InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > De stadhouders van Noord-Nederland (1572-1795)

De stadhouders van Noord-Nederland (1572-1795)

Een stadhouder is de plaatsvervanger van de vorst. Ook in de Republiek der Verenigde Nederlanden (1581-1795) waren stadhouders, Prins Willem van Oranje bijvoorbeeld. Maar over de Republiek regeerde geen vorst. Het staatsgezag werd uitgeoefend door de Staten-Generaal van die Nederlanden. De stadhouders in die periode traden dus op als plaatsvervangers van de Staten-Generaal. Anders dan velen denken hadden die Nederlanden (ook wel gewesten of ‘provinciën’ genoemd) niet allemaal altijd dezelfde stadhouder. Als er dus in geschiedenisboeken sprake is van het eerste en tweede stadhouderloze tijdperk (respectievelijk van 1650-1672 en 1702-1747) geldt dat niet voor alle gewesten, met name niet voor de noordelijke drie: Friesland, Groningen en Drenthe.

Inhoud


De stadhouder

Van het gebied dat nu gevormd wordt door de drie noordelijke provincies loopt de geschiedenis van de stadhouders van Friesland en Groningen het meest parallel: die begint voor beide in 1572; de graaf van Rennenberg werd toen stadhouder voor de Staten-Generaal in Friesland en Groningen (vandaar het jaartal 1572 in de titel van dit artikel).

Eerst in 1576 werd Rennenberg ook stadhouder in Drenthe. De aanduiding 'provincie' geldt dan trouwens officieel niet voor Drenthe. Dit gebied werd als niet-gelijkwaardig aan de andere gebieden, de zeven provinciën, beschouwd. Het was daarom niet vertegenwoordigd in de Staten-Generaal en werd 'het landschap Drenthe' genoemd. Maar het had dus wel een stadhouder; daarmee stond het in ieder geval een stapje hoger in de Staatse hiërarchie dan de zuidelijke provincies. Die werden gezien en behandeld als veroverd gebied en 'Generaliteitslanden' genoemd - rechtstreeks bestuurd door de Staten-Generaal. Die situatie voor zowel Drenthe enerzijds als Brabant en Limburg anderzijds kwam in 1815 ten einde, met de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden. Toen werden het ook officieel provincies van het koninkrijk.

Twee stadhouders tegelijk

De stadhouder vertegenwoordigde dus in een afgebakend gebied (een land / gewest) het hoogste gezag, dat is het soevereine gezag, het staatsgezag. Zo had in de noordelijke gewesten de Habsburgse heerser Karel V (1500-1558), die behalve koning van Spanje en later keizer van Duitsland ook heer der Nederlanden was, de macht verworven. Dat ging met de nodige strijd gepaard tussen hem en andere gezagsdragers die het gebied onder hun soevereiniteit wilden brengen, namelijk de hertog van Saksen en de hertog van Gelre. Eerst in 1536 gelukte het Karel V Groningen en Drenthe definitief in handen te krijgen. Het duurde tot 1543 voor Friesland volgde. Vervolgens begon trouwens in 1568 een aantal Nederlandse gewesten een opstand tegen het Habsburgse centrale gezag: het begin van de 80-jarige oorlog.

Voor de definitieve vestiging van het Habsburgse staatsgezag was er dus een periode dat andere heersers de Habsburgers die macht betwistten. In de praktijk had dat tot gevolg dat bijvoorbeeld twee strijdende soevereinen beiden een eigen stadhouder hadden in het betreffende gewest. Zo waren er in Friesland in de periode 1515-1523 twee stadhouders actief, één namens de hertog van Gelre en één namens de Habsburgse heerser Karel V. De Friese stadhouder voor Karel V in die tijd, Georg Schenck van Toutenburg, was vanaf 1523 de enige stadhouder in Friesland.

Weer wisseling van soevereiniteit en stadhouder

Om nog even in Friesland te blijven, ten tijde van de 80-jarige oorlog (1568-1648) hadden de Nederlandse gewesten die in opstand waren gekomen tegen het Habsburgse staatsgezag (in de persoon van Filips II, de opvolger van Karel V) zich in 1579 verenigd in de Unie van Utrecht. De graaf van Rennenberg werd voor de Staten-Generaal (van de Unie) aangesteld als stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. Na het zogenaamde verraad van Rennenberg in 1580 nam de stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, Prins Willem van Oranje-Nassau, het gezag ook in Friesland, Groningen en Drenthe waar voor de Staten-Generaal. Na diens dood in 1584 werd de zoon van Willems broer graaf Jan van Nassau-Dillenburg – die zoon heette graaf Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg – stadhouder; eerst in Friesland en Groningen en later ook in Drenthe.

De stadhouders in Friesland

Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg was stadhouder van Friesland en Groningen van 1584-1620 en van Drenthe van 1593/'96-1620. Het duurde nog tot 1594 voor heel de provincie Groningen, Stad en Ommelanden, veroverd was door de 'Staatsen' (de aanhangers van de Staten-Generaal). Die provincie kon toen ook toegevoegd worden aan het territorium van de Staten-Generaal. Voor Drenthe was dat in 1593/'96 het geval (in de periode ’93-’96 was het niet duidelijk wie er stadhouder zou worden: een lid van het huis van Nassau-Dillenburg / Nassau-Dietz of het huis van Oranje-Nassau).

Ernst Casimir van Nassau-Dietz

Na het overlijden van Jan van Nassau werd diens bezit verdeeld onder zijn vijf zonen: de oudste, Willem-Lodewijk volgde hem op als graaf van Nassau-Dillenburg, een jongere broer, Ernst Casimir werd graaf van Nassau-Dietz. Deze Ernst Casimir volgde zijn broer Willem Lodewijk in 1620 op als stadhouder van Friesland en in 1625 in Groningen en Drenthe. In 1632 sneuvelde hij, als militair in dienst van Prins Frederik-Hendrik van Oranje-Nassau (de aanvoerder van het Staatse leger), tijdens het beleg van Roermond. Zijn zoon Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz volgde hem op als stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe.

Nog drie stadhouders uit het geslacht Nassau-Dietz

Ook Hendrik Casimir vervulde als stadhouder een militaire functie in het Staatse leger. In de slag om Hulst in 1840 met Prins Frederik Hendrik van Oranje-Nassau als aanvoerder van dat leger, sneuvelde de Friese stadhouder. Hij werd begraven in het graf van de Friese Nassaus in de Grote of Jacobijnenkerk te Leeuwarden. Zijn broer, Willem Fredrik van Nassau-Dietz, volgde hem op als stadhouder in Friesland. Deze Willem Frederik kan gelden als de stamvader van de Oranjes die sinds 1815 als koning/koningin staatshoofd zijn van het Koninkrijk der Nederlanden. Hij diende ook in het leger van Frederik Hendrik en nam net als zijn broer deel aan de slag om Hulst. Hij overleed in 1664 ten gevolge van een ongeluk bij het schoonmaken van een pistool. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik Casimir II, maar die was toen nog geen acht jaar. Daarom nam zijn moeder Albertine Agnes, een dochter van Prins Frederik Hendrik van Oranje-Nassau, het stadhouderschap waar voor haar zoon.

Op weg naar het koningschap

Albertine Agnes was dus een prinses van Oranje-Nassau. Als Willem Frederik kan gelden als stamvader van de huidige Oranjes, dan komt haar de titel ‘stammoeder’ toe. Haar kleinzoon namelijk, Johan Willem Friso erfde in 1702 na de dood van de stadhouder Willem III, uit wiens huwelijk geen wettige erfgenaam was geboren, de titel Prins van Oranje. Bovendien werd hij in diens plaats stadhouder van de provincies Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre & Zutphen en Drenthe (van de laatste dus pas in 1696). Zijn zoon Willem Karel Hendrik Friso (1711-1751) werd als Erfstadhouder Willem IV in 1747 de enige stadhouder in de alle Nederlanden die de ‘Republiek’ vormden. En diens kleinzoon Willem Frederik, zou als Koning Willem I, de eerste Oranjevorst worden. Bovendien, Albertine Agnes was een kleindochter van Prins Willem van Oranje-Nassau en zodoende de meest directe schakel tussen hem, de Vader des Vaderlands, en de huidige Oranjes.

De stadhouders in Groningen (Stad en Ommelanden) en Drenthe

Tegenwoordig vormen de stad Groningen en de Ommelanden een hechte provincie: Groningen. Dat is niet altijd zo geweest. Nog in de 16e eeuw was er sprake van ‘de Fries Ommelanden en de Drentse stad Groningen’. Die twee leefden vaak op voet van oorlog met elkaar, zeker in de middeleeuwen. Het kwam later ook voor dat ze onder verschillende statelijke heerschappij stonden en verschillende stadhouders hadden (hetzelfde geldt, wat het kerkelijk verband betreft, ook voor het bisdom waartoe ze behoorden). Wel laat de geschiedenis zien dat zij bijna altijd dezelfde stadhouder hadden – in mindere mate geldt dat ook voor Drenthe en Groningen en soms hadden Drenthe, Groningen en Friesland dezelfde stadhouder. En om het beeld compleet te maken: het is voorgekomen dat Overijssel die stadhouder dan ook had.

Rennenberg

Van 1576 tot 1580 was George van Lalaing, graaf van Rennenberg, stadhouder van zowel Groningen en Drenthe als Friesland. Hij verkeerde in een moeilijke positie omdat hij moest laveren tussen belangen van rooms-katholieken en protestanten en tussen Staats-en Spaansgezinden. In 1580 werd hij door de (Oranjegezinde) Staten in Friesland aan de kant gezet. Dat heeft de katholiek Rennenberg ongetwijfeld er mede toe aangezet in Groningen de Spaanse kant te kiezen. Bovendien zal hem ook te denken hebben gegeven dat de Spaanse veldheer en toen landvoogd der Nederlanden de hertog van Parma, die bezig was met een herovering van het verloren gegane gebied in de Nederlanden, successen boekte; het noorden zou spoedig aan de beurt komen. De aldus gepleegde staatsgreep staat bekend als het 'verraad van Rennenberg'. Deze werd zodoende als stadhouder de vertegenwoordiger van het Spaanse gezag.

Groningen teruggebracht aan Staatse kant ('Reductie')

Rennenberg bracht Groningen dus onder het gezag van de Spaanse koning. Dat werd door de Staatse partij natuurlijk niet erkend. Men stelde in Rennenbergs plaats Prins Willem van Oranje nu (de facto) aan als (tijdelijk) stadhouder van Groningen en Drenthe (Friesland was definitief in Staatse handen, Willem van Oranje was er stadhouder geworden en de Reformatie werd er doorgevoerd). Graaf Willem Lodewijk nam in 1584 zijn plaats in als stadhouder van de drie noordelijke provincies in dienst van de Staten. Maar al direct na de staatsgreep van Rennenberg begon hij met de verovering van het noordelijk gebied dat nu in Spaanse handen was, te beginnen in de Ommelanden. Hij had nog een lange weg te gaan voor dat in 1594 met de inname van de stad Groningen definitief gelukt was. In 1581 had hij alleen de schans te Niezijl (ten westen van Zuidhorn) in handen. Er volgde nu een periode van strijd tussen de 'Staatse' en 'Spaanse troepen in de Ommelanden' met wisselend succes voor beide partijen dus met veel ellende voor de bevolking daar. Met de zogenaamde schansenoorlog die in '83 begon lukte het de provincie stapsgewijs te veroveren. Een keerpunt was de verovering van Zoutkamp in 1589, maar het duurde toch nog tot 1594 voor de stad Groningen veroverd werd en met de zogenaamde 'reductie' Stad en Ommelanden als gewest Groningen teruggebracht werden aan Staatse kant. Die provincie was zo ook, als laatste, definitief bij de Nederlanden gevoegd.

Wat de stadhouders betreft loopt de geschiedenis van Groningen nu parallel met die van Friesland.

Drenthe

'Het landschap Drenthe' kreeg dus in 1576 Rennenberg en in de periode 1580-'84 - net als in Friesland en Groningen - Prins Willem van Oranje als stadhouder. Vervolgens is er een periode waarin in Drenthe afwisselend stadhouders uit het Huis Nassau-Dietz en het Huis van Oranje-Nassau de Staten-Generaal vertegenwoordigen.

Willem Karel Hendrik Friso uit het huis Nassau-Dietz werd als Prins Willem IV van Oranje Nassau erfstadhouder van alle Nederlandse gewesten, inclusief het landschap Drenthe. En diens kleinzoon Willem Frederik werd de eerste Oranjevorst.

Lees verder

© 2016 - 2019 Petervandenburg, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Beatrix – Vrijvrouwe van Ameland met Fries bloedBeatrix – Vrijvrouwe van Ameland met Fries bloedPrinses Beatrix heeft Fries bloed in de aderen. De vorstin erfde de titel Erf- Vrijvrouwe van Ameland van Johan Willem F…
Johan Willem Friso van Nassau-Dietz, prins van OranjeJohan Willem Friso van Nassau-Dietz, prins van OranjeStadhouder Willem III van Oranje-Nassau, tegens koning Willem III van Engeland overleed in 1702. Omdat hij geen kinderen…
Machthebbers in de Nederlanden: De StadhouderMachthebbers in de Nederlanden: De StadhouderIn de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden was de stadhouder een belangrijke functionaris. Het ambt gaf degene die…
Prinsen van Oranje, de Duitse prins van OranjePrinsen van Oranje, de Duitse prins van OranjeIn 1702 overleed stadhouder Willem III, tevens koning Willem III van Engeland. Omdat hij geen kinderen had ging de erfen…
René van Chalon, prins van OranjeRené van Chalon, prins van OranjeBij prins van Oranje denken we misschien het allereerst aan de Nederlandse Vader des Vaderlands, prins Willem van Oranje…
Bronnen en referenties
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_stadhouders_in_de_Nederlanden
  • M.G.J. Duyvendak e.a. red., Geschiedenis van Groningen deel II (uitg. Waanders, Zwolle 2008)

Reageer op het artikel "De stadhouders van Noord-Nederland (1572-1795)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 04-12-2019
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!