InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Alexander I, II en III en meer tsaren in de 19e eeuw

Alexander I, II en III en meer tsaren in de 19e eeuw

Alexander I, II en III en meer tsaren in de 19e eeuw De bekendste tsaar in Nederland is waarschijnlijk - vooral vanwege zijn verblijf in Zaandam - Peter de Grote (1682-1725). Na hem kwamen nog dertien tsaren uit het Huis Romanov aan de macht in Rusland. Van hen is wellicht Nicolaas II de bekendste, vanwege de moordpartij in 1918. Paul I, die regeerde van 1796-1801, werd ook vermoord. Diens opvolger, Alexander I (1801-1825) bracht het er beter vanaf, in die zin dat hij een natuurlijke dood stierf. Dat was ook het geval met de volgende tsaar: Nicolaas I (1825-1855). Maar zijn opvolger, Alexander II, liet het leven bij een aanslag in 1881. En dat terwijl deze tsaar, vergeleken met zijn voorgangers, een gematigd bewind voerde; hij had zelfs een aantal, broodnodige, hervormingen ingevoerd en de lijfeigenschap afgeschaft in 1861. Onder zijn zoon, Alexander III, nam de repressie weer toe. Uiteindelijk leidden de gebeurtenissen in binnen- en buitenland tot de revoluties van 1917 en de moord op de laatste tsaar en de zijnen in 1918.

Inhoud


Alexander I (1801-1825)

Voorgeschiedenis

De laatste tsaar van Rusland, Nicolaas II, werd in 1918 vermoord, met zijn hele gezin. Hij was niet de eerste tsaar uit het huis Romanov die op gewelddadige wijze om het leven kwam. In de periode tussen de dood van Nicolaas II en het jaar dat de regering van Peter de Grote begon (1682) gebeurde dat met vijf voorgangers van de laatste tsaar. Als Tsaar Paul, die in 1801 werd vermoord, niet wordt meegerekend was er echter maar één die in de turbulente 19e eeuw – in Rusland de tijd van nihilisten, revolutionairen en terroristische aanslagen - werd vermoord: Alexander II (regeerperiode 1855-1881). Nogal navrant als bedacht wordt dat hij juist de tsaar was die in ieder geval nog enige hervormingen in zijn land heeft doorgevoerd en wiens beleid als relatief gematigd kan worden beschouwd.

Wat al die vermoorde tsaren in ieder geval gemeen hebben is dat ze tot hun dood een turbulent leven leidden, vol van intriges en complotten. Bovendien werd Paul I ook nog eens dwars gezeten door met een dominante, zelfs rivaliserende moeder, Catharina de Grote (1762-’96), en een lelijk uiterlijk. Catharina achtte haar zoon niet de geschikte opvolger en probeerde in plaats van hem zijn zoon, haar kleinzoon, Alexander op de troon te krijgen. Daarbij was Paul tsaar in een tijd van veel revolutionaire onrust in heel Europa – mede als gevolg van de Franse revolutie van 1789 –, waarbij hij het presteerde om onverwacht te wisselen van bongenootschap: eerst schaarde hij zich aan de kant van de Engelsen om na het mislukken van de Engels-Russisch inval in Noord-Holland (1799) onverwacht de kant van de Fransen te kiezen. De omstandigheden waarin Paul opgroeide, gevormd werd en vervolgens moest regeren waren dus bepaald niet gunstig. Wellicht dat hij zich mede daardoor nogal eens vreemd en onbeheerst gedroeg, onberekenbaar en uiterst driftig was. Geen wonder dat hij als 'krankzinnig' te boek staat.

Alexander aan de macht

De zoon van tsaar Paul I, Alexander, was in 1793 in het huwelijk getreden met prinses Louise Maria Augusta van Baden, die na haar overgang naar de Russisch-orthodoxe kerk de naam Elisabeth Alexejevna kreeg. Alexander stond al sinds zijn grootmoeder Catharina zich tegen zijn vader keerde in de startblokken om het bewind van zijn vader over te nemen. Zelfs de oud-gouverneur en adviseur van Paul I, Nikita Panin, meende rond 1800 dat Paul eventueel om het leven moest worden gebracht om in diens plaats zoon Alexander aan de macht te brengen. Paul kwam daar achter, werd er nog achterdochtiger en neurotischer van dan hij al was en verschanste zich in een paleis, wat eigenlijk een kasteel was, in Sint-Petersburg. Maar het mocht niet baten: in maart 1801 wist een groep samenzweerders bij hem binnen te dringen. Hij werd gewurgd en zoon Alexander werd tot tsaar uitgeroepen. Alexander nam gaarne de macht over, maar de manier waarop dat was gebeurd – door het vermoorden van zijn vader – stemde hem niet vrolijk, in tegendeel: z’n hele verdere leven bleef hij er zich schuldig over voelen. Toch zegt het veel over zijn relatie met zijn vader dat hij de moordenaars niet liet vervolgen. En veelzeggend over zijn visie op de politiek van vader Paul I is, dat de zoon de maatregelen die de vader had genomen weer ongedaan liet maken.

Alexander I was dus anders dan Paul I. Dat gold voor zijn persoonlijkheid en de politiek die hij wilde voeren, maar ook qua uiterlijk leken ze niet op elkaar: van de zoon wordt geschreven dat hij een knappe man was. Hij was ook wel hartelijk, en hij leek ook, zeker in het begin, redelijk liberaalgezind, maar wat er werkelijk in hem omging hield hij verborgen; graag opereerde hij listig en in het geniep (zo valt te lezen in het boek van S.S. Montefiore - zie p. 339 - dat voor dit artikel voornamelijk als bron van informatie diende). Alexander I was achterdochtig. Ongetwijfeld was zijn karakter mede gevormd door alles wat hij had meegemaakt tijdens het schrikbewind van zijn vader. Hij vormde dan ook een commissie van vertrouwelingen met wie hij altijd overlegde; onder hen de Poolse vorst Adam Jerzy Czartoryski, die ook enige jaren minister was.

Het bewind van Alexander I (1801-‘25)

Na Pauls dood in 1801 volgde de oudste zoon hem op als tsaar Alexander I. Het was in de tijd van Napoleon. Eerst had hij een goede verhouding met de Franse heerser. Later kwamen ze tegenover elkaar te staan. In 1812 begon eindelijk de beslissende oorlog tussen de twee keizerrijken. Napoleon viel in juni van dat jaar het Russische rijk binnen met het doel Moskou te bezetten en de Russen zo tot capitulatie te dwingen. Zoals bekend mislukte dat faliekant; Napoleon moest zich terugtrekken en een smadelijke afgang incasseren die hem, en met hem Frankrijk, uiteindelijk ten val bracht. Alexander en de zijnen hadden getriomfeerd. Op het befaamde Congres van Wenen dat in 1814 begon liet Alexander zich eerst van zijn liberale kant zien. Naderhand werd op zijn initiatief de zogenaamde Heilige Alliantie opgericht: een bondgenootschap van Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Het wilde een christelijk tegenwicht bieden tegen de seculiere en liberale ideeën van de Franse Revolutie. In de praktijk voerde de Alliantie een restauratiepolitiek, een streven om de ‘oude orde’ van voor de Revolutie te herstellen.

Problemen over de opvolging

Tsarina Elisabeth had lange tijd een verhouding met Czartoryski. Alexander had diverse affaires, waaronder een verhouding met een hofdame die hem verscheidene kinderen schonk. Hoe dan ook, zijn wettige huwelijk had niet de gewenste opvolger voortgebracht. Dus werd met het verstrijken der jaren de vraag urgent wie te zijner tijd na Alexander tsaar zou moeten worden. De volgende in lijn was de bijna twee jaar jongere broer Constantijn, maar die wilde niet en hij was er ook niet geschikt voor. De veel jongere derde zoon van Paul I, Nicolaas (geboren in 1796) was dat wel, maar die had laten weten dat hij Constantijn niet wilde verdringen.

Niet lang na de slag bij Waterloo (1815) ontmoette Nicolaas in Berlijn, op de terugweg naar zijn vaderland, Prinses Charlotte van Pruisen. Hij was op slag verliefd. In oktober 1816 verloofde het paar zich. Charlotte ging over tot het orthodoxe geloof en kreeg de naam Alexandra Fjodorvna. In 1817 trouwde het paar.

Nicolaas was op en top een militair, strikt en hij stelde tucht boven alles. Hij was humorloos streng; en hij had een grenzeloze bewondering voor zijn vader. Nicolaas was niet geliefd, niet bij de militairen en niet bij het volk. Alleen waren de dames wel in hem geïnteresseerd; hij was een grote, blonde kerel en er waren vrouwen die hem de mooiste man van Rusland noemden. Omdat zijn broer Constantijn dus geen tsaar zou worden was de derde zoon van Paul I, Nicolaas voorbestemd als opvolger. In 1818 was Alexandra, de vrouw van Nicolaas, in verwachting van haar eerste kind. Tsaar Alexander I deelde in verband met die situatie aan Nicolaas en diens vrouw mee, dat hij Nicolaas als opvolger wilde en dat hij hoopte op een kleinzoon om te zijner tijd Nicolaas op te volgen. Deze was ontstelt want hij wilde geen opvolger van zijn vader zijn. Toch stelde Alexander een verklaring op waarin hij Nicolaas als opvolger aanwees. Alleen zijn moeder en zijn vrouw wisten van dat document.

Overlijden van Alexander. Dekrabistenopstand

In het najaar van 1825 werd Alexander I ziek toen hij op de Krim was. De ziekte verergerde en op 19 november stierf hij. Koeriers haasten zich naar Warschau waar Constantijn verbleef en naar Sint-Petersburg om het thuisfront het overlijden mee te delen. Toen de Poolse vertegenwoordiger in Warschau die het bericht bracht voor Constantijn op de knieën viel en hem 'majesteit' noemde, deelde deze geïrriteerd mee: ik ben niet de opvolger, Nicolaas is de nieuwe tsaar! Maar Nicolaas wist dat zelf toen nog niet en zwoer op zijn beurt, in Sint-Petersburg, trouw aan Constantijn. Toen lichtte zijn moeder Nicolaas in over het opvolgingsdocument van zijn vader Alexander I. Nicolaas weigerde zijn nieuwe positie te accepteren en berichtte zijn broer in Warschau dat diens komst naar de hoofdstad dringend gewenst was, wat Constantijn op zijn beurt weigerde. Nu ontstond er alom verwarring in de hoofdstad.

Begin december bereikten Nicolaas berichten dat er samenzweringen waren; de samenzweerders probeerden gebruik te maken van de verwarring om de autocratie van de Romanovs ten val te brengen. Toen hij hoorde dat 14 december de dag van de opstand zou zijn, begreep Nicolaas dat hij nu wel móest optreden. 13 december verklaarde hij officieel dat hij de kroon zou accepteren. De staatsraad legde daarop de eed van trouw aan hem af. Ondertussen gingen de samenzweerders (met name opstandige edelen en jonge officieren) door met het organiseren van de opstand. Op de daarvoor geplande dag, 14 december, legden de Gouverneur-generaal van Sint-Petersburg, Miloradovitsj, de Senaat en de Synode in het Winterpaleis de eed van trouw aan Nicolaas af. Toen kwam daar het bericht binnen dat het ‘regiment van Moskou’ (grenadiers) zich aan de zijde der opstandelingen had geschaard. De gardisten die Nicolaas beschermden wisten de opstand - die de geschiedenis in zou gaan als de Dekabristenopstand (of Decemberopstand) - echter neer te slaan. Nog maar net had de nieuwe tsaar een commissie ingesteld om de samenzweringen tot op de bodem uit te zoeken, of er kwam bericht binnen over een revolutie in de Oekraïne. Op 3 januari 1826 werd ook die opstand neergeslagen.

Nicolaas I (1825-1855): nóg een tsaar die een natuurlijke dood sterft

Nicolaas was een meer autoritaire vorst dan zijn vader. Conservatief was hij ook. Tegen revolutionaire woelingen en opstanden zoals die van de Dekabristen trad hij hard op. “We moeten,” zo schreef hij Constantijn in 1826, “wraak nemen ter wille van Rusland (…).Van genade kan geen sprake zijn.” Wat Nicolaas ook kenmerkte: hij maakte zich, zo zou ook uit zijn verdere optreden blijken, sterk voor de bescherming van zijn land én het orthodoxe geloof; in dat verband steunde hij volop Slaven en Grieken die in het Ottomaanse Rijk (Turkije) in opstand kwamen tegen de sultan. In zijn strijd tegen het ‘Turkse gevaar’ zocht hij bondgenootschap met Oostenrijk en vooral ook met Engeland. In dat land regeerde sinds 1837 Koningin Victoria. Hij bezocht haar en echtgenoot Prins Albert. Vicoria was niet van Nicolaas gecharmeerd; ze vond hem grimmig, streng en onbeschaafd.

Sinds de zogenaamde 'derde deling van Polen' (1795) was de tsaar van Rusland ook koning van het deel van Polen dat toen onder Russisch bestuur was gekomen. Dat bestuur werd ten tijde van Nicolaas I waargenomen door zijn broer Grootvorst Constantijn. In 1830 brak er een opstand uit in Polen. Constantijn trad niet doortastend op, bovendien brak er pest uit waaraan ook de grootvorst stierf. Nicolaas nam de regering van zijn broer over en zijn veldmaarschalk graaf Paskevitsj versloeg de Polen verpletterend. Voor revoluties was Nicolaas I allergisch. Rond 1830-‘40 was hij op het toppunt van zijn macht. Toen in 1848 in Parijs de revolutie uitbrak veroorzaakte dat grote onrust bij hem. Hij noemde de gebeurtenis in Frankrijk een “onbeschaamdheid die in al haar waanzin zelfs een bedreiging voor Ons Rusland vormt”. (Montefiore, p. 440). Hij scherpte de censuur aan. Het was verstandiger geweest om, ter bestrijding van de revolutionaire gezindheid, hervormingen door te voeren, zeker omdat ondertussen zijn bestuur was uitgegroeid tot een moeilijk beheersbare logge bureaucratie. Maar dat deed hij niet. Hij was star en behoudend en zag bijvoorbeeld - tot schade van zijn vaderland, zo zou blijken – ook niet in dat zijn leger verouderd was en modernisering behoefde om niet te veel achter te raken bij de legers van Engeland en Frankrijk. Die legers waren wel, dankzij de Industriële Revolutie met bijbehorende technologische vooruitgang, op voldoende niveau om in de nieuwe tijd succesvol oorlog te voeren.

Nicolaas trad op als een echte autocraat. Hij had daarbij veel plichtsbesef, wilde regeren ten bate van zijn land en kerk en van zijn onderdanen. Hij was conservatief maar overwoog toch ooit wel om hervormingsmaatregelen door te voeren, zoals het afschaffen van de lijfeigenschap. Maar hij werd daarin tegengehouden door zijn reactionaire adviseurs; het is er nooit van gekomen. Dit mede omdat hij vooral in beslag genomen werd door de buitenlandse politiek.

Krimoorlog en dood van Nicolaas I

Zo was Rusland tijdens de regering van Nicolaas volop betrokken bij de wedijver en machtspolitiek van de Europese mogendheden in het oostelijk Middellandse Zeegebied en de Balkan. De mogendheden probeerden daar hun macht en invloed te vergroten ten koste van het in verval geraakte Osmaanse Rijk (Turkije). Toen de Russen in 1853 met de Turken in conflict kwamen over de bescherming van de heilige plaatsen in Palestina, schaarden Engeland en Frankrijk zich aan de kant van Turkije. Zo begon de Krimoorlog (oktober 1853- februari 1856). Eerst leek het goed te gaan voor de Russen: hun Zwartezee-vloot versloeg de Turkse vloot in de slag bij Sinop (Turkse havenstad aan de Zwarte Zee). Maar in maart 1854 kwamen Engeland en Frankrijk, beducht voor teveel Russische invloed in het Middellandse Zeegebied, in actie ten gunste van Turkije. Hun troepen landden bij Sebastopol en belegerden deze belangrijke Russische haven. In september 1855 werd de stad na een bloedige strijd ingenomen – hier bleek dat in een landoorlog de Russen op achterstand stonden.

In januari van datzelfde jaar liep tsaar Nicolaas een verkoudheid op en kreeg longontsteking. Hij was ernstig ziek en spoedig naderde zijn einde. Op zijn sterfbed liet hij door zijn getrouwen beloven dat zijn opvolger Alexander geholpen zou worden bij het afschaffen van de lijfeigenschap. Op de dag van zijn overlijden, 2 maart 1855 waren zijn laatste woorden gericht aan Alexander: “Dien Rusland” en, met opgeheven gebalde vuist, “Houd alles zo vast!” (Montefiore, p. 450).

Tsaar Alexander II / Bron: runivers.ru, Wikimedia Commons (Publiek domein)Tsaar Alexander II / Bron: runivers.ru, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Alexander II (1855-1881)

Nicolaas’ oproep aan Alexander op zijn sterfbed om ‘vast te houden’ moet ongetwijfeld gezien worden als een oproep van de vader om aan diens conservatie politiek vast te houden. De zoon heeft daar niet naar geluisterd: hij voerde een andere politiek, hij voerde hervormingen door.

Maar zover was het nog niet direct na het overlijden van Nicolaas: nog steeds woedde de Krimoorlog. En het begon er steeds slechter uit te zien voor de Russen. Zowel de Oostenrijkers als de Zweden dreigden zich bij de tegenstanders aan te sluiten. Op advies van zijn ministers en andere adviseurs accepteerde Alexander de aan Rusland gestelde vredesvoorwaarden en de vredesovereenkomst werd op 18 maart 1856 in Parijs getekend. Vervolgens begon de tsaar een charmeoffensief in binnen- en buitenland. Hij maakte een rondreis door Europa bezocht onder meer zijn vele familieleden die deel uitmaakten van de grote Europese vorstenfamilie en ook Keizer Napoleon III, met wie hij het goed kon vinden. Maar tegelijk besefte hij dat legerhervormingen nodig waren om het prestige van Rusland te herstellen. In eigen land maakte hij ook een rondreis en versoepelde een aantal voorschriften. De censuur werd verzacht.

Op 17 augustus 1856 had Alexander II zichzelf als tsaar gekroond. Ook kroonde hij toen Maria Aleksandrovna (geboren in 1824 als prinses Maria van Hessen) wie hij in 1841 in het huwelijk was getreden tot tsarina. Ze had een frêle gezondheid maar in 1856 toch al zes kinderen gebaard, waaronder de latere tsaar Alexander III en als laatste Grootvorstin Maria die later zou trouwen met de tweede zoon van Koningin Victoria van Engeland, Prins Alfred; en er zouden er nog twee volgen. Bovendien had Alexander II een aantal maîtresses gedurende zijn huwelijk; daaruit waren ook nog zeven (buitenechtelijke) kinderen geboren. Met een van die maîtresses, Catharina Dolgoroekova, trad hij in 1880 in het huwelijk nadat zijn vrouw nog geen maand daarvoor was overleden. Uit hun verhouding waren toen al vier kinderen geboren.

Afschaffing van lijfeigenschap, 1861

In 1827, ruim negen jaar na Alexander, was er nog een broer geboren: Constantijn. Hij had carrière gemaakt bij de Russische marine. Grootvorst Admiraal-Generaal Constantijn (‘Kostja’) was politiek vooruitstrevend en daarmee de hoop van hen die een liberale omwenteling in het bestuur van Rusland wensten. Hij was een voorstander van wat eind 20e eeuw, in de nadagen van de Sowjet-Unie bekend werd als glasnost (openheid / vrijheid van meningsuiting) en perestrojka (verandering / hervorming). Alexander besloot hem in te schakelen bij de beoogde hervormingen en maakte hem voorzitter van de Staatsraad en daarmee tweede man van het rijk. Wat die hervormingen betreft: afschaffing van de lijfeigenschap was urgent – zelfs Nicolaas I had dat dus begrepen. Alexander wilde dat ook zeker doen, maar jonge radicale hervormers vertrouwde hij niet, dus met het tot stand brengen van die ingrijpende maatregel belastte hij generaal Yakov Rostovtsev (geboren in 1803), een oudgediende en toch hervormingsgezind. En voorzichtigheid was inderdaad geboden, want net zo goed als er radicale revolutionairen waren, was er een flink aantal oppositanten onder de edelen die zich hevig tegen hervormingen verzette. Maar in 1860 stierf Rostovtsev. Een andere hervormingsgezinde functionaris, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Nikolaj Miljoetin, zette zijn werk voort en volbracht het. Op 27 januari 1861 keurde de Staatsraad het decreet goed waarbij de lijfeigenschap werd afgeschaft

Meer hervormingen, maar ook grenzen daaraan

Alexander kan dus een hervormingstsaar genoemd worden, maar er waren grenzen. Toen in januari 1863 in Polen de dienstplicht werd ingevoerd (de plicht om te dienen in het Russische leger) kwam het daar tot een opstand die op gewelddadige wijze werd neergeslagen – in lijn met de wijze waarop zijn conservatieve, autoritaire vader een opstand in Polen in 1830 had aangepakt. En de Russische machtsuitbreiding in de grensgebieden zette hij voort. In 1858 onderwierp hij in de Kaukasus Tsjetsenië, en ook later zou hij de imperialistisch politiek in die regio voortzetten.

In 1864 kwam er een onafhankelijke rechterlijke macht met juryrechtspraak. Ook werden er nieuwe lokale en provinciale bestuursorganen in het leven geroepen, de zemstvo’s, die deels zouden worden gekozen (de inleidingsafbeelding is een weergave van een maaltijd van de zemstvo - deel van een schilderij van Grigori Mjasojedov, 1872). De onderdrukking van de joden werd verlicht. Maar toen de zemstvo van Moskou voorstelde een grondwet in te voeren, ontbond Alexander dit orgaan. En toen hij het idee kreeg, mede door het optreden van ontevreden revolutionair-gezinde studenten, dat het uit de hand liep met de hervormingen, krabbelde hij terug. In 1862 al had hij de liberale Miljoetin ontslagen.

Een aanslag en een huwelijk

Tsarevitsj Nicolaas, geboren in 1843, had zich in 1864 verloofd met de Deense Prinses Dagmar. Echter, in 1865 werd hij ernstig ziek en overleed. Zijn anderhalf jaar jongere broer Alexander werd nu de beoogde opvolger als tsaar. Deze was niet zoals zijn broer fijnbesnaard, uiterst beschaafd en intelligent - er werd van hem gezegd dat hij wel een boer leek. Een aanslag op vader Alexander maakte spoedig duidelijk dat er een opvolger voor handen moest zijn.

Alexander II heeft ongetwijfeld, mede gezien zijn hervormingen, het beste voor gehad met Rusland, maar hij nam ook verkeerde beslissingen, was niet in alle opzichten zo liberaal en in ieder geval was er de nodige oppositie tegen zijn optreden. Met name van jonge radicalen, die eerst de nodige verwachtingen hadden van Alexanders politiek. Zij waren hevig teleurgesteld in hetgeen er bereikt werd ten aanzien van de gewenste hervormingen. De meest radicalen onder hen meenden door middel van terroristisch geweld hun doel te moeten realiseren. Op Alexander werden maar liefst zes aanslagen gepleegd waarvan de laatste, in 1881 zijn dood tot gevolg had. De eerste was op 4 april 1866. De dader was de student Dimitri Karakozov. De aanslag mislukte. Alexander was diep geschokt. De schuld legde hij bij ‘de liberalen’ en hij ontsloeg alle functionarissen die hij daartoe rekende, ook vertrouwelingen. Hij stelde de agressieve graaf Pjotr Sjoevalov aan als hoofd van de zogenaamde Derde Afdeling (een soort geheime staatspolitie, ingesteld door Nicolaas I in het revolutiejaar 1848); deze maakte een eind aan de 'glasnost en perestrojka' van de voorgaande jaren.

Terug naar de tweede zoon, de latere Alexander III (Sasja). Het was zaak dat deze, vanwege het overlijden van de tsarevitsj de nieuwe opvolger, snel in het huwelijk zou treden. Wat vader Alexander II betreft was de verloofde van zijn overleden zoon, Dagmar, daar de aangewezen kandidaat voor. In tegenstelling tot Dagmar wilde Alexander III eerst niet - maar schikte zich toch naar de wens van zijn familie. In 1866 trad hij met de Deense prinses in het huwelijk. In 1868 werd hun eerste zoon geboren: de latere Nicolaas II.

Meer aanslagen

Sjoevalof trad hard op, wat tot gevolg had dat de radicalen agressiever werden. Een van hen Sergej Nesjajev, in de literatuur wel aangeduid als psychopaat, schreef een Catechismus van de Revolutionair, waarin hij de meedogenloze vernietiging van het heersende gezag predikte. Hij belandde na het vermoorden van een onschuldige student in de gevangenis en overleed daar.
In mei 1867 bezocht Alexander Parijs in gezelschap van Sasja en diens jongere broer Vladimir. Tijdens een rijtoer in het Bois de Boulogne werd er door een jonge Poolse emigrant een aanslag op de tsaar gepleegd. Weer misten de kogels hun doel. Toen in 1874 bleek dat duizenden studenten (de zogenaamde narodniki zich naar het platteland hadden begeven om het volk daar (de narod), tot revolutie aan te zetten, werd Sjoevalof ontslagen door de tsaar. Zijn opvolger, Aleksandr Potapov, liet 4000 narodniki oppakken. Ze werden wreed behandeld, 48 stierven er in de gevangenis. Zo mislukte deze campagne van jonge revolutionairen, maar zette anderen aan tot nog meer terrorisme.

De Balkankwestie verenigt Rusland - tijdelijk

In diezelfde tijd (1876) kwamen de orthodoxe Slaven van Bosnië-Herzegovina en Bulgarije in verzet tegen de Ottomaanse heerser in dat gebied. Vele Russische orthodoxe geloofsgenoten wilden hun broeders en zusters te hulp komen. Deze situatie bracht een golf van eensgezindheid teweeg in Rusland. Alle ‘slavofielen’, van conservatief tot revolutionair riepen de tsaar op aan Turkije de oorlog te verklaren. Maar de tsaar aarzelde, want wat zouden de Britten bijvoorbeeld doen in dat geval? In april 1877 kon hij er niet meer onderuit: hij kwam met de gewenste oorlogsverklaring: de Russisch-Turkse oorlog (1877-’78) brak uit, waarbij de sultan gedwongen werd in 1878 een voor Turkije nadelige vrede te sluiten. Naar aanleiding van deze oorlog werd het Congres van Berlijn (juni 1878) georganiseerd om ‘de Balkankwestie’ op te lossen (dat lukte niet en in 1914 begon, in verband daarmee, de Eerste Wereldoorlog). Maar in Berlijn lukte het Rusland niet de overwinning te verzilveren. Dit ondermijnde het gezag van tsaar, in het buitenland. En al helemaal het gezag in zijn eigen land; dat verschafte de terroristen nieuwe munitie.

Terroristisch nihilisme

De meest radicalen onder de revolutionairen, die geen enkele sociale norm of gezag meer erkenden werden in het algemeen aangeduid met de term nihilisten. Een bekende nihilistische groep was Land en Vrijheid. Zij beraamden plannen om de tsaar te vermoorden en pleegden aanslagen op het bewind. Zo werd in 1878 het toenmalige hoofd van de Derde Afdeling, Nikolaj Mezentsov, op straat doorgeschoten. Op 2 april 1879 werd er weer een aanslag op de tsaar gepleegd toen hij op het Paleisplein in Sint-Petersburg liep. Er werd op hem geschoten maar hij wist te ontkomen, een kogel schaafde slechts zijn jas. Hij was zeer aangedaan door de gebeurtenis, hij maakte zich ook zorgen over de veiligheid van zijn vrouw, minnares en kinderen. De bevoegdheden van de overheid om in te kunnen grijpen bij (verdenking van) verdachte activiteiten werden uitgebreid. Ook de nihilisten zaten niet stil. In mei 1879 werd de groep Volkswil opgericht. In een bijeenkomst concludeerden de leden dat de tsaar al het goede van de eerste helft van zijn bewind had teniet gedaan in de tweede helft. Ze spraken over hem het doodvonnis uit. In november dat jaar werd een van de koninklijke treinen opgeblazen, maar anders dan verwacht door de daders zat de tsaar er niet in.

Bestrijding van het terrorisme

In februari 1880 was het leden van Volkswil gelukt een bom in het Winterpaleis te laten exploderen. Er waren vele doden te betreuren maar de tsaar had de aanslag weer overleefd. Als reactie stelde de tsaar op aandringen van zoon Alexander (III) de Opperste Regeringscommissie in met als chef de oud-generaal graaf Loris-Mlikov. Deze kreeg buitengewone, in wezen dictatoriale bevoegdheden om alle maatregelen te nemen die nodig waren om de tsaar, zijn familie en het hof te beschermen tegen de groeiende dreiging van moord en doodslag. Loris, die intelligent en geslepen was, had in Charkov met succes het daar heersende terrorisme bestreden met een combinatie van repressie en verzoening. Ook nu als ‘dictator’, zoals de tsaar hem noemde, paste hij die tactiek toe. Hij wilde niet alleen een einde maken aan staatsondermijnende activiteiten maar ook de oorzaken ervan aanpakken. “Hij schiep helderheid in de gerechtelijke procedures, schafte de zoutbelasting af, liberaliseerde de pers en de universiteiten” en ontsloeg de gehate minister van Onderwijs. Ook schafte hij de Derde Afdeling af en hervormde de geheime politie (Montefiore p. 512).

In mei datzelfde jaar overleed tsarina Marie, die lange tijd op sterven had gelegen. Na fatsoenshalve een rouwperiode van 40 dagen in acht te hebben genomen trouwde hij op 6 juli met zijn geliefde minnares ‘Katja’. Dit tot woede van zijn zoon Alexander, diens vrouw en andere familieleden.

Alexander II vermoord

Begin augustus 1880 meldde Loris dat de rust was hersteld. De tsaar benoemde hem nu tot minister van Binnenlandse Zaken. De twee besloten nog een (vergaande) hervorming in te voeren: In de Staatsraad zouden gekozen afgevaardigden van lokale vertegenwoordigende organen zitting nemen, waar ze geen wetgevende maar wel een adviserende functie zouden hebben. In februari 1881 werd het hervormingsplan ondertekend door de tsaar. Op 1 maart bezocht de tsaar een parade, op de terugweg werd hij zwaar gewond door een bomaanslag. Verminkt en hevig bloedend werd hij nog naar het Winterpaleis gebracht, waar hij enige tijd later overleed - in de nabijheid van familieleden, waaronder Katja, zoon Alexander en diens zoon Nicolaas (de latere tsaar) die toen 12 jaar was.

Alexander III (1881-1894)

De opvolger van Alexander II, zoon Alexander III, was door de moord op zijn vader meer dan ooit gemotiveerd om het roer van het bestuur radicaal om te gooien. Hij benoemde de gewelddadige voormalige marineofficier Nikolaj Baranov tot gouverneur van Sint-Petersburg. De te liberaal geachte dienaren van Alexander II, waaronder Loris en Miljoetin, werden aan de kant gezet. Zo ook Kostja, de broer van zijn vader die admiraal-generaal van de marine en voorzitter van de Staatsraad was. Met de dood van Alexander II kwam er (voorlopig) tevens een eind aan een politiek van binnenlandse hervorming.

Alexander III was 36 jaar toen hij tsaar werd, 1.90 lang, fors en sterk – hij werd de Kolos genoemd –. Een beer van een kerel die er met zijn baard uitzag als een grote Russische boer, volgens een van zijn ministers. Hij was grof en hield van drinken en vechten, voelde zich niet thuis bij officiële gelegenheden. Ook iemand die goed wist wat hij wilde (Montefiore, p. 533). Zijn vrouw Maria (‘Minny’), was het tegenovergestelde. Ze hield van ceremonieel, mooie kleding, diamanten en dansen. De twee waren erg op elkaar gesteld, trouw aan elkaar en dol op hun kinderen. Op 12 mei 1883 kroonde hij zichzelf en zijn vrouw in Moskou tot tsaar respectievelijk tsarina.

Repressie

Graaf Nikolaj Ignatjev was minister van Binnenlandse Zaken; hij werd ook wel ’Heer Leugenaar’ genoemd. Hij voerde volgens een van de gematigde ministers van de regering een repressief beleid dat, zo waarschuwde deze de tsaar, in bloedvergieten zal eindigen en het imago van Rusland in het buitenland zal schaden. Ignatjev werd inderdaad vervangen, maar wel door graaf Dmitri Tolstoj (een neef van de bekende romanschrijver Lev Tolstoj). Anders dan de tsaar ongetwijfeld verwacht had werd hij het gezicht van de reactionaire repressie. Hij begunstigde de adel, ondergroef de zemstvo’s en de juryrechtspraak en verscherpte de censuur. Ook riep hij een geheime politie in het leven om de terroristen aan te pakken. Hij organiseerde daartoe de zogenaamde Ocgrana, een ‘veiligheidsbureau’ die onder meer infiltreerde in revolutionaire kringen. Dat was niet onverstandig in die zin dat er nog steeds revolutionairen actief waren die het op de tsaar en zijn familie gemunt hadden. Op 1 maart 1887 maakte de tsarenfamilie een rijtoer door Sint-Petersburg. Even daarvoor had de politie drie jonge terroristen van Volkswil gearresteerd die bommen bij zich hadden om de tsaar uit de weg te ruimen.

Alexander was een reactionair die graag als autocraat regeerde. Maar hij besefte wel dat hij moest regeren in een snel veranderende wereld waar ook rekening gehouden moest worden met publieke opinies en de pers. Hij besloot daarom voor de p.r. vorst Vladimir Mesjtsjerski als adviseur in te schakelen. Deze stond ook wel bekend als ‘Vorst Punt’ omdat hij gezegd had dat achter alle hervormingen een punt gezet moest worden. Hij was ultrareactionair maar ook getalenteerd. Hij richtte de conservatieve krant De Burger op die gefinancierd werd door de tsaar.

Industrialisatie

Rond 1890 zat Rusland nog steeds in een economische depressie. In 1891 stierven duizenden mensen tijdens een hongersnood die samenhing met het industrialisatieproces dat ondertussen ook in Rusland op gang was gekomen. Om die industrialisatie te financieren werden namelijk leningen afgesloten die werden terugbetaald met graanleveranties aan het buitenland. In 1892 werd Sergej Witte (een voormalige ingenieur van Scandinavische afkomst, die het van directeur van de Zuidwestelijke Spoorwegen had gebracht tot minister van Wegen en Spoorwegen) bevorderd tot minister van Financiën. Hij zette de industrialisatiepolitiek en de financiering daarvan voort maar dat wel in een versneld tempo. Hij wilde in een recordtijd ook op economisch gebied een concurrent van de andere Europese mogendheden worden. Hij had succes. “Tussen 1890 en 1900 verdrievoudigde de productie van ruw ijzer, staal en kolen, verdubbelde het aantal kilometers spoorlijn [met de Transsiberische spoorlijn als grootste project] en maakte de textielindustrie Rusland tot een van de vijf grootste van de wereld. In Bakoe werd olie gevonden, die weldra de helft van het wereldaanbod uitmaakte.” (Montefiore, p. 547).

Nationalisme

Ondertussen probeerde de tsaar zijn staat tot een eenheid te smeden door het nationalisme aan te wakkeren en minderheden binnen het rijk en met name ook in de grensgebieden te onderdrukken. Geen eenvoudige opgave gezien het feit dat het rijk 104 nationaliteiten telde die 146 talen spraken. Totaal vormden in 1897 – zo leerde een volkstelling – zuivere Russen (zonder de Oekraïners) slechts 44 procent van de totale bevolking. (p. 547). Wat het onderdrukken van minderheden betreft, daarvan waren onder meer de joden de dupe. In april 1891 vaardigde hij de eerste van een serie wetten uit op grond waarvan hele joodse groepen (bijvoorbeeld ambachtslieden, brouwers, etc) konden worden gedeporteerd. De gouverneur-generaal van Moskou verdreef 20.000 joden.

1894: Een overlijden en een huwelijk

Zoon Nicolaas had in 1884 kennis gemaakt met de toen 12-jarige Alix van Hessen-Darmstadt. Zij was een ernstige, heel gelovig meisje; ze werd ook omschreven als vorstelijk van gestalte, maar kwetsbaar en met neiging tot hysterie. Haar moeder was een dochter van Koningin Victoria van Engeland. Victoria was tegen het huwelijk: ze vond het vreselijk dat haar kleindochter in een land als Rusland met zoveel onrust en onzekerheid op de troon zou komen. Ook de Duitse Keizer Wilhelm II (een kleinzoon van Victoria) was er tegen, maar uiteindelijk legde zowel de Engelse koningin als de Duitse keizer zich toch neer bij het huwelijk.

In de zomer van 1894 was Alexander III ernstig ziek geworden vanwege een nierontsteking. In september verslechterde zijn situatie. Op 5 oktober werd de familie opgeroepen omdat het einde naderde. Het duurde nog tot 20 oktober rond half vier ‘s morgens voor hij overleed met aan zijn bed de tsarina en een priester, die hem de laatste sacramenten toediende en de biecht afnam. Het sterfbed was omgeven door ‘een menigte familieleden, artsen hovelingen en bedienden’. Om vier uur die ochtend legde zoon Nicolaas de eed af in de tuin van het Winterpaleis; hij was nu Tsaar Nicolaas II. De volgende ochtend werd zijn vrouw Alix opgenomen in de Orthodoxe Kerk en kreeg toen de naam Alexandra Fjodorovna.Op 26 november 1894 trad het paar in het huwelijk

Nicolaas II (1868-1918) - tsaar vanaf 1894

Het rijk waarover Nicolaas tsaar werd was enorm groot, met verschillende volkeren en culturen. Alleen al dat gegeven bleef, als in voorgaande tijden, talrijke problemen opleveren voor het centrale gezag in Rusland. Zo heerst(e) er onder andere in de Kaukasus (Tsjetsjenië!) al sinds de 16e eeuw onrust en werden er oorlogen gevoerd. En vanwege de imperialistische politiek van de grote mogendheden kwam Rusland in het zuiden (op de Balkan met name) in conflict met Engeland, Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije, Duitsland en Turkije en in het verre oosten met Japan.

Wat het binnenland betreft bleven de sociale onrust, opstanden, terroristische aanslagen, repressie, afgewisseld met hervormingspogingen kenmerkend, ook voor de periode dat Nicolaas II regeerde - dat is tot februari 1917, toen de Februari-revolutie een einde aan zijn bewind maakte.

Buitenlandse politiek

In het kader van de imperialistische politiek in het Verre Oosten was in de periode 1891-1903 de Transsiberische spoorlijn aangelegd. Zo kon Rusland zijn politieke en economische invloed richting Mandsjoerije vergroten. Maar Japan maakte ook aanspraken op dat gebied inclusief Korea. Oorlog kon niet uitblijven. Eerst was er al een Chinees-Japanse oorlog (1894) die door Japan werd gewonnen, waarmee het land zijn invloed in de regio uitbreidde. Vervolgens ontstond er een bedreigende situatie voor Rusland - die in dat gebied de ijsvrije haven van Lushun-stad (Port Arhur) gebruikte voor zijn marine en de handel - toen in 1904 Japan de aanval opende op het vaste land in Korea en ter zee door middel van een blokkade van Port Arthur. Zowel ter land als ter zee leden de Russen een smadelijke nederlaag. In Rusland heerste in die jaren veel onrust vanwege de ontberingen die boeren en arbeiders toen leden. Er ontstonden stakingen, waarbij de onrust en het repressief optreden van de overheid ongetwijfeld mede veroorzaakt werden door de ellende die de oorlog in het Verre Oosten met zich meebracht. Dieptepunt van de confrontatie tussen ontevreden burgers en overheid vormde de beruchte ‘Bloedige Zondag’, 9 januari 1905 (oude Juliaanse tijdrekening, die in Rusland eerst na de Oktoberrevolutie vervangen werd door de nieuwe, dat is de Gregoriaanse tijd). Op die dag richtten soldaten van de garde van de tsaar een bloedbad aan onder een massa vreedzame demonstranten op weg naar het Winterpaleis die een petitie kwam aanbieden. Het was de eerste opstand in een serie die eindigde met de Oktoberrevolutie van 1917.

Zoals al aangegeven: Rusland was ook nauw betrokken bij de internationale spanningen op de Balkan die leidden tot onder meer twee Balkanoorlogen (1912-’13) en in 1914 tot de ‘Grote Oorlog’ (de Eerste Wereldoorlog, ‘14-’18) die een definitief einde van het tsarenregime met zich meebracht.

Binnenlandse situatie

Een oorlog (1904-’05) bracht dus het begin van het einde van het oude Rusland der tsaren met zich mee. Maar belangrijker nog wat dat betreft, was de binnenlandse situatie van het rijk, inclusief het bestuur ervan. De Doema (volksvertegenwoordiging) die Nicolaas in 1906, onder de druk van de benarde situatie in 1905, bijeen had geroepen om tegemoet te komen aan de wens tot maatschappelijke en politieke hervormingen, was hetzelfde jaar alweer ontbonden. Verkiezingen in 1907 voor een nieuwe Doema resulteerden in een linkse meerderheid in de volksvertegenwoordiging, waarop de bevoegdheden van de Doema werden beperkt. Dat riep harde reactie op van revolutionaire kant, wat vervolgens weer leidde tot meer repressie. De nieuwe sterke man, P. A. Stolipyn (eerst minister en vervolgens premier), gelukte het echter spoedig om de activiteiten van de revolutionairen in te dammen. Maar tevens kwam hij met hervormingen om de revolutionairen de wind uit de zeilen te nemen. Een verstandige politiek die een periode van economische groei met zich meebracht die tot 1914 voortduurde. En wat ook belangrijk was: de regering werd gesteund door de Doema. Maar nadat in 1911 Stolipyn door een moordaanslag om het leven was gekomen – waarschijnlijk uit reactionaire hoek vanwege de hervormingen van de minister – zette alweer een teruggang in. Zo werd door de overheid in 1912 een bloedbad aangericht onder stakende arbeiders van de goudmijnen aan de Lena, wat weer andere stakingen tot gevolg had.
Zoals de combinatie van binnenlandse onlusten en oorlog in 1905 tot opstand leidde, gebeurde dat ook in 1914.

Eerste Wereldoorlog

Tsaar Nicolaas II bleef zijn autocratische bewind voortzetten en wenste de zo noodzakelijk hervormingen niet in te voeren. Zo lang het vrede was kon het bewind het groeiende en heviger wordende verzet er tegen nog wel onderdrukken, maar toen de oorlog uitbrak in 1914 veranderde dat. Na aanvankelijke successen werd het Russische leger in het westen van het imperium teuggedrongen door de Duitsers en datzelfde gebeurde aan het zuidoostelijk front waar de Centralen (met Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië als belangrijkste bondgenoten) de Russen ook terugdreven. Die situatie verzwakte ook het binnenlands gezag van het regime. Dat had met name zijn weerslag op hét gezicht van dat regime: de Romanovs. De tsaar en tsarina verloren ook het laatste beetje respect en gezag dat ze nog hadden. Dit mede door het optreden van de starets (geestelijke, monnik) Raspoetin die niet alleen de tsarina in zijn macht had maar zich tevens met de politiek bemoeide. Ook in de hofkringen werd hij als gevaarlijk (voor de dynastie) beschouwd en hij werd in december 1916 door een aantal samenzweerders uit die kringen vermoord.

1917: Februari- en Oktoberrevolutie

De stakingen namen toe, het voedselgebrek werd nijpend en het revolutionaire verzet groeide; eigenlijk was er sprake van economische en maatschappelijke ontreddering, terwijl een oorlog werd gevoerd waarbij Rusland steeds meer teruggedrongen werd en die bovendien het vermogen van het rijk te boven ging. Vooral in de hoofdstad Petrograd (de naam Sint-Petersburg was veranderd omdat die zo Duits klonk) was de situatie gespannen. Daar brak in februari 1917 (oude tijd) een revolutie uit: de Februari-revolutie. De tsaar bevond zich in zijn hoofdkwartier aan het front; van daaruit gaf hij aan de officieren van de garderegimenten in de hoofdstad bevel de opstand neer te slaan. Maar de soldaten weigerden te gehoorzamen. Met moeite lukte het een comité van Doema-afgevaardigden om de tsaar ervan te overtuigen dat hij streed voor een verloren zaak en maar beter kon aftreden. Nadat hij afgetreden was verenigde Nicolaas zich met zijn gezin in Tsarskoje Selo (een residentie in het zuiden van Sint-Petersburg). Na onderhandelingen tussen de sovjet (raad van arbeiders en boeren) van de hoofdstad en het comité van Doema-afgevaardigden werd er een Voorlopige Regering gevormd. met als centrale figuur de gematigde sociaal-revolutionair Aleksandr Kerenski.

Die ontwikkeling betekende niet dat er binnenlandse eenheid ontstond. In tegendeel: met de toenemende agitatie van de zijde der bolsjewieken bleef Rusland een door twisten verscheurd land. Kerenski, die ondertussen premier was geworden, meende begin september de situatie nog te kunnen redden door zichzelf in de chaotische situatie tot opperbevelhebber uit te roepen en als een soort dictator op te treden. Het lukte hem echter niet grip op de situatie te krijgen. In oktober keerde Lenin, die toen een kans zag om de door hem gewenste revolutie te bewerkstelligen, terug uit ballingschap. En hij had succes: op 25 oktober (6 november nieuwe tijd) grepen hij en de nieuwe leider van de geradicaliseerde sovjet in de hoofdstad, Leo Trotski, de macht: de communistische dictatuur van de bolsjewieken was nu gevestigd (en zou blijven bestaan tot de grote ommekeer van 1991).

De vier dochters van de tsaar / Bron: Publiek domein, Wikimedia Commons (PD)De vier dochters van de tsaar / Bron: Publiek domein, Wikimedia Commons (PD)
Het gewelddadige einde van Tsaar Nicolaas en zijn gezin
Toen de macht van de bolsjewieken toenam in 1917 waren de tsaar, zijn familie en enigen uit zijn gevolg overgebracht naar het verre Tobolsk in Siberië. Na de oktoberrevolutie was de verandering van regime ook te merken in het verblijf van de Tsaar en de zijnen. De voorkomendheid waarmee ze tot nu toe behandeld waren, verdween. De bolsjewieken (de Roden) waren op hun hoede en achterdochtig. Zij waren sowieso de felste bestrijders van het tsarenregime en vreesden ook dat hun tegenstanders (de Witten), waarmee ze spoedig in een burgeroorlog verwikkeld waren, zouden proberen de tsaar te bevrijden en mogelijk zelfs in zijn macht te herstellen. Begin april 1918 drongen de Witten op in Siberië en het bolsjewistisch regime achtte het verstandig om de tsaar en de zijnen onder te brengen in een bolwerk van de bolsjewieken in de Oeral: Jekatrinburg.

Het zou het laatste verblijf van de tsaar en de zijnen worden. Op 17 juli 1918, ’s nachts om twee uur, werden zij naar de kelder van het huis waar ze verbleven gebracht en daar vermoord door een commando bolsjewieken.

De Romanovs gerehabiliteerd

In diezelfde tijd werden ook andere leden van de Romanov-familie vermoord. Een aantal van hen wist echter te ontkomen. Sindsdien is er veel onenigheid geweest over de vraag wie zich de rechtmatige troonopvolger van Rusland mag noemen. Er bestaat een monarchistisch adelgenootschap (Dvorjanskoje Sobranije), met een eigen, officiële Romanov-kandidaat. Dat die. of een andere pretendent, ooit tot tsaar gekroond zal worden is zeer onwaarschijnlijk. Ook niet nu de Romanovs onder het huidige Russische regime volledig in ere zijn hersteld, de tsaar en zijn gezin in 1998 werden bijgezet in de tombe van de Romanovs in de Petrus-en-Pauluskathedraal te Sint-Petersburg en bovendien in 2000 door de Russisch-orthodoxe Kerk zijn heilig verklaard,.

Lees verder

© 2017 Petervandenburg, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Tijdslijn Russische geschiedenisTijdslijn Russische geschiedenisDit is een handige tijdslijn van de Russische geschiedenis. Deze valt in grofweg zes periodes in te delen. Via het Kievs…
Hermitage: de Amsterdam-St. Petersburg connectieOp 19 juni 2009 werd in Amsterdam de dependance van de beroemde Hermitage in St. Petersburg officieel geopend door konin…
De laatste zes Russische tsaren (1796 - 1917)De laatste zes Russische tsaren (1796 - 1917)Om te onthouden wie de laatste zes Russische tsaren waren is een handig ezelsbruggetje bedacht: panaan. Dit staat voor P…
Tsaar Nicolaas IIHij heeft een warme, ongecompliceerde jeugd gehad, wat eigenlijk wel iets heel bijzonders was voor een troonopvolger. Hi…
De moord op de tsarenfamilieDit artikel gaat over het ontstaan van de Russische revolutie (de opkomt van het communisme in Rusland) en de moord op d…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Grigoriy Myasoyedov, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • S.S. Montefiore, De Romanovs, 1613-1918 (Nieuw Amsterdam, 2016
  • C.D.J. Brandt en H. van Werveke redactie, Wereldgeschiedenis - deel 8 en 9 (uitg. Unieboek, Bussum 1972)
  • Sesam Atlas bij de wereldgeschiedenis – 2, (uit. Bosch en Keuning, Baarn 1967)
  • https://www.genealogieonline.nl/west-europese-adel/I7306.php
  • https://nl.wikipedia.org/wiki (onder meer ‘Lijst_van_heersers_van_Rusland’)
  • Afbeelding bron 1: runivers.ru, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: Publiek domein, Wikimedia Commons (PD)

Reageer op het artikel "Alexander I, II en III en meer tsaren in de 19e eeuw"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 08-07-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 8
Schrijf mee!