InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Koningshuis > Koning Willem III en het parlementaire stelsel

Koning Willem III en het parlementaire stelsel

Koning Willem III en het parlementaire stelsel Nederland is een koninkrijk, een parlementaire constitutionele monarchie, sinds 1815. De constitutie (Grondwet) is meerdere malen herzien. De belangrijkst herziening vond in 1848 plaats. Toen werd aan het parlement de hoogste macht toebedeeld. In de politieke praktijk echter verzette de monarch, dat was Willem III sinds 1849, zich steeds tegen dat parlementaire stelsel. Het was dus een ontwikkeling met vele ups en downs voor de constitutionele bepalingen zonder problemen in praktijk konden worden gebracht. Twee kwesties in die ontwikkeling krijgen in de literatuur meestal extra aandacht: de gang van zaken rond de zogenaamde Aprilbeweging (1853) en de Luxemburgse kwestie (1867). Uiteindelijk moest zelfs Willem III zich toch neerleggen bij de beperkingen die het parlementaire stelsel hem oplegden.

Inhoud


Grondwetswijzigingen

Het Koninkrijk der Nederlanden is een parlementaire constitutionele monarchie. Het fundament van de wetgeving voor de staat is de Grondwet. De eerste kwam tot stand in 1814 (waarbij volledigheidshalve wel gesteld moet worden dat een overzicht van Nederlandse Grondwetten eigenlijk zou moeten beginnen met de staatsregeling van 1798 die gevolgd werd door de constitutie van het Koninkrijk Holland van 1806).

Sinds 1814 is die Grondwet meerdere malen herzien. Om te beginnen in 1815, vanwege de samenvoeging met België, en heet sindsdien officieel Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden. De belangrijkste in de reeks herzieningen is die van 1848.

Het koningschap en de Grondwet

Nederland kan dus een monarchie genoemd worden. Ook de term ‘koninkrijk’ is correct: een koning/koningin is staatshoofd. De term ‘monarchie’ zou er op kunnen wijzen, gezien de letterlijke betekenis, dat die koning/koningin een alleenheerser is. In de Nederlandse praktijk is dat echter in het geheel niet het geval: in de Grondwet is geregeld (sinds 1848) dat de koning sterk in zijn macht beperkt is; de volksvertegenwoordiging (het parlement) heeft de hoogste macht. Vandaar dat het stelsel sinds 1848 wel het parlementaire stelsel wordt genoemd.

De rol van de Nederlandse koningen

Dat wil niet zeggen dat de Nederlandse koningen (om meer precies te zijn: van Koning Willem I t/m Koningin Wilhelmina) de betreffende grondwetsbepaling allemaal probleemloos accepteerden en er ook naar handelden. Willem I (koning van 1815-1840) had sowieso niet te maken met grondwetten die hem veel beperkten in zijn neiging om letterlijk een monarch te zijn.

Willem II

Dat veranderde drastisch toen zijn zoon Willem II regeerde (1840-1849). Zoals vermeld, in 1848 vond een fundamentele grondwetswijziging in liberale zin plaats: ‘de koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk’ (dat wil zeggen, aan de volksvertegenwoordiging). 3 november 1848 werd de herziening van de Grondwet officieel bekrachtigd en afgekondigd.

De gezondheid van de koning was toen al niet in orde. Zijn situatie verslechterde en in maart 1849 overleed hij. Willem II heeft dus eigenlijk als koning niet meer volop gefunctioneerd als constitutioneel monarch met een beperkte macht. Met zijn zoon, Willem III, was dat wel het geval – en dat ging moeizaam.

Willem III en de Grondwet (1849-1890)

Willem III was ontdaan over de gang van zaken rond de grondwetsherziening van 1848 en zeker ook over de beperking van zijn (toekomstige) macht die nu gold. Hij wilde zelfs daarom eerst geen koning meer worden. Uiteindelijk wist een delegatie van de Nederlandse regering hem om te praten en aanvaardde hij alsnog het koningschap. Hij ondertekende zelfs een verklaring waarin hij plechtig beloofde dat hij aan de Grondwet, ‘door Willem II gewijzigd in overleg met de Vertegenwoordiging volledige werking zal geven’.

In de praktijk echter bleef Willem III weerspannig, nooit heeft hij zijn in de constitutie vastgelegde positie zonder meer geaccepteerd. En dat betrof een lange periode in de Nederlandse geschiedenis want hij regeerde van 1849-1890. Zijn weerstand bleek onder meer uit de gang van zaken rond de zogenaamde Aprilbeweging en de Luxemburgse kwestie.

Willem III in confrontatie met de nieuwe Grondwet

Begrijpelijk dat deze koning meerdere malen in aanvaring kwam met ministers en/of parlement als er zaken aan de orde waren waarbij zijn opvattingen en gedrag botsten met het nieuwe parlementaire stelsel (trouwens, Willem III kwam sowieso vaak in aanvaring, in diverse situaties en met diverse personen). Wel is het goed te bedenken dat in die tijd, ondanks de democratische grondwet, de koning in de praktijk nog altijd veel invloed had. In die zin is het koningschap van toen moeilijk te vergelijken met het huidige functioneren van de constitutionele monarchie. Bovendien, de Grondwet van 1848 was in wezen nog maar een basisproduct naar aanleiding waarvan bepalingen moesten worden uitgewerkt in organieke wetten. Sowieso duurde het nog lang voor alle betrokkenen, zeker ook de koning, om konden gaan met de nieuwe staatsrechtelijke situatie.

Thorbecke

Wat de confrontaties van Koning Willem III in verband met het veranderde staatsrecht betreft, die waren er natuurlijk in de eerste plaats met de drijvende kracht achter de grondwetsherziening, de liberale staatsman J.R. Thorbecke. Deze was, zoals de koning het opvatte, de oorzaak van de nieuwe, verwerpelijke politieke situatie. Bovendien leidde Thorbecke als minister in de periode 1849-1872 maar liefst drie kabinetten. Veel voorstellen van Thorbecke wenste Willem III in eerste instantie niet te aanvaarden. Er is heel wat op hem ingepraat en er waren hooglopende ruzies. Uiteindelijk gaf de koning dan toch wel toe – met grote tegenzin.

Aprilbeweging

Zo was daar in 1853 de kwestie van de Aprilbeweging. De beweging was een protestants en conservatief protest tegen de invoering van de bisschoppelijk hiërarchie in Nederland, mogelijk geworden door de nieuwe Grondwet. Anders gezegd: de rooms-katholieken konden weer hun gang gaan in ons land. Dat lokte veel protest uit van de kant der protestanten, die, zeker van een koning van Oranje, verwachtten dat hij zich duidelijk zou uitspreken tegen de herinvoering van de ‘paapse macht’. Willem had grondwettelijk gezien duidelijk afstand moeten nemen van het protestantse protest, maar dat deed hij niet.

De koning had al te duidelijk laten blijken dat hij sympathiseerde met de beweging. Staatsrechtelijk gezien kwam de kwestie erop neer dat de scheiding van kerk en staat, zoals neergelegd in de nieuwe Grondwet, door de koning niet voldoende in acht was genomen. De ministerraad o.l.v. Thorbecke stuurde een protestbrief naar Willem. Waarop de koning, bij Koninklijk Besluit, een aantal ministers, waaronder Thorbecke, ontsloeg. Zo kwam er een einde aan het eerste kabinet Thorbecke. Het zou opgevolgd worden door een kabinet o.l.v. F.A. van Hall. Deze was politiek gezien geen liberaal, maar gematigd conservatief; in ieder geval, hij schikte zich wel naar de Grondwet.

De macht van de koning

De koning had er weer eens blijk van gegeven zich moeilijk te kunnen schikken in de veranderde machtsverhoudingen. En Thorbecke was (tijdelijk) aan de kant gezet als minister – er wordt verondersteld dat de koning daar in de hele affaire doelbewust naar toewerkte – maar toch was duidelijk geworden dat de liberale grondwetsherziening, ondanks de tegenwerking van de koning, uiteindelijk onaangetast bleef. De macht van de koning bleef al met al in lijn met de door hem zo verfoeide Grondwet.

De Luxemburgse kwestie

Willem was, evenals zijn vader en grootvader, koning der Nederlanden en ook Groothertog van Luxemburg. Maar hij had nauwelijks belangstelling voor dat bezit en kwam er bijna nooit. Het bestuur van het landje liet hij over aan zijn broer Prins Hendrik, die er als stadhouder voor de koning optrad).. In 1867 kwam er verandering in de situatie. De Franse keizer Napoleon III (met wie de Nederlandse koning en ook Koningin Sophie bevriend waren) bleek het bezit wel te willen kopen van Willem. Deze had daar wel oren naar en kwam tot overeenstemming met de Fransen over de voorwaarden van overdracht. (Prins Frederik, een broer van Willem II, invloedrijk en gehuwd met Prinses Louise van Pruisen, was uitgesproken pro-Duits. Prins Hendrik, eveneens gehuwd met een Duitse prinses, was ook bepaald niet voor verkoop aan Frankrijk; hij wilde de situatie handhaven zoals die was.)

Machtsstrijd in Europa

Dit druiste echter in tegen de belangen van Pruisen, de groeiende Duitse grootmacht en opponent van Frankrijk in de Europese machtsstrijd in die jaren. (Ongetwijfeld speelde ook nog een rol bij het handelen van Willem in deze zaak dat het Nederlandse koningspaar ondanks het slechte huwelijk eendrachtig anti-Pruisisch was). Uiteindelijk ging de overdracht aan Frankrijk niet door en Willem bleef Groothertog van Luxemburg, die trouwens in datzelfde jaar, 1867, lid werd van de toen nieuw gevormde Noord-Duitse Bond o.l.v. Pruisen.

Willem speelde dus een rol in een internationaal conflict dat tot oorlog in Europa kon leiden en waarbij Nederland betrokken zou kunnen worden. Staatsrechtelijk speelde daarbij ook een conflict, vergelijkbaar met dat rond de Aprilbeweging. Ook nu weer was in de politieke praktijk de nieuwe Grondwet in geding. In hoeverre kon de koning z’n gang gaan, hoe zat het met de ministeriële verantwoordelijkheid, moest het parlement niet betrokken worden bij zo’n zaak van nationaal belang? Thorbecke en met hem de liberale Kamerleden vonden het handelen van de regering, inclusief de koning, onacceptabel.

Het parlementaire stelsel komt als overwinnaar uit de strijd

De Tweede Kamer liet dat blijken door de begroting van Buitenlandse Zaken te verwerpen. Dus het standpunt van de parlementaire meerderheid was duidelijk. En de regering gaf zich, na de nodige onderlinge discussie, gewonnen: het kabinet trad af en er kwam weer een liberaal kabinet (Van Bosse/Fock). Uiteindelijk hadden de betrokkenen bij de onenigheid, inclusief de koning, zich toch neer moeten leggen bij de werkelijkheid van het parlementaire stelsel zoals dat gold sinds 1848. In die zin kan de afloop van de Luxemburgse kwestie gezien worden als een mijlpaal in de staatkundige geschiedenis van Nederland.

Politieke veranderingen

In 1872 overleed Thorbecke. Het einde van het liberale tijdperk in de Nederlandse politiek, begonnen in 1848, eindigde rond 1870. In de komende periode zou blijken dat de maatschappelijke veranderingen ook gevolgen hadden voor de politieke verhoudingen en daarmee voor het parlementaire stelsel.

Emancipatie van rooms-katholieken, orthodox-protestanten en arbeiders

De emancipatie van het katholieke volksdeel maakte haar politieke partij (RKPS) tot een factor van belang in het parlement. Zo ook de orthodox-protestanten (ARP/CHU). Door hun samenwerking wonnen ze de schoolstrijd, wat in 1917 leidde tot gelijkstelling van christelijk en openbaar onderwijs. En mede i.v.m. de industrialisatie in die periode werden vervolgens ook de socialistische partijen belangrijk in het parlement.

Daarbij speelde de uitbreiding van het kiesrecht natuurlijk een belangrijke rol. Dankzij die uitbreiding konden de hiervoor genoemde geëmancipeerde maatschappelijke groeperingen op den duur een parlementaire meerderheid vormen en zo hun politieke denkbeelden tot gelding brengen in de Nederlandse samenleving.

De constitutionele monarchie houdt stand

Als de politieke veranderingen sinds plm. 1870 aan de orde zijn, moet in het kader van dit artikel, natuurlijk ook aandacht besteed worden aan gang van zaken rond koning en Grondwet in die tijd. Welnu, de constitutionele monarchie binnen het parlementair stelsel hield stand.

Volledigheidshalve zij vermeld dat er in 1887 weer een herziening van de Grondwet plaatsvond. Onder meer werd toen het kiesrecht uitgebreid, van plm. 100.000 tot 350.000 mannen. Dus van een algemeen kiesrecht zoals dat nu geldt was nog lang geen sprake. En in een beëindiging van de schoolstrijd was ook nog niet voorzien.

Volledigheidshalve zij bovendien ook nog vermeld dat de koning weer dwarslag en de zaak traineerde. Hij verafschuwde de herziene Grondwet, aldus D. van der Meulen (zie bronnen).

Troonopvolging en aanpassing van de Grondwet in 1884

Ten aanzien van de monarchie was er in 1887 ook (formeel) een aanpassing, maar die had zich in de praktijk al voltrokken in 1884. Toen was d.m.v. een beperkte herziening al bepaald dat ook tijdens een regentschap de Grondwet gewijzigd kon worden. Men vreesde namelijk dat er na een overlijden van Willem III – hij was toen al aardig op leeftijd en niet echt gezond – lange tijd een regentschap zou zijn.

Die vrees gold te meer na het overlijden van Prins Alexander in 1884; de oudste zoon van de Koning, Wiwill, was overleden in 1879. De koning was weliswaar in 1879 hertrouwd met Emma, Prinses von Waldeck-Pyrmont, maar hun dochter, prinses Wilhelmina, was toen (in 1884) nog geen vier jaar…. En inderdaad, Willem III overleed in 1890 en Emma werd regentes voor Wilhelmina. Emma paste zich voorbeeldig aan, ook aan de Grondwet en speelde soepel in op politieke kwesties. De koninginnen die na haar volgden zouden verder gaan in dát spoor, hoewel Wilhelmina wat dat betreft nog wel eens uit de pas liep.

Lees verder

© 2016 - 2017 Petervandenburg, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De Grondwet van 1848; de grondwetsherzieningDe Grondwet van 1848; de grondwetsherzieningDe Nederlandse grondwet is meermalen herschreven en aangepast. De grondwetsherziening van 1848, onder leiding van Thorbe…
De grondwet van 1848In Nederland hebben we al lange tijd een grondwet, hierstaan onder andere onze grondrechten in. Maar wanneer kwam deze g…
Spanje: politieke indeling: de Spaanse grondwetSpanje: politieke indeling: de Spaanse grondwetMet welke grondwet begon de geschiedenis van de Spaanse grondwetten? Wordt de allereerste opgedrongen grondwet door de N…
Nederland: een parlementaire democratieNederland is een democratie. In een democratie heeft de bevolking zeggenschap over de overheid. Ook heeft Nederland een…
Nederland: een parlementaire constitutionele monarchieNederland: een parlementaire constitutionele monarchieHet huidige staatkundige stelsel in Nederland heeft een lange geschiedenis. We kunnen al beginnen bij Karel de Grote en…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: ANP photo / Wikimedia Commons
  • www.denederlandsegrondwet.nl
  • www.parlement.com
  • D. van der Meulen, Koning Willem III, 1817-1890 (Amsterdam, 2013)
  • www.wikipedia.org /koning Willem III
  • E. Rijpma, De ontwikkelingsgang der historie deel IIIA (Groningen, 1961)

Reageer op het artikel "Koning Willem III en het parlementaire stelsel"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 23-12-2016
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Koningshuis
Special: Koning en Grondwet
Bronnen en referenties: 6
Schrijf mee!