Geschiedenis en Vikingen

Belangrijke ontdekkingsreizen: Naar Oost en West

Belangrijke ontdekkingsreizen: Naar Oost en West

Zoals we zagen hadden de Europeanen omstreeks 300 v. Chr. contact gekregen met India en vermoedelijk ook met IJsland. Maar zij wisten heel weinig van de Chinezen in Oost-Azië en de Indianen in Amerika, waarvan de bloeiende culturen het niveau van de Europese beschavingen dicht naderden of zelfs overtroffen. De hoogtepunten van de ontdekkingstochten van 300 v. Chr. tot 1400 na Chr. betroffen in hoofdzaak het nader tot elkaar brengen van de volken van het noordelijk halfrond.


De Chinezen

De Chinezen deden de eerste stappen. In het jaar 138 na Chr. stuurde keizer Woe Ti een afgezant naar het westen om hulp te vinden in de strijd tegen de Hunnen, woeste, Mongoolse strijders uit Centaal-Azië die de grenzen van China teisterden. Maar de Hunnen namen de afgezant, Tsjang Tsjien, gevangen toen hij op weg naar Sinkiang was in het noordwesten van China. Na tien jaar ontsnapte hij en kwam in Bactrië aan, in het noorden van het huidige Afghanistan. Hij slaagde er niet in daar steun te vinden. Ontkomen aan een tweede poging hem gevangen te nemen, keerde Tsjang Tsjien met veel moeite naar huis terug. Hij bracht weliswaar geen bondgenoten mee, maar zijn waardevolle ontdekkingen gaven China informatie die nodig was om de grenzen westwaarts te kunnen verleggen tot de grens met Bactrië en het Aralmeer. Op de exploratie volgde de handel: Chinese zijde werd vervoerd naar Perzië en Europa. Zo kwamen Europa en China, zij het op indirecte wijze, met elkaar in contact.

De Vikingen

Het zou echter nog duizend jaar duren voordat er een directe verbinding kwam tussen Oost en West. Ondertussen begonnen de Europeanen ware heldentochten te ondernemen. De Vikingen of Noormannen - beruchte zeerovers en handelaren uit Skandinavië - bereikten met hun open boten, voorzien van vierkante razeilen, al in de 9e eeuw IJsland. Sommigen van hen trokken verder naar het westen temidden van mist en drijvende ijsschotsen. In het jaar 877 hadden zij Groenland ontdekt; in 902 landde Erik de Rode daar. Vier eeuwen lang wisten de Noorse nederzettingen in Zuidwest-Groenland zich te handhaven. Gaandeweg trof echter een strenger wordend klimaat de eens zo vruchtbare dalen van het land. Honger, ziekte en aanvallen van Eskimo's verdreven de pioniers tenslotte. Maar voor het zover was, hadden zij nog opzienbarender ontdekkingen gedaan.
Een deel van de 'Vinlandkaart'
Een deel van de 'Vinlandkaart'
Omstreeks 986 ontdekte Bjarni Herjolfsson een mistige kust ten westen van Groenland. In het jaar 1000 was Leif Erikson op verschillende punten geland. Zijn Markland of Boomland is de kust van Canada geweest ten noorden van Newfoundland. Wat hij Vinland of Wijnland noemde (wegens zijn wilde druiven) was Newfoundland zelf.

'Vinlandkaart'
Eeuwenlang vormden Noorse sagen het enige bewijs dat er al vóór Columbus Europeanen in Amerika waren geland. Enkele tientallen jaren geleden is meer zekerheid verkregen door de ontdekking van de zogeheten 'Vinlandkaart'. De kaart werd gevonden in de rugband van een editie van de sage van Erik de Rode uit de twaalfde eeuw en bevindt zich in de universiteitsbibliotheek van Reijkjavik en is één van de belangrijkste cultuurschatten van het land. Op deze 'wereldkaart' is duidelijk het land aangegeven in Noord-Amerika, dat door de Viking-pioniers was bereikt.

De Arabieren

Terwijl de Vikingen naar het westen zeilden, drongen de Arabische ontdekkingsreizigers langzaam op in Azië. Levend in een geweldig uitgestrekt rijk, waarvan de invloed reikte van Spanje tot China, maakten Arabieren als al-Masoedi (in de 10e eeuw) en Ibn Batoeta (in de 14e eeuw) verre reizen in Noord- en Oost-Afrika alsmede in heel Zuid- en Oost-Azië.

Dzjengis Khan

Algemeen gesproken beletten de moslims uit Arabië de Europese christenen echter het Verre Oosten te bereiken. Hun eerste kans kwam eigenlijk pas toen Dzjengis Khan en zijn Mongolen van uit Centraal-Azië oostwaarts trokken. Omstreeks 1225 had Dzjengis Khan heel China veroverd en al gauw regeerde hij over een enorm rijk dat van China tot Polen reikte. De verdraagzame Mongolen stonden de paus in 1245 toe een monnik naar hun hoofdstad in Centraal-Azië te sturen. Deze monnik, Giovanni del Pian geheten, schreef een boek waarin hij de Europeanen vertelde van de rijkdom in het Verre Oosten. Enkele kooplieden uit Venetië - de Polo's - gingen op reis om zich van de juistheid van del Pians beweringen te overtuigen.

Marco Polo

Gedurende 24 jaar (van 1271 tot 1295) beschreef Marco Polo, die voornamelijk werkte in opdracht van de 'Grote Khan', de heerser uit de Khan-dynastie in Peking, de door hem bestudeerde interessante en ontwikkelde beschavingen in China, Birma en India. Weinig Europeanen hechtten geloof aan zijn verslagen en toen het Mongoolse Rijk spoedig daarna ineenstortte, sloot Azië opnieuw zijn poorten voor Europa.

Tegen het eind van de Middeleeuwen, rond 1500, hadden de Europeanen weer contacten gekregen met Amerika in het westen en China in het oosten.
© 2008 - 2010 Staal, gepubliceerd in Geschiedenis (Kunst en Cultuur) op 14-04-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Belangrijke ontdekkingsreizen: Naar Oost en West"


Door Staal (infoteur) op 06-04-2009

Uit diverse bronnenboeken en een geschiedenisstudie in het verleden; geschiedenis is m'n hobby en werk (onderwijs).

Door Stave op 06-04-2009

Ik heb een vraagje: hoe kom je aan deze informatie? Het zou fijn zijn als je dat door zou kunnen geven.