Delphoi en het Apollon heiligdom
Het orakel van Delphoi kende zijn bloeitijd in de periode van de achtste tot aan de zesde eeuw vóór Christus. Het werd vooral toen alom geraadpleegd en was uit dien hoofde betrokken bij het tot stand komen van belangrijke beslissingen in het kader van onder meer oorlogsvoering en wetgeving. Het was in die periode toonaangevend in de branche. Mensen uit Delphoi hadden het recht altijd als eerste door de Pythia te worden aangehoord. Alle overigen dienden in deze begeleid te worden door een vertegenwoordiger ter plaatse (=proxenos). Apollon werd als Apollon Pythios in Delphoi vereerd, waarbij diens tempel door Atheners werd bekostigd.
Algemeen
Dit heiligdom werd gebouwd aan de voet van de Parnassos 2.457 meter hoog, op de oostelijke helling van twee immense grijzen kliffen de Phadriades die zich verheffen boven de steile Pleistos-kloof. Reeds voor 1500 v.Chr. werd er de chtonische aardgodin Gaia vereerd, die zoals alle chtonische goden een slang als symbool had. Een priesteres verzorgde destijds voorspellingen omtrent de toekomst, daartoe daalde ze af in een ondergrondse grot alwaar ze door de godheid werd geïnspireerd om aan haar gestelde vragen te kunnen beantwoorden. Het volksgeloof vereerde met de Moedergodin tegelijk ook de eigen doden, die ook macht bleven uitoefenen alleen al doordat ze in de aarde werden begraven. Dichtbij het nu gerestaureerde schathuis van de Atheners, stond het oudste religieuze monument, waar Delphoi over beschikte. Het is een onbewerkt rotsblok, waarop Herophile de eerste Sibylle, de priesteres van Gaia voorspellingen zou hebben uitgesproken.
Ook de negen Muzen werden reeds voor de cultus van Apollon in Delphoi aanbeden en beschikten over hun eigen heiligdom, zijnde de beschermsters van de heilige bron Kassotis. Echter eerst in 850 v.Chr. werd Apollon in het Pantheon van de Olympische goden opgenomen. In de periode 800-730 v.Chr. waren de steden Perachora en Kalapodi belangrijker cultusplaatsen dan Delphoi. Als herinnering aan het verslaan door de jeugdige Apollon in Delphoi van de slang werd de Pythia het belangrijkste feest wat om de acht jaar werd gehouden. De orakelgod Apollon wisselde met de door Orpheus naar Delphoi gebrachte Dionysos, waarbij Apollon de negen zomermaanden voor zijn rekening nam en Dionysos de drie wintermaanden. Apollon streefde naar het afschaffen van de bloedwraak, maar moest volgens één bron het doden van de python echter bekopen met een negenjarig dienstverband als herder bij koning Admetos in Tempe.
De Pythische spelen in Delphoi duurde aanvankelijk 6-8 dagen en werden na 582 v.Chr. om de vier jaar gehouden. Tevens werd met een offer van 100 runderen begonnen. Daarna waren er onder meer sportwedstrijden, waarbij de winnaar gelauwerd werd met een laurierkrans en muziek uitvoeringen.
Het uitzonderlijk belang van het orakel
Delphoi is strategisch gelegen op het kruispunt van oost-west en noord-zuid verbindingen in Griekenland. Nadat het orakel ter plaatse een steeds grotere aanhang kreeg, werd het geleidelijk aan ook het geestelijk middelpunt. Alle Griekse steden en zelfs overheden uit het buitenland en de gewone man raadpleegden er het orakel om belangrijke beslissingen te nemen. Zo stimuleerde in de periode tussen de achtste en de zesde eeuw voor Christus het orakel het stichten van koloniën in onder meer Sikelia (Sicilië), en het al dan niet starten en beëindigen van oorlogen. Tevens leverde het orakel een belangrijke bijdrage in het opstellen van een grondwet in Sparta door Lykoergos en had een beslissende rol in het organiseren van Atheense districten. Om het belang van Delphoi nog meer te onderstrepen, wat al tot uiting komt in het feit dat het orakel meer dan tien eeuwen in gebruik zou zijn, werden er na de verwoesting van het heiligdom door brand in 584 v.Chr. dan ook talrijke dotaties ontvangen van diverse donoren om de tempel wederom op te bouwen. Deze donaties kwamen niet alleen van de Griekse steden, maar bijvoorbeeld ook van de schatrijke koning van Lydia Croisos en van Amasis de Egyptische Pharaoh die Delphoi aanzienlijke bijdragen schonken. De Pers Xerxes stuurde echter in het kader van advies aangaande de twee bekende oorlogen met Athene echter geen geschenken naar Delphoi, maar naar het nabijgelegen heiligdom Apollon Ptoios.
De aparte status van Delphoi
Desondanks bleef Delphoi een kleine nederzetting met het inwonertal van een groot dorp, wat er zeker toe bijdroeg dat het onafhankelijk kon blijven van andere steden. Alle voorname steden in Griekenland probeerden echter wel meer invloed te krijgen in Delphoi om de beslissingen van het orakel te beïnvloeden. In dit kader was er door de groep priesters veel kennis verzameld door de komst van de talloze bezoekers uit de meest uiteenlopende landen en ontwikkelden zij zich tot kundige diplomaten. De burgers van Delphoi werden in de loop der tijd steeds meer financieel afhankelijk van het heiligdom. Deswege werd het instituut meer en meer gevoelig voor manipulatie van buiten af. Ook het beschermen van de ontzaglijke rijkdom die het heiligdom in de bloeitijd van 700-356 v.Chr opbouwde was een bron van zorg. Daartoe bestond er een verdrag van wederzijdse bescherming tussen Delphoi en de omringende steden. Al met al werden er in de loop van die tijd vier oorlogen gevoerd om de vrije toegang tot het orakel te waarborgen. In 356 v.Chr. bezetten de Phokiërs onder de generaals Philomelos en Onomarchus Delphoi en roofden diens rijke bezittingen. Met de opbrengst ervan kon jarenlang een huurleger van 10.000 man geformeerd worden, waarmee ze oorlogen tegen Boeotia en Thessalia voerden. Phokia werd daardoor in één klap de grootste militaire macht in Griekenland, totdat het geld op was en ze in 338 v.Chr. werd ingelijfd door Makedonia onder Philippus II.
De Apollon cultus
Deze hield in voorspellingen aan de hand van het ruisen van de bladeren van een laurierboom, zoals in Dodona door Zeus.
Het Apolloncentrum nam tevens de orakeldienst over van het Gaia-centrum, hetgeen verwijst naar de overwinning van Apollon op de slang. Apollon was één der machtigste goden, zijn moeder was de uit Klein-Azië afkomstige moedergodin Lèto. Uit haar liefdes avontuur met Zeus baarde ze naast Apollon ook Artemis op het huidige eiland Dèlos. Deswege werd Artemis door de met Zeus getrouwde Hèra vijandig tegemoet getreden.
De procedure van een orakeldienst
Voor de plechtigheid diende de clientèle en de 1-3 Pythia's zich te reinigen in het water van de profetische Kassotisbron. Daarna bracht de Pythia een brandoffer van laurierbladen en gerstmeel aan Apollon. Inwoners van Delphoi en sommige steden en/of personen die Delphoi toegenegen waren, hadden voorrang bij het raadplegen van het orakel. In de wintermaanden tijdens de afwezigheid van Apollon was er ruimte voor de concurrentie zoals Hermès, Hèraklès, Poseidon en Dionysos, die de honneurs waarnamen. Een orakeldienst verliep als volgt: vooraan in de cella stond de haard van de godin Hestia, daar werd een eeuwige vlam brandend gehouden namens alle steden in Griekenland. Achterin stond het gouden beeld van Apollon, waaronder twee kamers waren gesitueerd, met tussen de kamers een dunne scheidingswand. Een van die kamers was voor de cliënten en één uitsluitend bestemd voor de Pythia, de priesteres. Hier zou de aardspleet zich bevonden hebben, waaruit gassen opstegen.
Dan kon het vraagstuk aan de Pythia worden voorgelegd en bedwelmd door deze opstijgende dampen en het kauwen op de giftige bladeren van een laurier slaakte de Pythia, gezeten op een bronzen drievoet, dan enige kreten die door een priester vertaald werden in begrijpelijke taal. Veelal konden deze antwoorden op meerdere wijzen uitgelegd worden en werden door de priesters in dichtvorm aan de vragenstellers overhandigd. Oorspronkelijk beoefende ze haar ambt slechts éénmaal per jaar uit, op de verjaardag van Apollon, wat allengs werd uitgebreid tot een optreden elke zevende dag van de maand. Tenslotte door het toenemende bezoek zelfs elke dag, met uitzondering van de wintermaanden.
Lees verder