‘De erfenis vam Abrahan Kuyper’ in: Trouw, 24-10-1987
  • ‘Abraham Kuyper, de klokkenist der kleine luyden‘ in: J. en A. Romein, Erflaters van onze beschaving (Amsterdam, uitg. Querido, 1973)
  • https://nl.wikipedia.org/Abraham Kuyper en ook de ander genoemde politici
  • http://www.parlement.com (idem)
  • J.H. Kuyper, ‘Korte Levensschets’ in: Dr. A. Kuyper-nummer van De standaard, 29 october 1937
  • G. Harinck e.a. red., De Antirevolutionaire partij 1829-1980 (Hilversum, uitg. Verloren, 2001)
  • P.J. Oud, Honderd jaren. Een eeuw staatkundige vormgeving in Nederland 1840-1940 (Assen, uitg. Van Gorcum 1971)

Reageer op het artikel "Abraham Kuyper als politicus, 1874-1920"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 07-07-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 8
Schrijf mee!